De Minister van Infrastructuur en Milieu,
Gelet op artikel 27d, derde lid, van de Loodsenwet;
Besluit:
De Minister van Infrastructuur en Milieu,
M.H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus.
TOELICHTING
Doel van de wijziging
Doel van de wijziging van de Regeling markttoezicht registerloodsen is de implementatie
van het advies van de Nationale Havenraad over de nieuwe aanpak van de afbouw van
de kruisfinanciering van 4 november 2010 voor het jaar 2013. Hierbij wordt rekening
gehouden met het vervolgadvies d.d. 21 maart 2012 van de gebruikers van loodsdiensten
in Nederland en de Nederlandse zeehavenbeheerders1 (vervolg: sector) over een nieuwe loodsgeldtariefstructuur.
Beide adviezen zijn voorbereid door de Werkgroep Tarieven Loodsgeld 2 (WTL2) en door
de minister van Infrastructuur en Milieu overgenomen2.
Toelichting
Het advies van de Nationale Havenraad van 4 november 2010 geeft aan in welke mate
er in de zeehavenregio’s nog kruisfinanciering moet worden afgebouwd om tot een meer
marktconforme en meer evenwichtige loodsgeldtariefstelling te komen. In het jaar 2013
gelden dezelfde afbouwpercentages als in 2012 met uitzondering voor de zeehavengebieden
Harlingen-Terschelling en Scheldemonden. Als gevolg van het vervolgadvies van de sector
van 21 maart 2012 over een nieuwe loodsgeldtariefstructuur wijzigen de afbouwpercentages
voor deze zeehavengebieden ten opzichte van 2012. Voor het zeehavengebied Harlingen-Terschelling
luidt het afbouwpercentage in 2013 0,00% in plaats van 7,62%. Voor het zeehavengebied
Scheldemonden luidt het afbouwpercentage in 2013 0,84% in plaats van 1,36%.
De afbouwpercentages worden opgenomen in de Regeling markttoezicht registerloodsen.
Administratieve lasten
Deze regeling brengt geen lasten met zich voor burgers en bedrijfsleven, noch leidt
deze regeling tot een verhoging van de uitvoeringslasten aangezien de handhaving hiervan
zal worden gerealiseerd binnen de bestaande wetgeving.
Inwerkingtreding
Omdat de afbouwpercentages (de correctiefactor) ingevolge de Loodsenwet moeten worden
toegepast in het jaar voorafgaande aan het desbetreffende tariefjaar (in dit geval
2013), en voordat de Nederlandse Mededingingsautoriteit het tariefbesluit neemt in
november 2012, moet de regeling voor dat moment in werking treden.
Om deze reden kan het vaste verandermoment van 1 januari 2013 niet worden afgewacht.
De Minister van Infrastructuur en Milieu,
M.H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus.