Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie | Staatscourant 2011, 21372 | Vergunningen |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie | Staatscourant 2011, 21372 | Vergunningen |
21 november 2011
Nr. ETM/EM/11158937
Procesverloop:
– GDF SUEZ E&P Nederland B.V. (hierna: GDF) heeft tezamen met Total E&P Nederland B.V. (hierna: Total) per brief van 9 november 2010, ontvangen op dezelfde datum, een aanvraag ingediend voor het opsporen van koolwaterstoffen ingevolge artikel 6, van de Mijnbouwwet, in een deel van blok K1, welk blok is aangegeven op de als bijlage 3 van de Mijnbouwregeling gevoegde kaart, genaamd blokdeel K1c;
– naar aanleiding van de onderhavige aanvraag is in het Publicatieblad van de Europese Unie van 13 april 2011 (2011/C 115/09) en in de Staatscourant van 6 mei 2011 (nr. 8004), een uitnodiging geplaatst voor het indienen van concurrerende aanvragen voor een opsporingsvergunning voor het blokdeel K1c;
– binnen de termijn van 13 weken na publicatie van de aanvraag in het Publicatieblad van de Europese Unie en in de Staatscourant is geen concurrerende aanvraag ontvangen;
– TNO, adviesgroep EZ (hierna: TNO) heeft op verzoek van de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie op 18 augustus 2011 advies uitgebracht (kenmerk: AGE 11-10.052);
– Staatstoezicht op de mijnen (hierna: Sodm) heeft op verzoek van de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie op 9 augustus 2011 uitgebracht (kenmerk: 11116980);
– de Mijnraad heeft op verzoek van de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie op 15 november 2011 advies uitgebracht (kenmerk: MIJR/11153975), op grond van artikel 105, derde lid, van de Mijnbouwwet.
Overwegingen:
– voor het gebied waarvoor de opsporingsvergunning wordt verleend, geldt bij het inwerkingtreden daarvan, niet een door een ander gehouden opsporings- of winningsvergunning voor koolwaterstoffen. Hiermee is voldaan aan artikel 7, eerste lid van de Mijnbouwwet;
– voor het gebied waarvoor de opsporingsvergunning wordt verleend, geldt bij het inwerkingtreden daarvan, niet een door een ander gehouden opslagvergunning. Hiermee is voldaan aan artikel 7, tweede lid van de Mijnbouwwet;
– de technische en financiële mogelijkheden van de aanvragers geven geen aanleiding tot het weigeren van de aangevraagde vergunning. Hiermee is voldaan artikel 9, eerste lid, onder a, van de Mijnbouwwet;
– de manier waarop de aanvragers voornemens zijn de activiteiten, waarvoor de vergunning wordt aangevraagd, te verrichten geeft geen aanleiding de vergunning te weigeren. Hiermee is voldaan artikel 9, eerste lid, onder b, van de Mijnbouwwet;
– aanvragers hebben niet eerder onder een vergunning bij activiteiten als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Mijnbouwwet, blijk gegeven van gebrek aan efficiëntie of verantwoordelijkheidszin, hieronder mede verstaan maatschappelijke verantwoordelijkheidszin. Hiermee is voldaan artikel 9, eerste lid, onder c, van de Mijnbouwwet;
– TNO acht de kwaliteit van de geologische onderbouwing voldoende. TNO adviseert een opsporingsvergunning te verlenen voor de duur van vier jaar, onder voorwaarde dat er voor het verstrijken van het derde jaar een geactualiseerd werkprogramma aan de Minister wordt voorgelegd op basis van de resultaten van de onvoorwaardelijke boring die in de eerste twee jaar van de opsporingsvergunning wordt geplaatst;
– Sodm heeft geen twijfel over de technische capaciteiten van de aanvragers;
– de Mijnraad adviseert de vergunning te verlenen aan GDF en Total gezamenlijk met een geldigheidsduur van vier jaar, waarbij in de vergunning wordt opgenomen dat de vergunninghouder uitvoering geeft aan het bij de aanvraag ingediende werkprogramma, waarin ondermeer staat dat binnen 2 jaar na het onherroepelijk worden van de vergunning een boring zal worden geplaatst. GDF wordt aangewezen als de persoon, als bedoeld in artikel 22, vijfde lid, van de Mijnbouwwet;
– gelet op de Mijnbouwwet, de ingediende aanvraag en de uitgebrachte adviezen kan verlening van de opsporingsvergunning voor koolwaterstoffen voor het blokdeel K1c aan GDF en Total plaatsvinden voor een duur van vier jaar onder het stellen van de hierna genoemde voorwaarden;
Gelet op de artikelen 6, 7, 9, 11, eerste tot en met derde lid, 12, 13, eerste lid, 15, 17 en 105, derde lid, van de Mijnbouwwet, alsmede de artikelen 1.3.1, 1.3.7 en 1.3.11 van de Mijnbouwregeling;
Besluit:
Aan GDF SUEZ E&P Nederland B.V. en Total E&P Nederland B.V. wordt een opsporingsvergunning voor koolwaterstoffen verleend.
De vergunning geldt voor een deel van blok K1, welk blok is aangegeven op de kaart die als bijlage bij de Mijnbouwregeling is gevoegd, genaamd blokdeel K1c. Het blokdeel wordt begrensd door de breedtecirkels tussen de puntenparen A-B, C-D, E-F en G-H, door de lengtecirkels tussen de puntenparen B-C, D-E en A-H en de grootcirkel tussen de punten F en G.
De coördinaten van deze punten zijn:
|
A |
54° 00' 0,000" N.B. |
3° 00' 0,000" O.L. |
|
B |
54° 00' 0,000" N.B. |
3° 20' 0,000" O.L. |
|
C |
53° 53' 28,700" N.B. |
3° 20' 0,000" O.L. |
|
D |
53° 53' 28,700" N.B. |
3° 13' 0,000" O.L. |
|
E |
53° 50' 0,000" N.B. |
3° 13' 0,000" O.L. |
|
F |
53° 50' 0,000" N.B. |
3° 09' 10,000" O.L. |
|
G |
53° 55' 55,000" N.B. |
3° 04' 35,000" O.L. |
|
H |
53° 55' 55,000" N.B. |
3° 00' 0,000" O.L. |
De ligging van bovengenoemde punten is uitgedrukt in geografische coördinaten berekend volgens het stelsel van de Europese Vereffening.
De oppervlakte van blokdeel K1c bedraagt 274 km2.
De vergunning geldt vanaf het tijdstip waarop zij in werking is getreden tot vier jaar na het tijdstip waarop zij onherroepelijk is geworden.
De vergunninghouder geeft uitvoering aan het werkprogramma dat onderdeel uitmaakt van de op 9 november 2010 ontvangen aanvraag.
De Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,
namens deze:
P. Jongerius,
Themacoördinator mijnbouw en mijnbouwklimaat, directie Energiemarkt.
Tegen dit besluit kan degene, wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken, binnen 6 weken na verzending van dit besluit een gemotiveerd bezwaarschrift indienen bij de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, Directie Wetgeving en Juridische Zaken (ALP: X/50), Postbus 20101, 2500 EC ’s-Gravenhage. Dit besluit is verzonden op de in de aanhef vermelde datum.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2011-21372.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.