Vrijstelling op grond van artikel 65, inzake het middel VectobacWG

IENM/BSK-2012/143615

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,

In overeenstemming met de Staatssecretaris van Economie Landbouw en Innovatie;

Gezien het verzoek van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 18 juli 2012, kenmerk PG/CI 3124234 tot vrijstelling van het verbod op het gebruik van biociden op basis van de werkzame stof Bacillus thuringiensis israeliensis in verband met de bestrijding van de larven van de Aziatische tijgermug (Aedes Albopictus);

Gelet op de artikelen 42 tot en met 43a en artikel 65, eerste, derde, vierde en vijfde lid, van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden;

Besluit:

Toegestaan is uitsluitend het gebruik van VectobacWG als biocide voor het bestrijden van de larven van de Aziatische tijgermug (Aedes Albopictus) in Dracaena sanderiana (Lucky Bamboo) op water en gel.

Artikel 1

In verband met de bestrijding van de larven van de Aziatische tijgermug (Aedes Albopictus), wordt vrijstelling verleend van:

het verbod, bedoeld in de artikelen 42 en 43 van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden, op het op de markt brengen, het voorhanden of in voorraad hebben, en het gebruiken van de biociden VectobacWG, op basis van de werkzame stoffen bacillus thuringiensis israeliensis, ten behoeve van de bestrijding van de larven van de Aziatische tijgermug (Aedes Albopictus).

Artikel 2

Aan de vrijstelling, bedoeld in artikel 1, zijn de in de bijlage bij dit besluit opgenomen beperkingen en voorschriften verbonden.

Artikel 3

De vrijstelling wordt verleend voor de duur van 120 dagen.

Artikel 4

Dit besluit wordt aangehaald als: Vrijstelling verbod VectobacWG.

Artikel 5

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 20 september 2012

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu Joop Atsma

BIJLAGE

Voorschriften voor gebruik

Toegestaan is uitsluitend het gebruik als biocide voor het bestrijden van de larven van de Aziatische tijgermug (Aedes Albopictus) in Dracaena sanderiana (Lucky Bamboo) op water en gel.

Het middel dient toegevoegd te worden aan het water waarin de Lucky Bamboo stammen staan of komen te staan.

De eerste toepassing dient plaats te vinden als het plantmateriaal op het bedrijf komt.

De tweede toepassing dient binnen 48 uur na de eerste toepassing plaats te vinden.

Als het plantmateriaal langer dan 1 week op het bedrijf staat, dient kort voor afleveren een derde behandeling plaats te vinden.

Dosering: 1 ml middel per 1, 5 liter (proces)water.

Het gebruik is uitsluitend toegestaan indien op de verpakking of op een papieren bijlage bij de verpakking het volgende wordt vermeld:

VectobacWG

Gevaarssymbool Xn met aanduiding: schadelijk

De volgende gevaarszinnen: R36/38 Irriterend voor de ogen en huid.

R43 Kan overgevoeligheid veroorzaken bij contact met de huid.

Veiligheidsaanbevelingen: S36/37 Draag geschikte handschoenen en

beschermende kleding.

Samenstelling middel VectobacWG: Gehalte werkzame stof 1200 ITU per mg Bacillus thuringiensis var. israeliensis (1,20% w/w (12 g/l)).

TOELICHTING

Bij brief van 18 juli 2012 heeft het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport om vrijstelling gevraagd van het verbod op het gebruik van middel VectobacWG op basis van de werkzame stof Bacillus thuringiensis isrealensis (Bti) voor de bestrijding van de larven van de Aziatische tijgermug (Aedes Albopictus).

De Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden biedt de mogelijkheid in bijzondere omstandigheden niet toegelaten biociden tijdelijk te gebruiken dan wel het gebruik van toegelaten middelen voor niet toegelaten toepassingen toe te staan indien onder meer de belangen van de volksgezondheid zulks dringend vereisen.

