Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Ministerie van Infrastructuur en MilieuStaatscourant 2012, 14093Besluiten van algemene strekking

Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, van 3 juli 2012, nr. IENM/BSK-2012/109658, houdende omzetting van bepalingen omtrent het luchthavenluchtverkeer uit het aanwijzingsbesluit van de luchthaven Eelde, in verband met de vernieuwing van de regelgeving voor burgerluchthavens en militaire luchthavens (Omzettingsregeling luchthaven Eelde)

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,

Gelet op artikel X van de Wet van 18 december 2008 houdende wijziging van de Wet luchtvaart inzake vernieuwing van de regelgeving voor burgerluchthavens en militaire luchthavens en de decentralisatie van bevoegdheden voor burgerluchthavens naar het provinciaal bestuur (Regelgeving burgerluchthavens en militaire luchthavens) (Stb. 2008, 561);

Besluit:

HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1

  • 1. In deze regeling wordt verstaan onder:

    circuitvlucht:

    vliegtuigbewegingen in de onmiddellijke omgeving van de luchthaven, in het bijzonder verband houdend met het starten, het oefenen voor het landen en het landen;

    exploitant:

    Groningen Airport Eelde N.V.;

    lesvlucht:

    vlucht onder leiding van een instructeur om vliegvaardigheid te verkrijgen;

    oefenvlucht:

    solovlucht voor het verkrijgen dan wel behouden van vliegvaardigheid;

    proefvlucht:

    vlucht die wordt uitgevoerd ter beproeving van de eigenschappen en goede werking van een luchtvaartuig of voor de levering van bewijs van het voldoen aan de luchtwaardigheidsvoorschriften;

    straalvliegtuig:

    een vliegtuig waarbij de voortstuwing direct door ten minste één straalmotor wordt verzorgd;

    wet:

    wet van 18 december 2008, houdende wijziging van de Wet luchtvaart inzake vernieuwing van de regelgeving voor burgerluchthavens en militaire luchthavens en de decentralisatie van bevoegdheden voor burgerluchthavens naar het provinciaal bestuur.

  • 2. In deze regeling wordt verstaan onder daglichtperiode, helikopter, vliegtuig en vrije ballon hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Luchtverkeersreglement.

  • 3. Het gebruiksjaar betreft de periode van 1 april van enig jaar tot 1 april van het daarop volgende jaar.

HOOFDSTUK 2. LUCHTHAVEN

Artikel 2

  • 1. Deze regeling is van toepassing op de luchthaven Eelde.

  • 2. Het luchthavengebied is aangegeven op de kaart in bijlage 1 bij deze regeling.

Artikel 3

  • 1. Op de luchthaven zijn de volgende verharde start- en landingsbanen gelegen:

    • a. baan 23-05, gelegen in de geografische richting 052°, met een lengte van 2.500 meter en een breedte van 45 meter;

    • b. baan 19-01, gelegen in de geografische richting 009°, met een lengte van 1.500 meter en een breedte van 45 meter.

  • 2. De in het eerste lid, onder a, bedoelde baan is voor het luchtverkeer ingedeeld onder codenummer 4 en codeletter E en de in het eerste lid, onder b, bedoelde baan is ingedeeld onder codenummer 3 en codeletter C, als bedoeld in bijlage 14, deel 1, van het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart (Trb. 1973, 109). Het banenstelsel is aangegeven op de kaart in bijlage 1 bij dit besluit.

HOOFDSTUK 3. REGELS EN GRENSWAARDEN

Artikel 4

  • 1. Het gebruik of doen gebruiken van de luchthaven is niet toegestaan:

    • a. van maandag tot en met vrijdag in de periode van 23.00 tot 06.30 uur: banen 23-05 en 19-01;

    • b. op zaterdagen, zondagen en officiële feestdagen in de periode van 23.00 tot 07.30 uur: banen 23-05 en 19-01;

    • c. in de periode, niet zijnde de daglichtperiode: baan 19-01.

  • 2. Het eerste lid geldt niet voor luchtvaartuigen die in nood verkeren of ten behoeve van reddingsacties, hulpverlening of medische vluchten zijn ingezet, indien een onmiddellijke start of landing is vereist.

  • 3. Het eerste lid geldt niet voor het uitvoeren van landingen tussen 23.00 en 24.00 uur door luchtvaartuigen van luchtvaartmaatschappijen die commerciële vluchten uitvoeren en die volgens schema eerder dan 23.00 uur hadden moeten arriveren, voor zover sprake is van onverwachte vertragende omstandigheden, die op het moment van vertrek redelijkerwijs niet voorzien hadden kunnen worden.

