Wijziging van de Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003, Algemene douaneregeling en Uitvoeringsregeling Douane- en Accijnswet BES in verband met de instelling van het Landelijk kantoor Belastingregio’s

28 februari 2011

Nr. DB 2011/71 M

Directoraat-Generaal voor Fiscale Zaken, Directie Directe Belastingen, Directie Douane en Verbruiksbelastingen

De Staatssecretaris van Financiën,

Gelet op de artikelen 2, derde lid, onderdeel b, en vierde lid, 3, tweede lid, en 84 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, artikel 1:3, eerste lid, onderdeel c, van de Algemene douanewet, artikel 1.1, aanhef en onderdeel h, van de Douane- en Accijnswet BES, de artikelen 2, eerste lid, onderdeel i, en 5, tweede lid, van de Invorderingswet 1990, artikel 2, eerste lid, onderdeel e, van de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen en artikel 1, onderdelen h en i, van het Besluit tegemoetkoming specifieke zorgkosten;

Besluit:

ARTIKEL I

De Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt onderdeel a geletterd a2 en wordt vóór de bestaande tekst als aanhef ingevoegd ‘Belastingregio’s:’. Voorts wordt vóór onderdeel a2 (nieuw) een onderdeel ingevoegd, luidende:

  • a1. Belastingdienst/Landelijk kantoor Belastingregio’s;.

2. In het tweede lid en in de aanhef van het derde lid wordt ‘in het eerste lid, onderdeel a’ vervangen door: in het eerste lid, onderdeel a2.

B

Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het tweede lid komt te luiden:

  • 2. De organisatieonderdelen, genoemd in artikel 3, eerste lid, onderdeel a2, staan elk onder leiding van een directeur en de organisatieonderdelen, genoemd in artikel 3, eerste lid, onderdelen c1, c2, d en f, staan elk onder leiding van een managementteam met een voorzitter.

2. In het derde lid worden vóór de bestaande tekst twee volzinnen ingevoegd, luidende: Het organisatieonderdeel, genoemd in artikel 3, eerste lid, onderdeel a1, staat onder leiding van de algemeen directeur Belastingregio’s. De algemeen directeur Belastingregio’s geeft leiding aan de directeuren van de organisatieonderdelen, genoemd in artikel 3, eerste lid,onderdeel a2.

C

In artikel 5, eerste lid, wordt ‘De voorzitters van de managementteams van de in artikel 3, eerste lid, onderdelen a en c1, genoemde organisatieonderdelen’ vervangen door: De directeuren van de in artikel 3, eerste lid, onderdeel a2, genoemde organisatieonderdelen, de voorzitter van het managementteam van het in artikel 3, eerste lid, onderdeel c1, genoemde organisatieonderdeel.

D

Artikel 5a wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt ‘De voorzitters van de managementteams van de in artikel 3, eerste lid, onderdelen a en c1, genoemde organisatieonderdelen’ vervangen door: De directeuren van de in artikel 3, eerste lid, onderdeel a2, genoemde organisatieonderdelen, de voorzitter van het managementteam van het in artikel 3, eerste lid, onderdeel c1, genoemde organisatieonderdeel.

2. In het tweede lid wordt ‘De voorzitters van de managementteams van de in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, genoemde organisatieonderdelen’ vervangen door: De directeuren van de in artikel 3, eerste lid, onderdeel a2, genoemde organisatieonderdelen.

E

In artikel 6 wordt ‘De voorzitter van het managementteam’ vervangen door: De directeur.

F

Inartikel 6a, onderdeel c, wordt ‘voorzitter van het managementteam’ vervangen door: directeur.

G

Artikel 7 komt te luiden:

Artikel 7

De algemeen directeur Belastingregio’s van het in artikel 3, eerste lid, onderdeel a1, genoemde organisatieonderdeel is directeur als bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel b, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en artikel 2, eerste lid, onderdeel i, van de Invorderingswet 1990.

H

Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:

1. In de eerste volzin wordt ‘De voorzitters van de managementteams van de in artikel 3, eerste lid, onderdelen a, c1 en c2, genoemde organisatieonderdelen’ vervangen door: De directeuren van de in artikel 3, eerste lid, onderdeel a2, genoemde organisatieonderdelen, de voorzitters van de managementteams van de in artikel 3, eerste lid, onderdelen c1 en c2, genoemde organisatieonderdelen.

2. In de tweede volzin wordt ‘De voorzitters’ vervangen door: De directeuren, de voorzitters.

I

In artikel 9 wordt ‘De voorzitters van de managementteams van de in artikel 3, eerste lid, onderdelen a en c1, genoemde organisatieonderdelen’ vervangen door: De directeuren van de in artikel 3, eerste lid, onderdeel a2, genoemde organisatieonderdelen, de voorzitter van het managementteam van het in artikel 3, eerste lid, onderdeel c1, genoemde organisatieonderdeel.

