Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie van 24 maart 2011, nr. 192321, houdende bepalingen over de landbouwtelling en gecombineerde opgave

De Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,

Gelet op:

  • verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad van de Europese Unie van 20 september 2005 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (ELFPO) (PbEU L 277);

  • verordening (EG) nr. 65/2011 van de Commissie van 27 januari 2011 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad met betrekking tot de toepassing van controleprocedures en van de randvoorwaarden in het kader van de steunmaatregelen voor plattelandsontwikkeling;

  • verordening (EG) nr. 73/2009 van de Raad van de Europese Unie van 19 januari 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening aan landbouwers in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1290/2005, (EG) nr. 247/2006, (EG) nr. 378/2007 en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1782/2003 (PbEU L 30);

  • verordening (EG) nr. 1120/2009 van de Commissie van 29 oktober 2009 houdende bepalingen voor de uitvoering van de bedrijfstoeslagregeling waarin is voorzien bij titel III van Verordening (EG) nr. 73/2009 van de Raad tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers (PbEU L 316);

  • verordening (EG) nr. 1122/2009 van de Commissie van 30 november 2009 tot vaststelling van bepalingen ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 73/2009 van de Raad wat betreft de randvoorwaarden, de modulatie en het geïntegreerd beheers- en controlesysteem in het kader van de bij die verordening ingestelde regelingen inzake rechtstreekse steunverlening aan landbouwers en ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad wat betreft de randvoorwaarden in het kader van de steunregeling voor de wijnsector (PbEU L 316);

  • de artikelen 38g, onderdeel b, 55 tot en met 57 van de Regeling GLB-inkomenssteun 2006 en artikel 26 van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet,

  • de artikelen 24 en 25 van de Landbouwwet;

Besluit:

Paragraaf 1. Gecombineerde opgave

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. Dienst Regelingen:

Dienst Regelingen van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie;

b. beschrijvingsbiljet:

formulier, waarvan het model als bijlagen I tot en met VII bij deze regeling is opgenomen;

c. opgaveplichtige:

persoon die, anders dan in het kader van de teelt van griendhout, riet en biezen, in de landbouw zijn hoofdbestaan of een gedeelte van zijn bestaan vindt, voor zover aan hem een beschrijvingsbiljet, bedoeld in onderdeel b, dan wel anderszins een oproep voor de landbouwtelling is uitgereikt of toegezonden;

d. probleemgebiedenvergoeding:

betaling als bedoeld in artikel 36, onderdeel a, subonderdelen i) en ii), van Verordening (EG) Nr. 1698/2005 van de Raad van 20 september 2005 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) (PbEU L 277);

e. minister:

Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie.

Artikel 2

In het tijdvak dat loopt van 1 april 2011 tot en met 15 mei 2011 wordt een landbouwtelling gehouden als bedoeld in de artikelen 24 en 25 van de Landbouwwet.

Artikel 3

Ten behoeve van de telling, bedoeld in artikel 2, wordt door de minister aan landbouwers een oproep uitgereikt of toegezonden tot deelname aan de landbouwtelling.

Voor de toepassing van artikel 24 van de Landbouwwet geldt de uitreiking of toezending van deze oproep als uitreiking of toezending van het beschrijvingsbiljet, bedoeld in dat artikel.

Artikel 4

  • 1. De opgaveplichtige verstrekt de ten aanzien van de veestapel gevraagde gegevens naar de toestand op 1 april 2011.

  • 2. De opgaveplichtige verstrekt de ten aanzien van de oppervlakten gevraagde gegevens naar de verwachte toestand op 15 mei 2011. Indien een beteelde oppervlakte op 15 mei 2011 nog niet zal zijn beteeld, wordt de eerstvolgende geplande teelt opgegeven.

  • 3. Onverminderd het eerste en tweede lid, verstrekt de opgaveplichtige de op het beschrijvingsbiljet gevraagde gegevens naar de toestand op de datum van verzending, tenzij op het biljet anders is aangegeven, en neemt daarbij de overige op het biljet of door Dienst Regelingen gegeven aanwijzingen in acht.

Artikel 5

  • 1. De bedrijfsomvang wordt bepaald op basis van de totale standaardopbrengst van het bedrijf. Deze omvang wordt uitgedrukt in euro's.

  • 2. De standaardopbrengst wordt vastgesteld met inachtneming van bijlage VIII bij deze regeling.

Artikel 6

Onverminderd het bepaalde in artikel 4 maakt de uit dien hoofde opgaveplichtige die tevens gehouden is:

  • a. gegevens te verstrekken met betrekking tot subsidieaanvragen op grond van de bedrijfstoeslagregeling als opgenomen in hoofdstuk 2 van de Regeling GLB-inkomenssteun 2006, de productiesteun voor zetmeelaardappelen en zaaizaad van vezelvlas, bedoeld in hoofdstuk 3 van de Regeling GLB-inkomenssteun 2006 en de specifieke steunregelingen als opgenomen in hoofdstuk 2a van de Regeling GLB-inkomenssteun 2006,

  • b. gegevens te verstrekken, als bedoeld in artikel 26, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet,

  • c. gegevens te verstrekken met betrekking tot de aanvraag voor probleemgebiedenvergoeding, of

  • d. gegevens te verstrekken met betrekking tot subsidieaanvragen op grond van de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer van de onderscheiden provincies, de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer of de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer van de onderscheiden provincies,

voor het verstrekken van alle onderscheiden gegevens gebruik van het beschrijvingsbiljet.