  • 4. Het eerste lid geldt niet voor het uitvoeren van starts tussen 23.00 en 24.00 uur door luchtvaartuigen van luchtvaartmaatschappijen die commerciële verkeersvluchten uitvoeren en die volgens schema eerder dan 23.00 uur hadden moeten vertrekken, voor zover sprake is van:

    • a. een technische storing van het luchtvaartuig dan wel van de luchtvaarttechnische gronduitrusting; of

    • b. extreme meteorologische omstandigheden die een vertraging van de start volgens het schema rechtvaardigen.

Artikel 5

  • 1. Het uitvoeren van circuitvluchten als onderdeel van proef-, les-, dan wel oefenvluchten, met vliegtuigen met schroefaandrijving met een maximaal toegelaten totaalmassa van minder dan 6.000 kg vindt plaats van maandag tot en met zaterdag van 08.00 tot 22.00 uur en op zon- en officiële feestdagen van 10.00 tot 19.00 uur.

  • 2. Het uitvoeren van circuitvluchten als onderdeel van les- dan wel oefenvluchten met vliegtuigen met schroefaandrijving met een maximaal toegelaten totaalmassa van 6.000 kg of meer en straalvliegtuigen is verboden.

  • 3. Het uitvoeren van circuitvluchten als onderdeel van proefvluchten met vliegtuigen met schroefaandrijving met een maximaal toegelaten totaalmassa van 6.000 kg of meer en straalvliegtuigen vindt plaats van maandag tot en met vrijdag van 08.00 tot 20.00 uur, niet zijnde officiële feestdagen en zodanig dat het aantal van de bedoelde circuitvluchten niet meer dan 43 per jaar bedraagt.

  • 4. Ten aanzien van het gebruik van de luchthaven gelden in de periode van 15 april tot 16 september de volgende aanvullende voorschriften, waarbij de genoemde tijden plaatselijke tijden betreffen:

    Het uitvoeren van vluchten met het doel valschermspringen te beoefenen met burgervliegtuigen, is verboden:

    • 1. op maandag tot en met vrijdag;

    • 2. op zaterdag vóór 09.00 uur en na 20.00 uur;

    • 3. op zon- en erkende feestdagen vóór 10.00 uur en na 20.00 uur.

Artikel 6

  • 1. Op de luchthaven is incidenteel gebruik door militaire les- en transportvliegtuigen alsmede militaire helikopters tot een maximum van 400 bewegingen per gebruiksjaar toegestaan, indien en voorzover deze bewegingen plaatsvinden ten behoeve van vluchten die humanitair dan wel operationeel noodzakelijk zijn.

  • 2. Militaire les- en oefenvluchten met straalvliegtuigen dan wel met vliegtuigen met een maximaal toegelaten startmassa van meer dan 6.000 kg, anders dan ter voorbereiding van één of meer geplande of voorziene vluchten, bedoeld in het eerste lid, zijn niet toegestaan.

  • 3. De artikelen 4 en 5 zijn van overeenkomstige toepassing op het militair medegebruik.

Artikel 7

De ligging van de handhavingspunten, bedoeld in artikel X, eerste en tweede lid, van de wet, en de grenswaarden voor de geluidbelasting op die punten, zijn opgenomen op de kaart onderscheidenlijk in de tabel in bijlage 1 bij deze regeling.

HOOFDSTUK 4. RUIMTELIJKE BEPERKINGEN

Artikel 8

De beperkingengebieden, bedoeld in artikel X, vijfde lid, van de wet, zijn aangegeven op de kaarten in bijlage 2 en 3 bij deze regeling.

HOOFDSTUK 5. SLOTBEPALINGEN

Artikel 9

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 augustus 2012.

Artikel 10

Deze regeling wordt aangehaald als: Omzettingsregeling luchthaven Eelde.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, J.J. Atsma.

