Mededeling uitvoering Tracébesluit A4 Burgerveen–Leiden 2009, gedeelte Leiderdorp–Leiden

Op grond van artikel 20 van de Tracéwet bevordert de Minister van Infrastructuur en Milieu een gecoördineerde voorbereiding van de besluiten op de aanvragen om vergunningen en van de overige ambtshalve te nemen besluiten met het oog op de uitvoering van een Tracébesluit.

In het kader van deze coördinatie deelt de Minister van Infrastructuur en Milieu mee dat het volgende besluit is genomen.

Welk besluit is genomen en ligt ter inzage?

Voor de uitvoering van het Tracébesluit A4 Burgerveen–Leiden 2009, gedeelte Leiderdorp–Leiden, is onderstaand besluit voor cluster 25c genomen, overeenkomstig de procedure van artikel 20, vierde lid, van de Tracéwet in samenhang met afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht.

Het betreft het besluit van dijkgraaf en hoogheemraden van het Hoogheemraadschap van Rijnland van 9 november 2011, nummer V52365, waarbij op grond van artikel 3.1.1. lid 1, artikel 3.1.3. en artikel 3.1.4. van de Keur van het Hoogheemraadschap van Rijnland vergunning is verleend voor:

  • het ten behoeve van de verbreding van Rijksweg A4, de aanleg van fietspaden te Leiden, Leiderdorp en Zoeterwoude gedempt houden van boezem- en polderwater, het hebben van extra verhard oppervlak en het hebben van boezem- en polderwater en het hebben van diverse dammen met duikers (met uitzondering van de duiker ter hoogte van het N11-viaduct);

  • het in het kader van de verbreding van Rijksweg A4 verwijderen, aanbrengen en/of hebben van werken (waaronder stalen damwanden, fauna-uitstapplaatsen, een boeienlijn, bruggen, [dammen met] duikers, wegbakken, stempelconstructies, trappenhuizen, bomen, struwelen, bosplantsoen en andere beplanting, tewaterplaatsen) binnen de kern- en beschermingszones van boezem- en polderwateren;

  • het in het kader van de verbreding van Rijksweg A4 verleggen van keringen, het aanbrengen en/of hebben van werken (watergangen, weglichamen met verharding, palen en/of damwandprofielen, inlaten, bomen en beplanting) binnen de kern- en beschermingszones van boezem- en polderwateren.

Het besluit is op enkele punten aangepast aan het ontwerpbesluit.

Waar en wanneer kunt u de stukken inzien?

Het besluit met de daarbij behorende stukken liggen met ingang van 24 november 2011 tot en met 6 januari 2012 ter inzage in het kantoor van het Hoogheemraadschap van Rijnland, Archimedesweg 1 te Leiden. U kunt het besluit tijdens kantooruren inzien. Hiervoor dient telefonisch een afspraak gemaakt te worden met de heer P. Dukker (071-306 34 60).

Hoe kunnen belanghebbenden beroep indienen?

Van 24 november 2011 tot en met 6 januari 2012 staat voor belanghebbenden beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Het instellen van beroep tegen het besluit geschiedt door indiening van een ondertekend beroepschrift dat ten minste de naam en het adres van de indiener, de dagtekening, een omschrijving van het besluit waartegen het is gericht, alsmede de gronden van het beroep bevat.

Het beroepschrift moet worden gericht aan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag.

Het instellen van beroep schorst de werking van het besluit niet.

Indien beroep is ingesteld, kan een verzoek worden gedaan tot het treffen van een voorlopige voorziening, bijvoorbeeld inhoudende een schorsing van het besluit. Het verzoek om een voorlopige voorziening moet worden ingediend bij de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag.

Bij het verzoek moet een afschrift van het beroepschrift worden overgelegd.

Voor het indienen van een beroepschrift en/of een verzoekschrift om een voorlopige voorziening is griffierecht verschuldigd.

Meer informatie?

Voor nadere informatie met betrekking tot het ontwerpbesluit kunt u zich wenden tot de heer P. Dukker, telefoon 071-306 34 60.

De Minister van Infrastructuur en Milieu,

namens deze:

het hoofd van de afdeling Bestuurlijk-Juridische Zaken en Vastgoed,

C.G.J.M. Peeters.

Naar boven