Beschikking van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, houdende ontheffing van het verbod VFR-vluchten uit te voeren beneden de minimum VFR-vlieghoogte alsmede het uitvoeren van VFR-vluchten buiten de daglichtperiode

21 november 2011

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,

Handelende in overeenstemming met de Minister van Defensie;

Gezien het verzoek om ontheffing d.d. 11-11-2011 van ADAC-Luftrettung GmbH; contactpersoon: dhr. G. Wittmann; adres: Am Westpark 8, D-81373 München, Duitsland; telefoon: +49 89 76 76 29 48; e-mail: gerhard.wittmann@adac.de;

Overwegende dat de vereiste maatschappelijke relevantie blijkt uit, onder andere, de opdrachten van ADAC-Luftrettung GmbH voor het uitvoeren van HEMS-vluchten in het kader van grensoverschrijdende spoedeisende medische hulpverlening;

Gelet op artikel 44, vijfde lid, alsmede artikel 45, vijfde lid, van het Luchtverkeersreglement;

Besluit:

Artikel 1

In deze beschikking wordt verstaan onder:

a. HEMS-vergunning:

AOC met faciliteit om met helikopters vluchten uit te voeren met als doel het verlenen van spoedeisende medische hulp (Helicopter Emergency Medical Service);

b. HEMS-vlucht:

vlucht, met als doel het verlenen van spoedeisende medische hulp, uitgevoerd met een helikopter, geregistreerd in de HEMS-vergunning.

Artikel 2

Deze beschikking is van toepassing op de helikopters van het type EC-135 en van het type BK-117, in gebruik bij ADAC-Luftrettung GmbHen gestationeerd in Duitsland, waarmee de VFR-vluchten worden uitgevoerd in heel Nederland, met als doel het verlenen van grensoverschrijdende spoedeisende medische hulpverlening (Helicopter Emergency Medical Service).

Artikel 3 VFR-VLIEGEN BENEDEN DE MINIMUM VFR-VLIEGHOOGTE

Aan de gezagvoerders van de in artikel 2 genoemde helikopters wordt van 25 november 2011 tot en met 25 november 2012 ontheffing verleend van het verbod, genoemd in artikel 45, eerste lid, onderdelen a en b, van het Luchtverkeersreglement, om VFR-vluchten uit te voeren beneden de minimum VFR-vlieghoogte, boven, alsmede buiten gebieden met aaneengesloten bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder begrepen, dan wel boven mensenverzamelingen, gedurende de daglichtperiode, zoals gepubliceerd in de luchtvaartgids, met inachtneming van de volgende voorschriften en beperkingen:

  • a. er wordt uitsluitend beneden de minimum VFR-vlieghoogte gevlogen, indien:

    • 1. de wolkenbasis zich bevindt op een dusdanige hoogte dat volgens de geldende zichtvliegcriteria niet op de minimum VFR-vlieghoogte kan worden gevlogen; óf

    • 2. de vlucht op de minimum VFR-vlieghoogte om luchtverkeerstechnische redenen niet kan worden geaccommodeerd door de plaatselijke luchtverkeersleidingdienst; óf

    • 3. medische redenen noodzaken tot het handhaven van een bepaalde hoogte beneden de 1.000 ft (b.v. bij duikongevallen);

  • b. de minimum VFR-vlieghoogte bedraagt:

    • 1. buiten gebieden met aaneengesloten bebouwing, industrie- en havengebieden, dan wel mensenverzamelingen, 60 m (200 ft) boven de grond of het water, doch ten minste 30 m (100 ft) boven de hoogste hindernis gelegen binnen een afstand van 100 m van de helikopter;

    • 2. boven gebieden met aaneengesloten bebouwing, industrie- en havengebieden, dan wel mensenverzamelingen, 90 m (300 ft) boven de grond of het water, doch ten minste 30 m (100 ft) boven de hoogste hindernis gelegen binnen een afstand van 100 m van de helikopter;

  • c. er wordt uitsluitend beneden de minimum VFR-vlieghoogte gevlogen gedurende de periode dat dit voor het uitvoeren van HEMS-vluchten noodzakelijk is;

  • d. buiten het starten en landen wordt de vlucht zodanig uitgevoerd dat niet wordt gevlogen in het gevaarlijke gebied van het hoogtesnelheidsdiagram, als aangegeven in het vlieghandboek van de desbetreffende helikopter;

  • e. de vliegroute en vlieghoogte worden zodanig gekozen dat:

    • 1. overlast aan derden zoveel mogelijk wordt vermeden;

    • 2. in geval van een motorstoring op een veilige wijze op de nog werkende motor kan worden weg geklommen;