BIJLAGE 1, BEDOELD IN DE ARTIKELEN 2, 3 EN 7 VAN DE OMZETTINGSREGELING LUCHTHAVEN EELDE: LIGGING VAN DE BAAN EN PLAATS VAN DE HANDHAVINGSPUNTEN, GRENSWAARDEN IN HANDHAVINGSPUNTEN

BIJLAGE 2, BEDOELD IN ARTIKEL 8 VAN DE OMZETTINGSREGELING LUCHTHAVEN EELDE: HET BEPERKINGENGEBIED TEN GEVOLGE VAN DE KE-ZONE

BIJLAGE 3, BEDOELD IN ARTIKEL 8 VAN DE OMZETTINGSREGELING LUCHTHAVEN EELDE: HET BEPERKINGENGEBIED TEN GEVOLGE VAN DE BKL-ZONE

TOELICHTING

Algemeen

1. Inleiding

In artikel X van de Wet van 18 december 2008, houdende wijziging van de Wet luchtvaart inzake vernieuwing van de regelgeving voor burgerluchthavens en militaire luchthavens en de decentralisatie van bevoegdheden voor burgerluchthavens naar het provinciaal bestuur (Regelgeving burgerluchthavens en militaire luchthavens) (Stb. 2008, 561), in deze toelichting verder ‘de wet RBML’, is voorzien in omzettingsregelingen voor luchthavens die op het moment van inwerkingtreding van deze wet zijn aangewezen op grond van artikel 18 van de Luchtvaartwet.

De bedoeling van de wetgever met het vaststellen van deze omzettingsregelingen is dat zo spoedig mogelijk na inwerkingtreding van de wet RBML het nieuwe stelsel van bepalingen voor luchthavens van toepassing wordt. De omzettingsregelingen vormen een soort overgangsbesluiten tussen de aanwijzingsbesluiten die in het verleden op grond van de Luchtvaartwet zijn vastgesteld en de luchthavenbesluiten of luchthavenregelingen die voor desbetreffende luchthavens op grond van de nieuwe regelgeving moeten worden vastgesteld. Artikel XIII van de wet RBML bepaalt dat het vaststellen van een luchthavenbesluit in ieder geval binnen 5 jaar na inwerkingtreding van deze wet dient te geschieden.

Op het moment dat een omzettingsregeling in werking treedt, vervalt het aanwijzingsbesluit. De handhaving van de omzettingsregeling vindt plaats op basis van de bepalingen bij of krachtens de Wet luchtvaart, die inmiddels uitgebreid is met de bepalingen van de wet RBML. Indien het een burgerluchthaven van nationale betekenis betreft, zoals de luchthaven Eelde, blijft de handhaving van de bepalingen uit de omzettingsregeling bij het Rijk.

De omzettingsregeling blijft van kracht tot het moment waarop voor de luchthaven een luchthavenbesluit is vastgesteld en deze in werking is getreden.

2. De omzetting van gebruiksbepalingen van het aanwijzingsbesluit

De wet RBML geeft in artikel X aan welke bepalingen van het aanwijzingsbesluit moeten worden opgenomen in de omzettingsregeling. Het betreft allereerst de gebruiksruimte van de luchthaven. Deze is in de aanwijzingsbesluiten vastgelegd in de 35 Ke-geluidszone en/of de 47 Bkl-geluidszone. In de omzettingsregelingen wordt deze gebruiksruimte vastgelegd in grenswaarden in de handhavingspunten in het verlengde van de start- en landingsbaan. In het geval een bebouwde kom is gelegen op of in de nabijheid van de 35 Ke-geluidszone worden tevens handhavingspunten met grenswaarden in de buurt van deze bebouwde kom vastgelegd.

Uitgangspunt bij de omzetting van de aanwijzingen in omzettingsregelingen is dat geen wijziging plaatsvindt in de vergunde gebruiksruimte en gebruiksregels van de luchthaven. Met het oog hierop is de invoerset die bij de vaststelling van de geluidszone in de aanwijzing is gebruikt (het aantal vliegtuigbewegingen, het soort luchtvaartuigen, de tijdstippen waarop gevlogen wordt, het feit of het om starts of landingen gaat), ook gebruikt bij het bepalen van de grenswaarden in de handhavingspunten die in de omzettingsregeling worden opgenomen.

De grenswaarden in de handhavingspunten zijn berekend overeenkomstig het Voorschrift voor de berekening van de Lden-geluidbelasting in dB(A) voor overige burgerluchthavens (bijlage 1 bij de Regeling burgerluchthavens).