Paragraaf 2. Elektronische indiening

Artikel 7

De opgave ten behoeve van de telling, bedoeld in artikel 2 van deze regeling, de aanvragen, bedoeld in artikel 6, onder a, c en d van deze regeling en de verstrekking van gegevens, bedoeld in artikel 6, onder b, van deze regeling, kunnen gezamenlijk elektronisch worden ingediend.

Artikel 8

  • 1. De gezamenlijke elektronische indiening geschiedt met het daartoe bestemde elektronische formulier.

  • 2. Het formulier wordt elektronisch ondertekend met een door de minister aan de ondertekenaar ter beschikking gestelde eenmalig bruikbare tancode.

  • 3. De minister bevestigt de ontvangst van een elektronisch ingediend formulier.

Artikel 9

Een tancode wordt uitsluitend overeenkomstig deze regeling gebruikt voor het doel waarvoor en door degene aan wie de tancode is verstrekt.

Artikel 10

De minister verstrekt op een met redenen omkleed verzoek van de aanvrager een set tancodes ten behoeve van de elektronische handtekening, ingeval

  • a. deze geen tancodes heeft ontvangen;

  • b. de verstrekte tancodes zijn gebruikt, of

  • c. van verlies van eerder verstrekte tancodes.

Artikel 11

De minister kan besluiten een set tancodes niet te verstrekken of in te trekken, indien de indiener of een met hem geassocieerd bedrijf of organisatie in het verleden een tancode heeft gebruikt in strijd met deze regeling of op andere wijze de integriteit van een verstrekte handtekening heeft geschonden.

Artikel 12

  • 1. Een belanghebbende kan de aan hem verstrekte tancodes doen gebruiken door een gemachtigde als bedoeld in artikel 2:1 van de Algemene wet bestuursrecht ten behoeve van het indienen van een elektronische formulier namens belanghebbende.

  • 2. De gemachtigde maakt bij het indienen van de aanvraag, de opgave onderscheidenlijk de verstrekking als bedoeld in artikel 7slechts gebruik van de aan de gemachtigde ter beschikking gestelde toegangscodes tot het elektronische formulier.

Paragraaf 3. Bijzondere bepalingen over de behandeling van een elektronisch formulier

Artikel 13

  • 1. De minister kan een elektronisch formulier weigeren, indien dit niet overeenkomstig deze regeling is ingediend.

  • 2. De minister kan een elektronisch verzonden bericht weigeren voor zover de betrouwbaarheid of vertrouwelijkheid van dit bericht onvoldoende is gewaarborgd, gelet op de aard en de inhoud van het bericht en het doel waarvoor het wordt gebruikt.

  • 3. De minister deelt een weigering op grond van dit artikel zo spoedig mogelijk aan de afzender mede.

Artikel 14

Als tijdstip waarop een elektronisch formulier door de minister elektronisch is ontvangen, geldt het tijdstip waarop alle vereiste bescheiden als bedoeld in de artikelen 12 en 13 van Verordening (EG) nr. 1122/2009 van de Commissie van 30 november 2009 tot vaststelling van bepalingen ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 73/2009 van de Raad wat betreft de randvoorwaarden, de modulatie en het geïntegreerd beheers- en controlesysteem in het kader van de bij die verordening ingestelde regelingen inzake rechtstreekse steunverlening aan landbouwers en ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad wat betreft de randvoorwaarden in het kader van de steunregeling voor de wijnsector (PbEU L 316) zijn ontvangen.

Artikel 15

De minister kan besluiten de elektronische aanvraag, opgave onderscheidenlijk verstrekking niet te behandelen, indien het elektronisch formulier geheel of gedeeltelijk is geweigerd op grond van artikel 13. Artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 16

De Regeling landbouwtelling en gecombineerde opgave 2010 wordt ingetrokken.

Artikel 17

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 18

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling landbouwtelling en gecombineerde opgave 2011.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,

H. Bleker.

BIJLAGE I

BIJLAGE II

BIJLAGE III

BIJLAGE IV

BIJLAGE V

BIJLAGE VI

BIJLAGE VII

BIJLAGE VIII

SO-normen 2007 per landbouwtellingsrubriek voor de tellingslijst van 2010 (normen oer dier of per hectare)

Formulier code

Gewascode

Rubrieknaam

VSO*)

SO 2007

  

Dieren op het bedrijf/Veestapel

  
  

Rundvee (geen vlees- of weidevee)

  

201

79

fokjongvee jonger dan 1 jaar vrouwelijk

(a)

386

203

80

fokjongvee jonger dan 1 jaar mannelijk

(a)

386

205

81

fokjongvee 1 tot 2 jaar vrouwelijk

 

476

207

82

fokjongvee 1 tot 2 jaar mannelijk

 

1.010

209

83

fokjongvee 2 jaar of ouder vrl (nog nooit gekalfd)

 

476

211

84

melk- en kalfkoeien

 

