Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Economische ZakenStaatscourant 2011, 5064Besluiten van algemene strekking

Regeling van de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie van 17 maart 2011, nr. WJZ/11039777, houdende regels inzake landelijke commerciële radio-omroep voor de verlenging van vergunningen in de FM-band en voor de verlening van vergunningen voor frequentieruimte in band III (Regeling verlenging en digitalisering landelijke commerciële radio-omroep)

De Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, handelende in overeenstemming met de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Gelet op artikel 3.3, tweede lid, van de Telecommunicatiewet en de artikelen 9, eerste en vierde lid, 11, derde lid, 12 en 13 van het Frequentiebesluit;

Besluit:

Paragraaf 1 Algemeen

Artikel 1

  • 1. In deze regeling wordt verstaan onder:

    a. minister:

    Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie;

    b. commerciële radio-omroep:

    radio-omroep als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Mediawet 2008 die wordt verzorgd door een commerciële media-instelling als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van die wet;

    c. ongeclausuleerde landelijke commerciële radio-omroep:

    landelijke commerciële radio-omroep waarvoor geen gebruiksvoorschriften op grond van de Regeling aanwijzing en gebruik frequentieruimte commerciële radio-omroep 2003 gelden;

    d. geclausuleerde landelijke commerciële radio-omroep:

    landelijke commerciële radio-omroep waarvoor gebruiksvoorschriften op grond van de artikelen 2 tot en met 6 van de Regeling aanwijzing en gebruik frequentieruimte commerciële radio-omroep 2003 gelden;

    e. kavel:

    frequentie of samenstel van frequenties voor het gebruik waarvan een vergunning kan worden verleend;

    f. vergunning voor kavel A1:

    de vergunning voor kavel A1 die verleend is op grond van de Regeling aanvraag en vergelijkende toets vergunningen commerciële radio-omroep 2003;

    g. vergunning voor kavel A2:

    de vergunning voor kavel A2 die verleend is op grond van de Regeling aanvraag en vergelijkende toets vergunningen commerciële radio-omroep 2003;

    h. vergunning voor kavel A3:

    de vergunning voor kavel A3 die verleend is op grond van de Regeling aanvraag en vergelijkende toets vergunningen commerciële radio-omroep 2003;

    i. vergunning voor kavel A4:

    de vergunning voor kavel A4 die verleend is op grond van de Regeling aanvraag en vergelijkende toets vergunningen commerciële radio-omroep 2003;

    j. vergunning voor kavel A5:

    de vergunning voor kavel A5 die verleend is op grond van de Regeling aanvraag en vergelijkende toets vergunningen commerciële radio-omroep 2003;

    k. vergunning voor kavel A6:

    de vergunning voor kavel A6 die verleend is op grond van de Regeling aanvraag en vergelijkende toets vergunningen commerciële radio-omroep 2003;

    l. vergunning voor kavel A9:

    de vergunning voor kavel A9 die verleend is op grond van de Regeling aanvraag en vergelijkende toets vergunningen commerciële radio-omroep 2003;

    m. vergunning voor digitale radio-omroep:

    een vergunning voor het gebruik van 1/9 deel van de capaciteit van de frequentieruimte binnen het frequentiebereik 219,584 - 221,120 MHz;

    n. FM-vergunning:

    een vergunning voor commerciële radio-omroep voor één van de kavels A1, A2, A3, A4, A5, A6 of A9 met een looptijd tot 1 september 2011;

    o. radioprogramma:

    radioprogramma als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Mediawet 2008.

  • 2. De vergunning voor kavel A2 wordt geacht mede te omvatten de vergunning inzake de steunzender 95,5 MHz te Hilversum.

Paragraaf 2 Verlenging van vergunningen voor frequentieruimte in de FM-band

Artikel 2

  • 1. Een aanvraag om verlenging van de looptijd van een FM-vergunning tot 1 september 2017 wordt ingediend bij de minister.

  • 2. De aanvraag wordt na inwerkingtreding van deze regeling en uiterlijk 15 april 2011 om 14.00 uur per post ontvangen dan wel door middel van persoonlijke overhandiging ingediend op het volgende adres: Agentschap Telecom, Emmasingel 1, 9726 AH Groningen.

  • 3. Bij persoonlijke overhandiging van de aanvraag wordt een bewijs van ontvangst afgegeven dat is voorzien van datum en tijdstip van ontvangst en ondertekening.

  • 4. De aanvrager dient slechts één aanvraag in, ook indien hij als houder van meer dan een FM-vergunning aanspraak wenst te maken op verlenging van zijn vergunningen. Met elkaar verbonden instellingen als bedoeld in artikel 6.24, tweede lid, van de Mediawet 2008 dienen eveneens slechts één aanvraag in.

  • 5. De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het in bijlage 1 opgenomen model en gaat vergezeld van de in dit model genoemde gegevens en bescheiden.

  • 6. Teneinde te kunnen voldoen aan het Nationaal Frequentieplan 2005, doet de aanvrager zijn aanvraag vergezeld gaan van een aanvraag voor een vergunning voor digitale radio-omroep dan wel, in het geval de eerstgenoemde aanvraag betrekking heeft op twee FM-vergunningen, een aanvraag voor twee vergunningen voor digitale radio-omroep.

Artikel 3

  • 1. Indien de aanvrager een eenmalig bedrag is verschuldigd op grond van artikel 2 van de Regeling vaststelling eenmalig bedrag landelijke commerciële radio-omroep 2011, verstrekt de aanvrager een waarborgsom of een bankgarantie ter grootte van een zesde deel van het verschuldigde bedrag.

  • 2. Bij de verstrekking van een waarborgsom wordt deze uiterlijk 15 april 2011 om 14.00 uur ontvangen op bankrekeningnummer 56.99.94.039, ten name van Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie; Agentschap Telecom, onder vermelding van de desbetreffende kavel in de FM-band en van ‘vergunning voor digitale radio-omroep’.

  • 3. Bij de verstrekking van een bankgarantie wordt gebruik gemaakt van de modelbankgarantie , opgenomen in bijlage 2, en is artikel 2, tweede lid, van overeenkomstige toepassing.

Artikel 4

Indien niet is voldaan aan artikel 2, tweede of zesde lid, weigert de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie de verlenging van de vergunning.

