Beschikking van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, houdende ontheffing van het verbod VFR-vluchten uit te voeren in gebieden met luchtruimclassificatie A en buiten de uniforme daglichtperiode

30 januari 2012

Nr. IENM/ILT-2012/1439

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,

Handelende in overeenstemming met de Minister van Defensie;

Gezien het verzoek om ontheffing d.d. 11 januari 2012, ontvangen op 11 januari 2012 van Weser Airborne Sensing GmbH & Co. KG, adres: Neue Strasse 22, D-27432 Bremervörde. Contactpersoon: de heer Gülmüs, telefoon: +49 476 192 10 40, e-mailadres: info@weseras.de (en kenan.g@weseras.de);

Overwegende dat het doel van de vlucht is het uitvoeren van diverse surveyvluchten ter vervaardiging van kaartmateriaal in opdracht van het rijk, de provincies, gemeenten en ingenieursbureaus;

Gelet op artikel 44, vijfde lid, van het Luchtverkeersreglement;

Besluit:

Artikel 1

Deze beschikking is van toepassing op de vliegtuigen van het type Cessna 206 met registratienummer D-ELYK, Cessna 303 met registratienummer D-ITOL, Cessna 182 met registratienummer D-EXAA, en Beech 200 met registratienummer D-IWAW, dan wel gelijkwaardige vervangende vliegtuigen, in gebruik bij Weser Airborne Sensing GmbH & Co. KG, waarmee de VFR-vluchten worden uitgevoerd.

Artikel 2

VFR-VLUCHTEN BUITEN DE DAGLICHTPERIODE

Aan de gezagvoerders van de in artikel 1 genoemde vliegtuigen wordt van 1 januari 2012 tot en met 31 december 2012 ontheffing verleend van het verbod tot het uitvoeren van VFR-vluchten buiten de daglichtperiode, zoals gepubliceerd in de in artikel 60 van het Luchtverkeersreglement, onder a, bedoelde luchtvaartgids, met inachtneming van de volgende voorschriften en beperkingen:

  • a. voor het uitvoeren van de vluchten zijn de luchtvaartuigen uitgerust met de instrumenten die zijn vereist voor het uitvoeren van een IFR-vlucht (OPS 1.865);

  • b. de gezagvoerders zijn in het bezit van een geldige ‘night qualification’ in een CPL;

  • c. voor de vluchten wordt tijdig een vliegplan ingediend;

  • d. tijdens het uitvoeren van de vluchten is een tweezijdige radioverbinding tot stand gebracht met de betrokken luchtverkeersleidingsdienst en wordt voortdurend op de aangewezen radiofrequentie geluisterd;

  • e. het vliegzicht bedraagt ten minste 5 km en de afstand van het luchtvaartuig tot de wolken is groter dan 1.500 meter horizontaal en 450 meter verticaal;

  • f. tijdens het vliegen wordt het programma dat vooraf aan LVNL wordt doorgegeven (zie artikel 4, onder a) nageleefd, tenzij een afwijkende klaring is verkregen.

Artikel 3

VFR-VLUCHTEN IN LUCHTVERKEERSDIENSTVERLENINGSGEBIEDEN MET KLASSE A

Aan de gezagvoerders van de in artikel 1 genoemde vliegtuigen wordt van 1 januari 2012 tot en met 31 december 2012 ontheffing verleend van het verbod tot het uitvoeren van VFR-vluchten in luchtverkeersdienstverleningsgebieden met klasse A, genoemd in artikel 44, eerste lid, onder b, van het Luchtverkeersreglement, met inachtneming van de volgende voorschriften en beperkingen:

  • a. de vluchten worden uitgevoerd als een gecontroleerde VFR-vlucht;

  • b. de gezagvoerder is te allen tijde in staat en bevoegd de vlucht onder instrumentvliegvoorschriften voort te zetten;

  • c. de vluchten worden slechts uitgevoerd indien het vliegzicht minimaal 8 km bedraagt en de afstand tot de wolken horizontaal 1.500 m en verticaal 300 m bedraagt;

  • d. het luchtvaartuig is uitgerust voor vluchten onder instrumentvliegvoorschriften (OPS 1.865).