    • 3. in geval van een noodlanding het risico voor inzittenden en derden zoveel mogelijk wordt beperkt; voor het uitvoeren van een vlucht boven gebieden als bedoeld onder b.2 heeft de gezagvoerder zich vooraf op de hoogte gesteld van de plaatsen die geschikt zijn voor het uitvoeren van een noodlanding, of er is materiaal aan boord waarop vooraf kan worden bepaald waar zich plaatsen bevinden die geschikt zijn voor een noodlanding (b.v. stadsplannen e.d.);

  • f. de vluchten beneden de minimum VFR-vlieghoogte vinden uitsluitend plaats binnen de daglichtperiode, zoals gepubliceerd in de luchtvaartgids;

  • g. voor aanvang van de vlucht wordt gecoördineerd met de Supervisor van AOCS NM ATC (tel. 0577-458700); aan de voorwaarden door hem gesteld wordt strikt de hand gehouden;

  • h. op de te vliegen route is de gezagvoerder bekend met de obstakelsituatie.

Artikel 4 VFR-VLIEGEN BUITEN DE DAGLICHTPERIODE

Aan de gezagvoerders van de in artikel 2 genoemde helikopters wordt van 25 november 2011 tot en met 25 november 2012 ontheffing verleend van het verbod tot het uitvoeren van VFR-vluchten buiten de daglichtperiode, zoals gepubliceerd in de in artikel 60, onderdeel a, bedoelde luchtvaartgids, met inachtneming van de volgende voorschriften en beperkingen:

  • a. tijdens het uitvoeren van de vlucht is een tweezijdige radioverbinding tot stand gebracht met de betrokken luchtverkeersdienst en wordt voortdurend op de aangewezen radiofrequentie geluisterd;

  • b. tijdens een vlucht buiten de daglichtperiode wordt niet gevlogen beneden de minimum VFR-vlieghoogte, tenzij dit noodzakelijk is voor het maken van starts en landingen;

  • c. op de te vliegen route is de gezagvoerder bekend met de obstakelsituatie;

  • d. de ontheffing geldt niet voor trainingsvluchten.

Artikel 5

Het niet of niet volledig nakomen van de voorschriften en beperkingen, genoemd in de artikelen 3 en 4, kan aanleiding zijn deze ontheffing in te trekken.

Artikel 6

De aanvrager draagt er zorg voor dat de gezagvoerder bekend is met de inhoud van deze beschikking.

Artikel 7

Deze beschikking treedt in werking met ingang van 25 november 2011 en vervalt met ingang van 26 november 2012. De beschikking kan eerder worden ingetrokken, indien daartoe aanleiding bestaat.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,

namens deze:

de inspecteur IVW/Luchtvaart,

M. van Velzen.

Bezwaarmogelijkheid

Indien u het niet eens bent met deze beslissing kunt u hiertegen, op grond van het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht, binnen zes weken na de datum waarop deze beslissing is verzonden schriftelijk bezwaar aantekenen.

Het bezwaarschrift moet worden ondertekend en moet ten minste bevatten:

  • de naam en het adres van de indiener;

  • de dagtekening;

  • een omschrijving van de beschikking waartegen het bezwaar is gericht;

  • de gronden van het bezwaar.

Het bezwaarschrift kunt u richten aan:

Inspectie Verkeer en Waterstaat

Team Juridische Zaken

Postbus 90653

2509 LR DEN HAAG

Het originele exemplaar van deze beschikking wordt gezonden aan verzoeker en afschrift ervan aan:

  • LVNL, t.a.v. OPS-Helpdesk, per e-mail: OPS_Helpdesk@lvnl.nl;

  • LVNL, t.a.v. Wenting, mevrouw M.C. (CorpCom), per e-mail: M.C.Wenting@lvnl.nl;

  • De Supervisor van AOCS NM per e-mail: AOCS_Mil_Sup@mindef.nl;

  • AOCS NM per e-mail: ais@mindef.nl;

  • Het Commando Luchtstrijdkrachten, t.a.v. CLSK/AMO/HBMLVL, per e-mail: atc@mindef.nl;

  • Marine Hoofdkwartier, CZSK, Afdeling Luchtvaart, per e-mail: P44246@mindef.nl;

  • Militaire Luchtvaart Autoriteit per e-mail: MLA@mindef.nl;

  • Luchtvaartpolitie, Unit luchtvaarttoezicht, per e-mail: dlvplvt@klpd.politie.nl;

  • De aanvrager per e-mail: gerhard.wittmann@adac.de.

Naar boven