Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Infrastructuur en Milieu | Staatscourant 2012, 10263 | Ontheffingen |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Infrastructuur en Milieu | Staatscourant 2012, 10263 | Ontheffingen |
16 mei 2012
Nr. ILT-2012/ 14570
De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,
Handelende in overeenstemming met de Minister van Defensie;
Gezien het verzoek om ontheffing d.d. 4 mei 2012 van Deutsche Zeppelin Reederei-Zeppelin Luftschifftechnik GmbH &Co KG, contactpersoon: O. Jaeger, adres: Allmannsweilerstrasse 132, 88045 Friederichshafen, tel.: (0049) 7541-5900164, e-mail: o.jager@zeppelinflug.de, aangevuld met de e-mail van 14 mei 2012;
Overwegende dat het doel van de vluchten is het uitvoeren van meetvluchten ten behoeve van het project Pegasos. Hierbij worden er meteorologische en atmosferisch gegevens verzameld voor het verbeteren van kennis over de rol van grenslaagprocessen voor wat betreft verspreiding, chemische omzetting, transport en het verwijderen van atmosferische verontreiniging en broeikaseffecten. Vluchten worden onder andere ondersteund door de Universiteit van Wageningen en het KNMI;
Gelet op artikel 44, vijfde lid, en artikel 45, vijfde lid, van het Luchtverkeersreglement;
Besluit:
Deze beschikking is van toepassing op een luchtschip van het type LZ N07-100 met registratie D-LZFN, of een vergelijkbaar vervangend luchtschip, in gebruik bij de Deutsche Zeppelin Reederei-Zeppelin Luftschifftechnik GmbH &Co KG waarmee meetvluchten worden uitgevoerd.
Aan de gezagvoerders van het luchtschip, bedoeld in artikel 1, wordt van 14 mei 2012 tot en met 29 mei 2012 ontheffing verleend van het verbod, genoemd in artikel 45, eerste lid, onder b, van het Luchtverkeersreglement, om VFR-vluchten uit te voeren beneden de minimum VFR-vlieghoogte, boven gebieden met aaneengesloten bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder begrepen, dan wel boven mensenverzamelingen, buiten de daglichtperiode, met inachtneming van de volgende voorschriften en beperkingen:
a. de gezagvoerder is in het bezit van een geldig CPL of ATPL;
b. de minimum toegestane vlieghoogte boven de Noordzee, een cirkelvormig gebied met een radius van 10 NM rondom het meetstation te Cabauw, alsmede het bosgebied ten noordwesten van Apeldoorn gelegen tussen Apeldoorn en Harderwijk en het bosgebied ten noordoosten van Arnhem gelegen tussen Arnhem en Apeldoorn, bedraagt 250 ft AMSL doch ten minste 100 ft boven de hoogste hindernis binnen een afstand van 100 meter van het luchtvaartuig;
c. de minimum toegestane vlieghoogte boven gebieden met aaneengesloten bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder begrepen, dan wel boven mensenverzamelingen, bedraagt 500 ft AMSL doch ten minste 100 ft boven de hoogste hindernis gelegen binnen een afstand van 100 m van het luchtvaartuig;
d. de vliegroute, vlieghoogte en vliegsnelheid worden zodanig gekozen dat:
1. overlast aan derden zoveel mogelijk wordt vermeden;
2. er niet wordt gevlogen beneden de minimum VFR-vlieghoogte over vogelreservaten, zoals gepubliceerd in de luchtvaartgids;
3. vee niet wordt verstoord;
4. geluidsgevoelige objecten, zoals dierentuinen, ziekenhuizen, etc. worden gemeden;
5. ingeval van een noodlanding het risico voor inzittenden en derden zoveel mogelijk wordt beperkt;
e. er wordt uitsluitend gevlogen beneden de minimum VFR-vlieghoogte gedurende de periode dat dit noodzakelijk is voor het doel van de vlucht;
f. vóór en na de vlucht is de opdracht van de opdrachtgever ter inzage aanwezig zodat deze kan worden gecontroleerd door het Korps Landelijke Politiediensten of de Inspectie Leefomgeving en Transport;
g. er worden geen passagiers vervoerd tijdens de meetvlucht, anders dan benodigd voor het uitvoeren van de meetvlucht;
h. er dient, na het ingediende vliegplan, eerst een klaring te zijn verkregen van de betrokken plaatselijke luchtverkeersleidingsdienst voor vluchten die plaatsvinden binnen het plaatselijke luchtverkeersleidingsgebied;
i. tijdens het uitvoeren van de vlucht is een tweezijdige radioverbinding tot stand gebracht met de betrokken luchtverkeersleidingsdienst en wordt voortdurend op de aangewezen radiofrequentie geluisterd;
j. vóór de aanvang van de vlucht wordt ingelicht:
de meldkamer van het Korps Landelijke Politiediensten Afdeling Luchtvaartpolitie (tel. 020-5025693 of fax: 020-5025699 of e-mail dlvplvt@klpd.politie.nl) en worden de volgende gegevens verstrekt:
− naam gezagvoerder, registratie en model/type luchtvaartuig;
− route en periode van de voorgenomen vlucht;
k. vóór aanvang van de vlucht die gaat plaatsvinden in een civiel plaatselijk luchtverkeersleidingsgebied, wordt gecoördineerd met de operationele helpdesk; tel. 020-4062201; fax: 020-4063672; e-mail: ops_helpdesk@lvnl.nl; aan de voorwaarden door hen gesteld wordt strikt de hand gehouden.
