Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Defensie | Staatscourant 2011, 3358 | Ontheffingen |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Defensie | Staatscourant 2011, 3358 | Ontheffingen |
16 februari 2011
Nr. MLA/032/2011
De Minister van Defensie en de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,
Gelezen het verzoek van de Stichting Koninklijke Luchtmacht Historische Vlucht van 3 augustus 2010;
Gelet op artikel 34, tweede lid, van de Luchtvaartwet;
Besluiten:
Aan de Stichting Koninklijke Luchtmacht Historische Vlucht (SKHV) als houder of eigenaar van de luchtvaartuigen die worden genoemd in bijlage 1, paragrafen 2, 4, 5 en 7 van de Samenwerkingsovereenkomst 2010 tussen de Staat der Nederlanden en de Stichting Koninklijke Luchtmacht Historische Vlucht van 19 november 2010, nr. CLSK 2010016469, wordt tot 1 november 2014, ontheffing verleend van de verbodsbepaling van artikel 34, eerste lid, onderdeel a, van de Luchtvaartwet voor het medegebruik van de militaire luchtvaartterreinen Gilze-Rijen, Eindhoven, Volkel, Woensdrecht, Leeuwarden en De Kooy op dagen en tijden dat de luchtvaartterreinen zijn opengesteld, zoals gepubliceerd in de Military Aeronautical Information Publication Netherlands (MilAIP) of notice to airmen (NOTAM) en voor het medegebruik van het militaire luchtvaartterrein Gilze-Rijen tevens buiten de openstellingstijden.
1. De Algemene en Bijzondere Voorwaarden betreffende het medegebruik van militaire luchtvaartterreinen door derden, vastgesteld bij ministeriële beschikking van 8 mei 1967, nr. 202/620/11K, en laatstelijk gewijzigd bij beschikking van 26 november 1980, nr. CWL 80/028, zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat onder ‘de vergunning’ deze beschikking dient te worden verstaan, en dat bij strijd met de Samenwerkingsovereenkomst 2010 tussen de Staat der Nederlanden en de SKHV de laatste voorgaat.
2. Commandanten van de verschillende militaire luchtvaartterreinen kunnen nadere instructies geven voor het betreden en het gebruik van het desbetreffende militaire luchtvaartterrein.
De ontheffing wordt verleend onder de voorwaarde dat de vastgestelde geluidszones van de verschillende militaire luchtvaartterreinen niet worden overschreden.
1. Deze beschikking treedt in werking met ingang van de eerste dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
2. Deze beschikking vervalt op 1 november 2014 of zoveel eerder als er een luchthavenbesluit voor het militaire luchtvaartterrein Gilze-Rijen is vastgesteld.
Deze beschikking zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
’s-Gravenhage, 16 februari 2011
De Minister van Defensie,
voor deze:
De Directeur Militaire Luchtvaart Autoriteit,
C.J. Lorraine,
Commodore.
Hoofddorp, 16 februari 2011
De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,
namens deze:
Lid van het Managementteam IVW/Luchtvaart,
M. Steenhuisen-Kuipers.
Tegen deze beschikking kunnen belanghebbenden op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), binnen 6 weken na de dag waarop deze beschikking is bekendgemaakt een bezwaarschrift indienen. Het bezwaarschrift dient te worden gericht aan de Minister van Defensie, ter attentie van de Commissie advisering bezwaarschriften Defensie, Directie Juridische Zaken, Postbus 20701, 2500 ES ‘s-Gravenhage. Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en moet ten minste bevatten: de naam en het adres van de indiener; de dagtekening; een omschrijving van de beschikking waartegen het bezwaar is gericht; de gronden van het bezwaar. Indien onverwijlde spoed dat vereist, is het mogelijk een voorlopige voorziening te vragen bij de president van de rechtbank die bevoegd is. In dat geval is griffierecht verschuldigd. Voorwaarde is dat een bezwaarschrift is ingediend.
In de Luchtvaartwet wordt voor de toepassing van het bij of krachtens de Luchtvaartwet bepaalde verstaan onder ‘Onze Minister’ wat betreft de burgerluchtvaart en de algemene verkeersveiligheid in de lucht, de Minister van Infrastructuur en Milieu. Wat de militaire luchtvaart betreft wordt onder ‘Onze Minister’, de Minister van Defensie verstaan. Op een verzoek tot medegebruik van een militair luchtvaartterrein door burgerluchtvaartuigen zullen dus beide ministers toestemming moeten geven.
Het rijksbeleid voor het burgermedegebruik van militaire luchtvaartterreinen ligt vast in het Tweede Structuurschema Militaire Terreinen (SMT-2) en de nota Regionale luchthavenstrategie (RELUS). In het SMT-2 is aangegeven dat burgermedegebruik mogelijk blijft, indien daardoor geen afbreuk wordt gedaan aan de veiligheid en de taakuitvoering van de militaire luchtvaart, met inachtneming van de geluidhinderproblematiek. Onderhavige ontheffing past in het huidige beleid van de betrokken ministeries.