2.540

213

85

stieren voor de fokkerij, 2 jaar of ouder

 

1.010

  

Rundvee (vlees- of weidevee)

  

214

498

vleeskalveren voor de witvleesproductie

(a)

955

216

499

vleeskalveren voor de rosé vleesproductie

(a)

457

217

93

jongvee vleesproductie jonger dan 1 jaar vrouwelijk

(a)

515

219

94

jongvee vleesproductie jonger dan 1 jaar mannelijk

(a)

482

221

95

jongvee vleesproductie 1 tot 2 jaar vrouwelijk

 

498

223

96

jongvee vleesproductie 1 tot 2 jaar mannelijk

 

482

225

97

jongvee vleesprod. 2 jr of ouder vrouwelijk nooit gekalfd

 

482

227

98

stieren voor de vleesproductie, 2 jaar of ouder

 

482

228

282

zoogkoeien (tenminste eenmaal gekalfd)

 

469

229

283

vlees- en weidekoeien (2 jaar of ouder)

 

482

  

Varkens

  

235

103

biggen tot 20 kg nog bij de zeug

 

0

237

104

Overige biggen (gespeend)

(b)

220

239

105

vleesvarkens tot 50 kg

 

220

240

2035

vleesvarkens 50 tot 80 kg

 

220

241

2036

vleesvarkens 80 tot 110 kg

 

220

242

2037

vleesvarkens 110 kg en zwaarder

 

220

243

107

opfokzeugen en opfokberen tot 50 kg

 

245

244

108

fokzeugen 50 kg of meer niet gedekt, nog nooit gedekt

 

245

245

2038

fokzeugen 50 kg of meer, gedekt, nog niet eerder gebigd

 

1.080

251

2039

fokzeugen 50 kg of meer, gedekt, overige gedekte zeugen

 

1.080

249

110

Fokzeugen 50 kg of meer, bij biggen

 

1.080

246

111

overige fokzeugen (gust) 50 kg of meer

 

1.080

253

112

fokberen 50 kg of meer nog niet dekrijp

 

245

255

113

fokberen dekrijp 50 kg of meer

 

1.080

  

Kippen (per 100 dieren)

  

269

127

vleeskuikens

 

1.060

271

338

ouderdieren van vleesrassen jonger dan 18 weken

 

1.420

273

339

ouderdieren van vleesrassen 18 weken of ouder

 

2.340

275

130

leghennen jonger dan 18 weken (incl. kuikens)

 

740

276

131

leghennen 18 weken tot 20 maanden

 

1.210

278

132

leghennen 20 maanden of ouder

 

1.210

272

1784

ouderdieren van leghennen jonger dan 18 weken

 

1.360

274

1785

ouderdieren van leghennen 18 weken of ouder

 

2.510

  

Eenden, kalkoenen en overig pluimvee (per 100 dieren)

  

287

138

eenden voor de vleesproductie (incl. ouderdieren)

 

1.510

289

1374

kalkoenen

 

3.520

187

2552

ganzen

 

2.000

194

2549

overig pluimvee

 

680

  

Paarden en pony's

  

554

2660

Fokpaarden, < 3 jaar

 

500

555

2661

Fokpaarden, >= 3 jaar

 

700

556

2662

Overige paarden, < 3 jaar

 

250

557

2663

Overige paarden, >= 3 jaar

 

350

197

1963

pony's jonger dan 3 jaar

 

250

198

1964

Pony’s 3 jaar of ouder

 

350

183

2559

ezels 6 maanden of ouder

 

100

  

Schapen en geiten

  

265

121

lammeren (schapen jonger dan 1 jaar niet gelammerd)

(c)

53

266

122

overige schapen vrouwelijk

 

149

268

123

overige schapen mannelijk

 

52

250

1830

melkgeiten jonger dan 1 jaar

 

348

258

1831

melkgeiten 1 jaar of ouder

 

348

260

1968

overige geiten vrouwelijk < 1 jaar

(d)

105

261

1969

overige geiten vrouwelijk >= 1 jaar

 

104

262

1970

overige geiten mannelijk < 1 jaar

(d)

104

263

1971

overige geiten mannelijk >= 1 jaar

 

104

  

Konijnen

  

232

284

gespeende vleeskonijnen

 

15

233

285

voedsters (moederdieren)

 

101

  

Edelpelsdieren

  

290

289

nertsen (moederdieren)

 

155

294

291

overige pelsdieren (moederdieren)

 

155

  

Tuinbouw onder glas

  
  

Groenten

  

608

1681

losse tomaten (rond, vlees, tussentype)

 

349.500

604

1377

trostomaten (incl. fijne trostomaten)

 

450.500

606

1378

cherry-tomaten

 

539.500

605

297

komkommers

 

402.500

610

298

aardbeien onder glas

 

387.000

611

1014

aardbeien in betreedbare plastic tunnels

 

96.800

631

1682

rode paprika

 

382.500

632

1683

groene paprika

 

364.500

633

1684

gele paprika

 

378.000

634

1685

overige paprika

 

414.000

618

301

aubergines

 

443.000

621

302

overige groenten (inclusief meloen)

 

252.500

624

336

groentezaden onder glas

 

190.000

625

211

opkweekmateriaal groenten

 