Voorts worden in de omzettingsregeling de geldende bepalingen en voorschriften uit het aanwijzingsbesluit opgenomen die betrekking hebben op de geografische aanduiding, de ligging en de lengte van de start- en landingsbaan, het codenummer en de codeletter bedoeld voor het aanduiden van de op de luchthaven aanwezige faciliteiten voor het veilig opstijgen en landen van luchtvaartuigen, de gebruiksmogelijkheden en de openstellingstijden. Tevens worden de geldende ontheffingen, verstrekt op grond van artikel 33, tweede lid, of 34, tweede lid, van de Luchtvaartwet, opgenomen en wordt het gebruiksjaar vastgesteld. Deze bepalingen worden op grond van artikel X, vierde lid, van de wet RBML aangemerkt als de bepalingen omtrent het luchthavenluchtverkeer, bedoeld in artikel 8.43, tweede lid, onderdeel a, van de Wet luchtvaart.

Gezien het feit dat de omzettingsregeling een 1 op 1 omzetting van de gebruiksbepalingen van het aanwijzingsbesluit betreft waaruit geen nieuwe rechtsgevolgen voortvloeien, heeft de wetgever bepaald dat tegen de omzettingsregeling geen mogelijkheid van een bezwaarschriftprocedure of een beroep op de bestuursrechter openstaat. De omzettingsregeling is via artikel IV van de wet RBML op de zogenaamde negatieve lijst van de Algemene wet bestuursrecht geplaatst.

3. Omzetting ruimtelijke beperkingen rondom de luchthaven

Op grond van artikel X, vijfde lid, worden de gebieden die zijn gelegen binnen de 35 Ke- en 47 Bkl-geluidscontour aangemerkt als beperkingengebied bedoeld in artikel 8.47, eerste lid, van de Wet luchtvaart. In deze beperkingengebieden blijven in het kader van de overgangssituatie de ruimtelijke beperkingen van het Besluit geluidsbelasting grote luchtvaart (Bggl) onderscheidenlijk het Besluit geluidsbelasting kleine luchtvaart (Bgkl) gelden. Op deze wijze blijven de ruimtelijke beperkingen die zijn vastgelegd in het aanwijzingsbesluit van de toenmalige Minister van VROM (de RO-aanwijzing) in stand en wordt planologische rust in de omgeving van een luchthaven gecreëerd tot het moment dat het bevoegde gezag in een eerste luchthavenbesluit over de ruimtelijke ontwikkeling van de omgeving van een luchthaven beslist. Op dat moment zullen ook ruimtelijke beperkingen in het kader van de vliegveiligheid en de externe veiligheid van de luchthaven worden vastgesteld.

Teneinde te kunnen bepalen op welke gebieden de bepalingen van het Bggl en het Bgkl van toepassing zijn, zijn op een kaart in een bijlage bij de omzettingsregeling de beperkingengebieden weergegeven voor de luchthaven waarop deze regeling betrekking heeft.

4. Omzettingsregeling versus aanwijzingsbesluit

Als de omzettingsregeling vergeleken wordt met het aanwijzingsbesluit en de ontheffingen, kunnen de volgende afwijkingen worden geconstateerd:

  • Soms wijken terminologie en definities af, omdat thans is aangesloten bij terminologie en definities zoals gehanteerd in de Wet luchtvaart;

  • Het normenstelsel is anders, omdat de Bkl- en/of Ke-zones zijn vervangen door Lden-grenswaarden in handhavingspunten;

  • Bepalingen omtrent routering en vluchtuitvoering komen niet terug in de omzettingsregeling. Deze bepalingen hebben betrekking op het gebruik van het luchtruim, waarvoor de bepalingen bij of krachtens hoofdstuk 5 van de Wet luchtvaart gelden. Het Rijk blijft het bevoegd gezag voor het vaststellen en handhaven van regels op basis van dit hoofdstuk. De bepalingen hieromtrent zijn per luchthaven opgenomen in de luchtvaartgids (AIP);

  • Bepalingen omtrent rapportage en handhaving zijn in de omzettingsregeling niet meer nodig. Reden hiervoor is dat het handhavingsstelsel van de Wet luchtvaart van kracht is, dat is uitgewerkt in de Regeling burgerluchthavens. Daarin is onder meer bepaald dat de exploitant vier keer per jaar moet rapporteren en dat deze termijn bij dreigende overschrijding van de grenswaarden aangepast kan worden;

  • Bepalingen omtrent terbeschikkingstelling van lokalen of grond en de inrichting van de luchthaven zijn thans opgenomen in hoofdstuk 8a van de Wet luchtvaart en in de Regeling veilig gebruik luchthavens en andere terreinen en worden derhalve niet meegenomen in de omzettingsregeling;

  • De bepaling dat de luchthaven is aangewezen voor openbaar nationaal burgerluchtverkeer en voor internationaal burgerluchtverkeer dan wel burgerluchtverkeer van en naar landen die partij zijn bij het akkoord van Schengen wordt niet meer opgenomen in de omzettingsregeling. Het (beperkt) openbaar karakter van de luchthaven is centraal vastgelegd in artikel 8.51 jo. 8.24a van de Wet luchtvaart en de nationale en internationale regelgeving met betrekking tot grensposten.

