Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 21 december 2010, nr. RUA/DS/2010/25449, houdende de inrichting van de directie Relatiebeheer, Uitvoeringsontwikkeling en Aansturing alsmede doorverlening van vertegenwoordigingsbevoegdheden van de directeur Relatiebeheer, Uitvoeringsontwikkeling en Aansturing (Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit RUA 2011).

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Gelet op de artikelen 3, eerste lid, onderdeel k, en 10 van het Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit directoraat-generaal Participatie en Inkomenswaarborg 2009, 3, eerste lid, onderdeel k, en 11 van het Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit directoraat-generaal Werk;

Besluit:

§ 1. Algemeen

Artikel 1

In deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a. RUA:

de directie Relatiebeheer, Uitvoeringsontwikkeling en Aansturing van het ministerie;

b. SUWI-organisaties:

het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, de Sociale verzekeringsbank, genoemd in hoofdstuk 6 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, en het Inlichtingenbureau, genoemd in artikel 63 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, de landelijke cliëntenraad, genoemd in hoofdstuk 2 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen en de Raad voor werk en inkomen, genoemd in hoofdstuk 3 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;

c. SUWI-keten:

het proces van samenwerking tussen de SUWI-organisaties en de gemeenten, gericht op de toeleiding naar werk en het verstrekken van uitkeringen, met inbegrip van de gegevensinfrastructuur en het daartoe ondersteunende gegevensverkeer.

§ 2. Organisatie en taken afdelingen

Artikel 2

De directie RUA bestaat uit de volgende afdelingen:

  • a. de afdeling Relatiebeheer;

  • b. de afdeling Aansturing;

  • c. de afdeling Uitvoeringsontwikkeling;

  • d. de RCN-unit Sociale Zaken, gevestigd te Bonaire, Sint Eustatius en Saba;

  • e. het Directiesecretariaat.

Artikel 3

Elk van de hoofden van de afdelingen, genoemd in artikel 2, is belast met het leidinggeven aan de medewerkers van de eigen afdeling.

Artikel 4

Het hoofd van de afdeling Relatiebeheer is verantwoordelijk voor de volgende algemene taken:

  • a. het entameren van afstemming met en tussen de SUWI-organisaties en gemeenten en het (laten) maken van resultaatgerichte afspraken met en tussen deze organisaties;

  • b. het opzetten en beheren van afsprakenmanagement;

  • c. het signaleren van relevante ontwikkelingen voor de SUWI-organisaties en gemeenten en het doorgeven van deze signalen binnen het ministerie;

  • d. het voorbereiden van overleggen tussen bewindspersonen, SUWI-organisaties en gemeenten;

  • e. het vergroten van de aansluiting tussen het beleid van het ministerie en de uitvoering door de SUWI-organisaties en gemeenten door een proactieve inbreng van kennis van de uitvoering in de beleidsontwikkeling;

  • f. de ontwikkeling van ‘best practices’ en ’benchmarking’ op het terrein van de SUWI-organisaties of op het terrein van de SUWI-keten;

  • g. het stimuleren van het regionaal arbeidsmarktbeleid en de aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt, onder andere in contacten met SUWI-organisaties, gemeenten, sectoren, sociale partners en onderwijs;

  • h. het bevorderen van het eenduidig opereren in de regio van verschillende departementen.

Artikel 5

Het hoofd van de afdeling Aansturing is verantwoordelijk voor de volgende algemene taken:

  • a. het adviseren van de bewindspersonen over de met de SUWI-organisaties te maken afspraken;

  • b. de coördinatie van de financiële gegevens inzake de uitvoeringskosten van de SUWI-organisaties, in verband met de uitvoerbaarheid of de uitvoering van beleidsvoornemens, inclusief de daarbij behorende financiële kaders, richting beleidsdirecties, de directie Financieel-Economische Zaken van het ministerie en het ministerie van Financiën;

  • c. het verschaffen van inzicht in kostensystematieken van de SUWI-organisaties;

  • d. het beoordelen van de verantwoording van de SUWI-organisaties over de met de SUWI-organisaties gemaakte afspraken;

  • e. het adviseren van de bewindspersonen inzake de vast te stellen budgetten van de SUWI-organisaties;

  • f. de ontwikkeling en het beheer van prestatie-indicatoren op het terrein van de SUWI-organisaties of op het terrein van de SUWI-keten;

  • g. de coördinatie van de beoordeling van rapporten van de Inspectie Werk en Inkomen en van de Algemene Rekenkamer over de toeleiding naar werk en het verstrekken van uitkeringen door de SUWI-keten of de SUWI-organisaties;