Artikel 5

  • 1. Indien de aanvrager niet heeft voldaan aan een van de in artikel 2, vierde en vijfde lid, of artikel 3 gestelde eisen, deelt de minister dit de aanvrager mee en stelt de minister de aanvrager in de gelegenheid het verzuim te herstellen.

  • 2. De aanvrager heeft gedurende vijf werkdagen te rekenen vanaf de dag na dagtekening van de mededeling, bedoeld in het eerste lid, de gelegenheid het verzuim te herstellen.

  • 3. De gegevens of bescheiden ten behoeve van het verzuimherstel worden per post ontvangen op dan wel door middel van persoonlijke overhandiging ingediend op het adres, genoemd in artikel 2, tweede lid, binnen de in het tweede lid bedoelde termijn, met dien verstande dat de ontvangst geschiedt vóór 17.00 uur. Verzuimherstel aangaande de waarborgsom geschiedt binnen dezelfde termijn, en met gebruikmaking van het bankrekeningnummer, genoemd in artikel 3, tweede lid.

  • 4. Indien het verzuim niet binnen de termijn, bedoeld in het tweede en het derde lid, en op de wijze, vermeld in het derde lid, is hersteld of de aanvrager na herstel niet heeft voldaan aan de in artikel 2, vierde en vijfde lid, en artikel 3 gestelde eisen, kan de aanvraag buiten behandeling worden gelaten.

Artikel 6

Indien de aanvraag niet is afgewezen of buiten behandeling is gesteld op grond van artikel 4 onderscheidenlijk artikel 5, vierde lid, zijn de artikelen 3.6 en 3.7 van de wet van overeenkomstige toepassing bij het nemen van een besluit op de aanvraag.

Paragraaf 3 Vergunningen voor frequentieruimte in band III

Artikel 7

  • 1. Een aanvraag van een houder van een FM-vergunning voor een vergunning voor digitale radio-omroep wordt ingediend bij de minister.

  • 2. De artikelen 2, tweede tot en met vijfde lid, 3, 4 en 5 zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de in artikel 4 bedoelde weigering ten aanzien van de aanvraag voor een vergunning voor digitale radio-omroep betrekking heeft op de verlening van die vergunning.

Artikel 8

Indien de aanvraag, bedoeld in artikel 2, eerste lid, wordt toegewezen, verleent de minister gelijktijdig een vergunning voor digitale radio-omroep.

Paragraaf 4 Slotbepalingen

Artikel 9

Artikel 1 van de Regeling uitvoering artikel 9 Frequentiebesluit wordt gewijzigd als volgt:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding ‘1.’ geplaatst.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 2. Voor FM-vergunningen als bedoeld in artikel 1 van de Regeling verlenging en digitalisering landelijke commerciële radio-omroep kan een aanvraag om verlenging tevens worden ingediend gedurende een periode die aanvangt op het tijdstip van inwerkingtreding van die regeling en eindigt op 15 april 2011.

Artikel 10

Onderdeel I van de bijlage bij de Regeling technische eigenschappen uitzendingen publieke omroep wordt als volgt gewijzigd:

A

Voetnoot 5 komt als volgt te luiden:

  • 5. Radio 1 tot en met 5 worden uitgezonden zonder gebruik te maken van Conditional Access.

B

De voetnoten 6 en 7 vervallen.

Artikel 11

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 12

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling verlenging en digitalisering landelijke commerciële radio-omroep.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 17 maart 2011

De Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,

M.J.M. Verhagen

BIJLAGE 1: MODEL VOOR EEN AANVRAAG ALS BEDOELD IN ARTIKEL 2, VIJFDE LID, VAN DE REGELING VERLENGING EN DIGITALISERING LANDELIJKE COMMERCIËLE RADIO-OMROEP

Aan Agentschap Telecom,

t.a.v. Projectteam verlengingen

Emmasingel 1

9726 AH Groningen

Hiermee dien ik een aanvraag in om verlenging van de looptijd van de hierna aangeduide landelijke commerciële vergunning in de FM-band tot en met 31 augustus 2017 en om verlening van een vergunning voor digitale radio-omroep voor de periode van 1 september 2011 tot en met 31 augustus 2017.

Ik dien wel / niet1 hierbij een verzoek in om uitstel van betaling als bedoeld in artikel 4:94 Algemene wet bestuursrecht onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de Regeling vaststelling eenmalig bedrag landelijke commerciële radio-omroep 2011.

Kruis de relevante combinatie aan van

a. de vergunning waarop de aanvraag om verlenging betrekking heeft, en

b. de vergunning voor digitale radio-omroep waarop de aanvraag om verlening betrekking heeft.

□ vergunning voor kavel A1, alsmede een vergunning voor digitale radio-omroep

□ vergunning voor kavel A2, met inbegrip van de vergunning inzake de steunzender 95,5 MHz te Hilversum, alsmede een vergunning voor digitale radio-omroep

□ vergunning voor kavel A3, alsmede een vergunning voor digitale radio-omroep

□ vergunning voor kavel A4, alsmede een vergunning voor digitale radio-omroep

□ vergunning voor kavel A5, alsmede een vergunning voor digitale radio-omroep

□ vergunning voor kavel A6, alsmede een vergunning voor digitale radio-omroep

□ vergunning voor kavel A9, alsmede een vergunning voor digitale radio-omroep

Naam van de vergunninghouder: ............

Naam en functie van degene die namens de vergunninghouder deze aanvraag indient en ondertekent: ...... , ...........

Informatie of bijgevoegde bescheiden waaruit blijkt dat de indiener van de aanvraag bevoegd is deze aanvraag namens de vergunninghouder in te dienen (bijv. door bijvoeging van een uittreksel uit het handelsregister of een kopie van de statuten): .....

Handtekening: ........