5. Onderscheid tussen grenswaarden en regels.

De gebruiksmogelijkheden van de luchthavens zoals opgenomen in de aanwijzingsbesluiten zijn in de omzettingsregelingen vastgelegd in grenswaarden en regels. In de systematiek van de wet RBML, zoals opgenomen in hoofdstuk 8 van de Wet luchtvaart, bestaat een belangrijk onderscheid in de toepassing en handhaving van regels en grenswaarden.

Grenswaarden

De grenswaarden geven de exploitant, de gebruikers en eventueel de luchtverkeersdienstverlening gezamenlijk een milieugebruiksruimte. De grenswaarden richten zich tot alle sectorgenoten en zijn niet gericht tot één bepaalde sectorgenoot. De veroorzaakte belasting voor de omgeving vloeit immers voort uit het samengestelde gedrag van de exploitant, de gebruikers en eventueel de luchtverkeersdienstverlening. Als een grenswaarde wordt overschreden, is het niet zo zeer van belang wie dat veroorzaakt heeft, als wel dat er een maatregel wordt getroffen die erop is gericht dat in de toekomst een overschrijding niet meer voorkomt. Het treffen van een maatregel kan ook inhouden dat er geen maatregel opgelegd wordt, indien geen overschrijding meer wordt voorzien. De bevoegdheid tot het opleggen van een maatregel is voor de luchthaven Eelde neergelegd bij de minister van Infrastructuur en Milieu (verder ‘de minister’).

Een maatregel is gericht tot diegene die het in zijn vermogen heeft deze uit te voeren en is in beginsel niet begrensd in tijd of een gebruiksjaar. De minister legt de maatregel op zolang hij van oordeel is dat de maatregel bijdraagt aan het terugdringen van de belasting binnen de grenswaarden. Een maatregel kan worden ingetrokken als de betrokkenen zelf orde op zaken stellen door bijvoorbeeld aanpassingen in het gebruik van de luchthaven door te voeren. De maatregel kan betrekking hebben op alle onderwerpen waarover de minister op grond van de wet bevoegd is. Een op te leggen maatregel zal vanzelfsprekend moeten voldoen aan de eisen van behoorlijk bestuur, zoals die onder meer in de Algemene wet bestuursrecht zijn verwoord. Betrokkenen hebben de mogelijkheid om vooraf hun zienswijze met betrekking tot de maatregel kenbaar te maken. Overtreding van een maatregel kan bestraft worden met een bestuurlijke boete.

Regels

Regels kunnen zich tot alle sectorgenoten richten, maar een ieder is daarop wel individueel aanspreekbaar. De wet verplicht de geadresseerde van een regel om zich aan die regel te houden, op straffe van een bestuurlijke boete. De mogelijkheid tot het opleggen van een bestuurlijke boete is in de Wet luchtvaart geformuleerd als een bevoegdheid van het bevoegde gezag en niet als een verplichting. Deze bevoegdheid is voor luchthavens van nationale betekenis, zoals de luchthaven Eelde, neergelegd bij de minister.

Artikelsgewijs

Onder aanwijzingsbesluit wordt in deze toelichting verstaan de Aanwijzing luchtvaartterrein Eelde 15 mei 2001, DGRLD/DLB/L. 01.420373 (Stcrt. 2001, nr. 98), zoals laatstelijk gewijzigd bij besluit van 19 februari 2010 (CEND/HDJZ-2010/175 sector LUV).

Artikel 1

In artikel 1 zijn definities van een aantal in de regeling gebruikte begrippen opgenomen. Hierbij is aangesloten bij het Luchtverkeersreglement en de standaard luchtvaartterminologie. Het gebruiksjaar is overgenomen uit artikel 11 van het aanwijzingsbesluit.

