Overeenkomst krachtens artikel 16, eerste lid, van verordening (EG) 883/2004 betreffende de vaststelling van de op rijnvarenden toepasselijke wetgeving 883/2004

De voor deze overeenkomst bevoegde autoriteiten zijn,

  • krachtens artikel 16, eerste lid, van verordening (EG) nr. 883/2004;

  • in het licht van de lange traditie en het bijzondere karakter van de Rijnvaart;

  • rekening houdend met het gezamenlijk verzoek van alle sociale partners – vertegenwoordigers van werkgevers, werknemers en zelfstandigen – dat de op hetzelfde schip als Rijnvarenden te werk gestelde personen onderworpen zouden moeten zijn aan dezelfde wetgeving;

  • overwegende dat de toepasselijke wetgeving die van de Ondertekenende Staat moet zijn waar de Rijnvarende voor de uitoefening van zijn beroepsactiviteit de nauwste banden mee onderhoudt;

  • overwegende dat de wetgeving van de Ondertekenende Staat waar de zetel of het filiaal van de onderneming of vennootschap zich bevindt die het schip daadwerkelijk exploiteert, beschouwd moet worden als de wetgeving waarmee deze beroepsactiviteit het nauwst verbonden is,

de volgende bepalingen overeengekomen:

Artikel 1 Definities

Voor de toepassing van deze overeenkomst

  • a) wordt onder het begrip ‘Rijnvarende’ een werknemer of zelfstandige verstaan, alsmede elke persoon die krachtens de van toepassing zijnde wetgeving met hen wordt gelijkgesteld, die behorend tot het varend personeel zijn beroepsarbeid verricht aan boord van een schip dat met winstoogmerk in de Rijnvaart wordt gebruikt en dat is voorzien van het certificaat bedoeld in artikel 22 van de Herziene Rijnvaartakte, ondertekend te Mannheim op 17 oktober 1868, met inachtneming van de wijzigingen welke daarin zijn aangebracht of nog zullen worden aangebracht, alsmede van de daarop betrekking hebbende uitvoeringsvoorschriften;

  • b) gelden als Rijnvarenden eveneens personen die in overeenstemming met de Rijnvaartvoorschriften tijdelijk in dienst zijn genomen om de bemanning aan te vullen of te versterken;

  • c) wordt onder de uitdrukking ‘de onderneming waartoe het schip behoort’ de onderneming of vennootschap verstaan die het betrokken schip exploiteert, ongeacht of deze eigenaar van het schip is of niet. Wanneer het schip door meerdere ondernemingen of vennootschappen wordt geëxploiteerd, dan geldt voor de toepassing van deze overeenkomst als exploitant van het schip de onderneming of vennootschap die het schip daadwerkelijk exploiteert en die beslissingsbevoegd is in het bijzonder voor het economische en commerciële management van het schip. Voor de vaststelling van de onderneming zijn de op de Rijnvaartverklaring vermelde gegevens maatgevend.

Artikel 2 Personele werkingssfeer

  • (1) De onderhavige overeenkomst is op het grondgebied van de Ondertekenende Staten van toepassing op alle personen die als Rijnvarenden, zoals bedoeld in artikel 1 a), aan de wetgeving van één of meerdere peenvolgende Ondertekenende Staten onderworpen zijn of zijn geweest.

  • (2) Deze overeenkomst is niet van toepassing op personen die hun beroepsarbeid aan boord van

    • a) een zeeschip uitoefenen dat als zodanig wordt aangemerkt door de wetgeving van het land onder welke vlag het vaart,

    • b) een schip uitoefenen dat uitsluitend of hoofdzakelijk in een binnen- of zeehaven wordt gebruikt.

Artikel 3 Materiële werkingssfeer

De onderhavige overeenkomst regelt de wijze waarop de toepasselijke wetgeving voor Rijnvarenden wordt vastgesteld.

De op basis van onderhavige overeenkomst vastgestelde toepasselijke wetgeving heeft betrekking op alle in artikel 3 van verordening (EG) nr. 883/2004 genoemde takken van sociale zekerheid.

Artikel 4 Toepasselijke wetgeving

  • (1) Op de Rijnvarende is slechts de wetgeving van één enkele Ondertekenende Staat van toepassing.

  • (2) Op de Rijnvarende is de wetgeving van toepassing van de Ondertekenende Staat op het grondgebied waarvan zich de zetel bevindt van de onderneming waartoe het in artikel 1, sub c) bedoelde schip behoort, aan boord waarvan deze Rijnvarende zijn beroepsarbeid verricht.

  • (3) Indien deze onderneming geen zetel heeft op het grondgebied van een Ondertekenende Staat, is op de Rijnvarende de wetgeving van toepassing van de Ondertekenende Staat op het grondgebied waarvan het filiaal of de vaste vertegenwoordiging van die onderneming zich bevindt.

  • (4) Heeft de onderneming of vennootschap die het schip in kwestie exploiteert dat aan de voorwaarden overeenkomstig Aanvullend Protocol nr. 2 van 17 oktober 1979 bij de Herziene Rijnvaartakte voor het toebehoren tot de Rijnvaart voldoet, geen zetel, bijkantoor of permanente vertegenwoordiging op het grondgebied van een Ondertekenende Staat, dan geldt de wetgeving van de Ondertekenende Staat op wiens grondgebied zich de zetel van de eigenaar van het schip bevindt.

  • (5) Op de Rijnvarende die zijn schip als eigen onderneming exploiteert, is de wetgeving van de Ondertekenende Staat van toepassing op het grondgebied waarvan zijn onderneming haar zetel heeft. Indien zijn onderneming geen zetel op het grondgebied van een Ondertekenende Staat heeft, is op deze Rijnvarende alsmede op iedere andere Rijnvarende die zijn beroepsarbeid aan boord van dit schip verricht, de wetgeving van de Ondertekenende Staat van toepassing op het grondgebied waarvan zich de plaats van inschrijving of de thuishaven van dit schip bevindt.

