Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Rijkswaterstaat | Staatscourant 2012, 11045 | Onteigeningen |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Rijkswaterstaat | Staatscourant 2012, 11045 | Onteigeningen |
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Ingevolge de artikelen 77 en 78 van de onteigeningswet kan onteigening uit kracht van een koninklijk besluit plaatsvinden onder meer ten behoeve van de uitvoering van een bestemmingsplan.
Het verzoek tot aanwijzing ter onteigening
De raad van de gemeente Oldambt verzoekt Ons bij besluit van 25 mei 2011, kenmerk 11.0012784, om ten name van die gemeente over te gaan tot aanwijzing van onroerende zaken ter onteigening in de gemeente Oldambt.
Op 31 mei 2011 hebben burgemeester en wethouders van Oldambt het verzoek aan Ons ter besluitvorming voorgedragen.
Planologische grondslag
De onroerende zaken waarop het verzoek van de raad van Oldambt betrekking heeft, zijn begrepen in het bestemmingsplan ‘Noordelijke Vaarverbinding Oldambt’ van de gemeente Oldambt (hierna: het bestemmingsplan).
Het bestemmingsplan is op 25 mei 2011 vastgesteld door de raad van de gemeente Oldambt. Tegen het vaststellingsbesluit van de gemeenteraad is beroep ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State waardoor het bestemmingsplan nog niet onherroepelijk van kracht is.
Omdat het bestemmingsplan ten tijde van dit aanwijzingsbesluit nog niet onherroepelijk van kracht is, zullen Wij aan dit besluit voorwaarden verbinden die zien op het tijdstip waarop een dagvaarding ingevolge artikel 18 van de onteigeningswet kan worden uitgebracht en op het tijdstip van het vervallen van dit besluit.
De in het verzoek om onteigening begrepen onroerende zaken zijn in het bestemmingsplan bestemd voor ‘Water (W)’, ‘Verkeer (V)’ en ‘Groen (G)’.
Toepassing uniforme openbare voorbereidingsprocedure
Overeenkomstig artikel 78, tweede lid, van de onteigeningswet en artikel 3:11, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), hebben het ontwerp koninklijk besluit en de in artikel 79 van de onteigeningswet bedoelde stukken en gegevens van 15 december 2011 tot en met 25 januari 2012 in de gemeente Oldambt en bij Rijkswaterstaat Corporate Dienst, Griffioenlaan 2 te Utrecht ter inzage gelegen. Overeenkomstig artikel 3:12 van de Awb, heeft de burgemeester van Oldambt van het ontwerp koninklijk besluit en de terinzagelegging daarvan op woensdag 14 december 2011 openbaar kennis gegeven in het plaatselijk verschijnende huis-aan-huisblad ‘Het Streekblad’. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu (Onze Minister) heeft van het ontwerpbesluit enz. openbaar kennis gegeven in de Staatscourant van 14 december 2011, nr. 22278.
Verder heeft Onze Minister overeenkomstig artikel 3:13 van de Awb het ontwerp koninklijk besluit met brief van 28 november 2011, toegezonden aan belanghebbenden, waaronder verzoeker. Daarbij zijn belanghebbenden gewezen op de mogelijkheid tot het naar keuze schriftelijk of mondeling naar voren kunnen brengen van zienswijzen tegen het ontwerpbesluit.
Overwegingen
Noodzaak en urgentie
Het bestemmingsplan voorziet primair in de realisatie van de ‘Noordelijke Vaarverbinding’, een verbinding van het Oldambtmeer ter hoogte van Midwolda en Oostwold naar het Termunterzijl-diep in Nieuwolda. In het plan is tevens een reconstructie opgenomen van de Oudlandseweg te Midwolda. Het plan kent dus twee elementen: een vaarverbinding en een aanpassing van de Oudlandseweg.
De Noordelijk vaarverbinding ontsluit het Oldambtmeer vanuit de jachthaven te Midwolda in noordelijke richting en sluit aan op het bestaande ‘Nieuwe Kanaal’.
De vaarverbinding zal de recreatievaart moeten gaan bevorderen in dit deel van Groningen. De bestaande vaart wordt deels gereconstrueerd en deels wordt een nieuwe vaart aangelegd.
De huidige smalle Oudlandseweg zal gereconstrueerd worden tot een volwaardige ontsluitingsweg voor boerderijen en tot een doorgaande route ter ontlasting van de Hoofdweg door Midwolda, dit omdat de verkeersintensiteit in het gebied toeneemt. De gemeente Oldambt streeft dus naar een volwaardige randweg ten noorden van Midwolda, welke doorloopt naar het oostelijk gelegen dorp Oostwold. Deze randweg moet de verkeersdrukte op de Hoofdweg en de Huningaweg van Midwolda en Oostwold verlichten.