J

In artikel 9a wordt ‘artikel 3, eerste lid, onderdelen a, c1, c2’ vervangen door: artikel 3, eerste lid, onderdelen a2, c1 en c2.

K

Artikel 11 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt ‘welk belastingkantoor’ vervangen door: welke belastingregio.

2. In het tweede lid wordt ‘De voorzitter van een managementteam van een in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, genoemd organisatieonderdeel’ vervangen door ‘De directeur van een in artikel 3, eerste lid, onderdeel a2, genoemd organisatieonderdeel’. Voorts wordt ‘kan’ vervangen door ‘kunnen’ en vervalt: namens de directeur, bedoeld in artikel 7,.

3. In het derde lid wordt ‘De voorzitter van een managementteam als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a’ vervangen door ‘De algemeen directeur Belastingregio’s van het in artikel artikel 3, eerste lid, onderdeel a1, genoemde organisatieonderdeel’. Voorts wordt ‘kan’ vervangen door ‘kunnen’ en vervalt: namens de directeur, bedoeld in artikel 7,.

L

In artikel 11a, eerste volzin, wordt ‘Ministers’ vervangen door ‘ministers’ en wordt ‘de voorzitter van het managementteam’ vervangen door: de directeur.

M

In artikel 12, eerste, tweede en derde lid, wordt ‘de voorzitter van het managementteam’ vervangen door: de directeur.

N

In artikel 13, eerste lid, onderdelen 1° tot en met 5°, wordt ‘de voorzitter van het managementteam’ vervangen door: de directeur.

O

In artikel 13a wordt ‘de voorzitter van het managementteam’ vervangen door: de directeur.

P

In artikel 14, tweede en derde lid, wordt ‘de voorzitter van het managementteam’ vervangen door: de directeur.

Q

In artikel 15, derde en vierde lid, wordt ‘de voorzitter van het managementteam’ vervangen door: de directeur.

R

In artikel 16, eerste tot en met vierde lid, wordt ‘de voorzitter van het managementteam’ vervangen door: de directeur.

S

In artikel 17 wordt ‘een voorzitter van een managementteam van een van de in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, genoemde organisatieonderdelen’ vervangen door: de directeur van een van de in artikel 3, eerste lid, onderdeel a2, genoemde organisatieonderdelen.

T

Artikel 19 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, onderdeel a, wordt ‘de voorzitter van het managementteam’ vervangen door: de directeur.

2. In het tweede lid wordt ‘de in het eerste lid genoemde voorzitter’ vervangen door: de in het eerste lid genoemde directeur

U

Artikel 20 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste, tweede en derde lid wordt in de aanhef ‘de voorzitter van het managementteam’ vervangen door: de directeur.

2. In het vierde lid wordt ‘de in het eerste lid en het derde lid genoemde voorzitter’ vervangen door: de in het eerste en derde lid genoemde directeur.

3. In het vijfde lid wordt ‘de in het eerste lid genoemde voorzitter’ vervangen door: de in het eerste lid genoemde directeur.

V

In artikel 21 wordt ‘de voorzitter van het managementteam’ telkens vervangen door: de directeur.

W

In artikel 22 wordt ‘de voorzitter van het managementteam’ vervangen door: de directeur.

X

In artikel 23 wordt ‘de voorzitter van het managementteam’ vervangen door: de directeur.

Y

In de bijlage, onderdeel A, wordt in de regel die aanvangt met ‘Gemeente’ in de derde kolom ‘Belastingkantoor’ vervangen door: Belastingregio.

ARTIKEL II

De Algemene douaneregeling wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1:4, eerste lid,wordt ‘De algemeen directeur en de voorzitters van de managementteams’ vervangen door: De algemeen directeur, de directeuren en de voorzitter.

B

Artikel 1:5 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt ‘De algemeen directeur, bedoeld in artikel 4, derde lid, van de Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003 en de voorzitters van de managementteams ’ vervangen door: De algemeen directeur Douane, bedoeld in artikel 4, derde lid, van de Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003 en de directeuren en de voorzitter.

2. In het tweede lid wordt ‘De algemeen directeur’ vervangen door: De algemeen directeur Douane.

ARTIKEL III

De Uitvoeringsregeling Douane- en Accijnswet BES wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1.2 onder a wordt ‘de algemeen directeur en de voorzitters van de managementteams’ vervangen door: de algemeen directeur Douane, de directeuren en de voorzitter.

B

In artikel 1.3 wordt ‘De algemeen directeur, bedoeld in artikel 4, derde lid, van de Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003, en de voorzitters van de managementteams’ vervangen door: De algemeen directeur Douane, bedoeld in artikel 4, derde lid, van de Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003, en de directeuren en de voorzitter.