633.000

648

2667

Andijvie (onder glas)

 

135.000

642

2665

Courgette (onder glas)

 

375.000

658

2668

Kropsla (onder glas)

 

240.000

644

2666

Radijs (onder glas)

 

185.000

  

Fruit

  

635

1597

fruit onder glas

 

119.000

  

Bloemkwekerijgewassen

  

652

305

alstroemeria (snijbloemen)

 

555.000

643

303

anjers (snijbloemen)

 

453.000

645

304

anthurium (snijbloemen)

 

432.000

647

217

chrysanten (snijbloemen)

 

589.000

654

941

eustoma russellianum (snijbloemen)

 

540.500

649

218

fresia's (snijbloemen)

 

349.000

651

220

gerbera's (snijbloemen)

 

484.500

655

221

lelies (snijbloemen)

 

677.000

650

219

orchideeën (snijbloemen)

 

426.000

641

214

rozen (snijbloemen)

 

734.500

657

223

overige snijbloemen

 

413.500

546

2658

Potplanten, voor de bloei

 

862.000

547

2659

Potplanten, bladplanten

 

675.800

662

1020

amaryllisbollen

 

236.500

663

226

perkplanten

 

586.500

665

227

overige bloemkwekerijgewassen

 

335.000

677

1598

bloemzaden onder glas

 

375.500

666

228

opkweekmateriaal bloemkwekerijgewassen

 

650.500

  

Boomkwekerijgewassen en vaste planten

  

670

942

boomkwekerijgewassen/vaste planten, vermeerdering en/of aantrekking

 

192.500

672

943

boomkwekerijgewassen en vaste planten volledige teelt onder glas

 

475.000

  

Paddenstoelenteelt

  

702

1834

teeltoppervlakte met de hand geoogste champignons

 

2.573.000

703

1835

teeltoppervlakte machinaal geoogste champignons

 

2.981.000

709

350

overige eetbare paddenstoelen, substraatverbruik (per ton) vorig jaar

 

590

  

Bollenbroei

  

911

195

tulpen gebroeid (x 1000) in afgelopen seizoen

 

157

912

1558

hyacinten gebroeid (x 1000) in afgelopen seizoen

 

301

913

194

narcisbollen gebroeid in afgelopen seizoen (per kg)

 

2

315

2656

Overige bollenbroei

 

2

  

Witloftrek

  

583

197

oppervlakte witlofwortelen voor trek van witlof (per ha getrokken pennen) vorig jaar

 

15.800

  

Tuinbouw open grond

  
  

Groenten

  

431

1842

aardbeien: vermeerdering

 

33.700

432

1843

aardbeien: wachtbed

 

33.700

433

1844

aardbeien: productie

 

33.700

434

146

andijvie

 

16.600

435

147

asperges met productie

 

14.500

436

1600

asperges zonder productie

 

14.500

437

150

bloemkool

 

9.420

438

1845

boerenkool

 

4.340

439

1846

bospeen

 

16.600

440

500

broccoli

 

6.820

441

1847

chinese kool

 

16.600

442

152

knolselderij

 

3.570

443

1848

knolvenkel/venkel

 

16.600

444

2319

komkommerachtigen (augurk, courgette, meloen, pompoen)

 

16.600

445

1850

koolraap

 

2.480

446

1851

koolrabi

 

16.600

447

501

kroten/rode bieten

 

9.950

496

2657

Kruiden

 

20.800

453

1857

paksoi

 

16.600

454

1858

peulen

 

16.600

455

154

prei

 

19.700

456

855

pronkbonen

 

16.600

457

1859

raapstelen

 

16.600

458

1860

rabarber

 

16.600

459

1861

radijs

 

16.600

460

1862

rode kool

 

12.400

461

1863

savooiekool

 

16.600

462

155

schorseneren

 

3.770

463

2322

selderij (groen)

 

16.600

464

2321

selderij, bleek

 

16.600

451

1972

sla: ijsberg

 

28.800

452

2324

sla: overige

 

28.300

475

2323

sla: radicchio rosso

 

26.100

465

156

spinazie

 

1.680

466

1865

spitskool

 

8.260

467

157

spruitkool

 

8.460

468

158

stamsperziebonen (= stamslabonen)

 

2.080

469

856

stoksnijbonen en stokslabonen

 

16.600

470

1866

waspeen

 

3.290

471

162

winterpeen

 

8.870

472

163

witlofwortel

 

4.320

473

1867

witte kool

 

12.700

485

1868

overige niet genoemde bladgewassen

 

16.600

486

867

overige niet genoemde groenten

 

13.500

474

2320

Courgette

 

31.000

513

2330

groentezaden en opkweekmateriaal vollegrondsgroenten

 

4.570

  

Fruit

  

490

166

appelen aangeplant in afgelopen seizoen

 

18.500

491

167

appelen aangeplant voor afgelopen seizoen

 

18.500

492

168

peren aangeplant in afgelopen seizoen

 

19.000

493

169

peren aangeplant voor afgelopen seizoen

 

19.000

494

1869

blauwe bes

 

59.700

495

1870

pruimen

 

18.800

497

1602

wijnbouw

 

20.200

498

1872

zure kersen – opbrengst voor verwerkende industrie

 

