De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
Gelet op artikel 8, eerste lid, van de Wet openbaarmaking uit publieke middelen gefinancierde
topinkomens;
Deelt mede:
TOELICHTING
Het gemiddelde norm jaarbedrag van ministers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van
de Wet openbaarmaking uit publieke middelen gefinancierde topinkomens, is over 2011
– na toepassing van de correcties overeenkomstig artikel 2 van de Regeling berekening
gemiddelde belastbare loon ministers (hierna: de Regeling) – berekend op € 193.000.
De berekening van dit bedrag is als volgt tot stand gekomen. Het gemiddelde belastbare
loon van de ministers over 2011 is bepaald (€ 198.577).
Dit bedrag is, overeenkomstig artikel 2, derde lid, van de Regeling, verhoogd met
een fictieve pensioenbijdrage, een bedrag van € 30.977. Dit bedrag is voor alle ministers
gelijk omdat dit bedrag wordt berekend over een vaste grondslag overeenkomstig de
door het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP) gehanteerde berekening van de pensioenbijdrage
voor ambtenaren in de sector Rijk op basis van de aanspraken krachtens de Algemene
pensioenwet politieke ambtsdragers (Appa). Bij de berekening van de pensioenbijdrage
is uitgegaan van een pensioengrondslag van € 132.615, een premie van 21,9% voor ouderdomspensioen/
nabestaanden-pensioen en een premie van 1,45% voor aanvullend nabestaandenpensioen
met een franchise (het deel van het inkomen waarover geen pensioen wordt opgebouwd)
van € 10.700.
Vervolgens is, overeenkomstig artikel 2, vierde lid, van de Regeling in mindering
gebracht: de gemiddelde loonbelasting voor het verplichte privé-gebruik van de dienstauto
en de gemiddelde vergoeding van de loonbelasting voor het verplichte privé-gebruik
van de dienstauto. Deze gemiddelden bedragen respectievelijk € 28.110 en € 25.948.
Vervolgens is het gemiddeld belastbare loonbedrag van ministers verhoogd met een forfaitair
bedrag van € 17.600 voor het gebruik van een dienstauto. Het gemiddelde belastbare
jaarbedrag van ministers bedraagt als gevolg van de correcties € 193.096. Op grond
van artikel 8 wordt dit bedrag afgerond op € 193.000.
Er zij nog eens op gewezen dat het aldus berekende gemiddelde norm jaarbedrag een
fictief bedrag is. Het bruto jaarsalaris van ministers bedraagt, inclusief vakantiegeld
en eindejaarsuitkering, over 2011 € 144.108. Het verschil tussen € 144.108 en € 193.000
wordt verklaard door de posten € 30.977 (fictieve pensioenbijdrage) en € 17.600 (fictieve
bijtelling dienstauto) alsmede door individuele belastbare onkostenvergoedingen die
ministers ontvangen op basis van het Voorzieningenbesluit ministers en staatssecretarissen.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
J.W.E. Spies.