Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie | Staatscourant 2012, 12941 | Vergunningen |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie | Staatscourant 2012, 12941 | Vergunningen |
Procesverloop:
– Oranje-Nassau Energie Nederland B.V. (hierna: ONE NL) heeft per brief van 3 augustus 2011 een aanvraag ingediend voor een opsporingsvergunning voor koolwaterstoffen, ingevolge artikel 6, van de Mijnbouwwet (hierna: Mbw), voor een deel van het blok P11 (P11a), welk blok is aangegeven op de als bijlage 3 bij de Mijnbouwregeling gevoegde kaart. De aangevraagde geldigheidsduur van de vergunning is vier jaar;
– De opsporingsvergunning is op 5 oktober 2011 gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie (2011/C 292/06). Op 4 november 2011 is van deze uitnodiging melding gemaakt in de Staatscourant (Staatscourant 2011, nr. 19790) Binnen de termijn van dertien weken na publicatie van de aanvraag in het Europees Publicatieblad zijn geen concurrerende aanvragen ingediend;
– Staatstoezicht op de Mijnen (hierna: SodM) heeft op verzoek van de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (hierna: Minister van EL&I) op 10 februari 2012 advies uitgebracht (kenmerk: 11164032). Op 13 juni 2012 is dit advies aangevuld;
– TNO adviesgroep EZ (hierna: TNO) heeft op verzoek van de Minister van EL&I op 22 februari 2012 advies uitgebracht (kenmerk: AGE 12-10.013). Op 13 juni 2012 is dit advies aangevuld;
– De Mijnraad is op grond van artikel 105, derde lid, Mbw om advies gevraagd en heeft per brief van 29 mei 2012, advies uitgebracht (kenmerk: MIJR/ 12041246);
– Bij brief van 11 april 2012 heeft ONE NLaan de Minister van EL&I gevraagd om de onderhavige opsporingsvergunning te verlenen aan Oranje-Nassau Energie B.V. (hierna: ONE).
Overwegingen m.b.t. het besluit:
– Voor het gebied waarvoor de opsporingsvergunning wordt verleend, geldt op het tijdstip van het in werking treden ervan, niet een door een ander gehouden opsporings- of winningsvergunning voor koolwaterstoffen. Hiermee is voldaan aan artikel 7, eerste lid, Mbw;
– Het gebied waarvoor de opsporingsvergunning wordt verleend, bevat geen voorkomen waarvoor, bij het in werking treden ervan, een door een ander gehouden opslagvergunning geldt. Hiermee is voldaan aan artikel 7, tweede lid, Mbw;
– De technische en financiële mogelijkheden van ONE NL alsmede de technische en financiële mogelijkheden van ONE geven geen aanleiding tot het weigeren van de gevraagde opsporingsvergunning. Hiermee is voldaan aan artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, Mbw;
– De manier waarop ONE NL en ONE voornemens zijn de activiteiten, waarvoor de vergunning wordt aangevraagd, te verrichten geeft geen aanleiding de vergunning te weigeren. Hiermee is voldaan aan artikel 9, eerste lid, aanhef en onder b, Mbw;
– ONE NL en ONE hebben niet onder een eerdere vergunning bij activiteiten als bedoeld in artikel 6, eerste lid, of artikel 25, eerste lid, Mbw blijk gegeven van een gebrek aan efficiëntie of verantwoordelijkheidszin, daaronder mede verstaan maatschappelijke verantwoordelijkheidszin. Hiermee is voldaan aan artikel 9, eerste lid, onder c, Mbw.