8.450

499

1873

zwarte bes – opbrengst voor verwerkende industrie

 

3.250

500

1874

overig kleinfruit (o.a. kruisbessen en kiwi's)

 

36.400

501

2329

overige pit- en steenvruchten(o.a. perzik en tafeldruiven)

 

37.900

487

2328

Zoete kersen

 

37.900

488

2326

Frambozen

 

140.500

489

2325

Rode bes

 

70.500

502

2327

bramen

 

195.000

  

bloemkwekerijgewassen

  

511

174

bloemzaden open grond

 

5.260

518

503

droogbloemen

 

9.860

519

1876

snijgroen

 

49.900

520

1604

overige bloemkwekerijgewassen open grond

 

50.900

  

Bloembollen en -knollen

  

548

1890

dahlia

 

26.900

550

182

iris

 

26.000

552

177

hyacint

 

38.400

553

2331

gladiool

 

25.400

558

181

lelie

 

36.000

559

179

narcis

 

11.000

560

178

tulp

 

19.200

561

1899

zantedeschia

 

36.000

562

2664

Overige bol- en knolgewassen (al bestaande rubriek, maar vallen nu meer rubrieken onder)

 

19.000

578

1013

krokus

 

14.400

  

Boomkwekerijgewassen

  

525

1877

bos- en haagplantsoen

 

31.600

526

1878

buxus

 

85.700

527

1879

ericaceae

 

109.000

528

1880

laan- en parkbomen: onderstammen

 

30.000

529

1881

laan- en parkbomen: spillen

 

17.500

530

1882

laan- en parkbomen: opzetters

 

20.500

531

1883

rozenstruiken (incl. zaailingen en onderstammen)

 

31.400

532

188

sierconiferen

 

58.000

533

189

sierheesters en klimplanten

 

109.000

536

1884

trek- en besheester

 

27.200

537

1885

vruchtbomen: moerbomen

 

23.000

538

1886

vruchtbomen: onderstammen

 

30.000

539

1887

overige vruchtbomen

 

23.000

  

Vaste planten

  

540

190

vaste planten

 

88.100

  

Grondgebruik

  
  

Grasland

  

300

265

blijvend grasland

 

765

507

2301

natuurlijk grasland met hoofdfunctie landbouw

 

230

508

2302

natuurlijk grasland (begraasd) met beperkte landbouw activiteit

 

230

 

302

266

tijdelijk grasland

 

765

512

2304

begraasde heide

 

0

  

Overige natuurterreinen

  

509

2303

overige natuurterreinen

 

0

  

Braak

  

310

2029

braak, natuur

 

0

306

2033

tijdelijk onbeteelde grond

 

0

370

2026

braak met bos (sbl regeling na 28 juni 1995)

 

0

506

2300

onbeteelde grond vanwege teeltverbod/ontheffing

 

0

  

Akkerbouwgewassen

  

369

2025

aardappelen als bestrijdingsmaatregel am:vanggewas

 

0

327

1911

consumptieaardappelen op klei/lössgrond (vroeg, loofvernietiging voor 15 juli)

 

5.260

328

1912

consumptieaardappelen op zand/veengrond (vroeg, loofvernietiging voor 15 juli)

 

4.960

325

1909

consumptieaardappelen op klei/lössgrond (laat, loofvernietiging na 15 juli)

 

5.260

326

1910

consumptieaardappelen op zand/veengrond (laat, loofvernietiging na 15 juli)

 

4.960

367

1928

pootaardappelrassen op klei/lössgrond, geen uitgroeiteelt (loofvernietiging voor 15 augustus)

 

8.460

368

1929

pootaardappelrassen op zand/veengrond, geen uitgroeiteelt (loofvernietiging voor 15 augustus)

 

6.090

365

1926

pootaardappelen op klei/lössgrond, uitgroeiteelt (loofvernietiging na 15 augustus)

 

8.460

366

1927

pootaardappelen op zand/veengrond, uitgroeiteelt (loofvernietiging na 15 augustus)

 

6.090

392

1934

zetmeelaardappelen

 

1.970

393

1935

zetmeelaardappelen (tbm pootgoed)

 

4.380

394

859

zetmeelaardappelen geleverd aan buitenland

 

1.970

376

256

Suikerbieten

 

2.990

543

2651

Bieten, voeder- (incl. aardperen)

 

2.070

321

247

blauwmaanzaad

 

1.160

323

242

bruine bonen

 

1.940

379

853

tuinbonen (droog te oogsten)

 

3.410

380

854

tuinbonen (groen te oogsten)

 

2.410

384

243

veldbonen (o.a. duive-, paarde-, wierbonen)

 

780

324

511

cichorei

 

2.450

542

2650

Erwten incl. schokkers (droog te oogsten)

 

935

334

244

erwten (groen te oogsten)

1.890

335

1575

faunaranden

 

0

389

235

wintergerst

 

785

396

236

zomergerst

 

945

545

2653

Graszaad (incl. klaverzaad)

 

1.310

346

1921

graszoden

 

4.150

505

2299

niet vlinderbloemige groenbemesters

 

0

504

2298

vlinderbloemige groenbemesters

 

0

347

238

haver

 

945

385

944

vezelhennep

 

