Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, van 3 december 2011, nr. DUO/OND/ODS-2011/66447 M, houdende aanpassing van de stichtings- en opheffingsnormen voor basisscholen in verband met gebiedswijzigingen per 1 januari 2011 en in verband met splitsing van gemeenten in twee delen (Regeling aanpassing van de stichtings- en opheffingsnormen voor basisscholen in verband met gebiedswijzigingen per 1 januari 2011 en in verband met splitsing van gemeenten)

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Gelet op de artikelen 77, vierde lid en vijfde lid, en artikel 156, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs;

Besluit:

Artikel 1. Vaststelling nieuwe stichtings- en opheffingsnormen.

Voor de basisscholen in de onderstaande gemeenten worden de navolgende stichtings- en opheffingsnormen vastgesteld.

Gemeentenaam

Gemeentecode

Stichtingsnorm

Opheffingsnorm

Bodegraven-Reeuwijk

1901

200

102

Eijsden-Margraten

1903

200

75

Medemblik

0420

200

89

Oss

0828

200

zie art. 2

De Ronde Venen

0736

200

zie art. 2

Stichtse Vecht

1904

200

zie art. 2

Súdwest-Fryslân

1900

200

zie art. 2

Artikel 2. Vaststelling afzonderlijke opheffingsnormen.

Voor de basisscholen in de onderstaande gemeenten worden de navolgende opheffingsnormen vastgesteld.

Gemeentenaam

Gebied 1

Opheffingsnorm

Gebied 2

Opheffingsnorm

Oss

Oss en Berghem

158

Megen/Ravenstein/Lith

50

De Ronde Venen

De Ronde Venen/Abcoude

107

Baambrugge

32

Stichtse Vecht

Maarssen

156

Loenen en Breukelen

89

Súdwest-Fryslân

Stedelijk gebied

160

Plattelandsgebied

36

Artikel 3. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 4. Geldigheidsduur nieuwe normen.

De in artikel 1 en in artikel 2 genoemde normen gelden vanaf 1 januari 2012 tot 1 augustus 2013.

Artikel 5. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanpassing van de stichtings- en opheffingsnormen voor basisscholen in verband met gebiedswijzigingen per 1 januari 2011 en in verband met splitsing van gemeenten.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

M. van Bijsterveldt-Vliegenthart.

TOELICHTING

Met ingang van 1 januari 2011 zijn de navolgende gemeenten gevormd als gevolg van een herindeling van de daarbij genoemde oude gemeenten:

  • Bodegraven-Reeuwijk (Bodegraven en Reeuwijk)

  • Eijsden-Margraten (Eijsden en Margraten)

  • Medemblik (Andijk, Medemblik en Wervershoof)

  • Oss (Lith en Oss)

  • De Ronde Venen (Abcoude en De Ronde Venen)

  • Stichtse Vecht (Breukelen, Loenen en Maarssen)

  • Sûdwest-Fryslân (Bolsward, Nijefurd, Sneek, Wunseradiel en Wymbritseradiel).

In de artikelen 77, vierde lid en 156, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs (WPO) is geregeld dat de minister voor gemeenten die betrokken zijn bij een gemeentelijke herindeling of een grenscorrectie, nieuwe stichtings- en opheffingsnormen vaststelt.

De in deze regeling genoemde (nieuwe) gemeenten zijn betrokken bij een gemeentelijke herindeling of een grenscorrectie die is ingegaan op 1 januari 2011.

Artikel 1 bevat de nieuwe stichtings- en opheffingsnormen voor deze gemeenten. Op grond van artikel 77, vierde lid, tweede volzin en artikel 156, vierde lid, eerste volzin van de WPO treden de nieuwe normen op 1 januari volgend op de datum van herindeling dan wel grenscorrectie in de plaats van de eerder bepaalde normen. In dit geval treden de nieuwe stichtings- en opheffingsnormen dus met ingang van 1 januari 2012 in de plaats van eerder bepaalde normen.

De hiervoor bedoelde normen gelden tot 1 augustus 2013. Op grond van het bepaalde in artikel 77, derde lid en op grond van het bepaalde in artikel 153, tweede lid, van de wet dienen eens in de vijf jaar voor alle gemeenten in Nederland de stichtings- en opheffingsnormen opnieuw te worden vastgesteld. De eerstvolgende vijfjaarlijkse periode vangt aan op 1 augustus 2013 en om deze reden gelden de in de nu voorliggende regeling vastgestelde stichtings- en opheffingsnormen tot die datum.

In het tweede lid van artikel 156 van de Wet op het primair onderwijs is geregeld dat burgemeester en wethouders van een nieuw gevormde gemeente binnen 3 maanden na datum herindeling een besluit tot splitsing van de gemeente in twee delen kunnen nemen of dat burgemeester en wethouders (eveneens binnen die drie maanden) kunnen besluiten de minister te verzoeken tot het nemen van zo een besluit. Het laatste is het geval indien niet alle schoolbesturen binnen de gemeente instemmen met de splitsing.

Er kan eerst sprake zijn van splitsing van een gemeente indien er sprake is van aanzienlijke verschillen in bebouwingskarakter en bevolkingsdichtheid tussen de twee delen.

Binnen de gemeenten Oss, Stichtse Vecht en Sûdwest-Fryslân is unaniem besloten tot splitsing van de gemeente in twee delen; in de gemeente De Ronde Venen hebben vier van de acht schoolbesturen zich onthouden van instemming. Om deze reden is bij afzonderlijk besluit een beslissing genomen op het verzoek van burgemeester en wethouders van die gemeente om te komen tot splitsing.

Administratieve last

Aan deze regeling zijn geen structurele of eenmalige administratieve lasten verbonden omdat er geen informatieverplichtingen mee gemoeid zijn.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

M. van Bijsterveldt-Vliegenthart.

Naar boven