Beschikking van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, houdende ontheffing van het verbod VFR-vluchten uit te voeren buiten de daglichtperiode

29 maart 2011

Nr. IENM/IVW-2011/2254-047

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,

Handelende in overeenstemming met de Minister van Defensie;

Gezien het verzoek om ontheffing d.d. 16 februari 2011, ontvangen op 4 maart 2011 van COWI Denmark, aangevraagd door Eurosense, contactpersoon: P. Morissens, adres: Nerviërslaan 54, 1780 Wemmel, België, tel.: +32 24607000 of +32 476205035, e-mail: navigation@eurosense.com;

Overwegende dat de vereiste maatschappelijke relevantie onder andere blijkt uit de opdracht van Rijkswaterstaat Data ICT, voor het uitvoeren van vluchten ten behoeve van laseraltimetrie, voor het opnemen van hoogtedata van locaties met als doel het water te beheren;

Gelet op artikel 44, vijfde lid, van het Luchtverkeersreglement;

Besluit:

Artikel 1

Deze beschikking is van toepassing op de vliegtuigen van het type Cessna 402C met registratie OY-SUN, Piper PA31-350 met registratie OY-CKR en Britten Norman BN2A Islander met registratie OY-CKS, of een vergelijkbaar vervangend vliegtuig, in gebruik bij COWI Denmark waarmee VFR-altimetrievluchten worden uitgevoerd buiten de daglichtperiode.

Artikel 2

Aan de gezagvoerders van de in artikel 1 genoemde vliegtuigen wordt ontheffing verleend van het verbod tot het uitvoeren van VFR-vluchten buiten de daglichtperiode, zoals gepubliceerd in de in artikel 60, onderdeel a, bedoelde luchtvaartgids (AIP), met inachtneming van de volgende voorschriften en beperkingen:

  • a. voor het uitvoeren van de vlucht is het luchtvaartuig uitgerust met de instrumenten die zijn vereist voor het uitvoeren van IFR-vluchten;

  • b. de vluchten worden uitgevoerd als een gecontroleerde VFR-vlucht;

  • c. vóór de vlucht wordt tijdig een vliegplan ingediend;

  • d. vóór aanvang van de vlucht moet een ondertekende opdracht ter informatie naar aviation-approvals@ivw.nl worden gestuurd; deze opdracht moet de volgende informatie bevatten:

    • gegevens opdrachtgever en contactpersoon

    • het maatschappelijk belang van de opdracht

    • specificatie van het te vliegen gebied (geen algemene omschrijving)

    • gewenste vlieghoogten

    • tijdsduur van opdracht

    • periode waarbinnen opdracht moet zijn gevlogen;

  • e. tijdens het uitvoeren van de vlucht is een tweezijdige radioverbinding tot stand gebracht met de betrokken luchtverkeersleidingsdienst en wordt voortdurend op de aangewezen radiofrequentie geluisterd;

  • f. het vliegzicht bedraagt ten minste 5 km en de afstand van het luchtvaartuig tot de wolken is groter dan 1500 meter horizontaal en 450 meter verticaal;

  • g. de gezagvoerder is bevoegd tot het uitvoeren van IFR-vluchten en VFR-vluchten bij nacht.

Artikel 3

Wanneer de vlucht zodanig van aard is dat hinder op de grond te verwachten valt, wordt voorafgaand aan de vlucht op initiatief van de aanvrager/opdrachtgever in de plaatselijke media aandacht besteed aan de uit te voeren vlucht.

Artikel 4

Vluchten worden uitgevoerd in overeenstemming met de verleende opdrachten van de desbetreffende opdrachtgever en op eerste aanvraag worden de opdrachten aan de Inspectie Verkeer en Waterstaat bekendgemaakt.

Artikel 5

De aanvrager draagt er zorg voor dat de gezagvoerders en de cameramannen bekend zijn met de inhoud van deze beschikking.

Artikel 6

De aanvrager voert bij de voorbereiding van elk project een veiligheidsanalyse uit. Daarbij wordt in kaart gebracht welke risico’s er zijn als gevolg van het uitvoeren van VFR-vluchten buiten de daglichtperiode. Vervolgens worden risicobeperkende maatregelen in kaart gebracht en toegepast zodanig dat de vlucht op een verantwoorde wijze kan worden uitgevoerd.

Artikel 7

Het niet of niet volledig nakomen van de voorschriften of beperkingen kan aanleiding zijn deze ontheffing in te trekken.

Artikel 8

Deze beschikking treedt in werking met ingang van 29 maart 2011 en vervalt op 1 mei 2011, tenzij deze voortijdig wordt ingetrokken.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,

namens deze:

De Inspecteur IVW/Luchtvaart,

M. van Velzen.

Bezwaarmogelijkheid

Indien u het niet eens bent met deze beslissing kunt u hiertegen, op grond van het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht, binnen zes weken na de datum waarop deze beslissing is verzonden, schriftelijk bezwaar aantekenen.

Het bezwaarschrift moet worden ondertekend en moet ten minste bevatten:

  • de naam en het adres van de indiener;

  • de dagtekening;

  • een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht;

  • de gronden van het bezwaar.

Het bezwaarschrift kunt u richten aan:

Inspectie Verkeer en Waterstaat

Team Juridische Zaken

Postbus 90653

2509 LR DEN HAAG

Naar boven