Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 28 november 2011, nr. VO/BVB/2011/345581 tot bekendmaking van de gevallen waarin een leerling van een school voor voortgezet onderwijs meetelt voor de bekostiging als hij tijdelijk is geplaatst buiten de school waar hij staat ingeschreven (Regeling bekostiging leerlingen die tijdelijk buiten de school worden geplaatst)

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, handelende in overeenstemming met de Minister van Economische zaken, Landbouw en Innovatie,

Gelet op artikel 7, eerste lid, onderdeel b, van het Bekostigingsbesluit WVO;

Besluit:

Artikel 1.

De in artikel 7, eerste lid, onderdeel b, van het Bekostigingsbesluit WVO bedoelde gevallen betreffen leerlingen die tijdelijk verblijven in voorzieningen als bedoeld in:

  • a. de Regeling regionaal zorgbudget, subsidie regionale verwijzingscommissie voortgezet onderwijs en reboundvoorzieningen;

  • b. de Tijdelijke subsidieregeling plusvoorzieningen overbelaste jongeren;

  • c. de Regeling aanvragen van een startsubsidie of subsidie veldinitiatief Passend Onderwijs;

  • d. de Beleidsregel experimenten Passend onderwijs;

  • e. artikel 10h, derde lid, van de WVO.

Artikel 2.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 oktober 2011.

Artikel 3.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling bekostiging leerlingen die tijdelijk buiten de school worden geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

J.M. van Bijsterveldt-Vliegenthart.

TOELICHTING

Aanleiding

Door een wijziging van artikel 7 van het Bekostigingsbesluit WVO is geregeld dat leerlingen die zijn ingeschreven op een school voor voortgezet onderwijs (vo-school), maar op de teldatum niet daadwerkelijk onderwijs volgen op die school, in bepaalde gevallen wel kunnen worden meegeteld voor de bekostiging van die vo-school. Artikel 7, eerste lid, onderdeel b, van het desbetreffende besluit stelt dat de gevallen bij ministeriële regeling worden bepaald. Met de onderhavige regeling wordt daaraan voldaan en ontstaat duidelijkheid voor het onderwijsveld.

Algemeen

De gevallen waarin de desbetreffende leerlingen van een vo-school kunnen meetellen voor de bekostiging betreffen voorzieningen die zijn opgenomen in de regelingen genoemd in artikel 1, onderdelen a t/m d van de onderhavige regeling. Dit betreffen de reboundvoorzieningen, plusvoorzieningen en voorzieningen als Op de Rails en Herstart. Daarnaast geldt dit ook voor leerlingen die geplaatst zijn in een OPDC (orthopedagogisch-didactisch centrum) genoemd in artikel 10h, derde lid, van de WVO.

Administratieve lasten

OCW voorziet geen nadelige gevolgen voor de administratieve lasten voor de scholen.

Inwerkingtreding

De inwerkingtreding van deze regeling wijkt af van het in het Kabinetsstandpunt inzake Vaste Verandermomenten neergelegde uitgangspunt. Bij toepassing van dit kabinetsbeleid zou de regeling – met inachtneming van de implementatietermijn van 3 maanden – pas op 1 februari 2012 in werking kunnen treden. De regeling treedt in werking met terugwerkende kracht tot en met 1 oktober 2011 om duidelijkheid te verschaffen bij de leerlingentelling van 1 oktober 2011. Dit heeft een begunstigende werking voor de school omdat het een verduidelijking betekent bij de controle van de leerlingentelling door de instellingsaccountant.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

J.M. van Bijsterveldt-Vliegenthart.

Naar boven