Kennisgeving m.e.r.-beoordelingsbesluit voor het project offshore windturbinepark Q10 (Luchterduinen)

In 2009 zijn twaalf vergunningen verstrekt voor windparken op zee. Ter onderbouwing van de aanvragen van deze vergunningen zijn in 2008 en 2009 Milieueffectrapportages en Passende Beoordelingen opgesteld. Een van de twaalf vergunningen betreft de vergunning aan Eneco voor het windpark Q10 (inmiddels genoemd: Luchterduinen).

In november 2011 heeft Eneco een subsidiebeschikking verkregen, waarmee de exploitatie van het windpark mogelijk wordt gemaakt. Inmiddels heeft Eneco verzocht de Rijkscoördinatieprocedure toe te passen voor de inpassing van de kabel tussen het windpark op zee en het TenneT-station in Sassenheim, alsmede voor de daartoe benodigde vergunningen en de wijziging van de vergunning op zee.

Het m.e.r.-beoordelingsbesluit is gekoppeld aan het ontwerpbesluit Waterwet waarin de aanvraag tot wijziging van de vergunning met kenmerk WSV/2009-1229 wordt beoordeeld, alsmede aan het ontwerp-inpassingsplan dat ten behoeve van de aanleg van het bijbehorende kabeltracé op land en op zee tot 1 kilometer uit de kust zal worden vastgesteld.

De genoemde vergunning voor het project Q10 betreft het realiseren van het offshore windturbinepark in vak Q10 van het Nederlandse deel van de Noordzee.

In het m.e.r.-beoordelingsbesluit van de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie en de Minister van Infrastructuur en Milieu is aangegeven dat voor deze activiteit geen milieueffectrapport behoeft te worden opgesteld. De milieueffecten van de wijziging van Q10 zijn beschouwd in het licht van de reeds uitgevoerde MER uit 2008. Het blijkt dat de milieueffecten van de wijziging gelijk zijn aan of geringer zijn dan de milieueffecten van het oorspronkelijke park

uit het MER van 2008 en de bestaande vergunning. Dit betekent dat er geen aanleiding wordt gezien om een nieuwe MER-procedure te doorlopen als gevolg van de wijzigingen van het windpark Q10.

Deze beoordeling is gebaseerd op de door Q10 Offshore Wind B.V. ingediende aanmeldingsnotitie, het MER uit 2008 en de Passende Beoordeling uit 2009.

De procedure

Het m.e.r.-beoordelingsbesluit is een voorbereidingsbeslissing in de zin van artikel 6:3 van de Algemene wet bestuursrecht, waartegen geen zelfstandig bezwaar of beroep mogelijk is, tenzij een belanghebbende door dit besluit, los van het voor te bereiden besluit Waterwet of inpassingsplan, rechtstreeks in zijn belang wordt getroffen.

Dit besluit kan in het kader van de vergunningverlening op grond van de Waterwet en de vaststelling van het inpassingsplan, ten behoeve waarvan deze m.e.r.-beoordeling heeft plaatsgevonden, en de beroepsprocedures daarover aan de orde worden gesteld.

Te zijner tijd zullen het ontwerpbesluit Waterwet en het ontwerp-inpassingsplan met toepassing van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht ter inzage worden gelegd. In het kader van de zienswijzeprocedure ten aanzien van die ontwerpbesluiten kunnen op dat moment tevens zienswijzen worden ingediend naar aanleiding van het onderhavige besluit.

Inzage

Het m.e.r.-beoordelingsbesluit en de bijbehorende stukken zullen van 29 juni 2012 tot en met 9 augustus 2012 ter inzage worden gelegd bij het Informatiecentrum van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, Bezuidenhoutseweg 30, 2594 AV Den Haag en op het gemeentehuis van de gemeente Noordwijk, Voorstraat 42,

2201 HW Noordwijk.

U kunt de stukken inzien tijdens de gebruikelijke kantooruren.

Ook kunt u de stukken vinden op www.bureau-energieprojecten.nl.

N.B. In het besluit is per abuis vermeld dat de stukken ter inzage worden gelegd van 22 juni 2012 tot 3 augustus 2012.

Inlichtingen

Voor vragen en nadere informatie over het project kunt u contact opnemen met Bureau Energieprojecten, T (070) 379 89 79.

Naar boven