Bekendmaking winnen van oppervlaktedelfstoffen

Mededeling

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu deelt, op grond van artikel 3:18, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, mede dat in de periode van 3 februari 2011 tot en met 16 maart 2011 een door ‘DEME Building Materials te Zwijndrecht’ (België) ingediende aanvraag om een vergunning op grond van de Ontgrondingenwet en het Besluit Ontgrondingen in Rijkswateren ter inzage heeft gelegen. De aanvraag betrof het tot en met 30 april 2016 winnen van 1,5 miljoen m3 zand in de vakken L12C, L12D, L12E, M9B, N4A, P18B’, P18O, Q2B, Q2C, Q8G, Q10F, S4C, S5A, S5B, S5D, S7C, S7D, S7G, S7H’, S7I, S7M, S7N, S7Q en S7T van de Noordzee. Met de aanvraag heeft ook het ontwerp van het daarop te nemen besluit ter inzage gelegen.

In de periode van terinzagelegging zijn geen zienswijzen ingebracht.

In verband hiermee is conform artikel 3:18, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht op de aanvraag beslist.

Bekendmaking

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu maakt hierbij, op grond van de Algemene wet bestuursrecht, bekend dat hij bij besluit van 23 maart 2011 met kenmerk WSV/2011/469 de gevraagde vergunning voor het winnen van 1,5 miljoen m3 zand aan ‘DEME Building Materials’ te Zwijndrecht heeft verleend. Het besluit ligt met bijbehorende stukken van 31 maart tot en met 12 mei 2011 tijdens kantooruren ter inzage op het kantoor van de Dienst Noordzee van Rijkswaterstaat, Lange Kleiweg 34 te Rijswijk (ZH).

Desgewenst kan men over het besluit en de stukken telefonisch informatie inwinnen bij de heer F. de Roo van Rijkswaterstaat Noordzee (070-336 67 35).

Beroep/voorlopige voorziening

Op grond van de Algemene wet bestuursrecht kunnen belanghebbenden tegen het besluit van 1 april tot en met 12 mei 2011 beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA ’s-Gravenhage. Geen beroep kan worden ingesteld door een belanghebbende aan wie redelijkerwijs kan worden verweten dat hij geen zienswijzen naar voren heeft gebracht. Het beroepschrift dient te zijn ondertekend en ten minste te bevatten een vermelding van de naam en het adres van de indiener, de dagtekening van het beroep, een vermelding van het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen en de datum en het kenmerk van het besluit, alsmede een opgave van de redenen waarom u zich met het besluit niet kunt verenigen en zo mogelijk een afschrift van het besluit waartegen het beroep is gericht.

Tevens kan een verzoek worden gedaan tot het treffen van een voorlopige voorziening. Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening moet worden gericht aan de Voorzitter van voornoemde afdeling. Van de indiener van een beroepschrift/verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening wordt een bedrag aan griffiegeld geheven. Omtrent de hoogte hiervan, de wijze waarop en de termijn waarbinnen u dit dient te betalen, kunt u zich in verbinding stellen met de griffie van voornoemde afdeling.

Rijswijk, 23 maart 2011

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,

namens deze:

het hoofd van de afdeling Vergunningverlening Rijkswaterstaat Noordzee,

A.J.M. Geurts van Kessel.

Naar boven