Besluit wijziging offshore windturbineparken

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu geeft kennis van het besluit op grond van de Waterwet tot ambtshalve wijziging van vergunningen voor de volgende offshore windturbineparken:

  • ‘West Rijn’ van initiatiefnemer West Rijn Wind Farm B.V. (kenmerk: WSV 2009/565);

  • ‘Breeveertien II’ van initiatiefnemer Breeveertien II Wind Farm B.V. (kenmerk: WSV 2009/566);

  • ‘Q4-WP’ van initiatiefnemer Q4-WP B.V. (kenmerk: WSV/2009-1228);

  • ‘Brown Ridge Oost’ van initiatiefnemer Brown Ridge Oost B.V. (kenmerk: WSV/2009-908);

  • ‘Den Helder I’ van initiatiefnemer Den Helder Wind Farm B.V. (kenmerk: WSV/2009-904);

  • ‘Tromp Binnen’ van initiatiefnemer RWE Offshore Wind Nederland B.V. (kenmerk: WSV/2009-911);

  • ‘Buitengaats’ (voorheen: BARD Offshore NL1) van initiatiefnemer Buitengaats C.V. (kenmerk: WSV/-2009/1138);

  • ‘ZeeEnergie’ (voorheen: GWS Offshore NL1) van initiatiefnemer ZeeEnergie C.V. (kenmerk: WSV/2009/1139);

  • ‘Clearcamp’ (voorheen: EP Offshore NL1) van initiatiefnemer Clearcamp C.V. (kenmerk: WSV/2009/1140);

  • ‘Beaufort’ van initiatiefnemer N.V. NUON Duurzame Energie (kenmerk: WSV/2009-912);

  • ‘Q10’ van initiatiefnemer Q10 Offshore Wind B.V. (kenmerk: WSV/2009-1229, voorheen Eneco New-Energy B.V.);

  • ‘Scheveningen Buiten’ van initiatiefnemer Scheveningen Buiten B.V. (kenmerk: WSV/2009-1227).

Achtergrond

Het besluit strekt tot een wijziging in de vergunningvoorschriften van de in 2009 op basis van de (toenmalige) Wet beheer rijkswaterstaatswerken verleende vergunningen voor de bouw van windturbineparken.

De vergunningen bevatten het voorschrift dat de vergunning van rechtswege vervalt indien uiterlijk 3 jaar na afgifte van de definitieve vergunning de operationele periode niet is aangevangen. Met de voorliggende wijziging wordt dit voorschrift aangepast aan de Waterwet, waarin is geregeld dat het bevoegd gezag een vergunning geheel of gedeeltelijk kan intrekken indien de vergunning gedurende drie achtereenvolgende jaren niet is gebruikt.

Waar kunt u het besluit inzien?

Het besluit met de daarop betrekking hebbende stukken kunt u van 11 juni 2012 tot en met 23 juli 2012 gedurende de reguliere openingstijden inzien op de hoofdvestiging van Rijkswaterstaat Noordzee, Lange Kleiweg 34 te Rijswijk (ZH). Tevens kunt u het besluit en de daarop betrekking hebbende stukken downloaden via www.centrumpp.nl.

Wie kan beroep instellen?

Belanghebbenden die hun zienswijze tegen het ontwerpbesluit naar voren hebben gebracht, of die redelijkerwijs niet verweten kan worden tegen het ontwerpbesluit geen zienswijze naar voren te hebben gebracht, kunnen gedurende zes weken beroep instellen.

Hoe kunt u beroep instellen?

De beroepstermijn vangt aan met ingang van de dag na de dag waarop de besluiten ter inzage zijn gelegd en loopt dus van 12 juni 2012 tot en met 23 juli 2012.

Om in beroep te gaan tegen het besluit dient het beroepschrift te worden gericht aan de rechtbank in het rechtsgebied waarin u woont, dan wel bent gevestigd.

Het ondertekende beroepschrift dient ten minste te bevatten:

  • uw naam en adres;

  • de dagtekening;

  • een omschrijving van het besluit waartegen het beroep is gericht;

  • de gronden van het beroep.

Voor het instellen van beroep is griffierecht verschuldigd.

Voorlopige voorziening

Het instellen van beroep schorst niet de werking van het besluit. Hangende beroep kan op grond van artikel 8:81 Algemene wet bestuursrecht een verzoek om voorlopige voorziening worden ingediend bij de Voorzieningen-rechter van de betreffende rechtbank.

Nadere informatie

Voor inlichtingen over de beroepsprocedure kunt u zich wenden tot het Centrum Publieksparticipatie, telefoon 070-456 96 04. Meer achtergronden over windturbineparken op de Noordzee zijn te vinden op www.noordzeeloket.nl. Voor nadere informatie over de inhoud van het besluit, kunt u contact opnemen met Rijkswaterstaat Noordzee, Secretariaat Water en Scheepvaart, tel. 070-336 68 43.

Crisis- en herstelwet Op dit besluit is de Crisis- en herstelwet van toepassing. Dit betekent dat belanghebbenden in het beroepsschrift gemotiveerd moeten aangeven welke beroepsgronden worden aangevoerd. Na afloop van de beroepstermijn van zes weken kunnen geen nieuwe beroepsgronden meer worden aangevoerd. De Crisis- en herstelwet is te raadplegen op www.overheid.nl.

Naar boven