NB:

  • ingevolge artikel 2, tweede lid, van de regeling dient de aanvraag uiterlijk 15 april 2011 om 14.00 uur per post te zijn ontvangen op dan wel door middel van persoonlijke overhandiging ingediend op het bovengenoemde adres;

  • ingevolge artikel 2, vierde lid, van de regeling dient de aanvrager slechts één aanvraag in, ook indien hij als houder van meer dan een FM-vergunning aanspraak wenst te maken op verlenging van zijn vergunningen. Met elkaar verbonden instellingen als bedoeld in artikel 6.24, tweede lid, van de Mediawet 2008 dienen eveneens slechts één aanvraag in;

  • ingevolge artikel 3 van de regeling dient uiterlijk 15 april 2011 om 14.00 uur zekerheid voor de betaling van het eenmalig bedrag te zijn verstrekt ter grootte van een zesde deel van het verschuldigde bedrag;

  • ingevolge artikel 3, tweede lid, van de Regeling vaststelling eenmalig bedrag landelijke commerciële radio-omroep 2011 dient het eenmalig bedrag te worden betaald in zes gelijke termijnen die steeds jaarlijks vervallen op 1 september, voor het eerst op 1 september 2011, en dient zekerheid te worden verschaft voor de betaling van deze termijnen ter grootte van een zesde deel van het verschuldigde bedrag.

BIJLAGE 2: MODEL VOOR EEN BANKGARANTIE ALS BEDOELD IN ARTIKEL 3, DERDE LID, VAN DE REGELING VERLENGING EN DIGITALISERING LANDELIJKE COMMERCIËLE RADIO-OMROEP

Modelbankgarantie

I. De ondergetekende

.... (naam van een bank die is gevestigd in een van de lidstaten van de Europese Unie of in een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte), statutair gevestigd te ...., mede kantoorhoudende te ...., hierna te noemen: ‘de Bank’;

In aanmerking nemende:

  • A. dat artikel 3.3, eerste lid, van de Telecommunicatiewet bepaalt dat voor het gebruik van frequentieruimte een vergunning is vereist van de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (hierna: ‘de Minister’);

  • B. dat de Minister met betrekking tot de verlenging van de looptijd van de vergunningen voor landelijke commerciële radio-omroep voor één van de kavels A1, A2, A3, A4, A5, A6 of A9 onder gelijktijdige verlening van een vergunning voor digitale radio-omroep regels heeft gesteld. Deze regels zijn vastgelegd in de Regeling aanvraag verlenging vergunningen voor landelijke commerciële radio in de FM-band en aanvraag verlening vergunningen voor frequentieruimte in band III (hierna: Regeling verlenging en digitalisering) en in deRegeling vaststelling eenmalig bedrag landelijke commerciële radio-omroep 2011 (hierna: Regeling eenmalig bedrag);

  • C. dat degene die een aanvraag om verlenging van de looptijd van een FM-vergunning en van een aanvraag om verlening van een vergunning voor digitale radio-omroep indient op grond van artikel 3 van de Regeling verlenging en digitalisering verplicht is bij de indiening daarvan een waarborgsom of een bankgarantie te verstrekken ter grootte van een zesde deel van het bedrag dat of de bedragen die hij verschuldigd is op grond van artikel 2, eerste of tweede lid, van de Regeling eenmalig bedrag;

  • D. dat voor het geval voor de verlenging en verlening van vergunningen op grond van de Regeling verlenging en digitalisering een eenmalig bedrag verschuldigd is op grond van de Regeling eenmalig bedrag, bij verlening van uitstel van betaling op grond van artikel 4:94 van de Awb jo. artikel 3, tweede lid, van die regeling aan de desbetreffende beschikking de voorschriften worden verbonden dat het verschuldigde bedrag wordt betaald in zes gelijke termijnen die steeds jaarlijks vervallen op 1 september, voor het eerst op 1 september 2011, en dat de verkrijger respectievelijk de houder van de vergunningen een waarborgsom verstrekt of een bankgarantie volgens het model, opgenomen in de bijlage, overlegt ter hoogte van een zesde deel van het verschuldigde bedrag;

  • E. dat ..... (naam aanvrager/houder van de vergunningen), natuurlijke persoon of rechtspersoon naar ..... (het recht van een van de lidstaten van de Europese Unie of van een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte) recht, statutair gevestigd te ....., kantoorhoudende te ....., hierna te noemen: ‘de Aanvrager/Houder’,

    op grond hiervan is gehouden een waarborgsom te storten of een bankgarantie te doen stellen ter zekerheid van al hetgeen de aanvrager ter zekerheid verschuldigd is, hierna te noemen: ‘de Vordering’, aan de Staat der Nederlanden, rechtspersoon naar Nederlands recht, waarvan de statutaire zetel is gevestigd te ’s-Gravenhage, hierna te noemen: ‘de Staat’;

  • F. dat de Aanvrager de Bank heeft verzocht een onherroepelijke en onafhankelijke bankgarantie te stellen ten behoeve van de Staat, welke op eerste verzoek van de Staat betaalbaar is;

II. Verbindt zich tot het navolgende:

  • 1. De Bank stelt zich bij wijze van zelfstandige verbintenis tot een bedrag van ….. (zegge: …..) (invullen bedrag van een zesde deel van het eenmalig bedrag), onherroepelijk garant jegens de Staat voor de betaling van al hetgeen de Staat blijkens een schriftelijke verklaring van de Staat ter zake van de Vordering van de Aanvrager/Houder te vorderen heeft, aldus dat de Bank zich verbindt het gevorderde bedrag als eigen verplichting aan de Staat te voldoen;

  • 2. De Bank verbindt zich om als eigen schuld op eerste verzoek en op de enkele schriftelijke mededeling van de Staat zonder overlegging van enig ander document of opgaaf van redenen te verlangen, aan de Staat te voldoen het bedrag dat de Staat verklaart ter zake van de Vordering van de Aanvrager/Houder te vorderen te hebben, met dien verstande dat de Bank nimmer gehouden is aan de Staat meer te voldoen dan het hiervoor vermelde maximumbedrag.

  • 3. Deelberoepen onder deze bankgarantie zijn mogelijk. Het maximumbedrag van deze bankgarantie wordt met een bedrag gelijk met dat van elk deelberoep verlaagd.

  • 4. Deze bankgarantie vervalt na ontvangst door de Bank van een per aangetekende brief gezonden schriftelijke verklaring van de Staat dat de bankgarantie vervalt en in ieder geval .... jaar (invullen ‘één jaar’ indien de bankgarantie (alleen) de onder I.C bedoelde verplichting betreft; invullen ‘zes jaar’ indien de bankgarantie (mede) de onder I.D bedoelde verplichting betreft1 na datum van ondertekening van deze garantie, tenzij de Bank ten minste één maand voor de einddatum van de garantie per aangetekende brief een schriftelijke verklaring van of namens de Minister heeft ontvangen dat deze bankgarantie niet vervalt, in welk geval de garantie telkens voor een nieuwe termijn van een jaar geldig is

  • 5. Deze bankgarantie wordt beheerst door Nederlands recht. Geschillen ter zake van deze bankgarantie kunnen uitsluitend worden voorgelegd aan de bevoegde Nederlandse rechter te ’s-Gravenhage.

