Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van FinanciënStaatscourant 2011, 22888Besluiten van algemene strekking

Bijstellingsregeling 2012

30 december 2011

Nr. DB2011/447M

Directoraat-Generaal voor Fiscale Zaken, Directie Directe Belastingen

De Staatssecretaris van Financiën,

Gelet op afdeling 10.1 en artikel 10a.11 van de Wet inkomstenbelasting 2001, de artikelen 12a, 32bb en 32bc van de Wet op de loonbelasting 1964, de artikelen 30a en 31 van de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen, artikel 10 van de Wet op de vennootschapbelasting 1969, artikel 8 van de Kostenwet invordering rijksbelastingen, artikel 7 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, artikel 10aa van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 en artikel 2 van het Uitvoeringsbesluit kostenverrekening en gegevensuitwisseling Wet waardering onroerende zaken;

Besluit:

ARTIKEL I

De Wet inkomstenbelasting 2001 wordt als volgt gewijzigd:

A. In artikel 2.10 worden de bedragen in de tarieftabel zodanig vervangen dat die tabel komt te luiden:

Bij een belastbaar inkomen uit werk en woning van meer dan

maar niet meer dan

bedraagt de belasting het in kolom III vermelde bedrag, vermeerderd met het bedrag dat wordt berekend door het in kolom IV vermelde percentage te nemen van het gedeelte van het belastbare inkomen uit werk en woning dat het in kolom I vermelde bedrag te boven gaat

I

II

III

IV

€  18 945

2,00%

€  18 945

€  33 863

€  378

10,80%

€  33 863

€  56 641

€  1 989

42%

€  56 641

€  11 555

52%

B. In artikel 2.10a worden de bedragen in de tarieftabel zodanig vervangen dat die tabel komt te luiden:

Bij een belastbaar inkomen uit werk en woning van meer dan

maar niet meer dan

bedraagt de belasting het in kolom III vermelde bedrag, vermeerderd met het bedrag dat wordt berekend door het in kolom IV vermelde percentage te nemen van het gedeelte van het belastbare inkomen uit werk en woning dat het in kolom I vermelde bedrag te boven gaat

I

II

III

IV

€  18 945

2,00%

€  18 945

€  34 055

€  378

10,80%

€  33 863

€  56 641

€  2 009

42%

€  56 641

€  11 495

52%

C. In artikel 3.15, eerste lid, wordt ‘€ 4300’ vervangen door: € 4400.

D. In artikel 3.19, tweede lid, worden de bedragen en percentages in de tabel zodanig vervangen dat die tabel komt te luiden:

meer dan

maar niet meer dan

op jaarbasis

€  12 500

0,80% van deze waarde

€  12 500

€  25 000

1,00% van deze waarde

€  25 000

€  50 000

1,15% van deze waarde

€  50 000

€  75 000

1,25% van deze waarde

€  75 000

€ 1 040 000

1,40% van deze waarde

€ 1 040 000

€ 14 560 vermeerderd met 1,75% van de woningwaarde voor zover deze uitgaat boven € 1 040 000

E. In artikel 3.41, tweede lid, worden de bedragen in de tabel zodanig vervangen dat die tabel komt te luiden:

meer dan

maar niet meer dan

bedraagt de

kleinschaligheidsinvesteringsaftrek

€  2 300

0

€  2 300

€  55 248

28% van het investeringsbedrag

€  55 248

€  102 311

€ 15 470

€  102 311

€  306 931

€ 15 470 verminderd met 7,56%

van het gedeelte van het

investeringsbedrag dat de € 102 311 te boven gaat

€  306 931

0

F. Artikel 3.42 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het derde lid wordt ‘€ 2200’ vervangen door: € 2300.

2. In het vierde lid, onderdelen a en b, wordt ‘€ 116 000 000’ vervangen door: € 118 000 000.

G. In artikel 3.42a, derde lid, wordt ‘€  2200’ vervangen door: € 2300.

H. In artikel 3.47, eerste lid, wordt ‘€  2200’ vervangen door: € 2300.

I. In artikel 3.68, eerste lid, wordt ‘€ 9382’ vervangen door: € 9542.

J. Artikel 3.77 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt ‘€ 12 104’ vervangen door: € 12 310.

2. In het tweede lid wordt ‘€ 6054’ vervangen door: € 6157.

3. In het vierde lid wordt ‘€ 14 377’ vervangen door: € 14 622.

K. Artikel 3.87 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het vierde lid worden de bedragen in de tabel zodanig vervangen dat die tabel komt te luiden:

