De Minister van Veiligheid en Justitie,
Gelet op de artikelen 10:3, 10:9, eerste lid, en 10:12 van de Algemene wet bestuursrecht;
Besluit:
ARTIKEL I
De Mandaatregeling Ministerie van Veiligheid en Justitie 2011 wordt gewijzigd als
volgt:
A
Aan artikel 3 worden twee leden toegevoegd, luidende:
-
4. In afwijking van het tweede lid kunnen de hoofden van de clusters hun ondermandaat
inzake de aangelegenheden, bedoeld in artikel 5, tweede lid, onderdeel a, van de Organisatieregeling,
doorgeven aan de directeur Wetgeving en Juridische Zaken. Het ondermandaat kan steeds
één hiërarchisch niveau worden doorgegeven.
-
5. In afwijking van het tweede lid kunnen de hoofden van de clusters, bedoeld in artikel
2, onder a en b, van de Organisatieregeling, het ondermandaat inzake verzoeken op
grond van de Wet bescherming persoonsgegevens, verzoeken op grond van de Wet openbaarheid
van bestuur, klachten, subsidiebesluiten, beleidsregels en, met inachtneming van artikel
2, onder f, Nationale ombudsmanprocedures, doorgeven aan de directeur Wetgeving en
Juridische Zaken. Het ondermandaat kan steeds één hiërarchisch niveau worden doorgegeven.
B
Artikel 5 komt te luiden:
Artikel 5
De directeur Wetgeving en Juridische Zaken wordt aangewezen als loco-secretaris-generaal.
ARTIKEL II
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van
de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
TOELICHTING
Artikel I
Met ingang van 1 april 2012 heeft de nieuwe organisatorische vormgeving van de Directie
Wetgeving en Juridische Zaken (DWJZ) zijn beslag heeft gekregen in de Organisatieregeling
Ministerie van Veiligheid en Justitie 2011. Een deel van de centrale juridische taken
is centraal belegd bij DWJZ, Ingevolge artikel 5, tweede lid, onder a, van de Organisatieregeling
Ministerie van Veiligheid en Justitie 2011 (hierna: Organisatieregeling) is DWJZ belast
met het in ondermandaat dan wel met volmacht of machtiging van de hoofden van de clusters
behandelen van bezwaar- en beroepschriften, verzoeken om voorlopige voorziening, aansprakelijkstellingen,
verzoeken om schadevergoeding en civielrechtelijke procedures.
De nieuwe organisatorische vormgeving noodzaakt tot aanpassing van de Mandaatregeling
Ministerie van Veiligheid en Justitie 2011 (hierna: Mandaatregeling) op enkele punten.
De huidige systematiek van de Mandaatregeling gaat uit van ondermandaatverlening van
de secretaris-generaal aan de clusterhoofden. De clusterhoofden kunnen het ondermaat
vervolgens steeds één hiërarchisch niveau verder doorgeven (artikel 3, eerste en tweede
lid van de Mandaatregeling). Om rechtstreekse ondermandaatverlening van de clusterhoofden
aan de directeur Wetgeving en Juridische Zaken met betrekking tot de in artikel 5,
tweede lid, onder a, van de Organisatieregeling genoemde werkzaamheden mogelijk te
maken wordt artikel 3 aangevuld met een nieuw vierde lid.
DWJZ voert naast de hiervoor genoemde centrale juridische taken een aantal decentrale
juridische taken uit voor het SG-cluster en het pSG-cluster. Het betreft werkzaamheden
als Wbp-verzoeken, WOB-verzoeken, klachten, Nationale ombudsmanprocedures, subsidiebeschikkingen,
beleidsregels, beleidsjuridische advisering en burgerbrieven. Het nieuwe artikel 3,
vijfde lid, strekt ertoe rechtstreekse verlening van ondermandaat door de secretaris-generaal
en de plaatsvervangend secretaris-generaal aan de directeur Wetgeving en Juridische
Zaken mogelijk te maken met betrekking tot deze werkzaamheden.
De aanpassing van artikel 5 is noodzakelijk geworden na de wijziging van de Organisatieregeling
Ministerie van Veiligheid en Justitie 2011 van 2 april 2012 (Stcrt. 2012, nr. 7061).
De Minister van Veiligheid en Justitie,
I.W. Opstelten.