800

364

2652

Granen, overig

 

1.110

349

241

kapucijners en grauwe erwten

 

1.520

350

246

karwijzaad, oogst dit jaar

 

1.160

352

1922

koolzaad: winter

 

1.160

353

1923

koolzaad: zomer

 

1.160

354

666

lijnzaad niet van vezelvlas

 

1.160

360

663

niet-bittere lupinen

 

1.040

355

258

luzerne

 

640

313

2032

maïs, energie

 

940

356

317

corn cob mix

 

1.070

357

316

korrelmais

 

1.150

358

259

snijmais

 

940

359

814

suikermais

 

2.260

361

516

miscanthus (olifantsgras)

 

800

363

1925

overige akkerbouwgewassen

 

2.900

372

664

raapzaad

 

1.160

373

237

rogge (geen snijrogge)

 

705

375

665

sojabonen

 

1.160

377

1930

tagetes op zandgrond en löss (geen groene braak)

 

0

390

233

wintertarwe

 

1.280

397

234

zomertarwe

 

980

378

314

triticale

 

730

381

1931

poot- en plantuien (incl. sjalotten)

 

4.940

382

263

zilveruitjes

 

4.940

383

262

zaai-uien

 

4.580

386

249

vezelvlas

 

1.570

391

1933

zaaizaad voor vezelvlas

 

1.570

398

515

zonnebloemen

 

1.160

541

2645

Notenbomen

 

37.900

  

Bos

  

419

1936

blijvend bos met herplantplicht

 

0

420

863

bos zonder herplantplicht

 

0

421

864

bos aangeplant in het kader van de set-aside regeling

 

0

371

2027

bos (sbl regeling)

 

0

503

2297

woudbomen met korte omlooptijd

 

0

NB; voetnoten bij SO (kolom met naam VSO)

a) Alleen (proportioneel) meetellen als gezamenlijk een hoger aantal dan aantal koeien (211, 228, 229)

b) Alleen meetellen als ‘Zeugen, meer dan 50 kg’ (245, 246, 249 en 251) niet voorkomt.

c) Alleen meetellen als ‘Overige schapen, vrouwelijk’ (266) niet voorkomt.

d) Alleen meetellen als ‘vrouwelijke geiten in productie’ (250, 258, 261) niet voorkomt.

TOELICHTING

Algemeen

Met het bij deze regeling gepubliceerde formulier Gecombineerde Opgave 2011 kan voor het jaar 2011 opgave worden gedaan ten behoeve van de landbouwtelling op grond van de Landbouwwet, de opgave Gebruik gewaspercelen op grond van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet en de verzamelaanvraag op grond van de Regeling GLB-inkomenssteun 2006. Voor de verschillende onderdelen van de gecombineerde opgave (landbouwtelling, verzamelaanvraag en opgave van het gebruik van gewaspercelen) wordt gebruik gemaakt van één formulier.

Net als vorig jaar wordt door middel van het bij deze regeling vastgestelde formulier ook de aanvraag voor een probleemgebiedenvergoeding gedaan. De probleemgebiedenvergoeding vindt haar grondslag in Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad van 20 september 2005 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO). Ingevolge de Wet Inrichting Landelijk Gebied worden probleemgebiedenvergoedingen verleend door de provincies. In Verordening (EG) nr. 65/2011 van de Commissie van 27 januari 2011 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad met betrekking tot de toepassing van controleprocedures en van de randvoorwaarden in het kader van de steunmaatregelen voor plattelandsontwikkeling is voorgeschreven dat de aanvraag voor deze vergoeding moet worden gedaan door gebruik te maken van de verzamelaanvraag. Dit betekent dat de door Dienst Regelingen ontvangen aanvragen om probleemgebiedenvergoeding conform de ‘doorzendplicht’ ingevolge de Algemene wet bestuursrecht zullen worden doorgezonden aan de betrokken provincie.

Landbouwtelling

Deze regeling bepaalt dat er in de periode van 1 april 2011 tot en met 15 mei 2011 een landbouwtelling wordt gehouden. De landbouwtelling heeft twee doelen, namelijk statistiek en administratie. Voor onderzoek en beleid wordt door het Centraal Bureau voor Statistiek een zo volledig mogelijk overzicht samengesteld van de beteelde oppervlakte, de omvang van de veestapel en de inzet van arbeidskrachten. Voorts is het voor de uitvoering van het landbouwbeleid van belang dat correcte gegevens per landbouwbedrijf beschikbaar zijn bij het ministerie van Economische Zaken, Landbouw & Innovatie (EL&I).

Producenten die geen van de hierna genoemde premies aanvragen, en ook niet ingevolge het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet gehouden zijn om (wijzigingen van) perceelsgegevens te verstrekken, geven op het formulier alleen de landbouwtellingsgegevens op die op grond van artikel 24 en 25 van de Landbouwwet worden gevraagd.

Verzamelaanvraag

Met de verzamelaanvraag vraagt de landbouwer subsidie aan op grond van de bedrijfstoeslagregeling zoals geregeld in de Regeling GLB-inkomenssteun 2006.

Uit de Regeling GLB-inkomenssteun 2006 volgt dat elke landbouwer die aanspraak wil maken op één of meer van de genoemde subsidies, verplicht is alle in gebruik zijnde grond op te geven in de Verzamelaanvraag.