bij een reisafstand per openbaar vervoer

 

van meer dan

maar niet meer dan

op jaarbasis

10 km

10 km

15 km

€ 436

15 km

20 km

€ 582

20 km

30 km

€ 974

30 km

40 km

€ 1207

40 km

50 km

€ 1574

50 km

60 km

€ 1751

60 km

70 km

€ 1943

70 km

80 km

€ 2008

80 km

€ 2036

2. In het vijfde lid, onderdeel b, worden ‘€ 0,22’ en ‘€ 2001’ vervangen door ‘€ 0,23’ en ‘€ 2036’.

3. In het zesde lid wordt ‘€ 2001’ vervangen door: € 2036.

L. In artikel 3.97, tweede lid, onderdeel a, wordt ‘€ 4333’ vervangen door: € 4410.

M. artikel 3.112 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid worden de bedragen en percentages in de tabel zodanig vervangen dat die tabel komt te luiden:

meer dan

maar niet meer dan

op jaarbasis gesteld op

€  12 500

nihil

€  12 500

€  25 000

0,20% van deze waarde

€  25 000

€  50 000

0,35% van deze waarde

€  50 000

€  75 000

0,45% van deze waarde

€  75 000

€ 1 040 000

0,60% van deze waarde

€ 1 040 000

€ 6240 vermeerderd met 1,30% van de eigenwoningwaarde voor zover deze uitgaat boven € 1 040 000.

2. In het vijfde lid wordt ‘€ 1 020 000’ telkens vervangen door ‘€ 1 040 000’. Voorts worden ‘0,9%’, ‘€ 9180’ en ‘1,35%’ vervangen door ‘1,00%’, ‘€ 10 400’ en ‘1,55%’.

N. In artikel 3.114, eerste lid, wordt ‘€ 4333’ vervangen door: € 4410.

O. Artikel 3.118, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. In de aanhef wordt ‘€ 151 000’ vervangen door: € 154 000.

2. In de tweede volzin wordt ‘€ 34 300’ vervangen door: € 34 900.

P. In artikel 3.125, eerste lid, onderdeel c, wordt ‘€ 20 602’ vervangen door: € 20 953.

Q. Aartikel 3.126a wordt als volgt gewijzigd:

1. In het vierde lid, onderdeel a, onder 3o, wordt ‘€ 20 602’ vervangen door: € 20 953.

2. In het vijfde lid wordt ‘€ 4171’ vervangen door: € 4242.

R. artikel 3.127 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid wordt ‘€ 6872’ telkens vervangen door ‘€ 6989’. Voorts wordt ‘€ 13 571’ vervangen door: € 13 802.

2. In het derde lid worden ‘€ 11 631’ en ‘€ 159 741’ vervangen door ‘€ 11 829’ en ‘€ 162 457’.

S. Artikel 3.129, tweede lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel a wordt ‘€ 435 652’ vervangen door: € 443 059.

2. In onderdeel b wordt ‘€ 217 833’ vervangen door: € 221 537.

3. In onderdeel c wordt ‘€ 108 922’ vervangen door: € 110 774.

T. In artikel 3.133, tweede lid, onderdeel d, wordt ‘€ 4171’ vervangen door: € 4242.

U. In artikel 5.5 wordt ‘€ 20 785’ vervangen door: € 21 139.

V. artikel 5.6 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, onderdeel b, wordt ‘€ 275 032’ vervangen door: € 279 708.

2. In het eerste lid worden de bedragen in de tabel zodanig vervangen dat die tabel komt te luiden:

meer dan

maar niet meer dan

bedraagt de ouderentoeslag

€ 14 302

€ 27 984

€ 14 302

€ 19 895

€ 13 992

€ 19 895

nihil

3. In het tweede lid worden ‘€ 275 032’ en ‘€ 550 064’ vervangen door respectievelijk ‘€ 279 708’ en ‘€  559 416’.

W. Artikel 5.10 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, onderdeel a, onder 1o en onder 2o, en onderdeel b, en in het tweede lid wordt ‘€ 6744’ telkens vervangen door: € 6859.