  • 6. Na verval van deze bankgarantie kan de Staat geen enkele aanspraak meer maken jegens de Bank uit hoofde van deze bankgarantie tenzij de Bank voorafgaande aan het moment waarop deze bankgarantie zou vervallen een mededeling ontving als bedoeld onder 2 waaraan de Bank nog niet voldeed. Op verzoek van de Bank zal de Staat deze bankgarantie nadat deze is vervallen retourneren aan de Bank.

    Plaats: .....

    Datum: .....

    Naam bank en ondertekening

    .....

TOELICHTING

I. Algemeen

1. Doel en aanleiding

Op 23 juni 2009 is de Tweede Kamer per brief geïnformeerd over het beleid ten aanzien van analoge en digitale etherradio (Kamerstukken II, 2008-2009, 24095, nr. 241). Kern van dit beleid is dat een transitie van analoge naar digitale radio wenselijk is en dat deze ondersteund zal worden door het verlengen van de looptijd van de huidige vergunningen voor commerciële, analoge radio-omroep voor de periode van 1 september 2011 tot 1 september 2017, op voorwaarde dat door de vergunninghouders ook geïnvesteerd wordt in digitale radio. Daarna zal de analoge etherradio worden afgeschakeld indien voldoende luisteraars gebruik maken van digitale etherradio.

Deze regeling strekt er toe ter uitvoering van het hiervoor bedoelde beleid regels te stellen betreffende de aanvraag om verlenging van de looptijd van de bestaande FM-vergunningen voor landelijke commerciële radio-omroep en de gelijktijdige aanvraag door de desbetreffende vergunninghouders van een vergunning voor digitale radio-omroep.

2. Digitaliseringsbeleid commerciële radio

Het digitaliseringsbeleid voor commerciële radio is er op gericht het aanbod van etherradio te verrijken en zo de luisteraar onderweg een breed scala van meer innovatieve diensten, zoals een elektronische programmagids, te kunnen bieden. Tevens strekt dit beleid er toe de beschikbare frequentieruimte intensiever en dus doelmatiger te kunnen gebruiken. Invoering van digitale etherradio leidt tot een doelmatiger gebruik van frequentieruimte, zodat meer radioprogramma’s tegelijkertijd kunnen worden uitgezonden. Alleen al voor landelijke commerciële radio verdubbelt bij digitalisering de capaciteit. Daarbij biedt digitale radio ook voordelen voor de dekkingsgraad van vergunningen. Zo kunnen landelijke commerciële FM-programma’s nu niet overal in Nederland beluisterd worden. Digitale radio biedt vergunninghouders de mogelijkheid een volledige landelijke dekking te realiseren. De vergroting van de capaciteit is ook relevant voor de doelstellingen waarop het beleid voor etherradio van oudsher gericht is, pluriformiteit en pluraliteit. Bij een overgang naar digitale radio wordt op die punten een grote stap voorwaarts gezet.

Digitalisering is niet alleen in Nederland aan de orde. In andere Europese landen worden ook stappen gezet om digitalisering te bevorderen. In Denemarken bijvoorbeeld worden landelijke commerciële omroepen verplicht hun analoge programma ook digitaal uit te zenden. In Frankrijk wordt digitale radio gestimuleerd door partijen die een vergunning voor digitale radio verkrijgen zonder meer een verlenging voor hun vergunning voor analoge radio te geven. In het Verenigd Koninkrijk is verlenging van vergunningen voor analoge radio mogelijk indien de desbetreffende radioprogramma’s gelijktijdig ook digitaal worden uitgezonden1. In het kader van de Europese Unie wordt ook het belang van digitalisering van ethergebruik onderkend, zo blijkt bijv. uit het recente rapport The future of radio broadcasting in Europe, Identified needs, opportunities and possible ways forward (Working Group RSPG10-349, 2010-10-29) van de Radio Spectrum Policy Group, een adviesorgaan van de Europese Commissie.

3. Koppeling analoge en digitale vergunningen

Op dit moment komt de transitie van analoge naar digitale radio in Nederland nog niet van de grond, omdat de uitrol van een nieuw netwerk de nodige investeringen vergt, terwijl de vraag naar digitale radio nog moet ontstaan. De kosten gaan dus voor de baten uit. Gelet op het beleidsmatige belang van digitalisering is het wenselijk de (investeringen in) digitalisering een impuls te geven, en wel door te bevorderen dat er een goed aanbod van digitale radio komt. Een goed aanbod is bij uitstek een aanbod dat luisteraars er toe brengt de stap te zetten naar digitale radio. De grootschalige overstap van luisteraars is noodzakelijk voor commercieel verantwoorde exploitatie en ook om te kunnen besluiten tot de omschakeling en daarmee de afschakeling van analoge radio. Commerciële radio wordt immers hoofdzakelijk gefinancierd uit reclame-opbrengsten. In een overgangsperiode dienen radiozenders zowel analoog als digitaal uit te zenden. Het is van belang dat deze periode zo kort mogelijk is, nu in deze periode het beslag op frequentieruimte relatief groot is.

Het creëren van een aantrekkelijk aanbod voor digitale radio dient logischerwijs primair te gebeuren door partijen met een vergunning voor analoge radio. Er is niet veel animo voor aparte vergunningen voor digitale radio-omroep; zo bleek er bij een verdeling van twee vergunningen voor digitale omroep in het voorjaar van 2009 geen schaarste te zijn, terwijl die vergunningen een ruimere bestemming hadden dan digitale radio-omroep. Dat heeft te maken met het feit dat luisteraars niet snel hun vertrouwde zenders inruilen voor een onbekende zender2. Het is dus moeilijk digitale radio commercieel gezond te exploiteren als men niet gebruik kan maken van de bekendheid van het publiek met bestaande analoge uitzendingen. Om die reden is in het Nationaal Frequentieplan 2005 een koppeling aangebracht tussen frequentieruimte bestemd voor analoge radio-omroep en frequentieruimte bestemd voor digitale radio-omroep. De vergunninghouder dient over zowel een vergunning voor analoge radio-omroep als een vergunning voor digitale radio-omroep te beschikken en dient de analoge uitzending tegelijkertijd ook digitaal uit te zenden, de z.g. simulcastverplichting. Op deze wijze kan de luisteraar de overstap maken naar digitale radio zonder afstand te hoeven nemen van vertrouwde programma’s. De prikkel om die stap daadwerkelijk te zetten, is gelegen in het aanbod van innovatieve en extra diensten en het grotere bereik dat bij digitale radio kan worden gerealiseerd.