De in gebruik zijnde grond dient te worden aangegeven op het onderdeel ‘Overzicht gewaspercelen’ en ingetekend te worden op de bedrijfskaart van het formulier, waarvan de modellen zijn opgenomen als bijlagen II en III bij deze regeling.

Voor landbouwers die een contract hebben gesloten met een groenvoederdrogerij geldt op grond van artikel 14, lid 1, onder h, van Verordening (EG) nr. 382/2005 dat de betrokken steunpercelen moeten worden aangegeven op het onderdeel ‘Overzicht gewaspercelen’ van het formulier, waarvan het model is opgenomen als bijlage II bij deze regeling, onder vermelding van de daarbij behorende bijkomende bestemming. Deze opgave is ten behoeve van het verkrijgen van droogsteun door de groenvoederdrogerijen, een steunregeling die door het Hoofdproductschap akkerbouw wordt uitgevoerd.

De Regeling GLB-inkomenssteun 2006 is in 2009 en 2010 uitgebreid met een aantal nieuwe bepalingen voor specifieke steun. Het betreft een vergoeding voor het gebruik van vaarpercelen, een tegemoetkoming voor de premie voor brede weersverzekering, een tegemoetkoming voor de schapen- en geitensector, een tegemoetkoming voor diervriendelijk produceren en een tegemoetkoming voor verbetering van dierenwelzijn.

In de verzamelaanvraag is de mogelijkheid opgenomen een aanvraag te doen tot uitbetaling van de subsidie in het kader van het Subsidiestelsel natuur- en landschapsbeheer. Dit stelsel is de opvolger van de Provinciale subsidieregeling agrarisch natuurbeheer. De subsidie wordt uitbetaald aan de landbouwer die op 15 mei van het beheerjaar het gebruiksrecht heeft over de beheereenheid. In bijlagen IV en V bij deze regeling zijn respectievelijk het formulier en het model van de kaart opgenomen waarop de bij Dienst Regelingen geregistreerde gegevens van beheereenheden worden teruggelegd aan de relatie. Aan de hand van deze gegevens kan de relatie een betaalverzoek indienen.

Opgave gewaspercelen

Met het verstrekken van voornoemde perceelsgegevens voldoet de landbouwer daarnaast voor het tijdvak van 1 januari 2011 tot 15 mei 2011 aan de verplichting op grond van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet om gegevens te verstrekken met betrekking tot het gebruik en de ligging van percelen landbouwgrond. In deze periode vervangt de gecombineerde opgave het formulier dat normaliter door Dienst Regelingen van het Ministerie van EL&I wordt verstrekt aan landbouwers om wijziging(en) in het gebruik van een gewasperceel door te geven.

Aanvraag probleemgebiedenvergoeding

De aanvraag probleemgebiedenvergoeding is met ingang van 2008 geïntegreerd in de verzamelaanvraag. De vergoeding wordt verleend aan landbouwers die zijn gevestigd in gebieden met speciale natuurlijke handicaps. De vergoeding heeft tot doel agrarische activiteiten in die gebieden te behouden zodat het gebruik van landbouwgrond wordt voortgezet en deze landelijke gebieden in stand blijven.

De aanvraag moet worden beschouwd als zijnde zowel een aanvraag tot subsidie als de aanvraag tot betaling van de subsidie.

Datum van indiening

Het volledig ingevulde en ondertekende formulier dient uiterlijk op 15 mei 2011 door Dienst Regelingen te zijn ontvangen. Het niet voldoen aan deze verplichting is een economisch delict in de zin van artikel 1, onder 2, van de Wet op de economische delicten. De gevolgen van het niet-tijdig insturen van de gegevens in het kader van de Regeling GLB-Inkomenssteun 2006zijn neergelegd in de desbetreffende regeling en komen in hoofdzaak neer op korting op dan wel uitsluiting van betalingen van inkomenstoeslagen voor het jaar 2011.

Standaardopbrengsten

Vanaf 2010 is voor de typologie van de agrarische bedrijven Verordening (EG) nr. 1242/2008 van toepassing. De belangrijkste wijziging in bepaling van de bedrijfsomvang van bedrijven is dat deze wordt gebaseerd op standaardopbrengsten (SO) in plaats van Bruto Standaard Saldi (BSS). 1 SO staat gelijk aan 1 euro genormaliseerde opbrengst.

In bijlage VIII bij deze regeling is de lijst met SO-normen opgenomen. Het totaal van de standaardopbrengsten is gelijk aan de som van de waarden die worden verkregen door voor elke rubriek van de landbouwtelling de SO te vermenigvuldigen met het overeenstemmende aantal eenheden. Met deze SO-norm is het mogelijk om een beoordeling te maken van de productieomvang van het gehele bedrijf en de afzonderlijke productierichtingen.

In beginsel zullen voor de landbouwtelling alleen ondernemingen worden geïnventariseerd met een bedrijfsomvang van 3000 of meer SO. Niettemin wordt ook een beschrijvingsbiljet gezonden aan bepaalde ondernemers met een kleinere bedrijfsomvang. Daarbij valt met name te denken aan ondernemers waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de kleinere bedrijfsomvang een tijdelijk karakter draagt waardoor zij op de langere termijn wel voor inventarisatie in aanmerking behoren te komen.