2. In het eerste lid, onderdeel e, worden ‘€ 503’ en ‘€ 1006’ vervangen door ‘€ 512’ en ‘€ 1024’.

Z. In artikel 6.17, derde lid, worden de bedragen in de tabel zodanig vervangen dat die tabel komt te luiden:

meer dan

maar niet meer dan

wordt gezinshulp geacht extra te zijn voor zover de uitgaven voor gezinshulp meer bedragen dan het in deze kolom vermelde percentage van het verzamelinkomen vóór toepassing van de persoonsgebonden aftrek

€ 30 593

0% 

€ 30 593

€ 45 890

1%

€ 45 890

€ 61 181

2%

€ 61 181

3%

AA. Artikel 6.20 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, onderdeel a, worden ‘€ 7332’ en ‘€ 122’ vervangen door ‘€ 7457’ en ‘€ 125’.

2. In het eerste lid, onderdeel b, worden ‘€ 7332’ en ‘€ 38 955’ vervangen door ‘€ 7457’ en ‘€ 39 618’.

3. In het eerste lid, onderdeel c, wordt ‘€ 38 955’ telkens vervangen door: € 39 618.

4. In het tweede lid worden ‘€ 7332’, ‘€ 14 664’, ‘€ 122’ en ‘€ 244’ vervangen door ‘€ 7457’, ‘€ 14 914’, ‘€ 125’ en ‘€ 250’.

AB. In artikel 6.29, tweede lid, wordt ‘€ 58’ vervangen door: € 59.

AC. In artikel 8.9, eerste lid, wordt ‘80%’ vervangen door: 73 1/3%.

AD. In artikel 8.10, tweede lid, wordt ‘€ 1974’ vervangen door: € 2008.

AE. Artikel 8.11 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid, onderdeel a, worden ‘1,716%’ en ‘€ 158’ vervangen door ‘1,733%’ en ‘€ 161’.

2. In het tweede lid, onderdeel b, worden ‘12,152%’, ‘€ 9209’ en ‘€ 1574’ vervangen door ‘12,320%’, ‘€ 9295’ en ‘€ 1601’.

3. In het tweede lid, onderdeel c, worden ‘€ 44 126’ en ‘€ 77’ vervangen door ‘€ 45 178’ en ‘€ 78’.

4. In het tweede lid, tweede volzin, wordt ‘€ 44 126’ vervangen door: € 45 178.

AF. Artikel 8.12 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, onderdeel b, wordt ‘€ 9209’ vervangen door: € 9295.

2. In het zevende lid worden ‘€ 9209’ en ‘€ 47 071’ vervangen door ‘€ 9295’ en ‘€ 47 871’.

AG. Aartikel 8.14a wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, onderdeel a, wordt ‘€ 4734’ vervangen door: € 4814.

2. In het tweede lid worden ‘€ 780’, ‘€ 4734’ en ‘€ 1871’ vervangen door ‘€ 794’, ‘€ 4734’ en ‘€ 1903’.

AH. In artikel 8.15, derde lid, worden ‘€ 931’ en ‘€ 1523’ vervangen door ‘€ 947’ en ‘€ 1549’.

AI. In artikel 8.16a, tweede lid, wordt ‘€ 696’ vervangen door: € 708.

AJ. artikel 8.17 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt ‘€ 34 857’ vervangen door: € 35 450.

2. In het tweede lid wordt ‘€ 739’ vervangen door: € 752.

AK. In artikel 8.18, tweede lid, wordt ‘€ 421’ vervangen door: € 429.

AL. In artikel 9.4, eerste lid, onderdeel a, wordt ‘€ 44’ vervangen door: € 45.

AM. In artikel 10.7, derde lid, onderdeel a, wordt ‘€ 970’ vervangen door: € 986.

ARTIKEL II

In de Wet inkomstenbelasting 2001, zoals deze wet op 31 december 2011 luidde, wordt in artikel 8.18a, tweede lid, ‘€ 201’ vervangen door: € 205.