ARTIKEL IV

  • 1. Een functionaris die op grond van de Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003, zoals deze luidt na inwerkingtreding van deze regeling, is aangewezen als directeur, inspecteur of ontvanger of een ambtenaar die op grond van de Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003, zoals deze luidt na inwerkingtreding van deze regeling, is aangewezen om het bestuur van ‘s Rijks belastingen uit te oefenen, treedt in de plaats van de functionaris onderscheidenlijk ambtenaar die als zodanig vóór inwerkingtreding van deze regeling was aangewezen of aangewezen zou zijn geweest zonder inwerkingtreding van deze regeling.

  • 2. Beslissingen die zijn of worden genomen door de directeur, inspecteur of ontvanger of door het bestuur van ’s Rijks belastingen die onderscheidenlijk dat als zodanig vóór inwerkingtreding van deze regeling bevoegd was dan wel bevoegd geweest zou zijn zonder inwerkingtreding van deze regeling, worden geacht te zijn genomen door de directeur, inspecteur onderscheidenlijk ontvanger onderscheidenlijk door het bestuur van ‘s Rijks belastingen die onderscheidenlijk dat als zodanig op grond van de Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003, zoals deze luidt na inwerkingtreding van deze regeling, bevoegd is.

  • 3. Het bepaalde in het eerste en het tweede lid is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de Algemene douaneregeling en de Uitvoeringsregeling Douane- en Accijnswet BES.

ARTIKEL V

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, met dien verstande dat de artikelen I en II terugwerken tot en met 1 januari 2011.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Financiën,

F.H.H. Weekers.

TOELICHTING

Algemeen

De wijzigingen in de Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003 met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2011 vloeien voort uit de instelling van een Landelijk kantoor Belastingregio’s (LKB) dat onder leiding staat van een algemeen directeur Belastingregio’s en uit een wijziging van het besturingsmodel van de Belastingregio’s. In het nieuwe besturingsmodel is niet langer sprake van een managementteam met een voorzitter dat aan het hoofd staat van een Belastingregio, maar staat elke Belastingregio voortaan onder leiding van een directeur. Deze directeuren staan onder leiding van de algemeen directeur Belastingregio’s. De directeuren van de bedoelde Belastingregio’s worden, evenals voorheen de voorzitters van de managementteams van de desbetreffende organisatieonderdelen, aangewezen als inspecteur en ontvanger.

In dit verband zijn ook de Algemene douaneregeling en de Uitvoeringsregeling Douane- en Accijnswet BES aangepast.

De inwerkingtreding van deze ministeriële regeling geschiedt met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2011. Dit hangt samen met het feit dat het nieuwe besturingsmodel van de rijksbelastingdienst per die datum vorm heeft gekregen. Met de totstandkoming en invoering van deze wijziging wordt vanaf de genoemde datum vorm gegeven aan het gewijzigde besturingsmodel van de desbetreffende organisatieonderdelen van de Belastingdienst.

Nu de aanpassing van de Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003, in verband met deze ontwikkelingen in de praktijk, geschiedt met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2011, is toepassing van het systeem van vaste verandermomenten (VVM) bij de inwerkingtreding van de voorziene aanpassingen ongewenst. De aan de aanpassing van de Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003 verbonden terugwerkende kracht zou dan een onnodig lange periode betreffen. Ook de bij het VVM-systeem voorziene invoeringsperiode van twee maanden vindt in dit geval om die reden geen toepassing.

Omdat de wijzigingen met name het oog hebben op de interne organisatie van de Belastingdienst zijn aan het voorstel geen administratieve lasten of uitvoeringskosten voor de burger of bedrijven verbonden.

Artikelsgewijs

Artikel I

Artikel I, onderdeel A (artikel 3 van de Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003)

In artikel 3, eerste lid, onderdeel a1, van de Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003 wordt het Landelijk kantoor Belastingregio’s ingevoegd als een afzonderlijk organisatieonderdeel. Het tot deze wijziging als onderdeel a aangeduide onderdeel wordt voortaan aangeduid als onderdeel a2. Dat onderdeel blijft verder ongewijzigd met dien verstande dat wordt aangegeven dat het hier om zogenoemde Belastingregio’s gaat.