4. Verlenging huidige vergunningen commerciële radio

Zoals naar voren gebracht in de eerder genoemde brief aan de Tweede Kamer van 23 juni 2009 kan de overgang naar digitale radio worden ondersteund door het verlengen van de bestaande vergunningen voor analoge radio-omroep onder de gelijktijdige verplichting een vergunning voor digitale radio-omroep in gebruik te nemen. Bij een verlenging kan de omschakeling naar digitale radio veel sneller plaatsvinden dan bij een verdeling, omdat geen sprake is van een ‘ingroeifase’ waarin de markt zich moet stabiliseren en luisteraars nog niet vertrouwd zijn met de uitgezonden programma’s zodat zij minder snel zullen overstappen op digitale radio. Uiteraard is dit afhankelijk van de ontwikkelingen in de markt, de invulling die partijen geven aan digitale radio en de wijze waarop het publiek hierop reageert. Maar tegelijkertijd kan men constateren dat een verlenging de kansen op een snelle omschakeling aanmerkelijk vergroot en daarmee de voorkeur heeft boven de optie van een nieuwe verdeling. Bij verlenging kan de overgangsperiode met extra beslag op de frequentieruimte relatief kort worden gehouden en kan de huidige schaarste eerder worden opgeheven, althans aanmerkelijk worden verminderd.

Tegen deze achtergrond is in artikel 9, eerste lid, van het Frequentiebesluit een expliciete basis geschapen voor het verlengen van z.g. schaarse vergunningen als dat ‘naar het oordeel van Onze Minister van belang is voor de bevordering van de overgang van analoge naar digitale techniek’ (Besluit van 18 februari 2011, houdende wijziging van het Frequentiebesluit in verband met het digitaliseringsbeleid voor commerciële radio, Stb. 2011, 88). Vastgesteld kan worden dat verlenging van de bestaande landelijke vergunningen voor commerciële radio, met gelijktijdige uitgifte van vergunningen voor digitale radio-omroep, in het belang is van de overgang van analoge naar digitale techniek. De in de toelichting bij de hiervoor bedoelde wijziging van het Frequentiebesluit gegeven onderbouwing van het verlengings- en digitaliseringsbeleid is onverkort relevant voor deze verlenging. Bijgevolg voorziet deze regeling op grond van artikel 9, eerste lid, Frequentiebesluit in verlenging van de bestaande landelijke vergunningen voor commerciële radio met gelijktijdige uitgifte van vergunningen voor digitale radio-omroep.

De keuze voor verlenging van de vergunningen impliceert dat de huidige situatie ten aanzien van de vergunningen en ook de verhoudingen in de markt min of meer gehandhaafd blijven. Zo blijven de gebruiksbeperkingen, clausuleringen en andere voorschriften die sinds 2003 gelden, goeddeels van kracht. Ook in de samenstelling van de frequentiekavels zijn geen wijzigingen doorgevoerd, behalve enkele kleinschalige aanpassingen om ontvangstproblemen van publieke omroepen te kunnen oplossen, zoals aangekondigd in de eerder genoemde brief aan de Tweede Kamer van 23 juni 2009.

De verlenging heeft betrekking op zeven van de negen vergunningen voor landelijke commerciële analoge radio-omroep. Twee van deze vergunningen, betreffende de kavels A7 en A8, zijn in 2009 ingetrokken en zullen afzonderlijk worden verdeeld. Bij deze verdeling zullen zoveel mogelijk dezelfde uitgangspunten gelden als voor de verlenging van de overige vergunningen, te weten een gelijktijdige uitgifte van een vergunning voor digitale radio-omroep, oplegging van een eenmalig bedrag en handhaving van de bestaande gebruiksbeperkingen, clausuleringen en andere voorschriften.

5. Aanvraagprocedure

Houders van een FM-vergunning voor landelijke commerciële radio-omroep kunnen gedurende enkele weken een aanvraag om verlenging van hun FM-vergunning met een gelijktijdige aanvraag om verlening van een vergunning voor digitale radio-omroep indienen. Omdat deze periode afwijkt van de gebruikelijke, in artikel 9 van het Frequentiebesluit bedoelde periode, is op grond van dat artikel voorzien in een wettelijke basis voor de afwijkende aanvraagperiode. Hiertoe is met deze regeling de Regeling uitvoering artikel 9 Frequentiebesluit aangepast.

De aanvrager kan in essentie volstaan met indiening van de aanvraag met gebruikmaking van het aanvraagformulier en, indien van toepassing, het verstrekken van zekerheid voor een zesde deel van het verschuldigde eenmalige bedrag. Een tijdig ingediende en complete aanvraag wordt in beginsel toegewezen. Een reden voor afwijzing kan in het bijzonder gelegen zijn in het feit dat de aanvrager niet meer voldoet aan de eisen die zijn gesteld bij de verkrijging van zijn vergunning, bijvoorbeeld omdat hij failliet is verklaard.

Zoals gezegd dient de vergunninghouder op grond van deze regeling gelijktijdig met de verlengingsaanvraag ook een aanvraag voor een vergunning voor digitale radio-omroep te doen. Deze vergunning wordt uitsluitend verleend indien ook de verlengingsaanvraag wordt toegewezen.

Het vereiste zekerheid te stellen voor het geval de aanvraag een vergunning betreft waarvoor een eenmalig bedrag is vastgesteld, dient ertoe te voorkomen dat aanvragen worden gedaan door partijen die naderhand niet in staat zijn het eenmalig bedrag te voldoen. Door verstrekking van een bankgarantie of een waarborgsom toont de aanvrager in feite aan voldoende financiële armslag te hebben. Indien de vergunningen worden verleend kan de zekerheid worden aangewend voor de betaling van het eenmalig bedrag of, desgewenst, kan de zekerheid voor een periode van zes jaar worden gesteld opdat hij als zekerheid voor het verkrijgen van een betalingsregeling kan dienen. Dit is voorzien in de Regeling vaststelling eenmalig bedrag landelijke commerciële radio-omroep 2011.