ARTIKEL III

De Wet op de loonbelasting 1964 wordt als volgt gewijzigd:

A. In artikel 12a, eerste lid, wordt ‘€ 41 000’ vervangen door: € 42 000.

B. In artikel 32bb, tweede lid, wordt ‘€ 522 000’ vervangen door: € 531 000.

C. In artikel 32bc, derde lid, wordt ‘€ 522 000’ vervangen door: € 531 000.

ARTIKEL IV

De Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen wordt als volgt gewijzigd:

A. artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, onderdeel a, wordt ‘€ 2711’ vervangen door: € 2753.

2. In het eerste lid, onderdeel b, wordt ‘€ 2738’ vervangen door: € 2781.

3. In het eerste lid, onderdeel c, wordt ‘€ 2711’ vervangen door: € 2753.

4. In het eerste lid, onderdeel d, wordt ‘€ 3286’ vervangen door: € 3337.

5. In het eerste lid, onderdeel e, wordt ‘€ 2738’ vervangen door: € 2781.

6. In het eerste lid, onderdeel f, wordt ‘€ 1302’ vervangen door: € 1322.

7. In het eerste lid, onderdeel g, wordt ‘€ 329’ vervangen door: € 334.

B. In artikel 14, derde lid, wordt ‘€ 23 943’ vervangen door: € 24 170.

ARTIKEL V

In de Wet op de vennootschapbelasting 1969 wordt in artikel 10, eerste lid, onderdeel j, ‘€ 522 000’ vervangen door: € 531 000.

ARTIKEL VI

De Kostenwet invordering rijksbelastingen wordt als volgt gewijzigd:

A. In artikel 3, eerste lid, wordt ‘€ 11 246’ vervangen door: ‘€ 11 347’.

B. In artikel 4, eerste lid, wordt ‘€ 26’ vervangen door: ‘€ 27’.

ARTIKEL VII

In de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen wordt in artikel 7, vijfde lid, ‘€ 4451’ vervangen door: € 4527.

ARTIKEL VIII

In het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 wordt in artikel 10aa, eerste en tweede lid, ‘€ 10 667’ vervangen door ‘€ 10 802’. Voorts wordt ‘€ 11 803’ vervangen door: € 11 953.

ARTIKEL IX

In het Uitvoeringsbesluit kostenverrekening en gegevensuitwisseling Wet waardering onroerende zaken wordt in artikel 2, derde lid, ‘€ 22 970 033’ vervangen door: € 23 659 134.

ARTIKEL X

  • 1. Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2012.

  • 2. Deze regeling wordt aangehaald als: Bijstellingsregeling 2012.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 30 december 2011

De Staatssecretaris van Financiën,

F.H.H. Weekers.

TOELICHTING

Algemeen

Deze regeling geeft uitvoering aan de indexeringsvoorschriften, opgenomen in afdeling 10.1 en artikel 10a.11 van de Wet inkomstenbelasting 2001 (hierna: Wet IB 2001), de artikelen 12a, 32bb en 32bc van de Wet op de loonbelasting 1964 (hierna: Wet LB 1964), de artikelen 30a en 31 van de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen, artikel 10 van de Wet op de vennootschapbelasting 1969, artikel 8 van de Kostenwet invordering rijksbelastingen, artikel 7 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, artikel 10aa van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 (hierna: UBLB 1965) en artikel 2 van het Uitvoeringsbesluit kostenverrekening en gegevensuitwisseling Wet waardering onroerende zaken.

Enige voor de inkomstenbelasting toegepaste indexeringen zijn ook van belang voor de loonbelasting en de vennootschapsbelasting. De met ingang van 1 januari 2012 geldende tekst van de artikelen 20a, tweede lid, 20b, tweede lid, en 22d van de Wet LB 1964 schrijft voor dat een aantal in de artikelen 20a, 20b, 22, 22a, 22aa, 22b en 22c van die wet vermelde bedragen en percentages bij het begin van het kalenderjaar van rechtswege worden vervangen door de overeenkomstige bedragen en percentages van de artikelen 2.10, 2.10a 8.10, 8.11, 8.16a, 8.17 en 8.18 van de Wet IB 2001. Het met ingang van 1 januari 2012 in de Wet LB 1964 in te voegen artikel 39d schrijft voor dat artikel 22d van de Wet LB 1964, zoals dat artikel op 31 december 2011 luidde, van toepassing blijft, waardoor bij het begin van het kalenderjaar ook het bedrag, genoemd in artikel 22ca van de Wet LB 1964, zoals dat artikel op 31 december 2011 luidde, wordt vervangen. artikel 8, veertiende lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 schrijft voor dat het aan het slot van het vijfde lid van dat artikel vermelde bedrag van rechtswege wordt vervangen door het overeenkomstige bedrag van artikel 3.15, eerste lid, van de Wet IB 2001.