De beoogde onteigening heeft betrekking op gedeelten van percelen gelegen langs en aan het Nieuwe Kanaal en de Oudlandseweg, die nog niet in onbezwaarde eigendom van de gemeente zijn.
Ten behoeve van de uitvoering van het bestemmingsplan ‘Noordelijke Vaarverbinding Oldambt’ is het noodzakelijk dat de gemeente de eigendom vrij van lasten en rechten verwerft van vijftien gedeelten van de onroerende zaken, een en ander zoals vermeld op de bij het raadsbesluit van 25 mei 2011 behorende lijst en bijbehorende grondtekeningen.
Voor de uitvoering van het bestemmingsplan heeft de gemeente Oldambt, met de provincie Groningen, minnelijk overleg gevoerd met de betrokken zakelijk gerechtigden en/of derdebelanghebbenden. Omdat dit overleg er nog niet toe heeft geleid dat alle benodigde gronden vrijwillig in eigendom konden worden verkregen door de gemeente Oldambt, heeft de raad van de gemeente Oldambt de Kroon verzocht om een onteigeningsbesluit te nemen voor de nog niet minnelijk in eigendom verkregen gronden.
De gemeente Oldambt is voornemens zo spoedig mogelijk na de verwerving van de in het onteigeningsverzoek begrepen onroerende zaken een aanvang te maken met de realisering van het bestemmingsplan aldaar ter uitvoering van de bestemmingen Water (W)’, ‘Verkeer (V)’ en ‘Groen (G)’. De werkzaamheden worden gefinancierd door de gemeente Oldambt en de provincie Groningen. Het waterschap Hunze en Aa’s draagt ook bij in de kosten. Daarnaast heeft ook het Samenwerkingsverband Noord Nederland (SNN) subsidie verstrekt. Aangezien het werk in 2013 moet beginnen, is het noodzakelijk dat de gronden uiterlijk eind 2012 zijn verworven.
Met de geplande aanvang van de werkzaamheden conform de gemeentelijke planning wordt voldaan aan het voor de beoordeling van de urgentie van de verzochte onteigening door Ons gehanteerde maximale tijdvak van vijf jaar na de datum van dit besluit.
Zienswijzen
Bij Ons zijn tijdig, de volgende zienswijzen ingediend:
1) drs. H.E. Winkelman, bij brief van 15 januari 2012, namens de heer T.N. van der Geest, verder te noemen: reclamant 1;
2) De heer E. Noordam, bij brief van 23 januari 2012, namens de heer T.A.T. Bosma, verder te noemen: reclamant 2;
3) Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V., bij brief van 24 januari 2012, verder te noemen: reclamante 3;
4) N.V. Nederlandse Gasunie, bij brief van 19 december 2011, verder te noemen reclamante 4.
Overeenkomstig artikel 78, vierde lid, van de onteigeningswet zijn de reclamanten in de gelegenheid gesteld zich in persoon te doen horen. Van deze gelegenheid hebben reclamanten geen gebruik gemaakt. Wel hebben reclamanten 1 en 2 per e-mails van respectievelijk 1 en 2 februari 2012 hun zienswijzen, die hierna aan de orde komen, verduidelijkt.
Overwegingen naar aanleiding van de zienswijzen
Reclamant 1 verwijst in de zienswijze allereerst naar de ingediende zienswijzen tegen het bestemmingsplan en naar het beroepschrift annex verzoek om voorlopige voorziening van 21 juli 2011. Daarin wordt gesteld dat de noodzaak van de vaarverbinding en de opwaardering van de Oudlandseweg niet is aangetoond. In de e-mail van 1 februari 2012 verwijst reclamant naar de ingediende inspraakreactie, de ingediende zienswijze en het ingediende beroepschrift in het kader van de beroepsprocedure tegen het bestemmingsplan. Tevens noemt hij het feit dat nut en noodzaak onvoldoende is aangetoond, ook met betrekking tot de breedte van de te onteigenen strook grond, wegens het ontbreken van een dwars- en lengteprofiel in het bestemmingsplan.
Wij merken hierover allereerst op dat reclamant eigenaar is van het perceel, kadastraal bekend: gemeente Midwolda, sectie L, nummer 241, waarvan een gedeelte als grondplannummer 6 in het onteigeningsplan is begrepen. De onteigening van zijn perceelsgedeelte ziet alleen toe op de aanleg van de Noordelijke vaarverbinding. Uit de vaststelling van het bestemmingsplan blijkt het nut van de vaarverbinding. In de zakelijke beschrijving is beschreven dat het werk, mede rekening houdend met toegekende subsidies, in 2013 gereed komt. De uitvoering zal ongeveer een jaar in beslag zal nemen.