  • h. het adviseren van de bewindspersonen over de benoeming van bestuurders van de SUWI-organisaties;

  • i. het (inter)departementaal coördineren van de regeldrukprogramma's voor bedrijven, burgers, professionals en medeoverheden;

  • j. het coördineren van het door het departement te voeren beleid inzake de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba;

  • k. het stellen van kaders en het maken van afspraken voor de bij de RCN-unit Sociale Zaken berustende uitvoeringstaken;

  • l. het zonodig ondersteunen van het hoofd van de RCN-unit Sociale Zaken bij de uitvoering van diens werkzaamheden;

  • m. het volgen van de resultaten en de ontwikkelingen met betrekking tot de uitvoering door de RCN-unit Sociale Zaken en het zonodig bijsturen daarvan;

  • n. het samen met de directeur RUA invullen van het opdrachtgeverschap voor de RCN;

  • o. het bijdragen aan de afwikkeling van de boedelscheiding van de Sociale Verzekeringsbank Nederlandse Antillen.

Artikel 6

Het hoofd van de afdeling Uitvoeringsontwikkeling is verantwoordelijk voor de volgende algemene taken:

  • a. het adviseren over innovatie van het uitvoeringsstelsel: hoe kan het uitvoeringsstelsel efficiënt en effectief functioneren mede met oog voor besturing, ketenbrede ICT-inzet, ontkokering en burger en publiek-private samenwerking;

  • b. het formuleren van het toekomstperspectief van de SUWI-keten, van de SUWI-organisaties en van specifieke aandachtsgebieden in de SUWI-keten, mede op het gebied van het regionaal arbeidsmarktbeleid;

  • c. de (door)ontwikkeling van de sturingsfilosofie van de SUWI-keten en van de afzonderlijke delen van deze keten;

  • d. het beleidsmatige beheer van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;

  • e. het periodiek evalueren van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;

  • f. het (inter)departementaal en t.b.v. de uitvoeringsorganisaties coördineren van de inzet van SZW bij overheidsbrede ontwikkeling van ICT-voorzieningen (niet zijnde departementale ICT-voorzieningen).

Artikel 7

Het hoofd van de RCN-unit Sociale Zaken is verantwoordelijk voor de volgende algemene taken:

  • a. het zorgdragen voor de uitvoeringstaken van de minister op Bonaire, Sint Eustatius en Saba en het ten behoeve van de coördinatiefunctie rapporteren daarover aan de afdeling Aansturing;

  • b. het voeren van overleg met RCN in verband met de dienstverlening door RCN;

  • c. het in samenspraak met de afdeling Aansturing voorbereiden van afspraken met RCN;

  • d. het adviseren en desgevraagd bijstaan van de afdeling Aansturing bij het coördineren van het door het departement te voeren beleid inzake de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba;

  • e. het uitwisselen van gegevens met belanghebbende uitkeringsverstrekkende instanties ten behoeve van de rechtmatige betaling van socialezekerheidsuitkeringen door die instanties en de RCN-unit Sociale Zaken, alsmede het desgevraagd leveren van administratieve hulp aan belanghebbende uitkeringsverstrekkende instanties.

Artikel 8

Het hoofd van het Directiesecretariaat is verantwoordelijk voor de volgende algemene taken:

  • a. alle interne bedrijfsvoeringsaangelegenheden van RUA met betrekking tot personeel, informatie(voorziening), organisatie, financiën, automatisering, communicatie en huisvesting, de zogenoemde PIOFACH-taken;

  • b. het aanleveren van managementinformatie ten behoeve van het management van RUA, de voorbereiding en bewaking van managementafspraken, het beheer van bedrijfsvoeringsprocessen van RUA en de zorg voor een goede afstemming met de bedrijfsvoering van het ministerie;

  • c. het bijdragen aan verbeteringen in cultuur en werkwijze van RUA en het bewaken van de kwaliteit van de directie in brede zin;

  • d. het coördineren van directiebrede inhoudelijke beheersmatige activiteiten;

  • e. het adviseren over het verlenen en vaststellen van subsidies met betrekking tot de toeleiding naar werk en de uitvoering van het verstrekken van uitkeringen.

§ 3. Bevoegdheden

Artikel 9

  • 1. Aan de hoofden van de afdelingen wordt mandaat en machtiging verleend met betrekking tot het nemen van besluiten over en het vaststellen en ondertekenen van stukken die betrekking hebben op de personeelsaangelegenheden van de eigen afdeling, voor zover het betreft:

    • a. het opmaken, niet zijnde vaststellen, van een beoordeling van medewerkers;

    • b. het houden van manager-medewerker gesprekken;

    • c. verlof van medewerkers;

    • d. kleine beloningen, niet zijnde gratificaties, onder gelijktijdige mededeling daarvan aan de directeur.