Bijstellingsfactoren

Toepassing tabelcorrectiefactor (artikel I, onderdelen A tot en met C, E tot en met K, O tot en met AB en AD tot en met AM, en artikelen II, III, V en VII)

De per 1 januari 2012 toe te passen tabelcorrectiefactor van artikel 10.2 van de Wet IB 2001 bedraagt 1,017. De bedragen die worden aangepast ingevolge artikel I, onderdelen A tot en met C, E tot en met K, O tot en met AB en AD tot en met AM, en de artikelen II, III, V en VII van deze regeling worden bijgesteld op basis van deze tabelcorrectiefactor.

Bijstelling van de bedragen en percentages van de bijtelling privé-gebruik woning, het eigenwoningforfait en de kamerverhuurvrijstelling (artikel I, onderdelen D, L, M en N)

De bijstelling van de bedragen en percentages van de bijtelling privégebruik woning (artikel 3.19 van de Wet IB 2001), het eigenwoningforfait (artikel 3.112 van de Wet IB 2001) en de kamerverhuurvrijstelling (artikelen 3.97 en 3.114 van de Wet IB 2001) vindt plaats ingevolge de artikelen 10.3, 10.3a, 10.5 en 10.6 van de Wet IB 2001 zoals die artikelen komen te luiden per 1 januari 2012. artikel 10.4 van de Wet IB 2001 komt met ingang van 1 januari 2012 te vervallen. De berekening van het in artikel 10.3, achtste lid, van de Wet IB 2001 bedoelde en tot dusver in artikel 10.4, tweede lid, berekende percentage, verhuist daarbij naar een nieuw tiende lid van artikel 10.3 van de Wet IB 2001.

Bijstelling vindt plaats op basis van de verhouding van het indexcijfer woninghuren over juli 2011 tot dat cijfer over juli 2010 (factor ih) en voor de bij te stellen percentages tevens met de verhouding van het gemiddelde van de eigenwoningwaarden die betrekking hebben op 2011 en het gemiddelde van die waarden die betrekking hebben op 2010 (factor iw). De factor ih voor 2012 bedraagt 111,37/109,43 (een gemiddelde huurstijging van 1,8%). De verhouding van het gemiddelde van de eigenwoningwaarden voor 2010 en het gemiddelde van de waarden voor 2011 bedraagt volgens opgave van de Waarderingskamer 100:98 (een gemiddelde waardedaling van ongeveer 2%). De factor iw bedraagt daarmee 100/98. Vanwege de op grond van artikel 10.5 van de Wet IB 2001 toe te passen afrondingen heeft de bijstelling geen gevolgen  voor woningen met een waarde van niet meer dan € 25 000. Voor woningen met een waarde van meer dan € 25 000 en niet meer dan € 1 040 000 gaat het percentage voor de berekening van het in aanmerking te nemen voordeel met 0, 05%-punt omhoog. Het percentage voor eigen woningen met een eigenwoningwaarde van boven € 1,04 mln. wordt door toepassing van artikel 10.3a van de Wet IB 2001 verhoogd met het daar vermelde gedeelte van een procentpunt en vervolgens op dezelfde wijze afgerond als artikel 10.5 van die wet voorschrijft met betrekking tot de in de artikel 10.3 van die wet bedoelde percentages.

Indexering inkomensgrens en percentages arbeidskorting en doorwerkbonus (artikel I, onderdelen AE en AF)

De in artikelen 8.11 en 8.12 van de Wet IB 2001 vermelde bedragen en percentages worden bijgesteld op basis van de artikelen 10.1 en 10.7 van de Wet IB 2001. Zoals ook verderop in deze toelichting aangegeven komt de verhoging van de arbeidskorting voor ouderen (artikel 8.11, derde lid, van de Wet IB 2001) te vervallen met ingang van 1 januari 2012. Voor de aanpassing van de percentages is het fiscale equivalent van 50% van het volwassenen-minimumloon per 1 januari 2012 ‘€ 9295 per jaar’ en het fiscale equivalent van 225% van het volwassenen-minimumloon per 1 januari 2012: € 45 178 per jaar.