Artikel 5 Toepassingsmodaliteiten van de onderhavige overeenkomst

  • (1) Voor de toepassing van deze overeenkomst zijn de volgende autoriteiten bevoegd:

    Duitsland

    Voor de ondertekening van de onderhavige overeenkomst is het Bundesministerium fur Arbeit und Soziales bevoegd.

    Indien de Duitse wetgeving van toepassing is, is voor de afgifte van de A1-verklaring over de toepasselijke wetgeving, de Deutsche Verbindungsstelle Krankenversicherung-Ausland bevoegd.

    België

    Voor de ondertekening van de onderhavige overeenkomst is de Voorzitter van het Directiecomité van de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid bevoegd.

    Indien de Belgische wetgeving van toepassing is, is voor de afgifte van de A1-verklaring over de toepasselijke wetgeving, de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid te Brussel (werknemers) en het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen te Brussel (zelfstandigen) bevoegd.

    Frankrijk

    Voor de ondertekening van de onderhavige overeenkomst is het Ministere du Travail, de I'Emploi et de la Santé bevoegd.

    Indien de Franse wetgeving van toepassing is, is voor de afgifte van de A1-verklaring over de toepasselijke wetgeving, de Caisse Primaire d'Assurance Maladie te Straatsburg bevoegd.

    Luxemburg

    Voor de ondertekening van de onderhavige overeenkomst is het Ministere de la Sécurité Sociale bevoegd.

    Indien de Luxemburgse wetgeving van toepassing is, is voor de afgifte van de A1-verklaring over de toepasselijke wetgeving, het Centre Commun de la Sécurité Sociale bevoegd.

    Nederland

    Voor de ondertekening van de onderhavige overeenkomst is de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid bevoegd.

    Indien de Nederlandse wetgeving van toepassing is, is voor de afgifte van de A1-verklaring over de toepasselijke wetgeving, de Sociale Verzekeringsbank (SVB) te Amstelveen bevoegd.

  • (2) Op verzoek van werkgever of werknemer, of van een zelfstandige, bepaalt het bevoegde orgaan zoals bedoeld in het eerste lid, op grond van deze overeenkomst, welke wetgeving van toepassing is en gedurende welke periode.

Artikel 6 Inwerkingtreding

  • (1) De onderhavige overeenkomst wordt van kracht op de dag dat alle ondertekende exemplaren overeenkomstig artikel 8, tweede lid, zijn ontvangen. De bepalingen van deze overeenkomst gelden met terugwerkende kracht vanaf 1 mei 2010, de datum waarop Verordening (EG) nr. 883/2004 betreffende de coördinatie van socialezekerheidssteIsels in werking trad.

  • (2) De verklaringen over de toepasselijke wetgeving overeenkomstig het Verdrag betreffende de Sociale Zekerheid van Rijnvarenden van 30 november 1979 behouden de in die verklaring vermelde geldigheidsduur.

Artikel 7 Werkingssduur

  • (1) Iedere ondertekenende partij kan deze overeenkomst schriftelijk opzeggen. De opzegging wordt van kracht aan het einde van het kalenderjaar dat volgt op het jaar van opzegging.

  • (2) Wanneer deze overeenkomst wegens een opzegging niet meer van kracht is, blijft de toepasselijke wetgeving van kracht tot aan het tijdstip vermeld op de verklaring als bedoeld in artikel 5, tweede lid.

Artikel 8 Secretariaat van de Overeenkomst

  • (1) Voor de Overeenkomst wordt een secretariaat (‘het secretariaat’) ingesteld. Als secretariaat fungeert het Administratief Centrum voor de Sociale Zekerheid van Rijnvarenden te Straatsburg.

    Het secretariaat zal met name:

    • optreden als depositaris van de Overeenkomst

    • de logistieke ondersteuning bieden die nodig is voor de organisatie van bijeenkomsten

    • ondersteuning bieden voor de uitwisseling van informatie tussen de bevoegde nationale instanties

    • al het nodige ondernemen om het goed functioneren van de Overeenkomst te waarborgen.

  • (2) De ondertekenende partijen doen het secretariaat zo snel mogelijk en uiterlijk op 15 februari 2011 de door de bevoegde nationale autoriteit ondertekende overeenkomst toekomen. Het secretariaat zal alle ondertekenende partijen onverwijld over de ontvangst van alle ondertekende exemplaren informeren.

  • (3) Elke ondertekenende partij die de Overeenkomst krachtens artikel 7 wenst op te zeggen, deelt dit aan het secretariaat mee, dat daarna alle Ondertekenende Staten verwittigt.

De bovenstaande bepalingen werden in gemeenschappelijk overleg tijdens een vergadering te Straatsburg op 23 december 2010 vastgesteld.

De drie teksten in de Duitse, Franse en Nederlandse taal zijn gelijkelijk authentiek.

Voor de bevoegde Belgische autoriteit,

F. Van Massenhove,

Voorzitter van het Directiecomité van de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid.

Voor de bevoegde Franse autoriteit,

C. Labalme,

Chef de la division des affaires communautaires et internationales

Direction de la sécurité sociale

Ministere du Travail, de I'Emploi et de la Santé.

Voor de bevoegde Luxemburgse autoriteit,

M. Di Bartolomeo,

Ministre de la Sécurité Sociale.

Voor de bevoegde Nederlandse autoriteit,

H.G.J. Kamp,

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Voor de bevoegde Duitse autoriteit,

A. Storm,

Staatssekretär,

Bundesministerium fur Arbeit und Soziales.

Naar boven