Reclamant merkt voorts op dat hij zijn grond verliest en dat er dan ook geen eenvoudige oversteek meer is als toegang tot de resterende grond. Voorts zal er een aanzienlijke verkeerstoename zijn op de Oudlandseweg.
Voor wat betreft de opmerking van reclamant over de Oudlandseweg verwijzen Wij naar vorenvernoemde reactie, waarin aangegeven wordt dat de gronden van reclamant enkel benodigd zijn voor de Noordelijke vaarverbinding. Overigens zal de huidige toegang tot het perceel van reclamant door de verkeerstoename minder makkelijk worden, maar daar staat tegenover dat in de zuidwestelijke hoek van het perceel een ‘landbouwbrug’ staat gepland. Daar grenst het perceel van reclamant aan dat van een andere eigenaar, zodat men in de toekomst van de nieuwe ‘landbouwbrug’ gebruik kan maken als ontsluiting van achterliggende percelen. Weliswaar ontstaat er ten opzichte van de huidige situatie omrijschade, maar bij de geboden schadeloosstellingen is daarmee rekening gehouden. De fietsbrug en de brug voor de aansluiting met de provinciale Gereweg, waar reclamant eveneens naar verwijst, zijn bruggen die worden aangelegd over het bestaande ‘Nieuwe Kanaal’ die bij dit project ook verbreed wordt. De gronden van reclamant hebben daarmee overigens geen directe relatie.
Reclamant vraagt zich voorts af of de wijzigingsbevoegdheid ‘Robuuste Verbindingszone’ wel of niet betrekking heeft op de te onteigenen strook.
Hij stelt ook vraagtekens bij de ‘Beleidsvisie Recreatietoervaart Nederland’. Hij verwijst tevens naar een (kritisch) krantenartikel van 26 januari 2011 uit de Volkskrant betreffende de Blauwestad. Reclamant merkt tevens op dat de noodzaak van de aansluiting van de Oudlandseweg op de Gereweg niet is aangetoond. Hij vindt ook de maatvoering van de Oudlandseweg en het te graven kanaal hier en daar veel te ruim.
Wij merken hierover op dat voor zover de zienswijzen planologisch van aard zijn, zij thans niet aan de orde zijn doch naar voren behoren te worden gebracht in het kader van de procedure van het bestemmingsplan op grond van de Wet op de ruimtelijke ordening. Daarbij voegen Wij de volgende kanttekeningen toe. In de zakelijke beschrijving wordt vermeld, dat gronden voor de Robuuste verbindingszone niet zijn begrepen in het onteigeningsplan. Voor wat betreft de Beleidsvisie Recreatietoervaart Nederland merken Wij op, dat in de zakelijke beschrijving de term ‘regel’ staat; dat moet aldus de gemeente zijn ‘visie’. De bedoeling van de visie wordt beschreven op pagina 15 van de toelichting op het bestemmingsplan. Overigens heeft reclamant baat gehad bij deze visie vanwege mogelijkheden voor een vervangend bedrijf in de Noordoostpolder (NOP) via de dienst Rijksvastgoed en Ontwikkelbedrijf (RVOB). Voorts merken Wij op dat de Noordelijke vaarverbinding geen onderdeel is van het project Blauwestad. Het is een zelfstandig project met een financiering, dat onafhankelijk is van de ontwikkeling van Blauwestad. De aansluiting op de Gereweg is via bestaande wegen gewaarborgd. Bij de maatvoering van de vaarverbinding is rekening gehouden met de passeerbaarheid van recreatievaartuigen. Voor taludhellingen, dijken, bermen en maaipaden zijn daarvoor geldende richtlijnen gehanteerd.
Reclamant stelt voorts dat er binnen het minnelijk overleg geen voorstel is ontvangen voor verwerving van 2.12.20 ha.
Wij merken hierover in het algemeen eerst op dat de wet aangeeft, dat de verzoeker voorafgaand aan het verzoek om onteigening pogingen onderneemt om hetgeen onteigend moet worden langs minnelijke weg te verkrijgen. De Kroon stelt zich daarbij conform bestendig beleid op het standpunt dat niet tot aanwijzing ter onteigening mag worden besloten alvorens minnelijk overleg tot een redelijk punt is voortgezet. Aan deze voorwaarde is naar het oordeel van de Kroon in het kader van onteigeningen ingevolge Titel IV van de onteigeningswet in beginsel voldaan, indien vóór het verzoek aan de Kroon om een onteigeningsbesluit te nemen is begonnen met de onderhandelingen over de minnelijke verwerving en op het moment van het verzoek voldoende aannemelijk is dat die onderhandelingen voorlopig niet tot de eigendomsoverdracht zullen leiden. Er moet sprake zijn van een serieus minnelijk overleg. Doet zich deze situatie voor, dan kan de Kroon tot aanwijzing ter onteigening besluiten om daarmee een tijdige uitvoering van het bestemmingsplan zeker te stellen. De Kroon stelt niet de eis – anders dan reclamanten veronderstellen – dat partijen voorafgaand aan de onteigeningsbesluitvorming al ‘uitonderhandeld’ moeten zijn.