Artikel 4

Aan de gezagvoerders van de vliegtuigen die de in artikel 1 genoemde vluchten uitvoeren, wordt door de betrokken luchtverkeersleidingsdienst een afwijkende klaring als bedoeld in artikel 35, tweede lid, van het Luchtverkeersreglement verstrekt. Deze klaring wordt verstrekt voor het afwijken van luchtverkeersroutes als bedoeld in artikel 3 van de Regeling luchtverkeersdienstverlening indien de luchtverkeerssituatie dit toelaat, mits de volgende voorschriften in acht worden genomen:

  • a. voor deze vluchten wordt de procedure gevolgd voor ‘Survey projects’, zoals die is gepubliceerd op de site van de Operationele Helpdesk LVNL: http://www.lvnl-ohd.nl/;

  • b. vóór aanvang van een vlucht worden de volgende gegevens ter informatie naar aviation-approvals@ilent.nl gestuurd:

    • gegevens opdrachtgever en contactpersoon,

    • het maatschappelijk belang van de opdracht,

    • specificatie van het te vliegen gebied (geen algemene omschrijving),

    • gewenste vlieghoogten,

    • tijdsduur van opdracht,

    • periode waarbinnen opdracht moet zijn gevlogen,

    • het door de Operationele Helpdesk LVNL verstrekte projectformulier;

  • c. de aanvraag wordt pas door de Operationele Helpdesk LVNL in behandeling genomen wanneer deze vergezeld gaat van een ondertekende opdracht(verklaring); deze ondertekende opdracht bevat minimaal de informatie genoemd in onderdeel b; voor het invullen van deze gegevens is een formulier beschikbaar; dit formulier is op te vragen bij de Operationele Helpdesk LVNL;

  • d. voor het maken van de opnamen dient de cameraman in het bezit te zijn van een op zijn / haar naam gestelde luchtopnamevergunning, verkregen bij het Ministerie van Defensie, MIVD/ACIV/BIV, Sectie Luchtfotografie, Postbus 20701, 2500 ES Den Haag, e-mailadres: indussec@mindef.nl, fax: 070-441 92 04;

  • e. indien luchtverkeerstechnische redenen daartoe noodzaken, kan de betrokken luchtverkeersleidingsdienst de vlucht doen uitstellen, dan wel annuleren.

Artikel 5

Wanneer de vlucht zodanig van aard is dat hinder op de grond te verwachten valt, wordt voorafgaand aan de vlucht op initiatief van de aanvrager/opdrachtgever in de plaatselijke media aandacht besteed aan de uit te voeren vlucht.

Artikel 6

Vluchten worden uitgevoerd in overeenstemming met de verleende opdrachten van de desbetreffende opdrachtgevers.

Artikel 7

De aanvrager draagt er zorg voor dat de gezagvoerder en de cameraman bekend zijn met de inhoud van deze beschikking.

Artikel 8

De aanvrager voert bij de voorbereiding van elk project een veiligheidsanalyse uit. Daarbij wordt in kaart gebracht welke risico’s er zijn als gevolg van het uitvoeren van VFR-vluchten met een klein en langzaam vliegtuig in luchtverkeersdienstverleningsgebieden met klasse A waarin normaliter alleen IFR-vluchten worden uitgevoerd door grote en snelle vliegtuigen. Vervolgens worden risicobeperkende maatregelen in kaart gebracht en toegepast zodanig dat de vlucht op een verantwoorde wijze kan worden uitgevoerd.

Artikel 9

Het niet of niet volledig nakomen van de voorschriften of beperkingen kan aanleiding zijn deze ontheffing in te trekken.

Artikel 10

Deze beschikking treedt in werking met ingang van 1 januari 2012 en vervalt op 1 januari 2013, tenzij deze voortijdig wordt ingetrokken.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, namens deze: de Senior Inspecteur ILT/Vergunningen, A.E. Schurink-v.d. Klugt.

Bezwaarmogelijkheid

Indien u het niet eens bent met deze beslissing kunt u hiertegen, op grond van het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht, binnen zes weken na de datum waarop deze beslissing is verzonden schriftelijk bezwaar aantekenen.

Het bezwaarschrift moet worden ondertekend en moet ten minste bevatten:

  • de naam en het adres van de indiener;

  • de dagtekening;

  • een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht;

  • de gronden van het bezwaar.

Het bezwaarschrift kunt u richten aan:

Inspectie Leefomgeving en Transport

Team Juridische Zaken

Postbus 90653

2509 LR DEN HAAG

Naar boven