Opsporingsvergunning koolwaterstoffen blok F9

21 november 2011

Nr. ETM/EM/11162965

De Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,

Procesverloop:

  • Cirrus Energy Nederland B.V. , thans Oranje-Nassau Energy B.V. (hierna: ONE) heeft per brief van 23 december 2010 en ook die dag ontvangen een aanvraag ingediend voor het opsporen van koolwaterstoffen ingevolge artikel 6, van de Mijnbouwwet voor blok F9, welk blok is aangegeven op de als bijlage 3 van de Mijnbouwregeling gevoegde kaart;

  • In het Publicatieblad van de Europese Unie van 27 april 2011 (2011/C 124/08) en in de Staatscourant van 9 mei 2011, nr. 8071 is een uitnodiging geplaatst voor het indienen van concurrerende aanvragen voor een opsporings-vergunning voor het blok F9;

  • Binnen de periode van dertien weken na publicatie van bovengenoemde uitnodiging in het Publicatieblad van de Europese Unie en in de Staatscourant zijn geen concurrerende aanvragen ingediend;

  • Staatstoezicht op de mijnen (hierna: Sodm) heeft op verzoek van de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie op 8 augustus 2011 advies uitgebracht (kenmerk: 11116152);

  • TNO, adviesgroep EZ (hierna: TNO) heeft op verzoek van de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie op 23 augustus 2011 advies uitgebracht (kenmerk: AGE 11-10.058);

  • De Mijnraad heeft op verzoek van de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie op 15 november 2011 advies uitgebracht (kenmerk MIJR/11154165) conform artikel 105, derde lid van de Mijnbouwwet.

Gelet op de artikelen 6, 7, 9, 11, eerste tot en met het derde lid, 12, 13, eerste lid, 15, 17, en 105, derde lid van de Mijnbouwwet, alsmede de artikelen 1.3.1, 1.3.7 en 1.3.11 van de Mijnbouwregeling;

Besluit:

Artikel 1

Aan Oranje-Nassau Energy B.V. wordt een opsporingsvergunning voor koolwaterstoffen verleend.

Artikel 2

De vergunning geldt voor het blok F9, welk blok is aangegeven op de kaart die als bijlage 3 bij de Mijnbouwregeling is gevoegd.

Artikel 3

De vergunninghouder geeft uitvoering aan het werkprogramma dat onderdeel uitmaakt van de op 23 december 2010 ontvangen aanvraag.

Artikel 4

De vergunninghouder neemt bij de uitvoering van het werkprogramma de volgende voorwaarden in acht:

  • binnen twee jaar na het onherroepelijk worden van de vergunning deelt de vergunninghouder schriftelijk aan de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie de plaats waar de boring zal worden verricht mee, onder vermelding van tijdstip, geologische structuur en diepte;

  • uiterlijk in het derde jaar na het onherroepelijk worden van de vergunning wordt een boring geplaatst.

Artikel 5

De vergunning geldt vanaf het tijdstip waarop zij in werking is getreden tot vier jaar na het tijdstip waarop zij onherroepelijk is geworden.

Artikel 6

De vergunning treedt in werking met ingang van de dag na die waarop de beschikking is bekendgemaakt.

Deze beschikking wordt bekendgemaakt door toezending aan de aanvrager.

Van deze beschikking wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.

De Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, namens deze: P. Jongerius, Themacoördinator mijnbouw en mijnbouwklimaat directie Energiemarkt.

Tegen dit besluit kan degene wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken binnen 6 weken na verzending van dit besluit een gemotiveerd bezwaarschrift indienen bij de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, Directie Wetgeving en Juridische zaken (ALP: X/50), Postbus 20101, 2500 EC Den Haag.

Dit besluit is verzonden op de in de aanhef vermelde datum.

Naar boven