Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Infrastructuur en Milieu | Staatscourant 2012, 16966 | Ontheffingen |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Infrastructuur en Milieu | Staatscourant 2012, 16966 | Ontheffingen |
Datum: 13 augustus 2012
Nummer: ILT-2012/23743
De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,
Handelende in overeenstemming met de Minister van Defensie;
Gelezen het verzoek van Albatros UAS bv;
Gelet op artikel 2.1, vierde lid, en artikel 3.21 van de Wet luchtvaart;
Besluit:
1. Aan Albatros UAS bv wordt ontheffing verleend van het verbod in artikel 3.8 en 3.19a van de Wet luchtvaart voor het maken van (test)vluchten met het lichte onbemande vliegtuig, type Orbiter, s/n 2022, 2023 of 2039 zonder toegewezen nationaliteits- en inschrijvingskenmerk en zonder dat het luchtvaartuig is voorzien van een geldig bewijs van luchtwaardigheid en geluidscertificaat.
2. Ingevolge artikel 2.1, vierde lid, van de Wet luchtvaart wordt aan de navolgende medewerkers van Albatros UAS bv ontheffing verleend van het verbod in artikel 2.1, eerste lid, van de Wet luchtvaart, voor het beroepsmatig maken van (test)vluchten met het lichte onbemande vliegtuig, type Orbiter, zonder in het bezit te zijn van een geldig bewijs van bevoegdheid:
a. Harrie van Duren;
b. Bert Assink;
c. Eyal Grivsman.
Albatros UAS bv met als operationeel directeur Joop Wenstedt fungeert bij de voorbereiding en uitvoering van de vluchten als exploitant van het onbemande luchtvaartuigsysteem (UAS) Orbiter.
De exploitant zorgt er voor dat de bestuurder(s) beschikken over voldoende recente ervaring; in de voorgaande 90 dagen ten minste 3 starts, naderingen en landingen met de Orbiter met een totale vluchtduur van ten minste 2 uur. Minder recente ervaring wordt ondervangen met een opfriscursus en een proeve van bekwaamheid.
3. De opfriscursus en proeve van bekwaamheid voor het vliegen met lichte onbemande luchtvaartuigen in gebruik bij Albatros UAS bv mag worden gegeven respectievelijk afgenomen door:
a. Harrie van Duren;
b. Bert Assink.
4. Aan de ontheffing in het eerste en tweede lid zijn de voorschriften en beperkingen verbonden die zijn opgenomen in bijlage 1 bij deze beschikking.
1. Deze ontheffing wordt afgegeven voor de duur van 6 maanden, te rekenen vanaf het moment van dagtekening van deze beschikking.
2. Om in aanmerking te komen voor verlenging van de geldigheidsduur van de ontheffing moet:
a. het UAS worden gebruikt en onderhouden volgens de aanwijzingen van de fabrikant;
b. iedere vlieger ten minste twee uur als gezagvoerder van het UAS hebben gefunctioneerd, waarbij ten minste zes vluchten zijn uitgevoerd;
c. Albatros UAS bv een adequaat trainingsprogramma voor een opfriscursus en proeve van bekwaamheid hebben en gebruiken voor bestuurders van lichte onbemande luchtvaartuigen die niet aan de ervaringseis meer voldoen; en
d. zijn gewerkt in overeenstemming met deze beschikking en de van toepassing zijnde regels uit of gebaseerd op de Wet luchtvaart.
De ontheffing geldt voor:
Klasse 1 vluchtuitvoering in ‘non segregated airspace1’
Klasse 1 vluchtuitvoering bestaat uit beroepsmatig uitgevoerde vluchten met lichte onbemande luchtvaartuigen,
• die niet boven personen, constructies, gebouwen, vaartuigen of voertuigen plaatsvinden,
• waarbij de horizontale afstand tussen het onbemande luchtvaartuig en personen, constructies, gebouwen, vaartuigen en voertuigen ten minste 150 meter bedraagt en
• waarbij het luchtvaartuig binnen het gezichtsveld/Visual Line of Site (hierna te noemen: VLOS) van de piloot blijft.
VLOS wil in ieder geval zeggen dat de afstand van het luchtvaartuig tot de piloot, die het externe besturingsstation bedient, maximaal 500 meter en de vlieghoogte maximaal 120 meter boven het aardoppervlak (400 ft AGL) bedraagt.
Het lichte onbemande luchtvaartuig heeft bij klasse 1 vluchtuitvoering een maximale snelheid van 70 knopen.
De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, namens deze: De Senior Inspecteur ILT/Vergunningen, A. Schurink.
Bezwaarclausule
Indien u het niet eens bent met deze beslissing kunt u hiertegen, op grond van het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht, binnen zes weken na datum waarop deze beslissing is verzonden schriftelijk bezwaar aantekenen.