  • 2. In aanvulling op het eerste lid wordt aan het hoofd van de RCN-unit Sociale Zaken mandaat en machtiging verleend met betrekking tot het – bij wijze van bindende voordracht aan de directeur van de RCN uit hoofde van diens formeel werkgeverschap – nemen van inhoudelijke besluiten die betrekking hebben op:

    • a. het vaststellen van een beoordeling van medewerkers van de RCN-unit Sociale Zaken;

    • b. benoeming, voor zover passend binnen de voor de RCN-unit Sociale Zaken vastgestelde formatie, en ontslag van medewerkers.

Artikel 10

Aan de hoofden van de afdelingen wordt mandaat en machtiging verleend met betrekking tot:

  • a. het afdoen van informatieve brieven die betrekking hebben op taken van de eigen organisatorische eenheid;

  • b. het paraferen van stukken die betrekking hebben op de taken van de eigen afdeling.

Artikel 11

De directiesecretaris is gevolmachtigd tot het aangaan van overeenkomsten met betrekking tot de levering van goederen en diensten op basis van een door de directie Bedrijfsvoering afgesloten raamovereenkomst alsmede het afsluiten van koop-, huur- en lease-overeenkomsten met een waarde van ten hoogste € 20.000,– per overeenkomst.

Artikel 12

  • 1. Het hoofd van de RCN-unit Sociale Zaken is bevoegd om namens een bewindspersoon besluiten te nemen, overeenkomsten aan te gaan en handelingen te verrichten die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn, voor zover deze verband houden met de uitvoering van de Wet algemene ouderdomsverzekering BES, de Wet algemene weduwen- en wezenverzekering BES, de Cessantiawet BES, de Wet ziekteverzekering BES en de Wet ongevallenverzekering BES, het Besluit onderstand BES, de Arbeidsveiligheidswet BES, de Stuwadoorswet 1946 BES, de Arbeidswet 2000 BES, de Wet collectieve arbeidsovereenkomsten BES, de Wet minimumlonen BES, de Vakantiewet 1949 BES, de Wet beëindiging arbeidsovereenkomsten BES, de Arbeidsgeschillenwet 1946 BES, de Wet arbeid vreemdelingen BES, en de daarop gebaseerde nadere regelgeving, tenzij deze zijn voorbehouden aan een bewindspersoon, de secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal, de directeuren-generaal of de inspecteur-generaal Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

  • 2. De volmacht, bedoeld in het eerste lid, is beperkt tot het aangaan van de volgende overeenkomsten met een waarde van ten hoogste € 50.000,– per overeenkomst die betrekking hebben op:

    • a. systeemontwikkeling, licenties, functioneel beheer en onderhoud van applicaties van systemen;

    • b. de levering van goederen en diensten ten behoeve van de uitvoering.

Artikel 13

De hoofden van de afdelingen kunnen na voorafgaande schriftelijke toestemming van de directeur RUA bevoegdheden doorverlenen aan onder hen ressorterende functionarissen.

Artikel 14

  • 1. Bij afwezigheid of verhindering van de directeur RUA worden, voor de duur van de afwezigheid of verhindering, diens taken en bevoegdheden waargenomen door de plaatsvervangend directeur.

  • 2. Bij afwezigheid of verhindering van het hoofd van de RCN-unit Sociale Zaken worden, voor de duur van de afwezigheid of verhindering, diens taken en bevoegdheden, met uitzondering van de bevoegdheden genoemd in artikel 9, tweede lid en het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen, waargenomen door het plaatsvervangend hoofd van de RCN-unit Sociale Zaken.

§ 4. Slotbepalingen

Artikel 15

Het Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit RUA 2009 wordt ingetrokken.

Artikel 16

  • 1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2011.

  • 2. Deze regeling wordt aangehaald als: Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit RUA 2011.

Deze regeling zal in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 21 december 2010

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

namens deze:

de directeur Relatiebeheer, Uitvoeringsontwikkeling en Aansturing,

S.P.R.A. van Weyenberg.

TOELICHTING

Het Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit van de directie Relatiebeheer, Uitvoeringsontwikkeling en Aansturing (RUA) wordt opnieuw vastgesteld. Hierna wordt toegelicht waarom deze herziening noodzakelijk is.

Caribisch Nederland

Bonaire, Sint Eustatius en Saba maken sinds 10 oktober 2010 onderdeel uit van het land Nederland en worden nu ook wel aangeduid als: Caribisch Nederland. Gezien de bijzondere situatie (kleine schaal en apart stelsel van regelgeving) is de directeur-generaal Werk aangewezen als portefeuillehouder binnen het MT SZW voor het dossier Caribisch Nederland. Deze verantwoordelijkheid is niet alleen beleidsinhoudelijk van aard, maar omvat ook de uitvoering van de rijkstaken binnen het domein van SZW in Caribisch Nederland.