6. Openbare voorbereidingsprocedure

De voorgenomen besluiten voor de verlenging van de landelijke FM-vergunningen zijn met toepassing van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht ter inzage gelegd om eenieder in de gelegenheid te stellen zienswijzen naar voren te brengen. Hierbij is ook een kennisgeving ter inzage gelegd die een beschrijving bevatte van de voorgenomen uitvoering van het digitaliserings- en verlengingsbeleid.

Na afloop van de consultatie bleek dat drie potentiële toetreders bezwaar maakten tegen het digitaliserings- en verlengingsbeleid als zodanig. De andere zienswijzen ondersteunden het geconsulteerde beleid op hoofdlijnen maar hadden op onderdelen daarvan aanmerkingen die hierna zullen worden toegelicht.

Ten aanzien van de ontwerpbesluiten zijn er voor de landelijke vergunningen in totaal elf zienswijzen ontvangen. Deze waren afkomstig van bestaande vergunninghouders, andere belanghebbenden en potentiële toetreders. De zienswijzen bevatten voor het overgrote deel opmerkingen over de uitkomsten van het onderzoek ‘waarde commerciële radiovergunningen’ en hebben geleid tot een herberekening van de waarden. In de toelichting bij de Regeling vaststelling eenmalig bedrag landelijke commerciële radio-omroep 2011 wordt hier op ingegaan.

Verder zijn er vragen gesteld over de technologie van digitalisering. De vergunningen voor digitale radio-omroep zijn techniekneutraal en kunnen dus worden aangewend voor de technologie van zowel DAB als DAB+. Ook waren er vragen over de kwaliteitsnorm voor digitale radio-uitzendingen. Naar aanleiding hiervan zal in de vergunningen een meer specifieke kwaliteitsnorm worden opgenomen die afgeleid is van het beleidsdoel dat de kwaliteit op het digitale platform vergelijkbaar moet zijn met de huidige kwaliteit in de FM.

7. Administratieve lasten

De houder van een landelijke FM-vergunning die besluit gebruik te willen maken van de mogelijkheid tot het verlengen van zijn vergunning en het verwerven van een vergunning voor digitale radio-omroep, zal een aanvraag moeten indienen, vergezeld van bescheiden waarmee wordt aangetoond dat de indiener van de aanvraag bevoegd is die aanvraag namens de vergunninghouder in te dienen. Er is afgezien van verplichtingen om alle gegevens te overleggen om te kunnen toetsen of de vergunninghouder nog steeds voldoet aan de bij de verlening van de oorspronkelijke vergunning gestelde toelatingseisen en toetscriteria. Alleen indien daartoe een concrete aanleiding is, zal de aanvrager worden verzocht aanvullende gegevens of bescheiden te overleggen. Op deze wijze zijn de administratieve lasten van deze aanvraagprocedure sterk gereduceerd.

In bepaalde gevallen is voor de verlenging en verlening van vergunningen op grond van deze regeling een eenmalig bedrag verschuldigd. In die gevallen geldt de verplichting bij de aanvraag zekerheid te verschaffen voor betaling van een zesde deel van het verschuldigde eenmalig bedrag. Indien zekerheid wordt verstrekt in de vorm van een bankgarantie dient de hiervoor als bijlage 2 bij de regeling gevoegde modelbankgarantie te worden gebruikt.

De procedure voor verlenging van de FM-vergunning en verlening van een vergunning voor digitale radio-omroep begint met het indienen van een aanvraag en, in die gevallen dat een eenmalig bedrag is opgelegd, het stellen van zekerheid. Voor de aanvraag is nodig een volledig ingevulde aanvraagformulier, overeenkomstig bijlage 1, en in voorkomend geval, een zekerheidstelling ter hoogte van een zesde deel van het verschuldigde eenmalige bedrag.

Door aanvragers in voorkomend geval te verplichten om op het moment van aanvragen tevens de bijbehorende zekerheidstelling te voldoen worden de totale administratieve lasten beperkt. Hiermee wordt namelijk voorkomen dat aanvragers die de zekerheidstelling (bij nader inzien) niet kunnen (of willen) voldoen, administratieve lasten maken bij het doen van de aanvraag. Zodoende maken alleen partijen die daadwerkelijk in staat zijn hun vergunning te verlengen administratieve lasten.

Als wordt bezien wat het totaal van de administratieve lasten is dat voor de verlenging van de FM-vergunningen en voor de verlening van een bijbehorende vergunning voor digitale radio-omroep kan worden begroot, ongeacht of dit is gebaseerd op de Regeling verlenging en digitalisering landelijke commerciële radio-omroep, de Regeling vaststelling eenmalig bedrag landelijke commerciële radio-omroep 2011 of de Algemene wet bestuursrecht, kan het volgende beeld worden geschetst.

Naar verwachting zullen zeven vergunninghouders een aanvraag indienen voor de verlenging van hun FM-vergunning en voor de verlening van een vergunning voor digitale radio-omroep. Vier daarvan dienen voor deze verlenging een eenmalig bedrag te betalen en dientengevolge een waarborgsom dan wel een bankgarantie te overleggen.

De totale administratieve lasten voor de verlenging en verlening van vergunningen zijn naar verwachting ca € 50.000,–. Deze kosten zijn in principe eenmalig voor de looptijd van de vergunningen. Deze vergunningen worden voor zes jaar verlengd respectievelijk verleend, waarna er in principe een procedure volgt om deze frequentieruimte te verdelen. De eenmalige lasten mogen in dit geval aan de periode van zes jaar worden toegerekend hetgeen neerkomt op een bedrag per jaar van naar verwachting ca € 8.000,-.