Het bezwaarschrift moet worden ondertekend en moet ten minste bevatten:
− de naam en het adres van de indiener;
− de dagtekening;
− een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht;
− de gronden van het bezwaar.
Het bezwaarschrift kunt u richten aan:
Inspectie Leefomgeving en Transport|
Team Juridische Zaken
Postbus 16191
2500 BD Den Haag
Het besturingsstation waarmee het onbemande luchtvaartuig op afstand wordt bediend en dat fysiek niet verbonden is met het onbemande luchtvaartuig.
De exploitant garandeert dat de vluchtuitvoering binnen het gezichtsveld plaatsvindt. Bij het bepalen van de maximale afstand tussen het lichte onbemande luchtvaartuig en het externe besturingsstation houdt de exploitant in ieder geval rekening met het formaat van het onbemande luchtvaartuig en de weersomstandigheden ten tijde van de vluchtuitvoering.
De afstand tussen het lichte onbemande luchtvaartuig en het externe besturingsstation waarbij het lichte onbemande luchtvaartuig en het omringende gebied op de grond en het luchtruim duidelijk door het menselijk oog kunnen worden waargenomen, zonder dat gebruik wordt gemaakt van bijzondere visus versterkende hulpmiddelen, anders dan een standaard bril of contactlenzen. Binnen gezichtsveld wil in ieder geval zeggen dat de afstand van het onbemande luchtvaartuig tot het externe besturingsstation maximaal 500 meter bedraagt.
De exploitant stelt een operationeel handboek vast op basis waarvan iedere vlucht wordt uitgevoerd.
De exploitant zorgt er voor dat de gezagvoerder altijd direct de koers en hoogte van het luchtvaartuig kan wijzigen, ook als bij normale vluchtuitvoering geen sprake is van manuele besturing van het onbemande luchtvaartuig.
De exploitant wijst voor de desbetreffende vlucht een gezagvoerder aan die het onbemande luchtvaartuig bedient met het extern besturingsstation en onder wiens verantwoordelijkheid de UAS-vlucht wordt uitgevoerd.
Voor de vlucht neemt de gezagvoerder kennis van alle gegevens en inlichtingen die voor de uitvoering van de vlucht van belang kunnen zijn.1
De exploitant wijst naast de gezagvoerder voor de desbetreffende vlucht een observant aan. Het is de taak van de observant om de gezagvoerder te voorzien van informatie over de omgeving en de daarmee samenhangende botsingsrisico’s en zo nodig daaromtrent instructies te geven.
a. Een bedrijf dat of organisatie die vluchten uitvoert met lichte UAS is verzekerd voor aansprakelijkheid bij ongevallen al dan niet resulterend in schade of letsel ten aanzien van derden.
b. Het bedrijf of de organisatie voldoet ten minste aan de verzekeringseisen zoals deze zijn vastgelegd in Verordening (EG) nr. 785/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004, betreffende de verzekeringseisen voor luchtvervoerders en exploitanten van luchtvaartuigen.
De exploitant stelt voor iedere vlucht ten minste één veilige positie voor het onbemande luchtvaartuig vast voor die gevallen, waarbij de communicatie tussen het onbemande luchtvaartuig en het externe besturingsstation wordt verbroken.
De exploitant stelt voor iedere vlucht een plan vast waaruit in ieder geval volgt dat de risico’s worden gemitigeerd van een mogelijke botsing met overig luchtverkeer dan wel personen en gebouwen op de grond.
1. De exploitant meldt voorvallen en ernstige incidenten binnen 72 uur aan het Analyse Bureau Luchtvaartvoorvallen van de Inspectie Leefomgeving en Transport ingevolge de Regeling melding voorvallen in de burgerluchtvaart. Zie www.ilent.nl onder ‘luchtvaart voorval melden’ en www.ais-netherlands.nl voor AIC-B 02/10.
2. Ongevallen (=met gewonde(n) of dode(n)) moeten (na de hulpverleningsoproep) direct worden gemeld aan
a. de OVV via 0800 MELDOVV of 0800 6353 688, en
b. de crisiscoördinator van ILT 070 456 3434.
3. De exploitant meldt ook alle incidenten (inclusief risicovolle situaties die goed afliepen) aan Aeronautics Ltd. in het kader van veiligheidsmanagement.
De exploitant draagt ervoor zorg dat iedere geplande vluchtuitvoering op een terrein aangewezen voor tijdelijk en uitzonderlijk gebruik wordt gemeld bij de Inspectie via een e-mail aan meldingtug@ilent.nl. Ingevolge artikel 35, derde lid, van de Regeling veilig gebruik luchthavens en andere terreinen meldt de houder van de ontheffing ten minste 24 uur voor de dag dat het terrein zal worden gebruikt dit voornemen schriftelijk of per e-mail aan de minister en de burgemeester van de gemeente waarin het desbetreffende terrein ligt. De melding aan de minister kan worden gedaan door het sturen van een e-mail aan meldingtug@ilent.nl.