Uit het door Ons ingestelde onderzoek is gebleken dat er vanaf begin 2010 verschillende onderbouwde aanbiedingen aan reclamant zijn gedaan, waaronder ook voor het te onteigen perceelsgedeelte van 2.12.20 hectare. Daarnaast is op verzoek van reclamant eveneens een aanbod gedaan om het gehele bedrijf te verwerven. Bij brief van 23 augustus 2010 is er een aanbod gedaan voor de te verwerven strook. Vervolgens is bij brief van 26 oktober 2010 op verzoek van reclamant een aanbod gedaan voor aankoop van het gehele bedrijf alsmede een verwijzing naar het eerdere aanbod voor de strook. Bij brief van 25 januari 2011 is opnieuw voor de te onteigenen grond een aanbod gedaan. De verwerving is dus gericht op de te onteigenen oppervlakte, maar reclamant is zich (in hoofdzaak) blijven richten, zo blijkt ook uit de stukken, op totale bedrijfsverplaatsing naar de Noordoostpolder. Daartoe is mede door inschakeling van de Dienst Landelijk Gebied het hele jaar 2011 getracht een oplossing in de NOP te realiseren. Volgens reclamant waren er echter geen geschikte mogelijkheden. De provincie heeft reclamant tenslotte bij brief van 25 januari 2012 medegedeeld de voorwaarden van reclamant inzake een mogelijke verplaatsing niet reëel te achten. Tevens wordt in deze brief het eerder gedane aanbod herhaald.
Wij zijn derhalve van mening gelet op het vorenstaande dat de provincie samen met de gemeente voldoende pogingen in het werk heeft gesteld om de te onteigenen onroerende zaak langs minnelijke weg te verkrijgen.
Alles overziende geven de zienswijzen van reclamant 1 Ons geen aanleiding om het verzoek om onteigening geheel of gedeeltelijk af te wijzen.
Reclamant 2 brengt samengevat de volgende zienswijzen naar voren:
De bestemming en invulling van de strook waarvoor onteigening wordt beoogd, zijn niet duidelijk of worden niet als juist beschouwd. Tevens wordt het werk, waarvoor moet worden onteigend, mogelijk niet uitvoerbaar vanwege het ontbreken van archeologisch onderzoek. Voorts brengt reclamant naar voren het onbegrijpelijk te vinden dat de gemeente Oldambt om onteigening verzoekt, terwijl de onderhandelingen worden gevoerd en biedingen worden gedaan door en namens de provincie Groningen. De passage in de brief van de provincie van 15 juni 2011 namens de gemeente is onduidelijk en onjuist omdat dit tijdens het mondeling gesprek niet aan de orde is geweest. Bovendien worden de verworven gronden uiteindelijk doorgeleverd aan het waterschap die op grond van de onteigeningswet ook zelfstandig een onteigeningsprocedure zou kunnen voeren.
Wij merken hierover allereerst op dat reclamant eigenaar dan wel pachter is van gronden waarvan gedeelten in het onteigeningsplan zijn opgenomen onder de grondplannummers 18 tot en met 27. Deze stroken grond liggen aan de oostzijde van het bestaande kanaal, genaamd het ‘Nieuwe kanaal’. Blijkens de zakelijke beschrijving zal het ‘Nieuwe kanaal’ uitgebaggerd en aan de oostzijde verbreed worden. Dit betekent dat alles wat betrekking heeft op dit kanaal opschuift in oostelijke richting, waaronder de waterkering. Genoemde grondstroken zijn vooral bestemd voor de aanleg van dijken (in de zakelijke beschrijving ook wel ‘kaden’ genoemd) waarvan de maatvoering eveneens staat vermeld in de zakelijke beschrijving. Dit komt overeen met de bestemming ‘Water’ van het bestemmingsplan. Bij brief van 9 augustus 2010 is aan reclamant aangegeven voor welk doel de gronden nodig zijn, te weten alle werken verband houdende met de bestemming ‘Water’ in de te onteigenen stroken. Voorts merken Wij op dat, volgens mededeling van de gemeente, er direct archeologisch onderzoek zal worden uitgevoerd bij overdracht van de gronden naar de gemeente. Met de uitkomsten daarvan, zal, voor zover mogelijk, worden rekening gehouden. De uitvoering van het bestemmingsplan zal echter conform de planning gewoon kunnen doorgaan.
