Kennisgeving besluit luchtkussenvoertuigen Wet geluidhinder

De staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu doet ingevolge artikel 3:44 van de Algemene wet bestuursrecht mededeling van zijn besluit van 16 februari 2011 om een vergunning voor het gebruik van een luchtkussenvoertuig ingevolge het Besluit luchtkussenvoertuigen Wet geluidhinder onder voorwaarden te verlenen voor het traject op de Waal tussen de brug bij Ewijk en het punt waar het Pannerdensch Kanaal met de Waal samenkomt.

Inzage stukken

Het besluit d.d. 16 februari 2011 met kenmerk LOK 2011038736 en de daaraan ten grondslag liggende stukken liggen met ingang van de dag na publicatie van deze kennisgeving, tijdens openingstijden, gedurende zes weken ter inzage bij het gemeentehuis van de gemeente Nijmegen, alsmede in het provinciehuis van Gelderland en het ministerie van Infrastructuur en Milieu, Plesmanweg 1–6 te Den Haag.

Beroep en voorlopige voorziening

Op grond van de Algemene wet bestuursrecht kan een belanghebbende tegen deze beslissing binnen zes weken met ingang van de dag na die waarop het besluit overeenkomstig deze mededeling ter inzage is gelegd, een beroepschrift indienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag. Het beroepschrift dient te zijn ondertekend en ten minste het volgende te bevatten:

  • a. de naam en het adres van de indiener;

  • b. de dagtekening;

  • c. een omschrijving van het besluit waartegen het beroep is gericht, omvattende de datum, het kenmerk en het onderwerp;

  • d. de gronden van het beroep.

Bij het beroepschrift wordt zo mogelijk een afschrift van deze beslissing meegezonden.

Bij een spoedeisend belang kan gelijktijdig met of direct na indiening van een beroepschrift tevens een verzoek worden gedaan tot het treffen van een voorlopige voorziening. Zo’n verzoek dient te worden gericht aan de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en dient eveneens te worden gezonden aan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag.

Het verzoek om voorlopige voorziening voldoet eveneens aan de hiervoor onder a. t/m d. genoemde eisen. Daarnaast bevat het verzoek om voorlopige voorziening een opgave van de reden(en) waarom de verzoeker(s) zich met het besluit niet kan (kunnen) verenigen en van mening is (zijn) dat een voorlopige voorziening getroffen zou moeten worden. Bij het verzoek om voorlopige voorziening dient tevens een afschrift van het beroepschrift te worden overgelegd.

In verband met de behandeling van een beroepschrift en/of van een verzoek om voorlopige voorziening wordt een bedrag aan griffierecht geheven.

Over de hoogte van dat bedrag, de wijze waarop en de termijn waarbinnen dit moet worden betaald, wordt, na indiening van het beroepschrift en/of verzoek om voorlopige voorziening, bericht toegezonden door de Raad van State.

Voor nadere informatie over de stukken en de procedure kunt u contact opnemen met mevrouw mr. J.P. Ribbers, telefoon 070-339 33 01 (maandag t/m donderdag) of per mail (jolanda.ribbers@minvrom.nl).

Naar boven