De Minister van Economische Zaken maakt bekend:
Op 30-08-2012 is een aanvraag ontvangen van GDF Suez E&P Nederland B.V., kantoor houdend
te Zoetermeer, om een vergunning ingevolge artikel 40 van de Mijnbouwwet (Mijnbouwmilieuvergunning),
voor het oprichten of in stand houden van een mijnbouwwerk ten behoeve van het winnen
van aardgas. De aanvraag heeft tevens betrekking op het oprichten en (tijdelijk) in
stand houden van een mijnbouwinstallatie (hefeiland) voor het uitvoeren van boringen
op de voornoemde locatie.
Tegelijk met de vergunningaanvraag is een milieueffectrapport (MER) ingediend: ‘Milieueffectrapport
voor het Gaswinningsplatform D18a-A’.
Op 1 maart 2012, aangevuld op 20 april 2012 en 4 september 2012, is een aanvraag ontvangen
van GDF SUEZ E&P Nederland B.V., om een vergunning ingevolge het Mijnbouwbesluit artikel
94 voor het aanleggen van een pijpleiding met een diameter van 20,3 cm (8 inch) met
een piggyback-leiding op het continentaal plat binnen de blokken D15 en D18.
De Minister van Economische Zaken is bevoegd te beslissen op beide aanvragen.
De vergunningaanvraag voor de mijnbouwmilieuvergunning betreft het oprichten van de
mijnbouwinstallatie, genaamd Gaswinningsplatform D18a-A, op de locatie met de coördinaten
54° 08’ 59” NB en 2° 49’ 25” OL, gelegen circa 180 km ten noordwesten van Den Helder,
in blok D18 van het Nederlandse deel van het continentaal plat, in het gebied genaamd
Klaverbank.
Het betreft een onbemand satellietplatform voor de winning van aardgas, waar alleen
het met het gas meegeproduceerde water wordt afgescheiden, het gas wordt voor verdere
behandeling per pijpleiding getransporteerd naar het bestaande behandelingsplatform
D15-A en vandaar naar land.
Op grond van het Besluit milieueffectrapportage is het opstellen van een MER verplicht.
De vergunningaanvraag onder artikel 94 van het Mijnbouwbesluit betreft het aanleggen
van een pijpleiding met een piggyback-leiding voor een traject tussen platform D15-A
en platform D18a-A in het gebied genaamd Klaverbank.
De coördinaten van het begin- en eindpunt zijn:
D15-A: 54° 19’ 32,4” NB en 2° 56’ 08,7” OL;
D18a-A: 54° 08’ 58,7” NB en 2° 49’ 24,8” OL.
Zowel de mijnbouwinstallatie als de pijpleiding (deels) wordt aangelegd in het gebied
de Klaverbank, een gebied met bijzondere natuurlijke waarden.
Door de directe werking van de Europese Habitatrichtlijn is het vereist een passende
beoordeling uit te voeren naar de effecten van de voorgenomen activiteiten op de beschermde
waarden van het gebied, deze is opgenomen in het MER.
De Minister is voornemens de gevraagde vergunningen te verlenen.
De ontwerpbeschikkingen, de aanvragen en andere relevante stukken liggen, met ingang
van 22-11-2012, totdat de termijn is verstreken waarbinnen tegen het besluit beroep
kan worden ingesteld, ter inzage bij het Informatiecentrum van het Ministerie van
Economische Zaken, Bezuidenhoutseweg 73 te Den Haag.
Inzage is mogelijk op werkdagen tijdens kantooruren.
Tot en met 03-01-2013 kan eenieder zienswijzen met betrekking tot de ontwerpbeschikkingen
schriftelijk of mondeling kenbaar maken.
Zienswijzen m.b.t. de mijnbouwinstallatie kunnen worden gericht aan:
Ministerie van Economische Zaken
DG Energie, Telecom en Mededinging,
Directie Energiemarkt
T.a.v. ing. M. Mezger
Telefoon 070 - 379 79 99
Postbus 20401
2500 EK DEN HAAG
Ook voor inlichtingen kunt u zich wenden tot
ing. M. Mezger
Zienswijzen m.b.t. de aanleg van de pijpleiding kunnen worden gericht aan:
Ministerie van Economische Zaken
DG Energie, Telecom en Mededinging,
Directie Energiemarkt
T.a.v. drs. J.J. van Beek
Telefoon 070 - 379 63 26
Postbus 20401
2500 EK DEN HAAG
Ook voor inlichtingen kunt u zich wenden tot drs. J.J. van Beek.