Instelling bijzonder luchtverkeersgebied oefengebied Marne (week 10) (Raven)

1 maart 2011

Nr. MLA/043/2011

De Minister van Defensie,

Gelezen het verzoek van 12 Infanterie Bataljon van 11 Luchtmobiele Brigade van 28 januari 2011;

Gelet op artikel 8 van het Luchtverkeersreglement;

Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu;

Besluit:

Artikel 1

  • 1. Ten behoeve van het uitvoeren van vluchten met het Raven UAV-systeem wordt als oefengebied het volgende bijzondere luchtverkeersgebied (BVG) aangewezen, te noemen BVG oefengebied Marne, begrensd door de volgende coördinaten en hoogten:

    vanaf het punt 53°23'34"N 006°18'16"E langs de kustlijn naar 53°24'42"N 006°13'49"E, in een rechte lijn naar 53°22'00"N 006°14'39"E, in een rechte lijn naar 53°21'55"N 006°15'37"E, in een rechte lijn naar 53°21'23"N 006°15'49"E, in een rechte lijn naar 53°22'05"N 006°19'14"E en in een rechte lijn terug naar 53°23'34"N 006°18'16"E, van grondniveau tot 600 voet AMSL (zie figuur 1).

    Figuur 1: BVG oefengebied Marne

    Figuur 1: BVG oefengebied Marne

  • 2. Het BVG, genoemd in het eerste lid, wordt ingesteld op de volgende data en tijdstippen:

    Week 10

    maandag 7 maart 2011 van 8:00 uur tot 23:59 uur lokale tijd;

    dinsdag 8 maart 2011 van 00:00 uur tot 23:59 uur lokale tijd;

    woensdag 9 maart 2011 van 00:00 uur tot 23:59 uur lokale tijd;

    donderdag 10 maart 2011 van 00:00 uur tot 23:59 uur lokale tijd;

    vrijdag 11 maart 2011 van 00:00 uur tot 12:00 uur lokale tijd.

Artikel 2

Voor het gebruik van het BVG oefengebied Marne gelden de volgende regels:

  • a. het uitvoeren van andere dan bij de oefening betrokken vluchten in het BVG oefengebied Marne is niet toegestaan, met uitzondering van gecoördineerde vluchten door luchtvaartuigen die vooraf toestemming hebben verkregen van AOCS NM LVL;

  • b. gedurende de uitvoering van vluchten met het Raven UAV-systeem dient te allen tijde contact mogelijk te zijn tussen de uitvoerende eenheid en AOCS NM LVL;

  • c. aanvang en beëindiging van vluchten worden gecoördineerd met AOCS NM LVL;

  • d. gedurende de uitvoering van de vluchten moeten aaneengesloten bebouwing, ziekenhuizen, sanatoria en dergelijke worden vermeden;

  • e. de vluchten met het Raven UAV-systeem blijven binnen de grenzen van het BVG oefengebied Marne, waarbij een maximale hoogte wordt aangehouden van 500 voet boven grond of water.

Artikel 3

Handelen in strijd met artikel 2, eerste lid, onderdeel a, van deze beschikking is een strafbaar feit.

Artikel 4

Deze beschikking treedt in werking met ingang van 7 maart 2011 en vervalt op 12 maart 2011.

Deze beschikking zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst en zal tevens bekend worden gemaakt door middel van een NOTAM.

De Minister van Defensie,

voor deze:

de Directeur Militaire Luchtvaart Autoriteit,

C.J. Lorraine,

Commodore.

Tegen deze beschikking kunnen belanghebbenden op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) binnen 6 weken na de dag waarop deze beschikking is bekendgemaakt een bezwaarschrift indienen. Het bezwaarschrift dient te worden gericht aan de Minister van Defensie, ter attentie van de Commissie advisering bezwaarschriften Defensie, Directie Juridische Zaken, Postbus 20701, 2500 ES ‘s-Gravenhage. Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en moet ten minste bevatten: de naam en het adres van de indiener; de dagtekening; een omschrijving van de beschikking waartegen het bezwaar is gericht; de gronden van het bezwaar. Indien onverwijlde spoed dat vereist, is het mogelijk een voorlopige voorziening te vragen bij de president van de rechtbank die bevoegd is. In dat geval is griffierecht verschuldigd. Voorwaarde is dat een bezwaarschrift is ingediend.

TOELICHTING

Het opereren met onbemande luchtvaartuigen (Unmanned Aerial Vehicles, UAV’s) wordt binnen de defensieorganisatie uitgevoerd door verschillende eenheden. Activiteiten waarbij UAV’s van het type Raven RQ 11B worden ingezet, zijn gebonden aan stringente regelgeving, verwoord in de Regeling vluchten militaire onbemande luchtvaartuigen.

Een onbemand luchtvaartuig kan conform die regeling worden gebruikt in militaire plaatselijke luchtverkeersleidingsgebieden, restricted areas en bijzondere luchtverkeersgebieden (BVG’s). In deze beschikking is op grond van artikel 8 van het Luchtverkeersreglement een bijzonder luchtverkeersgebied als oefengebied aangewezen.

Het gelijktijdig opereren van UAV’s en andere luchtvaartuigen in hetzelfde gebied is niet toegestaan.

De inzet van de RAVEN RQ 11B is vastgelegd in het Operating Manual (OM). In het OM zijn per locatie specifieke richtlijnen vastgelegd. Conform de Regeling vluchten militaire onbemande luchtvaartuigen is de maximale hoogte binnen het BVG gesteld op 500 voet boven grond of water. Het BVG heeft een hoogte van 600 voet zodat er een veiligheidsbuffer ten opzichte van overig niet-deelnemend verkeer zeker is gesteld.

Naar boven