Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
RijkswaterstaatStaatscourant 2011, 23149Vergunningen

Kennisgeving Wijziging Voorzieningen op verzorgingsplaatsen langs rijkswegen (energielaadpunten)

De Kennisgeving wordt als volgt gewijzigd:

A.

In hoofdstuk 2. Aanleiding tot herziening, vervalt de zin ‘Vanaf 1 januari 2004 kunnen dus op verzorgingsplaatsen langs rijkswegen de volgende typen basisvoorzieningen voorkomen: een benzinestation, een wegrestaurant of een servicestation’.

B.

Na onderdeel 2. Aanleiding tot herziening wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

2a. Energielaadpunt

Vanaf 10 januari 2012 kan op een verzorgingsplaats langs rijkswegen ook als basisvoorziening worden toegestaan: een energielaadpunt.

Technische eisen

De energielaadpunten, voor zover het betreft elektrische laadpunten, moeten geschikt zijn voor alle typen elektrische en hybride auto’s. Er mogen geen technische belemmeringen zijn waardoor een dergelijke auto niet kan worden aangesloten op het energielaadpunt.

Concessieduur en termijnen

In aansluiting op de concessieduur van servicestations en gelet op de snelle ontwikkelingen op het gebied van alternatieve energie, zal daarom een vergunning voor een energielaadpunt worden verleend met een maximale looptijd van 15 jaren. In verband met het doelmatige gebruik van de ruimte is stilzitten na vergunningverlening ongewenst. Daartoe zal in de vergunning worden voorgeschreven dat binnen 1½ jaar na verlening het energielaadpunt gebruiksgereed moet zijn, onder de sanctie van verval van de vergunning. Monitoring van de voortgang zal tevens plaatsvinden aan de hand van de indiening van een aanvraag c.q. opdracht tot netaansluiting bij de elektriciteitsnetbeheerder. Deze dient binnen 8 weken ingediend te zijn, eveneens onder de sanctie van verval van de vergunning.

Procedure

Voor verzoeken om vergunning die uiterlijk 16 januari 2012 zijn ingediend, geldt de volgende procedure. Bij voldoende ruimte op de verzorgingsplaats kunnen deze aanvragen in behandeling worden genomen. Indien er vergunningen worden aangevraagd voor meer energielaadpunten dan er ruimte is op een verzorgingsplaats worden de aangevraagde energielaadpunten naar evenredigheid verdeeld onder de aanvragers, maar zodanig dat iedere aanvrager minimaal één energielaadpunt wordt vergund. Indien ook dan nog onvoldoende plaats is, wordt er onder de aanvragers geloot.

Aanvragen van na 16 januari 2012 worden behandeld op volgorde van binnenkomst.

C.

In hoofdstuk 3. Verzorgingsplaatsen langs rijkswegen wordt na de zin ‘Een servicestation heeft’ een volgende zin ingevoegd, luidend:

Een energielaadpunt heeft als hoofdactiviteit de verkoop van motorenergie.

D.

Deze wijziging treedt in werking met ingang van 10 januari 2012.

Toelichting

De Minister van Verkeer en Waterstaat heeft bij Kennisgeving van 22 maart 2004 het ‘Voorzieningenbeleid op verzorgingsplaatsen langs rijkswegen’ vastgesteld. In afwachting van een algehele herziening wordt het voorzieningenbeleid spoedheidshalve op één onderdeel gewijzigd. Dit beleid onderscheidt drie basisvoorzieningen op verzorgingsplaatsen: het benzinestation, het wegrestaurant en het servicestation (deze laatste voorziening biedt de mogelijkheid van exploitatie van een benzinestation en een wegrestaurant). Omdat alleen deze drie typen voorzieningen zijn toegestaan is zelfstandige exploitatie van een solitair energielaadpunt niet mogelijk. Het plaatsen en exploiteren van energielaadpunten als aanvullende voorziening door de huidige exploitant van een basisvoorziening is overigens wel toegelaten.

Dat het elektrische rijden momenteel sterk toeneemt en gestimuleerd wordt op grond van rijksbeleid is een omstandigheid die bij het opstellen van het beleid in 2004 niet voorzien was. Om het elektrisch rijden te faciliteren is het wenselijk dat er zelfstandig geëxploiteerde elektrische laadstations beschikbaar komen op de verzorgingsplaatsen langs rijkswegen. Immers, dan is de plaatsing niet alleen afhankelijk van de exploitant van al aanwezige basisvoorzieningen. Daarom is het wenselijk om naast het benzinestation, het wegrestaurant en het servicestation ook het energielaadpunt als basisvoorziening aan te merken. Om andere toekomstige motorenergievoorzieningen op verzorgingsplaatsen mogelijk te maken, voor zover niet in strijd met de Benzinewet, wordt in plaats van het beperktere begrip ‘elektrisch laadpunt’, de meer algemene term ‘energielaadpunt’ gebruikt. Hieronder wordt bijvoorbeeld ook begrepen een station voor het verwisselen van accu’s.

Een verzoek om vergunning kan alleen gehonoreerd worden indien er voldoende ruimte op de verzorgingsplaats beschikbaar is. Deze veelal beperkte ruimte dient zo doelmatig mogelijk te worden gebruikt. Deze doelmatigheid wordt bevorderd door het stellen van technische eisen, een beperkte concessieduur en korte termijnen, en door een heldere procedure.