Aanpassing van verschillende bedragen van de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen (artikel IV)

In artikel IV van deze regeling worden de bedragen van de verschillende afdrachtverminderingen en het toetsloon voor de afdrachtvermindering onderwijs aangepast. De aanpassing van de bedragen van de afdrachtverminderingen vindt plaats ingevolge artikel 30a van Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen. De aanpassing geschiedt door vermenigvuldiging van de bedragen zoals deze ná aanpassing ingevolge artikel VIII, onderdeel B, van het Belastingplan 2012 luiden, met de verhouding van het bedrag van het volwassenen-minimumloon per 1 januari 2012 (zijnde € 1446,60 per maand) tot dat bedrag per 1 januari van het voorafgaande kalenderjaar (zijnde € 1424,40 per maand). Op grond daarvan zijn de bedragen van de afdrachtverminderingen vermenigvuldigd met de factor 1446,60/1424,40. De bedragen worden rekenkundig afgerond op hele euro’s. Het toetsloon voor de afdrachtvermindering onderwijs wordt op grond van artikel 31 van genoemde wet gesteld op het fiscale equivalent van 130% van het volwassenen-minimumloon per 1 januari 2012.

Aanpassing bedragen in de Kostenwet invordering rijksbelastingen (artikel VI)

De bijstelling van een aantal bedragenin de artikelen 2, 3 en 4 van de Kostenwetinvordering rijksbelastingen vindtplaats op basis van de op de voet vanartikel 8 van die wet bepaalde correctiefactor.Deze factor wordt berekend uitde indexcijfers van de ‘CAO-lonen peruur inclusief bijzondere beloningen,CAO-sector overheid’ van het Centraal Bureau voor de Statistiek.De correctiefactor op grond waarvan debedragen per 1 januari 2012 wordenbijgesteld is1,009. Door de toegepaste afrondingsregel leidt de inflatiecorrectie bij het begin van 2012 niet tot een aanpassing van de bedragen in de artikelen van de Kostenwet invordering rijksbelastingen die staan genoemd in tabel 1. Als basis voorde bijstelling voor 2012 gelden de nabijstelling voor 2011 op twee decimalenrekenkundig afgeronde bedragen.

Aanpassing bedrag van de minimaal in aanmerking te nemen AOW-inbouw in een pensioenregeling (artikel VIII)

De bedragen die zijn opgenomen in artikel 10aa van het UBLB 1965 voor de berekening van de minimaal in aanmerking te nemen AOW-inbouw in een pensioenregeling in gevallen waarin een lager opbouwpercentage per dienstjaar wordt gehanteerd dan is toegestaan op grond van artikel 18a, eerste tot en met derde lid, van de Wet LB 1964, worden jaarlijks bijgesteld aan de hand van de ontwikkeling van de hoogte van de AOW. De nieuwe bedragen zijn berekend door de bedragen van 2011 te vermenigvuldigen met de verhouding tussen het per 1 januari 2012 geldende AOW-bedrag en het per 1 januari 2011 geldende AOW-bedrag. Dit verhoudingsgetal voor 2012 is 1,013.

Aanpassing bedrag in het Uitvoeringsbesluit kostenverrekening en gegevensuitwisseling Wet waardering onroerende zaken (artikel IX)

Het bedrag van artikel 2, derde lid, van het Uitvoeringsbesluit kostenverrekening en gegevensuitwisseling Wet waardering onroerende zaken wordt bijgesteld aan de hand van de door het Centraal Planbureau in het Centraal Economisch Plan gepubliceerde verwachte ‘prijsmutatie netto materiële overheidsconsumptie’ voor het kalenderjaar, verhoogd met een volumeopslag van 0,75%. Volgens genoemde publicatie bedraagt de prijsmutatie netto materiële overheidsconsumptie voor het jaar 2012 2,25%, zodat inclusief volumeopslag, de bedragen dienen te worden bijgesteld met 3%.

Bijzonderheden en uitzonderingen op jaarlijkse bijstelling

Niet vervangen bedragen vanwege wijzigingen door Belastingplan 2012 c.s.

  • Het bedrag van de zelfstandigenaftrek (artikel 3.76 van de Wet IB 2001) wordt met ingang van 1 januari 2012 geüniformeerd op één vast bedrag dat tevens niet zal worden geïndexeerd. artikel 10.1 van de Wet IB 2001 wordt met ingang van dezelfde datum overeenkomstig gewijzigd.

  • De kindertoeslag op het heffingsvrije vermogen (artikel 5.5, tweede en derde lid, van de Wet IB 2001) komt te vervallen met ingang van 1 januari 2012.

  • De vermindering van de uitgaven voor monumentenpanden (artikel 6.31 van de Wet IB 2001) komt te vervallen met ingang van 1 januari 2012. artikel 10.4 van de Wet IB 2001 komt overeenkomstig te vervallen.