Op het niveau van departementale directies is de coördinatie voor dit dossier, evenals de uitvoeringsverantwoordelijkheid, neergelegd bij de directie RUA. Met de onderhavige wijziging van het OMV-besluit RUA worden de hiermee gepaard gaande taken en bevoegdheden als zodanig verankerd. De directie RUA doet de onderhavige taak onder inhoudelijke verantwoordelijkheid van de directeur-generaal Werk (terwijl deze directie voor de overige taken onder de directeur-generaal Participatie en Inkomenswaarborg ressorteert).

De wijziging van het OMV-besluit RUA behelst in de eerste plaats het toevoegen van de departementale coördinatietaak Caribisch Nederland aan de taken van de afdeling Aansturing. De onderhavige wijziging behelst verder het benoemen van de zogeheten ‘RCN-unit Sociale Zaken’ (gepositioneerd bij de Rijksdienst Caribisch Nederland (RCN)) als nieuwe afdeling van de directie RUA en het benoemen van de taken van deze afdeling. Het zorgdragen voor de uitvoeringstaken van het departement op Bonaire, Sint Eustatius en Saba en het nemen van de daartoe vereiste besluiten en het verrichten van publieke en privaatrechtelijke handelingen, behoort in dat verband tot de kerntaken van het hoofd van deze afdeling. Behoudens de bevoegdheden, genoemd in artikel 9, tweede lid en het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen geldt dit mandaat jegens het plaatsvervangend hoofd van de RCN-unit Sociale Zaken ingeval het hoofd afwezig of verhinderd is. De instemming van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties met de mandaatverlening aan een medewerker van de RCN volgt uit het Ministerraadsbesluit van 3 juli 2009 over de instelling van de RCN.

Bovendien krijgt het hoofd van de RCN-unit Sociale Zaken – in verband met de geografische afstand, waardoor de directeur RUA soms geen rol kan hebben – een aantal bijzondere bevoegdheden in zijn hoedanigheid als afdelingshoofd, die verder strekken dan de reguliere bevoegdheden van een afdelingshoofd. Dit heeft betrekking op het vaststellen van een beoordeling van medewerkers, alsmede op benoeming, voor zover passend binnen de voor de RCN-unit Sociale Zaken vastgestelde formatie, en ontslag van medewerkers. Hierbij moet wel worden opgemerkt dat de RCN (een dienst van het ministerie van BZK) formeel werkgever is van de medewerkers van de RCN-unit Sociale Zaken. De uiteindelijke formele beslissingen die verband houden met het dienstverband (of beëindiging daarvan) van een medewerker worden dus telkens door de directeur van het RCN op aangeven van het hoofd van de RCN-unit Sociale Zaken genomen. Voordat de directeur van het RCN het formele besluit neemt, toetst hij of de juiste procedure is gevolgd.

SZW in de regio

De projectafdeling SZW in de regio is per 1 januari 2009 van start gegaan bij de oprichting van de directie RUA. Zoals de naam al aangeeft was het doel van de projectafdeling om tijdelijk een versnelling te realiseren in de totstandkoming van het regionaal arbeidsmarktbeleid. Daarbij is gestreefd naar eenduidig en strategisch opereren in de regio door SZW en afstemming van SZW-beleid met enerzijds andere departementen en anderzijds de partners in het netwerk van werk en inkomen. Ook de uitvoeringskant van de crisismaatregelen is bij deze projectafdeling belegd.

Gezien de resultaten van de projectafdeling (30 regio’s en bredere consensus daarover) en de prioriteiten van het nieuwe kabinet, is besloten dat er geen aparte projectafdeling meer nodig is om het regionaal arbeidsmarktbeleid te versnellen en te stimuleren. Het regionaal arbeidsmarktbeleid komt in een andere fase en kan in de lijn belegd worden. Het extra stimuleren van de totstandkoming is daarmee niet meer nodig. Structurele taken rond het regionaal arbeidsmarktbeleid worden structureel belegd bij andere afdelingen binnen de directie RUA. Bepaalde kleine concrete projecten en initiatieven die nog lopen, ook in het licht van de crisis, worden tijdelijk bij andere afdelingen binnen de directie RUA belegd.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

namens deze:

de directeur Relatiebeheer,Uitvoeringsontwikkeling en Aansturing, S.P.R.A. vanWeyenberg.

Naar boven