Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Economische Zaken | Staatscourant 2011, 2568 | Ontheffingen |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Economische Zaken | Staatscourant 2011, 2568 | Ontheffingen |
Bij brief van 23 november 2010 heeft BritNed Development Limited (hierna: BritNed) een verzoek tot ontheffing van artikel 31a, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998 ingediend.
De realisatie van de BritNed verbinding tussen het transmissienet van het Verenigd Koninkrijk en het Nederlandse hoogspanningsnet is bijna voltooid. De BritNed verbinding zal een capaciteit van 1000 MW hebben. Voordat de BritNed verbinding commercieel in gebruik genomen kan worden, dienen de verbinding en bijbehorende randapparatuur te worden getest.
Voor de uitvoering van het testprogramma is elektriciteit benodigd, BritNed heeft daarvoor een contract gesloten met een marktpartij die deze elektriciteit zal leveren. Deze marktpartij levert de elektriciteit aan de Verenigd Koninkrijk zijde van de kabel en neem deze af aan de Nederlandse zijde van de kabel, en vice versa. BritNed beschikt gedurende het testprogramma zelf over de betreffende transportcapaciteit. BritNed zal daarbij tijdens het testprogramma in voorkomende gevallen de limiet van artikel 31a, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998 overschrijden.
BritNed heeft mij derhalve verzocht om een ontheffing conform artikel 31a, tweede lid, van de Elektriciteitswet 1998.
Artikel 31a, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998 bepaalt dat een afnemer, leverancier of handelaar maximaal over 400 MW transportcapaciteit op het landsgrensoverschrijdende net mag beschikken. Deze grens dient ervoor om in een geconcentreerde markt de effecten van marktmacht te minimaliseren en een efficiënte prijsvorming zo veel mogelijk te beschermen.
Artikel 31a, tweede lid, van de Elektriciteitswet 1998 biedt mij de grondslag om op verzoek voor gebruikers van delen van het landsgrensoverschrijdend net een afwijkende verdeling vast te stellen voor de transportcapaciteit waarvoor een ontheffing is verleend als bedoeld in artikel 86c van de Elektriciteitswet 1998.
Artikel 86c van de Elektriciteitswet 1998 verwijst naar een ontheffing als bedoeld in artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1228/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2003 betreffende de voorwaarden voor toegang tot het net voor grensoverschrijdende handel in elektriciteit.
De BritNed verbinding is een landsgrensoverschrijdende verbinding met een ontheffing1 op basis van artikel 86c van de Elektriciteitswet 1998.
Voor het nemen van dit besluit heb ik op 26 november 2010 advies gevraagd bij de Nederlandse Mededingingsautoriteit, deze heeft mij per brief van 4 januari 2011 dit advies toegestuurd.
Het advies van de NMa luidt als volgt:
Het testen van de kabel is een noodzakelijke voorwaarde voor ingebruikname van de kabel. BritNed heeft voldoende overtuigend aangetoond dat vanwege het bijzondere technische karakter en de complexiteit van het uitvoeren van het testprogramma één partij eindverantwoordelijk dient te zijn voor de beslissing op welk moment welke hoeveelheid energie door de kabel wordt getransporteerd en in welke richting. BritNed geeft aan dat zij zelf die rol op zich neemt. Daarmee is BritNed degene die feitelijk over de transportcapaciteit beschikt en over ontheffing dient te beschikken. De Raad adviseert u dan ook de ontheffing te verlenen voor de duur van de testperiode en slechts voor zover overschrijding van de capaciteitsgrens noodzakelijk is voor het uitvoeren van het testprogramma.
De Raad adviseert om in de ontheffing voorschriften op te nemen ten aanzien van transparantie vooraf en monitoring achteraf. BritNed geeft in de aanvraag aan dat zij marktpartijen op hoofdlijnen zal informeren over de tests. De Raad is echter van mening dat BritNed gelijkheid en gelijktijdigheid van informatie als uitgangspunt dient te hanteren. Deze werkwijze is namelijk de beste waarborg voor efficiënte prijsvorming en beperkt integriteitsrisico’s door een informatievoorsprong van één marktpartij. Dit sluit tevens aan bij de strekking van artikel 16 van de richtlijn betreffende de gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit.2 Hierin is bepaald dat transmissiesysteembeheerders, zoals BritNed, dienen te voorkomen dat informatie over eigen activiteiten, die commercieel voordeel zou kunnen opleveren, op discriminerende wijze wordt vrijgegeven. De Raad adviseert u een voorschrift op te nemen dat BritNed verplicht om zowel de Nederlandse als de Britse markt gelijktijdig en even gedetailleerd van informatie over omvang, richting en tijdstip van de tests te voorzien als de door hen gecontracteerde energieleverancier. Verder dient BritNed marktpartijen onverwijld te informeren over afwijkingen van het voorgenomen testprogramma. De Raad adviseert u tevens een voorschrift op te nemen op basis waarvan BritNed binnen 30 dagen na afronding van het testprogramma een rapportage dient op te leveren, waarbij in het bijzonder wordt ingegaan op de daadwerkelijke overschrijdingen van de capaciteitsgrens alsmede op afwijkingen van de vooraf gepubliceerde informatie over omvang, richting en tijdstip van de tests en de redenen daarvoor. Aan de hand van deze rapportage kan de Raad controleren of BritNed binnen de reikwijdte van de ontheffing is gebleven.
