Instelling bijzonder luchtverkeersgebied Oldebroeksche Heide

1 februari 2011

Nr. MLA/030/2011

Bestuursstaf Militaire Luchtvaart Autoriteit

De Minister van Defensie,

Gelezen het verzoek van de Commandant van het Defensie Helikopter Commando van 21 januari 2011;

Gelet op artikel 8 van het Luchtverkeersreglement en artikel 6 van de Regeling VFR-nachtvluchten en minimum vlieghoogten voor militaire luchtvaartuigen;

Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu;

Besluit:

Artikel 1

  • 1. Ten behoeve van een oefening met helikopters wordt als oefengebied het volgende bijzondere luchtverkeersgebied aangewezen: BVG Oldebroeksche Heide, een gebied begrensd door de volgende coördinaten en hoogte:

    een cirkelvormig gebied met een straal van 6 nautische mijlen met als middelpunt coördinaat 52°22’07’’N 005°55’05’’E, van grondniveau tot 500 voet AMSL (zie figuur 1).

    Figuur 1: BVG Oldebroeksche Heide

    Figuur 1: BVG Oldebroeksche Heide

  • 2. Het BVG Oldebroeksche Heide, genoemd in het eerste lid, wordt ingesteld op donderdag 10 februari 2011 van 11:00 uur tot 16:00 uur lokale tijd.

Artikel 2

Voor het gebruik van het BVG Oldebroeksche Heide gelden de volgende regels:

  • a. het uitvoeren van andere dan bij de oefening betrokken vluchten in het in artikel 1 genoemde bijzondere luchtverkeersgebied is niet toegestaan, met uitzondering van gecoördineerde vluchten door luchtvaartuigen die vooraf toestemming hebben verkregen van AOCS NM LVL;

  • b. aan de oefening deelnemende gezagvoerders, niet-deelnemende militaire gezagvoerders en gezagvoerders van vluchten als genoemd in onderdeel a dienen radiocontact te hebben met AOCS NM LVL voor het binnenvliegen van het in artikel 1 genoemde bijzondere luchtverkeersgebied en dienen te voldoen aan de voorwaarden, gesteld door AOCS NM LVL;

  • c. tijdens het vliegen binnen het in artikel 1 genoemde bijzondere luchtverkeersgebied dienen gezagvoerders gebruik te maken van een SSR-transponder met mode S of modes A en C;

  • d. binnen het oefengebied bedraagt de toegestane minimum vlieghoogte 100 voet of incidenteel zoveel lager als in verband met de opdracht noodzakelijk is;

  • e. laagvliegen is alleen toegestaan voor hefschroefvliegtuigen van het Commando Luchtstrijdkrachten;

  • f. met betrekking tot het vliegzicht en de wolkenbasis gelden de eisen voor VFR-vluchten en de eisen, gesteld in de Regeling VFR-nachtvluchten en minimum vlieghoogten voor militaire luchtvaartuigen;

  • g. aaneengesloten bebouwing, ziekenhuizen, sanatoria en dergelijke moeten worden vermeden;

  • h. de vrijstelling van de minimum vlieghoogte geldt alleen voor die delen van de vlucht die voor het doel van de vlucht noodzakelijk zijn.

Artikel 3

Handelen in strijd met artikel 2, onderdeel a, van deze beschikking is een strafbaar feit.

Artikel 4

Deze beschikking treedt in werking met ingang van 10 februari 2011 en vervalt op 11 februari 2011.

Deze beschikking zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst en zal tevens bekend worden gemaakt door middel van een NOTAM.

De Minister van Defensie,

voor deze:

De directeur Militaire Luchtvaart Autoriteit,

C.J. Lorraine.

Tegen deze beschikking kunnen belanghebbenden op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), binnen 6 weken na de dag waarop deze beschikking is bekendgemaakt een bezwaarschrift indienen. Het bezwaarschrift dient te worden gericht aan de Minister van Defensie, ter attentie van de Commissie advisering bezwaarschriften Defensie, Directie Juridische Zaken, Postbus 20701, 2500 ES ’s-Gravenhage. Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en moet ten minste bevatten: de naam en het adres van de indiener; de dagtekening; een omschrijving van de beschikking waartegen het bezwaar is gericht; de gronden van het bezwaar. Indien onverwijlde spoed dat vereist, is het mogelijk een voorlopige voorziening te vragen bij de president van de rechtbank die bevoegd is. In dat geval is griffierecht verschuldigd. Voorwaarde is dat een bezwaarschrift is ingediend.

TOELICHTING

De eenheden van het Commando Landstrijdkrachten en het Commando Luchtstrijdkrachten houden ter voorbereiding op een gecombineerde inzet gezamenlijk een oefening. Grondeenheden worden ondersteund door helikopters tijdens Close Combat Attacks (CCA). Tevens zullen de helikopters verkenningen uitvoeren. Er dient te worden gevlogen overeenkomstig een zo realistisch mogelijk scenario. Om dit te kunnen simuleren is het omschreven oefengebied onontbeerlijk. Deze beschikking behelst het nemen van een verkeersmaatregel als gevolg van de oefening.

In zijn algemeenheid kan worden gesteld dat militaire helikopters boven gebieden met aaneengesloten bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder begrepen dan wel boven mensenverzamelingen een hoogte van ten minste 210 meter (700 voet) boven de hoogste hindernis gelegen binnen een afstand van 600 meter van het luchtvaartuig dienen aan te houden en elders ten minste 50 meter (150 voet) boven grond of water. In het kader van deze oefening kan in het aangewezen oefengebied zo laag worden gevlogen als voor het doel van de vlucht noodzakelijk is. Dit betekent niet dat continu laag wordt gevlogen, doch alleen dan wanneer bijvoorbeeld een colonne wordt begeleid of gedurende CCA.

Naar boven