Ten aanzien van de opmerking van reclamant het onbegrijpelijk te vinden dat de gemeente Oldambt om onteigening verzoekt, terwijl de onderhandelingen plaatsvinden door de provincie Groningen, merken Wij op dat in de brieven aan reclamant duidelijk staat vermeld dat biedingen (mede) namens de gemeente worden gedaan. In de eerste brief aan reclamant wordt ook duidelijk aangegeven waar de gronden voor nodig zijn. Zo doet de provincie in haar brief van 9 augustus 2010 een eerste aanbod en vermeldt daarin tevens duidelijk waarvoor en namens wie aangekocht wordt. Per brief van 4 november 2010 wordt een toelichting gegeven op de uitgangspunten van de schadeloosstelling en wordt het gespreksverslag van 27 oktober 2010 bijgevoegd. Per brief van 15 februari 2011 wordt wederom een aanbod namens de gemeente gedaan voor de te onteigenen oppervlakte. Per brief van 15 juni 2011 wordt het aanbod van 15 februari 2011 nader uitgesplitst en wordt tevens een gespreksverslag bijgevoegd van een overleg met reclamant op het gemeentehuis. Enkele gesprekken nadien hebben niets meer opgeleverd.
Wij zijn derhalve van mening gelet op het vorenstaande dat de provincie samen met de gemeente voldoende pogingen in het werk heeft gesteld om de te onteigenen onroerende zaken langs minnelijke weg te verkrijgen.
Voor wat betreft de opmerking van reclamant dat de verworven gronden uiteindelijk worden doorgeleverd aan het waterschap die op grond van de onteigeningswet ook zelfstandig een onteigeningsprocedure zou kunnen voeren, overwegen Wij als volgt. Hoewel het waterschap weliswaar eigenares is of wordt van stroken grond, voert zij het werk niet uit. Het waterschap is ook niet de instantie die de beoogde recreatievaart zal initiëren. Wel is er vanzelfsprekend overleg met het waterschap bij de uitvoering van bepaalde werkzaamheden. Zo ligt er bijvoorbeeld een persleiding ter hoogte van de toekomstige beweegbare brug aan de Kerkelaan. Deze persleiding ligt aan de kant van de te vervallen datakabel van de NAM. Het waterschap gaat deze persleiding ter hoogte van de beweegbare brug verdiepen. Welke overheidsinstantie verder de diverse eigendommen uiteindelijk op naam krijgt, wordt na de uitvoering van het werk bezien. De gemeente Oldambt zal overigens voor een belangrijk deel eigenares worden van de toekomstige vaarverbinding.
De zienswijzen van reclamant 2 geven Ons geen aanleiding om het verzoek tot aanwijzing ter onteigening geheel of gedeeltelijk af te wijzen.
De zienswijzen van reclamanten 3 en 4 zullen Wij gezamenlijk behandelen.
Reclamante 3 verzoekt in haar zienswijze om het recht van opstal te handhaven en te respecten, dat is gevestigd op het perceel, kadastraal bekend gemeente Midwolda, sectie L, nummer 339 (grondplannummer 9). Het gaat om een opstalrecht voor een TV-signaalkabel van het traject Midwolda – Zuiderpolder. Reclamante 4 verzoekt in de zienswijze om hervestiging van het zakelijk recht voor de Gasunie op die perceelsgedeelten waarin aardgastransportleiding(en) zijn gelegen.
Wij merken over deze zienswijzen in het algemeen op dat uit de artikelen 4, tweede lid en 59, derde lid, van de onteigeningswet, dwingend voortvloeit dat door onteigening alle op de omroerende zaak rustende lasten en rechten teniet gaan. Een voortzetting van rechten kan dus slechts geschieden door hervestiging daarvan.
Uit de Ons overlegde stukken en uit het ingestelde onderzoek is gebleken dat de gemeente Oldambt met alle betrokkenen en netwerkbeheerders overleg heeft gevoerd over de aanwezigheid van kabels en leidingen in het plangebied. Daarbij is ook gesproken over de noodzaak om kabels of leidingen te verleggen of, indien nodig, nieuwe zakelijke rechten te vestigen of vergunningen te verlenen. Op 12 januari 2012, 6 februari 2012 en 16 februari 2012 heeft de gemeente met de NAM en de Gasunie samen met het waterschap concrete afspraken gemaakt. Zo ligt er een datakabel vanaf de NAM-locatie met een oversteek onder het Nieuwe Kanaal langs de westkant van de Kerkelaan naar Midwolda. Deze kabel kan komen te vervallen. Zodra de uitvoering ter hoogte van de toekomstige beweegbare burg gestart wordt, wordt de kabel aan weerszijden daarvan afgedopt en wordt het tussenstuk door de betrokken aannemer verwijderd. De NAM regelt zelf dat in een later stadium de overige kabel geruimd wordt. Met de Gasunie is afgesproken om terdege rekening te houden met de geringe diepteligging van de leidingen om zodoende het risico op schade bij de uitvoering van werken te vermijden. Tevens zullen parkeerstroken voor passage van schepen niet bij de leidingbundel worden aangebracht.