Artikel 2

Dit artikel is een omzetting van artikel 2, eerste lid, van het aanwijzingsbesluit. De tekst is aangepast conform de systematiek van de Wet luchtvaart waarbij geen sprake meer is van het ‘aanwijzen’ van een luchtvaartterrein ten behoeve van een exploitant en het begrip ‘luchtvaartterrein’ is vervangen door ‘luchthaven’.

Artikel 3

Dit artikel betreft een omzetting van artikel 5, tweede en derde lid, van het aanwijzingsbesluit. Het woord ‘luchtvaartterrein’ is vervangen door ‘luchthaven’, volgens de terminologie van de Wet luchtvaart. Op de luchthaven zijn twee verharde banen gelegen, waarvan de geografische richting, de lengte en de breedte in dit artikel zijn weergegeven. De aangegeven baanlengtes betreffen de totale lengte van de verharding. Dat wil zeggen dat geen rekening is gehouden met de plaats van baandrempels. Op grond van het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart wordt door middel van een codenummer en codeletter, gerelateerd aan respectievelijk de lengte van de baan en de grootte van de vliegtuigen, aangegeven welk luchtverkeer van de luchthaven gebruik kan maken.

Artikelen 4 en 5

De gebruiksvoorschriften voor de luchthaven in deze artikelen zijn een omzetting van de artikelen 8 en 9 van het aanwijzingsbesluit. In artikel 4 staan de openstellingsbepalingen van de luchthaven vermeld. Baan 19-01 is uitsluitend gedurende de daglichtperiode opengesteld. Deze baan heeft geen landingsverlichting en is niet ingericht voor nachtelijk gebruik. In de praktijk kunnen zich situaties voordoen waarin afwijken van de openstelling noodzakelijk is. Hiertoe zijn enkele uitzonderingsbepalingen in de regeling opgenomen.

In artikel 5 wordt aangegeven dat op bepaalde tijden bepaalde vluchtsoorten zijn verboden. Deze bepalingen zijn opgenomen ter beperking van vermijdbare hinder voor de omgeving.

Artikel 6

Deze bepalingen zijn een uitwerking van de geldende ontheffing op grond van artikel 33, tweede lid, van de Luchtvaartwet voor incidenteel militair gebruik op de luchthaven (30 september 2002, nr. DL/Infra/02.540791). Het militair medegebruik omvat voornamelijk vluchten met een humanitair karakter zoals patiëntenvervoer door militaire vliegtuigen vanaf de Waddeneilanden, off shore mijninstallaties en schepen.

Het uitvoeren van VIP-vluchten, waaronder vluchten ten behoeve van het Koninklijk Huis en vluchten door de Bijzondere Bewaking Eenheden (BBE), maakt eveneens deel uit van het militair medegebruik. Daarnaast vinden vluchten plaats ter voorbereiding van vredesmissies van de Luchtmobiele Brigade, alsmede tankstops door zowel Nederlandse als buitenlandse militaire luchtvaartuigen die uit operationele overwegingen noodzakelijk zijn. In het kader van de basisvliegopleiding voor militaire vliegers worden bovendien specifieke vliegvaardigheden getraind op de luchthaven Eelde.

Het militair medegebruik is beperkt tot militaire lesvliegtuigen, militaire transportvliegtuigen en helikopters. Jachtvliegtuigen zijn uitgesloten.

Artikel 7

Bij de berekening van de grenswaarden in Lden in de handhavingspunten zijn dezelfde invoersets gebruikt zoals die ook voor de bepaling van de 35 Ke-geluidszone en de 47 Bkl-geluidszone in het aanwijzingsbesluit zijn gebruikt.

Artikel 8

De gebieden gelegen binnen de 35 Ke-geluidscontour en de 47 Bkl-geluidscontour in de aanwijzing zijn nu aangemerkt als beperkingengebied bedoeld in artikel 8.47, eerste lid van de Wet luchtvaart. De Ke-geluidszone met de daarbij behorende contouren is weergegeven op de kaart in bijlage 2 van deze regeling. De Bkl-geluidszone met daarbij behorende contouren is weergegeven op de kaart in bijlage 3 van deze regeling. Voor deze gebieden gelden de ruimtelijke beperkingen die opgenomen zijn in het Besluit geluidbelasting grote luchtvaart (Bggl) of het Besluit geluidsbelasting kleine luchtvaart (Bgkl), die op grond van artikel X van de Wet RBML hun werking behouden.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, J.J. Atsma.