8. Beleid betreffende vaste verandermomenten

Deze regeling strekt tot uitvoering van het digitaliseringsbeleid dat is gericht op de verlenging van vergunningen onder oplegging van een verplichting ten aanzien van de uitrol en uitzending van digitale radio. Het is van groot belang voor de marktpartijen dat de verlenging van vergunningen zo spoedig mogelijk plaatsvindt, gelet op het feit dat de betreffende vergunningen aflopen op 1 september 2011. Gelet op de digitaliseringsdoelstelling is het ook in het belang van de luisteraars dat deze regeling spoedig in werking treedt. Met het oog hierop is afgeweken van het beleid ten aanzien van de vaste verandermomenten; uitzonderingsgrond ‘Hoge c.q. buitensporige private of publieke voor- en nadelen van vertragingen of vervroeging van invoering’ is hier van toepassing.

II. Artikelsgewijs

Artikel 1

Dit artikel bevat definities van een aantal meer algemene begrippen zoals de begrippen ‘ongeclausuleerde landelijke commerciële radio-omroep’ en ‘geclausuleerde landelijke commerciële radio-omroep’. Het verschil tussen deze bestemmingen ligt in het al dan niet aanwezig zijn van specifieke gebruiksvoorschriften die een kavel programmatisch kleuren. In de Regeling aanwijzing en gebruik frequentieruimte commerciële radio-omroep 2003 zijn de kavels aangewezen waarvoor specifieke gebruiksvoorschriften gelden.

Verder bevat dit artikel de omschrijving van de vergunningen waarop deze regeling betrekking heeft. Ten eerste betreft het de FM-vergunningen, te weten de vergunningen voor landelijke commerciële radio-omroep met betrekking tot een aantal kavels in de FM-band. Hierbij is verwezen naar de vergunningen zoals verleend op grond van de Regeling aanvraag en vergelijkende toets vergunningen commerciële radio-omroep 2003. Na de verlening van de oorspronkelijke vergunningen zijn de technische parameters van deze vergunningen op onderdelen gewijzigd, hetgeen ook gevolgen had voor het voorspelde maximale demografisch bereik van de desbetreffende kavel. Deze wijzigingen vonden onder meer plaats om ontvangstproblemen op te lossen. Het object van de vergunningen is hierdoor niet gewijzigd. Daarom heeft, voor zover van dergelijke bijstellingen sprake is, de verlenging betrekking op de vergunning voor de gewijzigde kavel. Ten tweede betreft het de omschrijving van de vergunning voor digitale radio-omroep. Het betreft het gebruik van een negende deel van een zogenaamde multiplex, gelet op het feit dat dit multiplex bestemd is voor de houders van de negen landelijke commerciële FM-vergunningen. Er kan zich de situatie voordoen dat minder dan negen van deze vergunningen voor digitale radio-omroep in gebruik zijn. In dat geval kunnen de vergunninghouders ieder naar rato een deel van de resterende capaciteit gebruiken. Dit zal worden vastgelegd in de vergunning voor digitale radio-omroep.

Artikel 2

De houders van FM-vergunningen kunnen vanaf de datum van inwerkingtreding van deze regeling tot uiterlijk 15 april 2011, 14:00 uur een aanvraag indienen die enerzijds betrekking heeft op verlenging van hun FM-vergunning (krachtens het eerste lid) en anderzijds op verlening van een vergunning voor digitale radio-omroep (krachtens het zesde lid). Ook als vergunninghouders eerder al een verlengingsaanvraag hebben ingediend, dienen zij in de hiervoor bedoelde periode een aanvraag overeenkomstig deze regeling in te dienen. In het geval een aanvraag om verlenging betrekking heeft op twee FM-vergunningen, dan moeten blijkens het zesde lid tegelijkertijd twee vergunningen voor digitale radio-omroep worden aangevraagd. Aanvragen die niet in de hiervoor bedoelde periode zijn ontvangen, op een andere wijze zijn ontvangen (bijvoorbeeld per fax of e-mail) of op een ander adres, worden krachtens artikel 4 geweigerd.

Artikel 3

In bijlage 2 is een modelbankgarantie opgenomen. Deze biedt de mogelijkheid de bankgarantie mede aan te wenden als zekerheid voor het verkrijgen van uitstel van betaling van het eenmalig bedrag. Alsdan is de maximale duur van de bankgarantie niet één jaar maar maximaal zes jaar, daargelaten de mogelijkheid tot verlenging.

Artikelen 4 en 5

Zoals vermeld in de toelichting bij artikel 2 vormen de vereisten ten aanzien van tijdstip en wijze van indiening van een aanvraag om verlenging en ten aanzien van de gelijktijdige aanvraag om verlening weigeringsgronden. Indien niet is voldaan aan de andere vereisten – betreffende het volstaan met één aanvraag om verlenging, het gebruik van het aanvraagmodel en bijvoeging van de gevraagde gegevens en bescheiden, en het stellen van zekerheid – kan dat aanleiding zijn de aanvraag buiten behandeling te stellen, op grond van artikel 4:5 Algemene wet bestuursrecht. Artikel 5 bevat hiervoor nadere regels.

Artikel 6

In dit artikel is vastgelegd dat aanvragen die voldoen aan de vereisten van deze regeling worden getoetst aan de artikelen 3.6 en 3.7 van de wet betreffende de algemeen geldende weigerings- respectievelijk intrekkingsgronden. Op grond van artikel 9, vierde lid, Frequentiebesluit kunnen nadere regels inzake de verlenging van vergunningen worden gesteld. Het ligt niet in de rede dat op grond van deze regeling een vergunning (zonder meer) wordt verlengd indien zich één van de bedoelde weigerings- of intrekkingsgronden voordoet. Anders zou een vergunninghouder voor verlenging van zijn vergunning in aanmerking komen hoewel er redenen zijn voor intrekking van zijn vergunning of gronden om een aanvraag om verlening van een dergelijke vergunning te weigeren. Voor dit laatste aspect kan worden gewezen op een uitspraak van het College voor Beroep van het bedrijfsleven (d.d. 2 september 2010, LJN NB6822) waarin het College vaststelt dat artikel 3.6 van de wet van overeenkomstige toepassing is op een aanvraag om wijziging van een vergunning. Ten aanzien van de toepassing van de wettelijke intrekkingsgronden kan men denken aan bijvoorbeeld de situatie dat de houder van een vergunning niet meer voldoet aan de gestelde eisen om in aanmerking te komen voor de vergunning of dat hij de aan de vergunning verbonden voorschriften niet nakomt en dat dat reden is voor intrekking van de vergunning. Het zou dan niet wenselijk zijn wel de vergunning te verlengen. Alsdan dient de verlenging te worden geweigerd, al dan niet voorafgegaan door een intrekking van de bestaande vergunning.

