Bekendmaking winnen van oppervlaktedelfstoffen, ontgrondingenwet

Mededeling

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu deelt op grond van artikel 3:18, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, mede dat in de periode van 10 december 2010 tot en met 20 januari 2011 een door ‘de Vries & van de Wiel’ te Schagen ingediende aanvraag om een vergunning op grond van de Ontgrondingenweten het Besluit Ontgrondingen in Rijkswateren ter inzage heeft gelegen. De aanvraag betrof het tot en met 31 december 2015 winnen van 800.000 m3 zand in de vakken L12C, L12D, Q2B en Q10F van de Noordzee. Met de aanvraag heeft ook het ontwerp van het daarop te nemen besluit ter inzage gelegen.

In de periode van terinzagelegging zijn geen zienswijzen ingebracht. In verband hiermee is conform artikel 3:18, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht op de aanvraag beslist.

Bekendmaking

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu maakt hierbij op grond van de Algemene wet bestuursrecht bekend dat hij bij besluit van 1 februari 2011 met kenmerk WSV/2011/148 de gevraagde vergunning voor het winnen van 800.000 m3 zand aan ‘de Vries & van de Wiel’ te Schagen heeft verleend. Het besluit ligt met bijbehorende stukken van 9 februari 2011 tot en met 23 maart 2011 tijdens kantooruren ter inzage op het kantoor van de Dienst Noordzee van Rijkswaterstaat, Lange Kleiweg 34 te Rijswijk (ZH). Desgewenst kan men over het besluit en de stukken telefonisch informatie inwinnen bij de heer F. de Roo van Rijkswaterstaat Noordzee, telefoon 070-336 67 35.

Beroep/voorlopige voorziening

Op grond van de Algemene wet bestuursrecht kunnen belanghebbenden tegen het besluit van 10 februari tot en met 23 maart 2011 beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA ’s-Gravenhage. Geen beroep kan worden ingesteld door een belanghebbende aan wie redelijkerwijs kan worden verweten dat hij geen zienswijzen naar voren heeft gebracht. Het beroepschrift dient te zijn ondertekend en ten minste te bevatten een vermelding van de naam en het adres van de indiener, de dagtekening van het beroep, een vermelding van het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen en de datum en het kenmerk van het besluit, alsmede een opgave van de redenen waarom u zich met het besluit niet kunt verenigen en zo mogelijk een afschrift van het besluit waartegen het beroep is gericht.

Tevens kan een verzoek worden gedaan tot het treffen van een voorlopige voorziening.

Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening moet worden gericht aan de Voorzitter van voornoemde afdeling. Van de indiener van een beroepschrift/verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening wordt een bedrag aan griffiegeld geheven. Omtrent de hoogte hiervan, de wijze waarop en de termijn waarbinnen u dit dient te betalen, kunt u zich in verbinding stellen met de griffie van voornoemde afdeling.

Rijswijk, 1 februari 2011

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,

namens deze:

het hoofd van de afdeling Vergunningverlening,

A.J.M. Geurts van Kessel.

Naar boven