Het is de verantwoordelijkheid van de exploitant dat voldoende voor de vluchtuitvoering met dit luchtvaartuig opgeleid gekwalificeerd en vakkundig personeel wordt ingezet bij de lichte UAS vluchtuitvoering.
UAS vluchtuitvoering vindt uitsluitend plaats gedurende de daglichtperiode, genoemd in artikel 1 van het Luchtverkeersreglement en gepubliceerd in de luchtvaartgids (zie www.ais-netherlands.nl onder GEN 2.7).
De vluchten worden uitgevoerd onder algemene en zichtvliegvoorschriften2 en uitsluitend binnen luchtruim met de klasse G, voor zover daarvan niet wordt afgeweken in de volgende onderdelen van deze voorschriften.
De vlucht wordt uitgevoerd rekening houdend met beperkingen en verboden op grond van artikel 5.10 van de Wet luchtvaart.
De vlucht wordt uitgevoerd op zodanige hoogte dat het altijd mogelijk is een noodlanding uit te voeren zonder personen of zaken op het aardoppervlak in gevaar te brengen, maar niet hoger dan 120 meter boven de grond of het water (400 ft AGL).
a. De maximumhoogte van 400 ft AGL mag worden overschreden, of
b. Er mag worden gevlogen in luchtruim met de klasse E of D
wanneer voor dit doel een bijzonder luchtverkeersgebied is ingesteld op basis van artikel 5.10 van de Wet luchtvaart of artikel 8 van het Luchtverkeersreglement,
1. De vlucht wordt slechts uitgevoerd onder omstandigheden en op locaties waarbij de bestuurder vanaf de grond tijdens de gehele vlucht goed zicht heeft op het lichte onbemande luchtvaartuig en het luchtruim daaromheen of ten minste een reëel beeld heeft van de positie van het luchtvaartuig en de omgeving zodat de bestuurder zo nodig tijdig een uitwijkmanoeuvre kan uitvoeren, zonder dat daarbij hulpmiddelen hoeven te worden gebruikt met uitzondering van een bril of contactlenzen of de afstand van 500 meter wordt overschreden.
2. Het grondzicht is daarbij ten minste 1,5 km en het UAS blijft vrij van wolken inclusief flarden.
De bestuurder of de gezagvoerder moet door het systeem worden voorzien van informatie over de hoogte ten opzichte van grond of water of ten opzichte van het gemiddeld zeeniveau waarop het luchtvaartuig zich bevindt.
Personeel dat gemoeid is met de vluchtvoorbereiding of -uitvoering van het lichte UAS werkt niet met het systeem, indien er sprake is van een omstandigheid waarbij vermoeidheid of een gevoel van niet fit zijn een gevaar voor de luchtwaardigheid of de vlucht zou kunnen opleveren.
De exploitant controleert het UAS, onderhoudt het of laat het onderhouden en zo nodig modificeren volgens de aanwijzingen van de fabrikant.
Ingevolge artikel 1a, eerste lid, onder c, van het Luchtverkeersreglement (LVR), zijn de titels 5.1 en 5.2 van de Wet luchtvaart en dit besluit (het Luchtverkeersreglement), met uitzondering van het tweede en derde lid en de artikelen 20 en 63, niet van toepassing op de volgende luchtvaartuigen:
(.../...)
licht onbemand luchtvaartuig, niet zijnde een modelluchtvaartuig of onbemande vrije ballon, zijnde een luchtvaartuig waarvan de totale startmassa niet meer dan 150 kilogram bedraagt en de maximale snelheid lager is dan 129,64 km/u (70 knopen);
Ingevolge artikel 2.1, eerste lid, van de Wet luchtvaart is het verboden een luchtvaartuig te bedienen zonder het daarvoor geldige bewijs van bevoegdheid of geldige bewijs van gelijkstelling.
Ingevolge artikel 2.1, vierde lid, van de Wet luchtvaart kan de Minister van Verkeer en Waterstaat ontheffing verlenen van het bepaalde bij of krachtens dit artikel. (.../...)
Aan de ontheffing kunnen voorschriften of beperkingen worden verbonden.
Ingevolge artikel 5.3 van de Wet luchtvaart is het verboden op zodanige wijze aan het luchtverkeer deel te nemen (.../...) dat daardoor personen of zaken in gevaar worden of kunnen worden gebracht.
Het onbemande luchtvaartuig systeem Orbiter is een licht onbemand luchtvaartuig, als bedoeld in artikel 1a, eerste lid, onder c, van het Luchtverkeersreglement.
