Opsporingsvergunning aardwarmte Haarlemmermeer

10 mei 2011

Nr. ETM/EM/10120425

De Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,

Procesverloop:

  • Stallingsbedrijf Glastuinbouw Nederland B.V. (hierna: SGN) heeft per brief van 8 oktober 2009, ingekomen 12 oktober 2009, een aanvraag ingediend voor een opsporingsvergunning voor aardwarmte, ingevolge artikel 6 van de Mijnbouwwet (hierna: Mbw). Het aangevraagde gebied – door de aanvrager PrimAviera – genoemd, ligt in de gemeenten Haarlemmermeer, Aalsmeer en Kaag en Braassem. De oppervlakte van het aangevraagde gebied bedraagt 44,34 km2. De aangevraagde geldigheidsduur van de vergunning is 4 jaar. Op 28 januari 2011 heeft SGN de aanvraag aangevuld;

  • in de Staatscourant van 13 november 2009 (Staatscourant: 13 november 2009, nr. 17247) is een uitnodiging voor het indienen van concurrerende aanvragen voor een opsporingsvergunning voor aardwarmte voor het gebied genaamd PrimAviera (thans: Haarlemmermeer) geplaatst. Op 26 november 2009 is deze uitnodiging voor het indienen van concurrerende aanvragen gerectificeerd omdat de gebiedsbeschrijving en de coördinaten van de punten 7 en 8 niet (volledig) zijn weergegeven. Binnen de termijn van 13 weken na publicatie van de aanvraag in de Staatscourant is geen concurrerende aanvraag ingediend;

  • Staatstoezicht op de mijnen (hierna: Sodm) heeft op verzoek van de Minister van Economische Zaken (thans: Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie) op 2 december 2009 advies uitgebracht (kenmerk: 9218770);

  • TNO Bouw en Ondergrond, Adviesgroep EZ (hierna: TNO) heeft op verzoek van de Minister van Economische Zaken op 25 februari 2010 advies uitgebracht (kenmerk: AGE 10-10.019);

  • het College van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland (hierna: GS) is op grond van artikel 16 Mbw om advies gevraagd. GS heeft per brief van 4 mei 2010, ingekomen 11 mei 2010, advies uitgebracht (kenmerk: 2010-27998);

  • de Mijnraad heeft op verzoek van de Minister van Economische Zaken op 6 september 2010 advies uitgebracht (kenmerk: MIJR/10107118)op grond van artikel 105, derde lid, Mbw.

Gelet op de artikelen 2, derde lid, 6, 7, 9, 11, eerste tot en met derde lid en vierde lid, eerste volzin, 12, 13, tweede lid, 16, 17 en 105, derde lid, van de Mijnbouwwet, alsmede artikel 1.3.1. van de Mijnbouwregeling.

Besluit:

Artikel 1

Aan Stallingsbedrijf Glastuinbouw Nederland B.V. (hierna: vergunninghouder) wordt een opsporingsvergunning voor aardwarmte verleend voor het gebied Haarlemmermeer.

Artikel 2

De vergunning geldt voor een gebied in de gemeenten Haarlemmermeer, Aalsmeer en Kaag en Braassem en wordt begrensd door de rechte lijnen tussen de volgende punten:

Punt

X

Y

1

108320,506

479967,842

2

112677,117

475776,395

3

110505,497

473561,903

4

110000,000

474000,000

5

108400,000

472400,000

6

108924,217

471945,679

7

107286,649

470271,956

8

103085,575

474599,367

Bovenstaande coördinaten zijn weergegeven volgens het stelsel van de Rijksdriehoekmeting (RD).

Op basis van deze grensbeschrijving is de oppervlakte van het gebied 44,34 km2.

Artikel 3

De vergunninghouder geeft uitvoering aan het werkprogramma dat onderdeel uitmaakt van de op 12 oktober 2010 ontvangen aanvraag.

Artikel 4

De vergunninghouder wijst tijdig voor de aanvang van de opsporingsactiviteiten een persoon aan met boortechnische en operationele ervaring, die leiding geeft aan boor- en aanverwante activiteiten en doet hiervan schriftelijk mededeling aan Staatstoezicht op de mijnen. Bovendien moet die persoon de bevoegdheid hebben om uitvoering te geven aan instructies van inspecteurs van Staatstoezicht op de mijnen. De vergunninghouder stelt Staatstoezicht op de mijnen van eventuele wijzigingen vooraf schriftelijk op de hoogte.

Artikel 5

De vergunninghouder neemt in belang van de veiligheid – voor aanvang van de boring – de volgende voorschriften in acht:

  • 1. een boorprogramma – dat door een onafhankelijke deskundige is beoordeeld – wordt bij het Staatstoezicht op de mijnen ingediend;

  • 2. de ingehuurde boorinstallatie is door een externe inspectieorganisatie geïnspecteerd;

  • 3. de technische adviseurs van de vergunninghouder of uitvoerder hebben omtrent aardwarmtewinning voldoende competentieniveau en zijn daardoor in staat om alle contractors te kunnen aansturen en een beoordeling te kunnen uitvoeren van de uitgevoerde werkzaamheden;

  • 4. afspraken worden gemaakt met de lokale brandweer over brandbestrijding en met een daartoe gespecialiseerd bedrijf over bijstand en materieel tijdens eventuele incidenten. Een afschrift van deze afspraken worden met het boorprogramma ingediend bij het Staatstoezicht op de mijnen.

Artikel 6

De vergunninghouder neemt bij de uitvoering van het werkprogramma de volgende voorwaarden in acht:

  • voor het verstrijken van het tweede jaar na het onherroepelijk worden van de vergunning deelt de vergunninghouder schriftelijk mee aan de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie onder vermelding van tijdstip, geologische structuur en diepte, de plaats waar de boringen zullen worden verricht;

  • uiterlijk in het derde jaar na het onherroepelijk worden van de vergunning wordt één onvoorwaardelijke boring geplaatst.

Artikel 7

De vergunning geldt vanaf het tijdstip waarop zij inwerking is getreden tot vier jaar na het tijdstip waarop zij onherroepelijk is geworden.

Artikel 8

De vergunning treedt in werking met ingang van de dag na die waarop de beschikking is bekendgemaakt.

Deze beschikking wordt bekendgemaakt door toezending aan de aanvrager. Van deze beschikking wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.

De Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,

namens deze:

P. Jongerius,

Themacoördinator mijnbouw en mijnbouwklimaat directie Energiemarkt.

Tegen dit besluit kan degene wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken binnen 6 weken na verzending van dit besluit een gemotiveerd bezwaarschrift indienen bij de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, directie Wetgeving en Juridische Zaken (ALP: X/050), Postbus 20101, 2500 EC 's-Gravenhage. Dit besluit is verzonden op de in de aanhef vermelde datum.

Naar boven