De minister van Infrastructuur en Milieu maakt bekend, dat op verzoek van Provinciale Staten van Zeeland, krachtens artikel
78 van de onteigeningswet in het gemeentehuis van Sluis met ingang van 14 april 2011 tot en met 25 mei 2011, een ontwerp koninklijk
onteigeningsbesluit met de daaraan ten grondslag liggende stukken ter inzage ligt.
De in het ontwerp koninklijk besluit op verzoek van Provinciale Staten van Zeeland ten name van die provincie ter onteigening
aan te wijzen onroerende zaken, zijn nodig voor de uitvoering van het provinciale inpassingsplan ‘Waterdunen’.
Met het inpassingsplan wordt uitwerking gegeven aan de Rijksplanstudie Zwakke Schakels. Daarin is de kust van west Zeeuws-Vlaanderen
aangewezen als een prioritaire zwakke schakel in de kustverdediging die op korte termijn versterking behoeft. Op 2 september
2008 heeft de Algemene Vergadering van het Waterschap Zeeuws-Vlaanderen het op voornoemd Rijksbeleid gebaseerde kustversterkingsplan
– waarvan Waterdunen deel uitmaakt – vastgesteld. Dit plan is door Gedeputeerde Staten van Zeeland goedgekeurd. Tevens strekt
het inpassingsplan tot gedeeltelijke invulling van het Convenant Westerschelde, dat de provincie Zeeland en het Rijk hebben
gesloten ter uitwerking van het op 11 maart 2005 tussen Vlaanderen en Nederland gesloten Scheldeverdrag. In dit verdrag verplicht
Nederland zich onder meer tot het ontwikkelen van 295 ha. estuariene natuur langs de Westerschelde in Zeeland.
Het circa 350 ha. grote plangebied Waterdunen ligt ten westen van Breskens aan de kust van Zeeuws-Vlaanderen en is gelegen
binnen de gemeente Sluis.
Met het oog op de verhoging van de kustveiligheid, de versterking van de regionale economie en de verbetering van de ruimtelijke
kwaliteit, zal het plangebied worden omgevormd tot een aaneengesloten intergetijdengebied dat de vorm moet krijgen van een
slikken- en schorrengebied. Via een kanaal met een in- en uitlaatwerk ter hoogte van het Killetje, zal dit slikken- en schorrengebied
in verbinding staan met de Westerschelde. De inrichting van het gebied zal grotendeels tot stand komen door vergraving. Binnen
het plangebied wordt tevens voorzien in het versterken van de kustverdediging, een duincamping, recreatieverblijven, een hotel
en natuurfuncties.
De door de provincie in eigendom te verkrijgen onroerende zaken zullen, voor zover het gaat om natuurgebieden, na de inrichting
daarvan door de Stichting Het Zeeuws Landschap worden beheerd.
De in het onteigeningsverzoek begrepen gronden zijn in het inpassingsplan aangewezen voor de bestemmingen ‘Natuur’, ‘Natuur-Recreatie’,
‘Recreatie-1’, ‘Verkeer’, ‘Verkeer-beschermde dijken’ en ‘Water’, alsmede – gedeeltelijk – de dubbelbestemming ‘Waterstaat-Waterkering’.
Daartoe zullen werken en bouwwerkzaamheden worden uitgevoerd.
De minister van Infrastructuur en Milieu is – onder voorbehoud van de beoordeling van eventuele zienswijzen en de resultaten
van het in te stellen onderzoek – in beginsel bereid de Kroon een ontwerpbesluit voor te dragen dat strekt tot toewijzing
van het verzoek.
Zolang het ontwerpbesluit ter inzage ligt, kunnen belanghebbenden bij het besluit schriftelijk zienswijzen naar voren brengen
bij de Kroon (Hare Majesteit de Koningin, door tussenkomst van de minister van Infrastructuur en Milieu (postbus 20951/ HBJZ
/ ipc 880 / 2500 EZ Den Haag, onder vermelding van: dossiernummer 13.2011). Zienswijzen kunnen ook mondeling kenbaar worden
gemaakt aan de minister.
Voor nadere inlichtingen over deze procedures of voor het maken van een afspraak als u een zienswijze mondeling wilt inbrengen,
kunt u contact opnemen met het ministerie van Infrastructuur en Milieu, telefoon 070-3393875 (de heer A.R. Verbeek) of 070-3392894
(de heer B. Vink Tzn).
Het ontwerp koninklijk besluit enz. ligt in dezelfde periode ook ter inzage bij het ministerie van Infrastructuur en Milieu,
locatie Rijnstraat 8 te Den Haag.