De zienswijzen van reclamanten 3 en 4 geven Ons geen aanleiding om het verzoek tot onteigening geheel of gedeeltelijk af te wijzen.
Overige overwegingen
Uit de bij het verzoek overgelegde stukken blijkt, dat de in het onteigeningsplan begrepen onroerende zaken voor de uitvoering van het bestemmingsplan bezwaarlijk kunnen worden gemist.
Ons is overigens niet gebleken van feiten en omstandigheden die aan de toewijzing van het verzoek in de weg kunnen staan. Het moet in het belang van een goede ruimtelijke ontwikkeling worden geacht, dat de gemeente Oldambt de vrije eigendom van de door Ons ter onteigening aan te wijzen onroerende zaken verkrijgt.
Wij kunnen derhalve, met inachtneming van het hierboven gestelde, het verzoek van de raad van de gemeente Oldambt tot het nemen van een besluit krachtens artikel 78, eerste lid, van de onteigeningswet, toewijzen.
BESLISSING
Gelet op de onteigeningswet,
Op de voordracht van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu van 20 maart 2012, nr. RWSCD BJV 2012/493, Rijkswaterstaat Corporate Dienst, Eenheid Bestuurlijk Juridische Zaken en Vastgoed;
Gelezen het besluit van de raad van Oldambt van 25 mei 2011, kenmerk 11.0012784;
Gelezen de brief van burgemeester en wethouders van Oldambt van 31 mei 2011, kenmerk 11.0019963;
De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, advies van 19 april 2012 no. W14.12.0093/IV;
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu van 2 mei 2012, nr. RWSCD BJV 2012/762, Rijkswaterstaat Corporate Dienst, Eenheid Bestuurlijk Juridische Zaken en Vastgoed.
Hebben Wij goedgevonden en verstaan:
Ten behoeve van de uitvoering van het bestemmingsplan ‘Noordelijke Vaarverbinding Oldambt’ van de gemeente Oldambt, ten name van die gemeente ter onteigening aan te wijzen de onroerende zaken, zoals aangeduid op de grondtekeningen die ingevolge artikel 78 van de onteigeningswet in de gemeente Oldambt en bij het ministerie van Infrastructuur en Milieu ter inzage heeft gelegen en voor zover die zijn vermeld op de bij dit besluit behorende lijst.
Zulks onder de voorwaarden dat door verzoeker niet tot dagvaarding ingevolge artikel 18 van de onteigeningswet zal worden overgegaan voordat voornoemd bestemmingsplan onherroepelijk zal zijn goedgekeurd met betrekking tot de daarin gelegen en in de onteigening begrepen gronden en dat dit besluit vervalt, voor zover aan de bestemming van vorenbedoelde gronden in beroep de goedkeuring zal worden onthouden.
Onze Minister van Infrastructuur en Milieu is belast met de uitvoering van dit besluit, dat in de Staatscourant zal worden geplaatst en waarvan afschrift aan de Afdeling advisering van de Raad van State zal worden gezonden.