Ingevolge artikel 20, tweede lid, onder e, van het Luchtverkeersreglement verlenen luchtvaartuigen, bedoeld in artikel 1a, (.../...) voorrang aan vliegtuigen, helikopters, vrije ballonnen, zweeftoestellen en luchtschepen.
Het terrein waarvan wordt gestart en waarop wordt geland met het UAS moet voldoen aan de eisen in artikel 33 van de Regeling veilig gebruik luchthavens en andere terreinen (zie www.overheid.nl).
Ingevolge de Regeling Burgerluchthavens en Militaire Luchthavens en de gewijzigde Wet luchtvaart is een Regeling (voor permanent gebruik) of ‘ontheffing tijdelijk en uitzonderlijk gebruik’ nodig van de provincie. Deze vergunningen zullen (voor zover nog niet aanwezig) door Albatros UAS bv zelf moeten worden aangevraagd bij de desbetreffende provincie(s).
Artikel 5.5 van de Wet luchtvaart is ook van toepassing en biedt o.a. een basis voor het LVR.
Uit artikel 35, derde lid, van de Regeling veilig gebruik luchthavens en andere terreinen volgt:
(.../...)
De houder van de ontheffing (van de Provincie) meldt ten minste 24 uur voor de dag dat het terrein zal worden gebruikt dit voornemen schriftelijk of per e-mail aan de minister en de burgemeester van de gemeente waarin het betreffende terrein ligt. De melding aan de minister gaat via meldingtug@ilent.nl.
Volgens artikel 3.8 van de Wet luchtvaart is het verboden een vlucht uit te voeren met een luchtvaartuig dat niet luchtwaardig is of niet is voorzien van een geldig bewijs van luchtwaardigheid. Volgens artikel 3.19a van de Wet luchtvaart is het verboden een vlucht uit te voeren met een burgerluchtvaartuig dat niet voldoet aan de geldende geluidseisen of niet is voorzien van een geldig voor dat luchtvaartuig afgegeven geluidscertificaat.
Artikel 3.21 van de Wet luchtvaart geeft de minister de mogelijkheid om op aanvraag van de houder (van een luchtvaartuig) ontheffing te verlenen van de bij of krachtens paragraaf 3.2.1 gestelde regels, wanneer door bijzondere omstandigheden die regels in redelijkheid geen toepassing kunnen vinden en de veiligheid van het luchtverkeer met het verlenen van de ontheffing niet in gevaar wordt gebracht. Aan de ontheffing kunnen voorschriften of beperkingen worden verbonden. Een dergelijke ontheffing wordt ingetrokken wanneer de redenen waarom de ontheffing is verleend zijn komen te vervallen, of de houder van de ontheffing de daaraan verbonden voorschriften of beperkingen niet naleeft.
De ontheffingen zijn niet gebaseerd op een verdrag of andere internationale overeenkomst en geven daarom geen rechten buiten het vluchtinformatiegebied Amsterdam.
Motivering
Het innovatieve karakter van de vluchtuitvoering met de Orbiter door Albatros UAS bv en het ontbreken van een aantal specifieke voorschriften in de huidige wet- en regelgeving voor UAS aangaande bewijzen van bevoegdheid en luchtwaardigheid, vluchtuitvoering en gebruik van het luchtruim maken dat de Inspectie Leefomgeving en Transport (hierna te noemen: de Inspectie) van oordeel is dat maatwerk noodzakelijk is om Klasse 1 vluchtuitvoering van een Orbiter door Albatros UAS bv binnen Nederland mogelijk te maken.
De in de beschikking genoemde medewerkers van Albatros UAS bv zijn theoretisch en praktisch opgeleid door Aeronautics Ltd. en beschikken ook over praktische ervaring in de bemande luchtvaart.
De Inspectie beoordeelt, op basis van het bovenstaande, de ervaring en de kwalificatie van de vliegers van Albatros UAS en de gebleken kwaliteit van het systeem tijdens de tot op heden uitgevoerde vluchten met het Unmanned Aircraft System (UAS) Orbiter als voldoende om Klasse 1 (test)vluchten te kunnen uitvoeren op een dusdanige wijze dat het luchtverkeer niet in gevaar wordt gebracht.
Zoals weersomstandigheden en -verwachtingen, ter plaatse geldende luchtverkeersregels en eventuele bijzondere omstandigheden, bekendgemaakt in berichten aan luchtvarenden (NOTAMS).
In respectievelijk afdeling 2 en 3 van het Luchtverkeersreglement en onderliggende regelingen met de mogelijkheid om in klasse G luchtruim te vliegen met een vliegzicht van 1,5 km (Regeling luchtverkeersdienstverlening – artikel 18).
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2012-16966.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.