Artikel I, onderdeel B (artikel 4 van de Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003)

Met de wijziging van artikel 4, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003 wordt vastgelegd dat de directeur van een Belastingregio de taken overneemt die voorheen waren belegd bij het managementteam onder leiding van een voorzitter en tevens de taken die voorheen waren belegd bij de genoemde voorzitter. In samenhang met de in het derde lid opgenomen nieuwe functie van algemeen directeur Belastingregio’s, het laten vervallen van de in het tweede lid opgenomen bepaling dat de in het eerste lid, onderdeel a (oud), opgenomen organisatieonderdelen van de Belastingdienst onder leiding staan van een managementteam met een voorzitter en de nieuwe bepaling in het derde lid dat de genoemde algemeen directeur leiding geeft aan de directeuren, wordt hiermee vormgegeven aan het nieuwe besturingsmodel van de betrokken organisatieonderdelen. De organisatieonderdelen, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdelen c1, c2, d en f, van de Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003 blijven onder leiding staan van een managementteam met een voorzitter.

Artikel I, onderdeel C (artikel 5 van de Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003)

Met de wijziging van artikel 5 van de Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003 wordt vastgelegd dat in het kader van dit artikel in het vervolg de directeuren van de in artikel 3, eerste lid, onderdeel a2, opgenomen Belastingregio’s worden aangewezen als inspecteur en ontvanger als bedoeld in de belastingwetten waar dit voorheen de desbetreffende voorzitters van managementteams waren. Er is geen inhoudelijke wijziging beoogd in de aanwijzing van functionarissen. De aanwijzing geldt jegens functionarissen met de functie van directeur; dit betekent dat de aanwijzing niet geldt ten aanzien van plaatsvervangende directeuren.

Artikel I, onderdelen D, E, F, H, I en J (artikelen 5a, 6, 6a, 8, 9 en 9a van de Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003)

Met de wijzigingen van de artikelen 5a, 6, 6a, 8, 9, en 9a van de Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003 wordt vastgelegd dat voor zover van toepassing de aanduiding van functionarissen wordt gewijzigd van voorzitter van een managementteam in directeur voor de desbetreffende onderdelen en is geen inhoudelijke wijziging beoogd in de aanwijzing van functionarissen.

Artikel I, onderdeel G (artikel 7 van de Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003)

In artikel 7 van de Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003 is de aanwijzing geregeld van de directeur, bedoeld in de belastingwetten. Anders dan voorheen zal deze functie voortaan worden uitgeoefend door de algemeen directeur Belastingregio’s, genoemd in artikel 4, derde lid, van deze regeling.

Artikel I, onderdelen K tot en met Y (artikelen 11, 11a, 12, 13, 13a, 14, 15, 16, 17, 19, 20, 21, 22 en 23 en de bijlage van de Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003)

De wijzigingen van de artikelen 11, 11a, 12, 13, 13a, 14, 15, 16, 17, 19, 20, 21, 22 en 23 en de bijlage van de Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003 hangen grotendeels samen met de vervanging van de voorzitters van de managementteams door de directeuren van de Belastingdienstregio’s. Voorts zijn enkele wijzigingen van redactionele aard opgenomen.

Artikel II

Artikel II, onderdelen A en B (artikelen 1:4 en 1:5 van de Algemene douaneregeling)

De wijzigingen hangen samen met de invoering van het Landelijk kantoor Belastingregio’s en de vervanging van de voorzitters van de managementteams door de directeuren van de Belastingdienstregio’s.

Artikel III

Artikel III, onderdelen A en B (artikelen 1.2 en 1.3 van de Uitvoeringsregeling Douane- en Accijnswet BES)

De wijzigingen hangen samen met de invoering van het Landelijk kantoor Belastingregio’s en de vervanging van de voorzitters van de managementteams door de directeuren van de Belastingdienstregio’s.

Artikel IV (Overgangsrecht)

De in artikel IV opgenomen bepalingen van overgangsrecht bewerkstelligen dat de overgang van de oude naar de nieuwe functionaris in verband met de instelling van het Landelijk kantoor Belastingregio’s en de daarmee gepaard gaande wijziging van het besturingsmodel van de onder dit kantoor ressorterende organisatieonderdelen naadloos verloopt op het vlak van de juridische bevoegdheid. Dit kan bijvoorbeeld van belang zijn in de situatie dat een belanghebbende in bezwaar komt tegen een vóór inwerkingtreding van de onderhavige regeling opgelegde beschikking. Een voorbeeld van toepassing van het tweede lid is de situatie dat een beslissing wordt genomen door een vóór inwerkingtreding van deze regeling bevoegde functionaris die is gedateerd na inwerkingtreding van deze regeling. In dat geval treedt de nieuw aangewezen functionaris in de plaats van de oude. Ook indien mogelijkerwijs na inwerkingtreding nog sprake is van beslissingen door oude functionarissen, geldt dat deze beslissingen geacht worden te zijn genomen door de nieuw aangewezen functionarissen.

Artikel V (Inwerkingtreding)

Dit artikel regelt de inwerkingtreding van deze regeling. Voor een toelichting daarop zij verwezen naar het algemeen deel van deze toelichting.

De Staatssecretaris van Financiën,

F.H.H. Weekers.

Naar boven