Uit de eerder genoemde brief van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport blijkt dat de import en de vestiging van de Aziatische tijgermug voorkomen moet worden, dit in verband met een groot gevaar voor de volksgezondheid. De Aziatische tijgermug kan drager zijn van het virus dat o.a. knokkelkoorts (Dengue virus) en hersenvliesontsteking kan veroorzaken. Deze ziekten zijn voor de mens gevaarlijk en kunnen de dood tot gevolg hebben. Met de bestrijding van de larven van de Aziatische tijgermug wordt enerzijds bewerkstelligd dat de larven zich niet kunnen ontwikkelen tot volwassen exemplaren en m.n. werknemers in kassen kunnen steken, anderzijds wordt vestiging van deze mug in Nederland voorkomen. Daarnaast kunnen tijgermuggen een bedreiging vormen voor de biodiversiteit, omdat zij geen natuurlijke predatoren hebben.

De larven van de Aziatische tijgermug worden geïmporteerd met Dracaena sanderiana planten (Lucky Bamboo). Deze planten zijn afkomstig uit een gebied in China waar het Dengue virus endemisch is onder de Aziatische tijgermug. In het water of de gel waarin de planten worden vervoerd zijn eitjes en larven van deze mug aanwezig. Tijdens het vervoer en gedurende opstelling in kassen in Nederland ontpoppen deze larven zich tot muggen.

Bacillus thuringiensis israeliensis is op het moment de enige beschikbare werkzame stof die voldoende werkzaam is tegen de larven van de Aziatische tijgermug, maar in Nederland heeft een middel op basis van deze werkzame stof geen toelating.

In de jaren 2006 t/m 2011 heeft het ministerie van VWS een vergelijkbaar verzoek gedaan. De Plantenziektekundige dienst (PD) heeft destijds een bestrijdingsadvies opgesteld. Dit bestrijdingsadvies en het verzoek van het ministerie van VWS is toen ter advisering voorgelegd aan het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb, voorheen CTB). Het Ctgb heeft op basis van de beschikbare gegevens geconcludeerd dat er positief kan worden geadviseerd over de inzet van het middel VectobacWG, met de werkzame stof Bti tegen de Aziatische tijgermug. Gezien de vergelijkbare omstandigheden wordt gesteld dat dit advies ook geldigheid heeft voor het onderhavige verzoek.

Het Ctgb heeft ten aanzien van de risico’s voor milieu geconcludeerd dat er geen belemmeringen zijn voor de toepassing van dit middel op de aangegeven wijze (bijlage 1 bij het besluit) ter bestrijding van de Aziatische tijgermug. Er zijn onderzoeken beschikbaar over de effecten op vogels, op niet-doelwit insecten en op aquatische organismen. Geconcludeerd wordt dat Bti niet tot gering toxisch is voor deze organismen. Voor Daphnia geven de resultaten aan dat Bti matig toxisch is.

Daarnaast wordt aangegeven dat Bacillus thuringiensis species organismen zijn die van nature voorkomen in bodems. Bti is niet persistent in het milieu, de algemene bevinding is dat de werkzaamheid afneemt binnen enkele dagen tot een lage werkzaamheid na enkele weken. Bij lozing via een rioolwaterzuiveringsinstallatie (waarvan uit kan worden gegaan) voldoet de toepassing van het middel Vectobac aan de norm voor waterorganismen.

Ten aanzien van de risico’s voor de mens heeft het Ctgb geconcludeerd dat het risico bij primaire blootstelling veilig wordt geacht bij zorgvuldig gebruik van de beschermende maatregelen. Het risico bij secundaire blootstelling wordt verwaarloosbaar geacht. In verschillende studies is aangetoond dat bij (langdurige) blootstelling aan Bti nauwelijks negatieve effecten voor de mens optreden. Wel is het van belang de beschermende maatregelen bij gebruik in acht te nemen.

Op grond van artikel 7:1 Algemene wet bestuursrecht kan een belanghebbende bij dit besluit daartegen binnen zes weken na de dag waarop dit besluit bekend is gemaakt, een bezwaarschrift indienen bij het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen. Een dergelijk bezwaarschrift dient u te adresseren aan de Staatssecretaris van het ministerie van Infrastructuur en Milieu, Postbus 20901, 2500 EX Den Haag

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu Joop Atsma

Naar boven