Den Haag, 7 mei 2012
De Minister van Infrastructuur en Milieu,
lijst van te onteigenen onroerende zaken en/of beperkte rechten
Verzoekende instantie: Gemeente Oldambt
Naam onteigeningsplan: Onteigening t.b.v. ‘Noordelijke Vaarverbinding Oldambt’
|
Van de onroerende zaak, kadastraal bekend, gemeente Midwolda |
|||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
|
Grondplan nr. |
Te onteigenen grootte |
Als |
Ter grootte van |
Sectie en nr. |
Ten name van |
||||
|
ha |
a |
ca |
ha |
a |
ca |
||||
|
3 |
0 |
45 |
45 |
terrein (grasland) |
10 |
25 |
34 |
L 258 |
Cornelis Henricus Herman Klijn, Oostwold gem Oldambt; Aanwijzing van gronden, Wet voorkeursrecht gemeenten, betrokken bestuursorgaan, de gemeente: Scheemda; Voorstel tot aanwijzing van gronden, Wet voorkeursrecht gemeenten, betrokken bestuursorgaan, de gemeente: Scheemda. |
|
4 |
1 |
42 |
95 |
terrein (grasland) |
19 |
00 |
41 |
L 257 |
Agrarische Bedrijven Arts B.V. Midwolda, zetel: Scheemda; Aanwijzing van gronden, Wet voorkeursrecht gemeenten, betrokken bestuursorgaan, de gemeente: Scheemda; Voorstel tot aanwijzing van gronden, Wet voorkeursrecht gemeenten, betrokken bestuursorgaan, de gemeente: Scheemda. |
|
5 |
1 |
05 |
20 |
terrein (akkerbouw) |
15 |
10 |
62 |
L 648 |
Jan Gerard Wierenga, gehuwd met Janna Erena Hamming, Midwolda; Aanwijzing van gronden, Wet voorkeursrecht gemeenten, betrokken bestuursorgaan, de gemeente: Scheemda; Voorstel tot aanwijzing van gronden, Wet voorkeursrecht gemeenten, betrokken bestuursorgaan, de gemeente: Scheemda. |
|
6 |
2 |
12 |
20 |
terrein (grasland) |
32 |
22 |
66 |
L 241 |
Theodorus Nicolaas van der Geest, gehuwd met Jentje Hakvoort, Emmeloord; Aanwijzing van gronden, Wet voorkeursrecht gemeenten, betrokken bestuursorgaan, de gemeente: Scheemda; Voorstel tot aanwijzing van gronden, Wet voorkeursrecht gemeenten, betrokken bestuursorgaan, de gemeente: Scheemda. |
|
7 |
1 |
77 |
15 |
terrein (akkerbouw) |
28 |
78 |
84 |
L 240 |
Als grondplannummer 5. |
|
8 |
5 |
15 |
85 |
terrein (akkerbouw) |
35 |
88 |
61 |
L 202 |
Eigendom belast met beklemrecht: Steunstichting H.D. Guyot, Haren, zetel: Haren; 1/3 beklemrecht: Michel Arthur Valentin Clara Pauwels, gehuwd, Gent (Wondelgem), postadres: Claushof 2, Terneuzen; 1/3 beklemrecht: Elza Achiel Adrienne Pauwels, gehuwd met Etienne Blondeel, Wachtbeke, postadres: Claushof 2, Terneuzen; 1/3 beklemrecht: Marie Christine Josee Marcel Pauwels, gehuwd met Luc van der Voorde, Zelzate, postadres: Claushof 2, Terneuzen; Aanwijzing van gronden, Wet voorkeursrecht gemeenten, betrokken bestuursorgaan, de gemeente: Scheemda; Voorstel tot aanwijzing van gronden, Wet voorkeursrecht gemeenten, betrokken bestuursorgaan, de gemeente: Scheemda. |
|
9 |
2 |
34 |
80 |
terrein (akkerbouw) |
28 |
67 |
19 |
L 339 |
½ eigendom belast met beperkte rechten: Anna Hermanna Stheeman, weduwe van Gaspard Louis Francois van Kinschot, Rozendaal; ½ eigendom belast met beperkte rechten: Marie Julie Stheeman, gehuwd met Willem Hendrik Cornelius Boellaard, Amsterdam; Akte van inbreng (beklemrecht): Boonman Beheer B.V., Nieuwolda, zetel:Nieuwolda; Akte van levering netwerk en opstalrechten: Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V., Assen, zetel: 's-Gravenhage; Recht van opstal: Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V., Assen, , zetel: 's-Gravenhage; Zakelijk recht als bedoeld in art. 5, lid 3, onder B van de Belemmeringswet Privaatrecht: Waterschap Hunze en Aa's, Veendam, zetel: Veendam; Aanwijzing van gronden, Wet voorkeursrecht gemeenten, betrokken bestuursorgaan, de gemeente: Scheemda; Voorstel tot aanwijzing van gronden, Wet voorkeursrecht gemeenten, betrokken bestuursorgaan, de gemeente: Scheemda. |