Overwegingen m.b.t. de ingediende adviezen:
– TNO beoordeelt het aangeboden werkprogramma in relatie tot het aangevraagde gebied als adequaat en beoordeelt de kwaliteit van de geologische onderbouwing van de aanvraag als goed. Een duur van vier jaar lijkt TNO toereikend voor de opsporingsactiviteiten, waarbij TNO adviseert als voorwaarde op te nemen dat er voor het verstrijken van het tweede jaar een geactualiseerd werkprogramma aan de Minister van EL&I wordt overgelegd dat een onvoorwaardelijke boring bevat, te plaatsen uiterlijk in het derde jaar. TNO adviseert onder deze voorwaarden aan ONE NL een opsporingsvergunning voor koolwaterstoffen te verlenen;
– SodM heeft advies uitgebracht over de technische capaciteiten van ONE NL is in verschillende opsporings- en winningsvergunningen actief en beschikt over ervaring als operator op het Nederlands Continentaal Plat. SodM heeft geen ervaringen opgedaan die resulteren in twijfel over de technische capaciteiten van ONE NL;
– De Mijnraad adviseert een opsporingsvergunning aan ONE te verlenen voor het aangevraagde gebied, voor de duur van vier jaar, onder de voorwaarde dat in het tweede jaar een geactualiseerd werkprogramma aan de Minister van EL&I wordt overgelegd en uiterlijk in het derde jaar een boring wordt verricht. Omdat uit de systematiek van de Mbw volgt dat de opsporingsvergunning eerst aan ONE NL moet worden verleend is op dit punt van het advies van de Mijnraad afgeweken;
– Gelet op de Mbw, de aanvraag en de uitgebrachte adviezen kan verlening van de opsporingsvergunning voor koolwaterstoffen voor het aangevraagde gebied aan ONE NL plaatsvinden, met een tijdvak van vier jaar, onder het stellen van hierna genoemde beperkingen en voorschriften.
Gelet op de artikelen 6, 7, 9, 11, eerste tot en met derde lid en vierde lid, eerste volzin, artikel 12, 13, eerste lid, 15, 17 en 105, derde lid, van de Mijnbouwwet, alsmede artikel 1.3.1 van de Mijnbouwregeling.
Besluit:
Aan Oranje-Nassau Energie Nederland B.V. (hierna: de vergunninghouder) wordt een opsporingsvergunning voor koolwaterstoffen verleend.
De vergunning geldt voor een deel van blok P11, welk blok is aangegeven op de kaart die als bijlage 3 bij de Mijnbouwregeling is gevoegd, genaamd blokdeel P11a.
Het blokdeel P11a wordt begrensd door de breedtecirkels tussen de puntenparen A-B en C-D en door de lengtecirkels tussen de puntenparen A-D en B-C. De coördinaten van deze punten zijn:
|
A |
52° 30' 0,000" N.B. |
03° 30' 0,000" O.L. |
|
B |
52° 30' 0,000" N.B. |
03° 40' 0,000" O.L. |
|
C |
52° 20' 0,000" N.B. |
03° 40' 0,000" O.L. |
|
D |
52° 20' 0,000" N.B. |
03° 30' 0,000" O.L. |
De ligging van de bovengenoemde punten is uitgedrukt in geografische coördinaten berekend volgens het stelsel van de Europese vereffening.
De oppervlakte van dit blokdeel bedraagt 210,2 km2.
De vergunninghouder geeft uitvoering aan het werkprogramma dat onderdeel uitmaakt van de bij brief van 3 augustus 2011 ingediende aanvraag.
De vergunninghouder neemt bij de uitvoering van het werkprogramma de volgende voorwaarden in acht:
– binnen twee jaar na het onherroepelijk worden van de vergunning deelt de vergunninghouder schriftelijk mee aan de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, onder vermelding van tijdstip, geologische structuur en diepte, de plaats waar de boring zal worden verricht;
– uiterlijk in het derde jaar na het onherroepelijk worden van de vergunning wordt een boring geplaatst.
Deze vergunning geldt vanaf het tijdstip waarop zij in werking is getreden tot vier jaar na het tijdstip waarop zij onherroepelijk is geworden.
Aan de houder van de opsporingsvergunning P11a wordt toestemming verleend tot overdracht van de opsporingsvergunning, zodat Oranje-Nassau Energie B.V. houder wordt van de opsporingsvergunning P11a.
De vergunning dient binnen één jaar na bekendmaking van deze beschikking daadwerkelijk te zijn overgedragen.
Deze beschikking wordt bekendgemaakt door toezending aan de aanvrager. Van deze beschikking wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
De Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, namens deze: P. Jongerius, Themacoördinator mijnbouw en mijnbouwklimaat directie Energiemarkt.
Tegen dit besluit kan degene, wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken, binnen 6 weken na de dag, waarop dit besluit is verzonden, een gemotiveerd bezwaarschrift indienen bij de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, directie Wetgeving en Juridische Zaken (Alp: X/050). Postbus 20401, 2500 EK Den Haag. Dit besluit is verzonden op de in de aanhef vermelde datum.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2012-12941.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.