Aan de gezagvoerders van het in artikel 1 genoemde luchtschip wordt van 14 mei 2012 tot en met 29 mei 2012 ontheffing verleend van het verbod tot het uitvoeren van VFR-vluchten buiten de daglichtperiode, zoals gepubliceerd in de in artikel 60, onder a, bedoelde luchtvaartgids, met inachtneming van de volgende voorschriften en beperkingen:
a. voor het uitvoeren van de vluchten is het luchtvaartuigen uitgerust met de instrumenten die zijn vereist voor het uitvoeren van een IFR-vlucht (OPS 1.865);
b. de gezagvoerder is in het bezit van een geldige ‘night qualification’ in een CPL;
c. voor de vluchten wordt tijdig een vliegplan ingediend;
d. tijdens het uitvoeren van de vluchten is een tweezijdige radioverbinding tot stand gebracht met de betrokken luchtverkeersleidingsdienst en wordt voortdurend op de aangewezen radiofrequentie geluisterd;
e. het vliegzicht bedraagt ten minste 5 km en de afstand van het luchtvaartuig tot de wolken is groter dan 1500 meter horizontaal en 450 meter verticaal;
f. tijdens het vliegen wordt het programma dat vooraf aan LVNL wordt doorgegeven (zie artikel 5, onder a) nageleefd, tenzij een afwijkende klaring is verkregen.
Wanneer de vlucht zodanig van aard is dat hinder op de grond te verwachten valt, wordt voorafgaand aan de vlucht op initiatief van de aanvrager/opdrachtgever in de plaatselijke media aandacht besteed aan de uit te voeren vlucht.
Vluchten worden uitgevoerd in overeenstemming met de verleende opdracht van de desbetreffende opdrachtgever.
De aanvrager draagt er zorg voor dat de gezagvoerder en de onderzoekers bekend zijn met de inhoud van deze beschikking.
De aanvrager voert bij de voorbereiding van de vluchten een veiligheidsanalyse uit. Daarbij wordt in kaart gebracht welke risico’s er zijn als gevolg van het uitvoeren van VFR-vluchten beneden de minimale vlieghoogte buiten de daglichtperiode met een luchtschip boven gebieden met aaneengesloten bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder begrepen, dan wel boven mensenverzamelingen. Vervolgens worden risicobeperkende maatregelen in kaart gebracht en toegepast zodanig dat de vluchten op een verantwoorde wijze kunnen worden uitgevoerd.
De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, namens deze: de Inspecteur IVW/Luchtvaart, M. van Velzen.
Bezwaarmogelijkheid
Indien u het niet eens bent met deze beslissing kunt u hiertegen, op grond van het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht, binnen zes weken na de datum waarop deze beslissing is verzonden schriftelijk bezwaar aantekenen.
Het bezwaarschrift moet worden ondertekend en moet ten minste bevatten:
− de naam en het adres van de indiener;
− de dagtekening;
− een omschrijving van de beschikking waartegen het bezwaar is gericht;
− de gronden van het bezwaar.
Het bezwaarschrift kunt u richten aan:
Inspectie Leefomgeving en Transport
Team Juridische Zaken
Postbus 16191
2500 BD Den Haag
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2012-10263.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.