Aan de Stichting Koninklijke Luchtmacht Historische Vlucht (SKHV) wordt als houder of eigenaar van de luchtvaartuigen, die zijn opgenomen in bijlage 1 van de Samenwerkingsovereenkomst 2010 tussen de Staat der Nederlanden en de SKHV, ontheffing verleend voor het gebruik van die luchtvaartuigen op de desbetreffende militaire luchtvaartterreinen. In de samenwerkingsovereenkomst wordt verwezen naar luchtwaardige en niet-luchtwaardige luchtvaartuigen. Hoewel met de niet-luchtwaardige luchtvaartuigen niet wordt gevlogen, wordt wel gebruik gemaakt van de stallingsmogelijkheden op het aangewezen luchtvaartterrein en is in die zin ontheffing nodig van de verbodsbepaling van artikel 34, eerste lid, onderdeel a, van de Luchtvaartwet. Wat betreft de luchtwaardige luchtvaartuigen is vooraf niet te bepalen om hoeveel vliegtuigbewegingen het gaat. Vandaar dat geen limitering in vliegtuigbewegingen in de ontheffing is opgenomen.
Ten aanzien van de geluidsbelasting is het volgende van belang. In de Luchtvaartwet is vastgelegd dat de geluidsbelasting door startende en landende vliegtuigen van een luchtvaartterrein wordt berekend. De geluidsbelasting door de grote civiele en militaire luchtvaart wordt berekend op jaarbasis en wordt uitgedrukt in Kosteneenheden (Ke). De geluidsbelasting wordt berekend volgens een daartoe vastgesteld berekeningsvoorschrift en met inachtneming van het Besluit geluidsbelasting grote luchtvaart (BGGL). Deze systematiek is van toepassing op alle vliegtuigen met uitzondering van vaste vleugelvliegtuigen met schroefaandrijving lichter dan 6000 kg. Voor de – in de Ke-systematiek uitgesloten categorie – kleine luchtvaart wordt de geluidsbelasting uitgedrukt in de eenheid bkl. Ook hiervoor is een berekeningsvoorschrift vastgesteld. De beoordeling van de geluidsbelasting in bkl geldt – op basis van het Besluit geluidsbelasting kleine luchtvaart (BGKL) – evenwel niet wanneer de bkl-zone geheel binnen een Ke-zone valt. In dat geval is het regime van de Ke-zonering dominant. Met de wijziging van de Luchtvaartwet in 1994 is echter bepaald dat vliegtuigbewegingen van luchtvaartuigen met een toegelaten totaalmassa van minder dan 6000 kg, maar meer dan 390 kg, voor zover dit hefschroefvliegtuigen betreft dan wel deze luchtvaartuigen gebruikmaken van dezelfde aan- en uitvliegroutes als de luchtvaartuigen van ten minste 6000 kg, dan wel de vliegpatronen van deze luchtvaartuigen overeenkomen met die van luchtvaartuigen van ten minste 6000 kg, moeten worden meegenomen in de berekening van de geluidsbelasting in Kosteneenheden.
De gegevens omtrent het feitelijk gebruik van militaire luchtvaartterreinen worden jaarlijks herleid tot contouren die de actuele geluidsbelasting in dat jaar weergeven. Gelet op de beschikbare ruimtes in de afgelopen jaren is er geen indicatie aan te nemen dat door de vliegtuigbewegingen van luchtvaartuigen van de SKHV, die niet in verhouding staan tot het aantal normale militaire vliegtuigbewegingen, buiten de vastgestelde respectievelijk vastgelegde geluidszones wordt getreden.
Toetsing aan andere milieuparameters heeft niet plaatsgevonden, aangezien het een ontheffing betreft van bestaand gebruik.
In de onmiddellijke nabijheid van diverse militaire luchtvaartterreinen zijn zogenaamde Natura 2000-gebieden gelegen. Ten aanzien van het verzoek om voortzetting van het bestaande burgermedegebruik kan worden gesteld dat er geen redenen zijn aan te nemen dat, als gevolg van dit voortgezette gebruik, significante effecten voor die gebieden zullen optreden.
Met deze beschikking wordt toestemming gegeven gebruik te maken van militaire luchtvaartterreinen op dagen en tijden dat deze zijn opengesteld. Op enig moment kan worden besloten een luchtvaartterrein niet meer open te stellen. Bijvoorbeeld in het geval van een sluiting. Het spreekt voor zich dat op het moment dat een luchtvaartterrein niet meer bij defensie als zodanig in gebruik is, er geen medegebruik meer kan plaatsvinden. Van het besluit een luchtvaartterrein niet meer open te stellen zal melding worden gemaakt in de MILAIP of bij NOTAM.
Ingevolge de overgangsbepalingen van de Wet luchtvaart komt de aanwijzing van het militaire luchtvaartterrein in ieder geval te vervallen op 1 november 2014. Het spreekt voor zich dat op het moment dat een luchtvaartterrein niet meer als militair luchtvaartterrein is aangewezen, er geen medegebruik meer op de huidige grondslag kan plaatsvinden. Vandaar dat de ontheffing wordt verleend tot 1 november 2014 of zoveel eerder als er een luchthavenbesluit op basis van de Wet luchtvaart is genomen.
Hoewel artikel 34 Luchtvaartwet is ingetrokken, geldt het artikel volgens de overgangsbepaling nog wel voor luchtvaartterreinen waarvan de aanwijzing nog is gebaseerd op de Luchtvaartwet en nog niet op de Wet luchtvaart. Die situatie is van toepassing op de militaire luchtvaartterreinen.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2011-3358.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.