Een kabeltestprogramma is een specifieke gebeurtenis, met een belang voor het latere in goede orde functioneren van de kabel en een belang voor het integreren van de Nederlandse en Britse elektriciteitsmarkt. Het testprogramma kenmerkt zich door een grote complexiteit en deze fase heeft een bijzonder technisch karakter. BritNed heeft voldoende overtuigend aangetoond dat het hier, anders dan voor de reguliere marktoperatie, van belang is dat zij zelf de enige eindverantwoordelijke partij is tijdens de tests voor de bepaling van de omvang en richting van het elektriciteitstransport. Om deze redenen acht ik een ontheffing van de begrenzing van de transportcapaciteit van artikel 31a, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998 opportuun.
BritNed heeft gekozen voor een systeem waarbij BritNed zelf over de transportcapaciteit beschikt om de elektriciteit voor het testprogramma te transporteren. Daarvoor is door BritNed een contract gesloten met één marktpartij voor de levering en afname van deze elektriciteit. Het ontheffingsverzoek wordt zo begrepen dat BritNed de programmaverantwoordelijkheid heeft voor de transporten over de kabel en daarmee ook verantwoordelijk is voor de onbalanskosten in het geval de uitvoering van tests anders verloopt dan beoogd.
Het is van belang dat prijsinefficiënties door marktverstoring zo veel mogelijk worden voorkomen tijdens de testperiode. Deze zouden met name kunnen optreden bij de tests met hoog vermogen en bij eventueel uitvallen van de kabel tijdens een test. Mede om deze reden heeft BritNed ervoor gekozen om niet alleen de day-ahead markt te gebruiken. De tests vinden daarnaast zo veel mogelijk in de juiste prijsrichting plaats, ook dit voorkomt onnodige marktverstoringen. Zorgvuldige en en transparante communicatie tussen BritNed en marktpartijen is hierbij cruciaal.
De minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie verleent BritNed Development Limited een ontheffing conform artikel 31a, tweede lid, van de Elektriciteitswet 1998.
Daarmee heeft BritNed, gelet op hetgeen is gesteld ten aanzien van het testprogramma in het verzoekschrift van 23 november 2010 met als referentie BN10-015, voor de uitvoering van het testprogramma de mogelijkheid om de maximale hoeveelheid transportcapaciteit op de BritNed verbinding te gebruiken voor het testen.
Aan de ontheffing zijn de volgende voorschriften verbonden:
1. Ter voorkoming van marktverstoring en daarmee efficiënte prijsvorming te waarborgen is transparantie noodzakelijk. Met het oog hierop dient BritNed gelijktijdig en op het zelfde detailniveau alle voor de markt relevante informatie kenbaar te maken. Hierbij gaat het in elk geval om het kenbaar maken van de omvang, richting en het tijdstip van geplande transporten en afwijkingen van het geplande testprogramma. Om te voorkomen dat er een informatievoorsprong zou kunnen optreden voor de marktpartij waarmee BritNed een contract sluit voor het leveren en afnemen van de elektriciteit voor de tests, is het noodzakelijk dat reeds bij deze partij beschikbare informatie die relevant is voor de markt zo spoedig als mogelijk bekend wordt gemaakt aan andere marktpartijen.
2. BritNed verschaft door middel van een rapportage aan de Energiekamer van de Nederlandse Mededingingsautoriteit inzicht in het transport over de BritNed verbinding gedurende het testprogramma. Daarbij wordt in het bijzonder ingegaan op afwijkingen van de planning van het testprogramma en de redenen daarvoor. Deze monitoringsrapportage wordt opgeleverd uiterlijk 30 dagen na afronding van het testprogramma. Deze rapportage is van waarde in het geval zich tijdens het testprogramma onderbrekingen of anderszins afwijkingen voordoen bij het transport over de BritNed verbinding en stelt de Energiekamer in staat om na te gaan of BritNed zich houdt aan de wet- en regelgeving en dit besluit.
De met dit besluit verleende ontheffing van de maximum transportcapaciteit als bedoeld in artikel 31a, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998, geldt alleen voor de duur van de testperiode met een maximum van 6 maanden na de dag waarop dit besluit is bekend gemaakt en slechts voor zover overschrijding van de capaciteitsgrens noodzakelijk is voor de uitvoering van het testprogramma ter afronding van de realisatie van de BritNed verbinding. Dit besluit heeft alleen betrekking op de BritNed verbinding en niet op andere landsgrensoverschrijdende verbindingen. De uit dit besluit volgende ontheffing is niet overdraagbaar en geldt derhalve alleen voor BritNed Development Limited. Dit besluit verandert niets aan het besluiten3 van 27 juni 2007 en 15 november 2007 inzake de ontheffing van BritNed voor artikel 7 van Verordening EG 1228/2003.
Tegen dit besluit kan degene, wiens belang rechtstreeks bij dat besluit is betrokken, binnen 6 weken na de dag waarop dit besluit is bekend gemaakt, een gemotiveerd bezwaarschrift indienen bij de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, Directie Wetgeving en Juridische Zaken, Postbus 20101 ALPX/50, 2500 EC Den Haag.
Besluit inzake ontheffingsaanvraag ex artikel 7 lid 1 Verordening EC 1228/2003, Staatscourant 11 juli 2007, nr. 131 / pag. 8
Richtlijn 2009/72/EG van het Europees parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende de regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot intrekking van de Richtlijn 2003/54/EG.
Besluit inzake ontheffingsaanvraag ex artikel 7 lid 1 Verordening EC 1228/2003, Staatscourant 11 juli 2007, nr. 131 / pag. 8
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2011-2568.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.