Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 16 augustus 2012, kenmerk Z-3126502, houdende wijziging van de Regeling zorgverzekering ter verbetering van de uitvoering van de wanbetalersregeling in de Zorgverzekeringswet

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Gelet op artikel 18g, vierde lid, van de Zorgverzekeringswet;

Besluit:

ARTIKEL I

De Regeling zorgverzekering wordt als volgt gewijzigd:

A

Het eerste lid van artikel 6.5.1 alsmede de aanduiding ‘2.’ voor het tweede lid van dat artikel vervallen.

B

Artikel 6.5.2 vervalt.

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2013.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E.I. Schippers.

TOELICHTING

Artikel 6.5.1

Tijdens de parlementaire behandeling van de Wet van 18 juli 2009 tot wijziging van de Zorgverzekeringswet, de Wet op de zorgtoeslag en enige andere wetten, houdende maatregelen om ook wanbetalers voor hun zorgverzekering te laten betalen (structurele maatregelen wanbetalers zorgverzekering, Stb. 356) is besloten de bronheffing bij uitkeringen op het minimumniveau te beperken tot 100% en de resterende 30% te innen via een acceptgirokaart of door incassomaatregelen1. De achterliggende gedachte daarbij was dat voor mensen met een inkomen op minimumniveau de bronheffing van 130% problemen zou kunnen geven. Voorop stond inkomensbescherming voor deze groepen burgers en dit kon, zo was de veronderstelling, door een gedeelte te innen via bronheffing en een gedeelte door incasso. De wanbetaler zou dan zelf de acceptgiro die hij van het CJIB ontvangt, kunnen betalen. Gemeenten houden hiermee rekening door de netto-uitkering voor een burger te verhogen.

Al vrij snel na de invoering bleek dat de vermeende inkomensbescherming voor deze groepen burgers door deze werkwijze averechts uitpakte, omdat de acceptgiro in de meeste gevallen niet werd betaald. Het deurwaarderstraject dat vervolgens werd ingezet leidde tot een veelvoud aan bijkomende incassokosten, waardoor een premiebetaling van enkele tientallen euro’s kon leiden tot inning van een bedrag van enkele honderden euro’s.

In de evaluatie van bovengenoemde wet is op deze gevolgen gewezen en is de aanbeveling gedaan om deze splitsing voor lage inkomens van 100% bronheffing en 30% opslag via incasso door het Centraal Justitieel Incassobureau af te schaffen en deze doelgroepen in het reguliere proces op te nemen. Ik heb in mijn brief van 4 november 2011 aan de Tweede Kamer2 aangegeven deze aanbeveling over te nemen. Door het schrappen van de splitsing en 130% van de standaardpremie aan de bron in te houden ontvangt de burger eenzelfde netto-bedrag en wordt het traject via acceptgiro vermeden. Vooruitlopend op de aangekondigde wijziging van de regeling zijn in de loop van 2011 al veel gemeenten gestart met broninhouding van 130%.

Het College voor Zorgverzekeringen heeft mij gemeld de beëindiging van deze splitsing technisch per 1 januari 2013 te kunnen realiseren. In verband hiermee vervalt het eerste lid van artikel 6.5.1, waarin deze splitsing geregeld was.

Artikel 6.5.2

In dit artikel was in het eerste lid geregeld dat het College voor Zorgverzekeringen in voorkomende gevallen bestuursrechtelijke premie kon inhouden op de zorgtoeslag en dat een eventueel restant wordt gerestitueerd aan de rechthebbende. In het tweede lid was een uitzondering gemaakt voor de inhouding op de zorgtoeslag voor mensen met een uitkering op het minimumniveau, bedoeld in artikel 6.5.1, eerste lid.

Artikel 6.5.2, eerste lid vervalt omdat de wijze waarop de omleiding van de zorgtoeslag naar het College voor Zorgverzekeringen zal plaatsvinden, op een andere manier zal worden gerealiseerd dan toentertijd in de wetgeving was voorzien. De omleiding van de zorgtoeslag zal worden geïmplementeerd met ingang van 1 januari 2013.

Door het vervallen van artikel 6.5.1, eerste lid, dient ook artikel 6.5.2, tweede lid, te vervallen.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E.I. Schippers.


X Noot
1

Handelingen II 2008/09, nr. 47, blz. 4043

X Noot
2

Kamerstukken II 2011/12, 33077, nr. 1.

Naar boven