|
10 |
0 |
50 |
70 |
terrein (akkerbouw) |
21 |
25 |
21 |
L 338 |
½ eigendom belast met beklemrecht: Anna Hermanna Stheeman, weduwe van Gaspard Louis Francois van Kinschot, Rozendaal; ½ eigendom belast met beklemrecht: Marie Julie Stheeman, gehuwd met Willem Hendrik Cornelius Boellaard, Amsterdam; Beklemrecht: Boonman Beheer B.V., Nieuwolda, zetel:Nieuwolda; Zakelijk recht als bedoeld in art. 5, lid 3, onder B van de Belemmeringswet Privaatrecht: N.V. Nederlandse Gasunie, Groningen, zetel: Groningen (2 x); Opstalrecht nutsvoorzieningen: N.V. Nederlandse Gasunie, Groningen, zetel: Groningen; Opstalrecht nutsvoorzieningen op gedeelte van perceel: N.V. Nederlandse Gasunie, Groningen, zetel: Groningen; Kwalitatieve verbintenis deel 10155 nummer 78: N.V. Nederlandse Gasunie, Groningen, zetel: Groningen; Kwalitatieve verbintenis deel 54544 nummer 140: N.V. Nederlandse Gasunie, Groningen, zetel: Groningen. |
|
11 |
0 |
08 |
95 |
terrein (akkerbouw) |
3 |
60 |
02 |
L 337 |
Boonman Beheer B.V., Nieuwolda, zetel:Nieuwolda. |
|
12 |
0 |
28 |
40 |
terrein (akkerbouw) |
13 |
43 |
54 |
L 336 |
Boonman Beheer B.V., Nieuwolda, zetel:Nieuwolda. |
|
13 |
0 |
01 |
90 |
terrein (akkerbouw) |
1 |
04 |
15 |
L 335 |
Boonman Beheer B.V., Nieuwolda, zetel:Nieuwolda. |
|
14 |
0 |
02 |
10 |
terrein (akkerbouw) |
1 |
15 |
13 |
L 334 |
Boonman Beheer B.V., Nieuwolda, zetel:Nieuwolda. |
|
15 |
0 |
08 |
30 |
terrein (akkerbouw) |
4 |
41 |
05 |
L 59 |
Boonman Beheer B.V., Nieuwolda, zetel:Nieuwolda. |
|
16 |
0 |
15 |
40 |
terrein (akkerbouw) |
12 |
19 |
13 |
L 58 |
Helenius Eisso Waalkens, gehuwd met Jenny Lucie Margot van Wieringen, Nieuwolda. |
|
Van de onroerende zaak, kadastraal bekend, gemeente Nieuwolda |
|||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
|
Grondplan nr. |
Te onteigenen grootte |
Als |
Ter grootte van |
Sectie en nr. |
Ten name van |
||||
|
ha |
a |
ca |
ha |
a |
ca |
||||
|
17 |
0 |
09 |
25 |
terrein (akkerbouw) |
3 |
16 |
53 |
H 265 |
Helenius Eisso Waalkens, gehuwd met Jenny Lucie Margot van Wieringen, Nieuwolda. |
|
18 |
0 |
04 |
00 |
terrein (akkerbouw) |
2 |
34 |
21 |
H 267 |
Thies Albert Tonnis Bosma, gehuwd met Jantje Jantina Glazenborg, Nieuwolda. |
|
19 |
0 |
23 |
75 |
terrein (akkerbouw) |
13 |
82 |
10 |
H 268 |
Eigendom belast met beklemrecht: Het Juffrouw Pietronella En Vrouwe Ludewe Vinkshuis, Groningen, zetel: Groningen; Beklemrecht: Thies Albert Tonnis Bosma, gehuwd met Jantje Jantina Glazenborg, Nieuwolda. |
|
20 |
0 |
23 |
85 |
terrein (akkerbouw) |
13 |
27 |
98 |
H 269 |
Als grondplannummer 18. |
|
21 |
0 |
25 |
15 |
terrein (akkerbouw) |
15 |
10 |
25 |
H 253 |
De Pastorie Der Nederduitsch Hervormde Gemeente Van Nieuwolda, Nieuwolda, zetel: Nieuwolda; Beklemrecht: Thies Albert Tonnis Bosma, gehuwd met Jantje Jantina Glazenborg, Nieuwolda. |
|
22 |
0 |
03 |
40 |
terrein (akkerbouw) |
3 |
23 |
27 |
H 363 |
Als grondplannummer 21. |
|
23 |
0 |
08 |
35 |
terrein (akkerbouw) |
5 |
40 |
79 |
H 362 |
Als grondplannummer 21. |
|
24 |
0 |
20 |
75 |
terrein (akkerbouw) |
12 |
94 |
62 |
H 355 |
Als grondplannummer 21; Opstalrecht nutsvoorzieningen: N.V. Nederlandse Gasunie, Groningen, zetel: Groningen. |
|
25 |
0 |
16 |
20 |
terrein (akkerbouw) |
12 |
24 |
11 |
H 284 |
Als grondplannummer 18. |
|
26 |
0 |
21 |
00 |
terrein (akkerbouw) |
7 |
12 |
06 |
H 273 |
Als grondplannummer 18. |
|
27 |
0 |
04 |
00 |
terrein (akkerbouw) |
1 |
78 |
49 |
H 745 |
Als grondplannummer 18. |
Behorend bij het koninklijk besluit van 7 mei 2012, nr. 12.001082
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2012-11045.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.