  • De verhoging van de arbeidskorting voor ouderen (artikel 8.11, derde lid, van de Wet IB 2001) komt te vervallen met ingang van 1 januari 2012. De artikelen 10.1 en 10.7 van de Wet IB 2001 worden overeenkomstig gewijzigd. In het Belastingplan 2012 is opgenomen dat met ingang van 1 januari 2013 een werkbonus in werking treedt. Deze werkbonus en de inflatiecorrectie daarvan zijn vormgegeven in dezelfde systematiek als die van de verhoging van de arbeidskorting voor ouderen.

  • De levensloopverlofkorting (artikel 8.18a van de Wet IB 2001) komt te vervallen met ingang van 1 januari 2012. Vanaf dat moment wordt geen levensloopverlofkorting meer opgebouwd. Voor deze maatregel is een overgangsregeling opgenomen die inhoudt dat tot 1 januari 2012 opgebouwde rechten wel verzilverd kunnen worden bij opname van het spaartegoed of bij omzetting van levensloop in vitaliteitssparen. Ingevolge het met ingang van 1 januari 2012 in de Wet IB 2001 in te voegen artikel 10a.11 wordt het bedrag van de levensloopverlofkorting om die reden jaarlijks gecorrigeerd voor inflatie (artikel II van deze regeling).

  • Op grond van artikel XXXIb van het Belastingplan 2012 vindt artikel 35a van de Successiewet 1956 geen toepassing bij het begin van het kalenderjaar 2012 op de bedragen, genoemd in de artikelen 24, 32, 33 en 35b van de laatstgenoemde wet.

Niet vervangen bedragen vanwege afrondingsregel

Vanwege de toegepaste afrondingsregels leidt de inflatiecorrectie bij het begin van 2012 niet tot een aanpassing van de bedragen in de artikelen, genoemd in de volgende tabel:

Tabel 1

wet

artikel

lid

onderdeel

zinsnede/toevoeging

Wet IB 2001

 

5.3

derde

e

eerste bedrag

 

 

derde

 

tweede volzin

 

6.29

eerste

   
 

9.4

vijfde

   

Kostenwet inv.rijksbel.

 

2

   

eerste bedrag

       

derde bedrag

 

3

eerste

 

eerste bedrag

       

tweede bedrag

   

tweede

   
   

derde

   
   

vierde

   
 

4

eerste

 

eerste bedrag

       

tweede bedrag

       

derde bedrag

   

tweede

   
   

derde

   
Bedragen in deze regeling die per 1 januari 2012 bij wet nader worden gewijzigd

De hierna genoemde bij deze regeling bijgestelde bedragen zullen ná die bijstelling per 1 januari 2012 worden vervangen door andere:

  • Het in de artikelen 2.10 en 2.10a van de Wet IB 2001 opgenomen schijventarief wordt met ingang van 1 januari 2012 vervangen ingevolge artikel I, onderdelen A en B, van het Belastingplan 2012.

  • Het bedrag van de algemene heffingskorting (artikel 8.10, tweede lid, van de Wet IB 2001) wordt ingevolge artikel I, onderdeel M, van het Belastingplan 2012 verhoogd met € 25 tot € 2033.

  • Het maximum bedrag van de arbeidskorting (artikel 8.11, tweede, onderdeel b, van de Wet IB 2001) wordt ingevolge artikel I, onderdeel N, van het Belastingplan 2012 verhoogd met € 10 tot € 1611.

  • Het basisbedrag en het maximum van de inkomensafhankelijke combinatiekorting (artikel 8.14a, tweede lid, van de Wet IB 2001) worden ingevolge artikel I, onderdeel P, van het Belastingplan 2012 verhoogd met € 230, tot € 1024 respectievelijk € 2133.

  • Het bedrag van het inkomensafhankelijke deel van de alleenstaande-ouderkorting (artikel 8.15, derde lid, tweede volzin, van de Wet IB 2001) wordt ingevolge artikel I, onderdeel Q, van het Belastingplan 2012 verlaagd met € 230 tot € 1319.

  • Het bedrag van de ouderenkorting (artikel 8.17, tweede lid, van de Wet IB 2001) wordt ingevolge artikel I, onderdeel R, van het Belastingplan 2012 verhoogd met € 10 tot € 762.

De Staatssecretaris van Financiën,

F.H.H. Weekers.