Elektronische indiening en verkrijgen nieuwe tancodes

De relaties is per brief de oproep gedaan om de gecombineerde opgave voor 2011 in te dienen. Met deze brief is derhalve een oproep gedaan tot deelname aan de landbouwtelling bestemd tot het doen van opgave van de landbouwkundige en technische gegevens van hun onderneming als bedoeld in artikel 3 van de regeling. Relaties aan wie deze oproep is toegezonden, zijn opgaveplichtig.

Evenals in voorgaande jaren is ook in 2011 opgave via internet mogelijk. Alle relaties hebben hiertoe in januari 2006 een gebruikscode, wachtwoord en 15 tancodes ontvangen. Relaties die later zijn ingeschreven, op een later moment. In deze regeling wordt bepaald onder welke voorwaarden het mogelijk is de opgave en subsidieaanvragen elektronisch in te dienen.

Administratieve lasten

De hoogte van de administratieve lasten per relatie is voornamelijk afhankelijk van de vraag of perceelsgegevens moeten worden opgegeven. Voor bedrijven zonder grond of met uitsluitend tuinbouw onder glas hoeven geen perceelsgegevens opgegeven te worden. Voor vrijwel alle overige bedrijven moeten ten behoeve van de Regeling GLB-inkomenssteun 2006 en het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet perceelsgegevens worden opgegeven. Voorts is de hoogte van de administratieve lasten afhankelijk van de keuze voor opgave via een papieren formulier of opgave via internet.

Voor de agrarische sector wordt in 2011 een vermindering van de totale administratieve lasten verwacht van € 1.041.343,– ten opzichte van 2010.

Opgave door middel van internet

Uitgaande van:

  • De vraagstelling in de Gecombineerde opgave 2011

  • Een gemiddeld uurloon van € 30,36 voor de agrarische sector

  • Een gemiddeld uurloon van € 60,– voor intermediairs

zijn de administratieve lasten voor een opgave via internet naar verwachting € 135,– per bedrijf. De voor 2011 berekende administratieve lasten per bedrijf liggen daarmee lager dan de lasten in 2010. Voor 2010 zijn de gerealiseerde administratieve lasten per bedrijf voor een opgave via internet namelijk berekend op € 176,–. Ondanks dat in 2011 naar verwachting vaker opgave via internet zal worden gedaan dan in 2010, liggen de totale administratieve lasten voor de bedrijven die een opgave via internet zullen doen (voor circa 72.000 bedrijven een bedrag van € 9.753.762,–) in absolute zin lager dan de in 2010 gerealiseerde totale administratieve lasten voor de bedrijven die een opgave via internet deden (voor 69.443 bedrijven een bedrag van € 12.242.984,–).

Opgave door middel van papier

Uitgaande van de vraagstelling in de Gecombineerde opgave van 2011 en de hierboven genoemde uurlonen zijn de administratieve lasten voor een opgave op papier naar verwachting € 160,– per bedrijf. De voor 2011 berekende administratieve lasten per bedrijf voor een opgave op papier liggen daarmee lager dan de administratieve lasten in 2010. Voor 2010 zijn de gerealiseerde administratieve lasten per bedrijf voor een opgave op papier namelijk berekend op € 210,–. Mede omdat dat in 2011 naar verwachting weer iets minder opgave op papier zal worden gedaan dan in 2010 liggen de totale administratieve lasten voor de bedrijven die een opgave op papier doen (voor circa 8000 bedrijven een bedrag van € 1.280.621,–) fors lager dan de in 2010 gerealiseerde totale administratieve lasten voor bedrijven die een opgave op papier deden (voor circa 12.267 bedrijven een bedrag van € 2.573.243,–).

Minder vragen

De uit de regeling voortvloeiende informatieverplichtingen hebben betrekking op naar verwachting 80.000 bedrijven. In het kader van de landbouwtelling en EU gerelateerde vragen zullen aan deze bedrijven minder gegevens worden gevraagd dan in 2010. Dit zit vooral in minder vragen voor de landbouwtelling.

Effect van meer internet

De verwachte stijging van het percentage internetopgaven leidt tot ook tot een lichte besparing omdat deze opgaven altijd compleet worden ontvangen. Ze hoeven niet retour te worden gezonden bij een onvolledigheid. In 2010 moest ongeveer 28,5% van de papieren opgaven worden geretourneerd, terwijl hiervoor 20% was ingeschat. Voor 2011 wordt 25% ingeschat. Deze hogere schatting is gebaseerd op de ervaringen in 2010.

Afwijking Vaste Verandermoment

De landbouwtelling vindt plaats vanaf 1 april van ieder jaar. Het voor de landbouwtelling te gebruiken formulier wordt ieder jaar bij ministeriële regeling opnieuw vastgesteld. Er wordt afgeweken van het vaste verandermoment voor regelgeving, omdathet formulier niet op tijd gereed was als gevolg van het doen van de noodzakelijke aanpassingen in het kader van de actualisatie van het perceelregister.

De regeling treedt nu in werking met ingang van de dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

De Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,

H. Bleker.

Naar boven