De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
Gelet op de artikelen 2, eerste en tweede lid, 7, eerste lid, 8, eerste lid, en 10, eerste lid, van het Besluit voorzieningen
Remigratiewet;
Besluit:
ARTIKEL I
De Regeling vaststelling bedragen Remigratiewet wordt als volgt gewijzigd:
A
In tabel A van bijlage 1 worden in de alfabetische rangschikking de volgende namen van landen en de daarbij behorende bedragen
ingevoegd:
Bermuda | 635,– | 320,– | 65,– |
Noorwegen | 130,– | 65,– | 13,– |
B
In tabel B van bijlage 1 worden in de alfabetische rangschikking de volgende namen van landen en de daarbij behorende bedragen
ingevoegd:
Bermuda | 250,– | 125,– | 25,– |
Noorwegen | 115,– | 55,– | 15,– |
C
In bijlage 2 worden in de alfabetische rangschikking de volgende namen van landen en de daarbij behorende bedragen ingevoegd:
Bermuda | 450,– | 320,– |
Noorwegen | 315,– | 135,– |
D
In tabel A van bijlage 3 worden in de alfabetische rangschikking de volgende namen van landen en de daarbij behorende categorieën
ingevoegd:
E
Tabel B van bijlage 3 wordt vervangen door tabel B als opgenomen in de bijlage bij deze regeling.
F
In het opschrift van bijlage 4 wordt ‘per 1-1-2010’ vervangen door: per 1-1-2011.
ARTIKEL II
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 april 2011 en werkt terug tot en met 1 januari 2011.
TOELICHTING
De onderhavige wijziging van de Regeling vaststelling bedragen Remigratiewet betreft een wijziging van de bij de regeling
behorende bijlagen 1 tot en met 4.
Personen met de Bermudese en Noorse nationaliteit behoren niet tot een minderheidsgroep als bedoeld in artikel 1 van de Remigratiewet
en zijn derhalve geen doelgroep van de Remigratiewet. Tot Nederland toegelaten vluchtelingen kunnen desgewenst wel remigreren
i.c. vertrekken naar Bermuda en Noorwegen als veilige bestemmingslanden. Voorheen werden deze landen nog niet als bestemming
gekozen door toegelaten vluchtelingen die wilden remigreren, thans is dat wel het geval.
De bestemmingslanden Bermuda en Noorwegen zijn daarom met de daarbij behorende bedragen en categorieën aan de bijlagen bij
de Regeling vaststelling bedragen Remigratiewet toegevoegd. Hiermee zijn de bedragen voor de basisvoorzieningen en de periodieke
uitkering op grond van de Remigratiewet voor die landen vastgesteld.
Op grond van artikel 8, eerste lid, van het Besluit voorzieningen Remigratiewet worden de vastgestelde bruto bedragen van
de remigratie-uitkering jaarlijks aangepast. De hierbij gebruikte maatstaf is de helft van het percentage waarmee de bijstandsnormen
in het voorafgaande kalenderjaar zijn gewijzigd. Genoemd percentage bedraagt 0,72% voor het jaar 2010.
Bij de vaststelling van de nieuwe bedragen van de remigratie-uitkering zijn de netto bedragen zoals deze gelden vanaf 1 april
2000 als uitgangspunt gehanteerd. De netto bedragen van het jaar 2010 zijn voor het jaar 2011 verhoogd met 0,36%, de helft
van bovengenoemd percentage. Het hieruit resulterende netto bedrag is vervolgens gebruteerd met de inhoudingsgegevens zoals
die vanaf 1 januari 2011 gelden.
Op grond van artikel 10, eerste en tweede lid, in samenhang met artikel 8, tweede lid, van het Besluit voorzieningen Remigratiewet
kunnen de bedragen van de tegemoetkoming in de kosten van het zelf afsluiten van een verzekerings-overeenkomst tegen ziektekosten
in het bestemmingsland worden aangepast. Er is voor gekozen om deze bedragen niet per 1 januari 2011 aan te passen. Wel is
in de titel van bijlage 4 tot uitdrukking gebracht dat de genoemde bedragen worden gehanteerd per 1 januari 2011.
In artikel II is de inwerkingtreding van deze regeling geregeld. Deze regeling treedt in overeenstemming met het systeem van
vaste verandermomenten op 1 april 2011 in werking en werkt terug tot en met 1 januari 2011. De terugwerkende kracht is nodig
omdat lopende aanvragen voor de nieuwe bestemmingslanden binnen de daarvoor geldende beslistermijn moeten worden afgehandeld
en de nieuwe bedragen steeds vanaf de eerste dag van het nieuwe jaar worden ingevoerd en al vanaf 1 januari 2011 worden toegepast.
Deze regeling heeft geen gevolgen voor de administratieve lasten voor burgers en bedrijven.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
J.P.H. Donner.