Artikelen 7 en 8

Zoals beschreven in het algemeen deel van de toelichting worden ingevolge het digitaliseringsbeleid bij de verlenging van de FM-vergunningen ook frequenties voor digitale radio-omroep uitgegeven. In het Nationaal Frequentieplan 2005 (verder: NFP) is bepaald dat de frequentieruimte waarop de FM-vergunningen betrekking hebben, bestemd is voor gebruik door partijen die ook gebruik maken van frequentieruimte die is bestemd voor digitale radio-omroep. In die zin zijn de onderscheidenlijke frequentiebanden ‘gekoppeld’. Zoals toegelicht in de desbetreffende wijziging van het NFP betekent dit dat geen schaarste wordt verwacht ten aanzien van de frequentieruimte voor digitale radio-omroep en dat uitgifte hiervoor plaats vindt in volgorde van binnenkomst van de aanvragen. De artikelen 7 en 8 hebben betrekking op de aanvraagprocedure voor de vergunningen voor digitale radio-omroep. Om te verzekeren dat beide aanvragen gecombineerd worden ingediend, is in artikel 2, zesde lid, bepaald dat een aanvraag om verlenging vergezeld moet gaan van een aanvraag om verlening van een vergunning voor digitale radio-omroep. De aanvraagprocedure voor een vergunning voor digitale radio-omroep loopt dus parallel met die voor de verlenging van de FM-vergunningen en kent dezelfde vereisten. Om die reden zijn de desbetreffende bepalingen in artikel 7, tweede lid, van overeenkomstige toepassing verklaard. Waar het gaat om de in artikel 3 bedoelde zekerheidstelling voor het eenmalig bedrag betekent dit uiteraard niet dat de aanvrager ten behoeve van de aanvraag voor een vergunning voor digitale radio-omroep een tweede zekerheidstelling moet geven. De zekerheidstelling heeft betrekking op het eenmalig bedrag dat op grond van de Regeling vaststelling eenmalig bedrag landelijke commerciële radio-omroep 2011 geldt voor de combinatie van een vergunning voor analoge radio-omroep en een vergunning voor digitale radio-omroep.

De aanvraag om verlening van een vergunning voor digitale radio-omroep wordt (slechts) toegewezen indien ook de aanvraag om verlenging van de FM-vergunning wordt toegewezen.

Artikel 9

Dit artikel bevat de in paragraaf 5 van het algemene deel van de toelichting geschetste wijziging van de Regeling uitvoering artikel 9 Frequentiebesluit. Door het bepalen van een aanvullende periode voor de indiening van de onderhavige verlengingsaanvragen is een basis geschapen om de aanvragen om verlenging in behandeling te kunnen nemen. Uit het nieuwe tweede lid kan overigens, gelet op artikel 21, vierde lid, van het Frequentiebesluit, niet worden afgeleid dat ook eerder ingediende aanvragen op grond van deze regeling voor toewijzing in aanmerking komen.

Artikel 10

Van de gelegenheid wordt gebruik gemaakt om enkele onderdelen van de Regeling technische eigenschappen uitzendingen publieke omroep in overeenstemming te brengen met het uitgangspunt van techniekneutraal frequentiebeheer.

Onderdeel A betreft voetnoot 5, geldend voor digitale radio-omroep, waarin tot op heden was vereist dat radio 1 tot en met 5 gezamenlijk worden uitgezonden in dezelfde T-DAB-multiplex en door middel van MPEG Audio Layer 2 gecodeerd, zonder gebruik te maken van Contitional Access. In verband met het uitgangspunt van techniekneutrale frequentiebeheer wordt bij de sinds 2009 verleende vergunningen voor digitale (radio)omroep niet meer een bepaalde techniek voorgeschreven, maar uitsluitend een spectrummasker waarbinnen de vergunninghouder dient te blijven. Binnen dat masker kan uit verschillende technieken gekozen worden. Het voorschrift dat geen gebruik mag worden gemaakt van Conditional Access (systeem van voorwaardelijke toegang) blijft van kracht, omdat hiermee geborgd blijft dat de radioprogramma’s van de publieke omroep vrij toegankelijk blijven (zonder betaling).

Onderdeel B betreft de voetnoten 6 en 7 die zowel in de tabel als in de bijbehorende weergave van de voetnoten komen te vervallen. Deze voetnoten bevatten een norm voor de minimum ontvangstkwaliteit (bitrate) voor de uitzendingen voor digitale radio-omroep in respectievelijk stereo en joint stereo. Omdat per techniek een andere bitrate nodig is om een vergelijkbaar kwaliteitsniveau te halen, is het niet meer mogelijk te volstaan met een vaste, bij regeling vastgelegde bitrate. In het vervolg zullen voorschriften die tot doel hebben om een minimum ontvangstkwaliteit te garanderen in de vergunning voor digitale (radio) omroep worden opgenomen.

De Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,

M.J.M. Verhagen


X Noot
1

doorhalen wat niet van toepassing is

X Noot
1

dit model dient te worden gebruikt voor een bankgarantie

  • a. voor het stellen van zekerheid in het kader van de aanvraagprocedure (i.v.m. de verplichting bedoeld in de verklaring onder I.C) of

  • b. met het oog op het verkrijgen van uitstel van betaling (i.v.m. de verplichting bedoeld in de verklaring onder I.D)

  • c. of ten behoeve van beide.

    In het eerste geval (a) geldt de bankgarantie in beginsel voor maximaal één jaar. Bij toepassing als bedoeld onder (b) en (c), als de bankgarantie (mede) dient als zekerheid voor de verlening van uitstel van betaling, geldt de bankgarantie in beginsel voor maximaal zes jaar. De aanvrager kan al bij de aanvraag om verlenging en verlening een verzoek om uitstel van betaling doen en dan zekerheid verschaffen met behulp van een bankgarantie voor in beginsel maximaal zes jaar.

X Noot
1

Zie het rapport Commercial radio frequency licensing van 2009 van Analysys Mason en Hogan & Hartson.

X Noot
2

zie Advies nr. 4648/5.0261, randnummer 33, van de Nederlandse Mededingingsautoriteit inzake vergunningverlening TDAB, d.d. 6 juni 2005, gepubliceerd op de website van de NMa.