Besluit van 24 oktober 2011, nr. 11.002533, tot aanwijzing van onroerende zaken ter onteigening in de gemeente Hellevoetsluis krachtens artikel 78 van Titel IV van de onteigeningswet (onteigeningsplan Noordelijke Randweg)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Ingevolge de artikelen 77 en 78 van de onteigeningswet kan onteigening uit kracht van een koninklijk besluit plaatsvinden onder meer ten behoeve van de uitvoering van een bestemmingsplan.

Het verzoek tot aanwijzing ter onteigening

De raad van de gemeente Hellevoetsluis verzoekt Ons bij besluit van 16 september 2010, nummer 16-09-10/17, om ten name van de gemeente Hellevoetsluis over te gaan tot aanwijzing ter onteigening van een aantal onroerende zaken in die gemeente.

Op 19 oktober 2010, zaaknummer 2010/01041, heeft de raad van Hellevoetsluis zijn besluit aan Ons ter besluitvorming voorgedragen.

Toepassing uniforme openbare voorbereidingsprocedure

Overeenkomstig artikel 78, tweede lid, van de onteigeningswet en artikel 3:11, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), hebben het ontwerp koninklijk besluit en de in artikel 79 van de onteigeningswet bedoelde stukken en gegevens met ingang van 25 maart 2011 gedurende een termijn van zes weken in de gemeente Hellevoetsluis en op het ministerie van Infrastructuur en Milieu (locatie Rijnstraat 8 Den Haag) ter inzage gelegen. Met toepassing van de Algemene termijnenwet eindigde bovengenoemde termijn op 9 mei 2011. Overeenkomstig artikel 3:12 van de Awb heeft de burgemeester van Hellevoetsluis van het ontwerp koninklijk besluit en de terinzagelegging daarvan op 23 maart 2011 openbaar kennis gegeven in het lokaal verschijnende ‘Groot Hellevoet’. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu (Onze Minister) heeft van een en ander openbaar kennis gegeven in de Staatscourant van 23 maart 2011, no. 3767.

Verder heeft Onze Minister overeenkomstig artikel 3:13 van de Awb, het ontwerp koninklijk besluit met brief van 22 maart 2011 (kenmerk BJZ 2011041756) toegezonden aan belanghebbenden, waaronder verzoeker. Daarbij zijn de belanghebbenden op de hoogte gesteld van de mogelijkheid tot het naar keuze schriftelijk of mondeling naar voren brengen van zienswijzen tegen het ontwerpbesluit.

Overwegingen

Noodzaak en urgentie

De onroerende zaken waarop het verzoek van de raad van Hellevoetsluis betrekking heeft, zijn begrepen in het bestemmingsplan ‘Noordelijke Randweg’ (verder te noemen: het bestemmingsplan).

Het bestemmingsplan is op 22 april 2010 vastgesteld door de raad van de gemeente Hellevoetsluis. Tegen het bestemmingsplan is beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Ten tijde van het nemen van dit besluit is het bestemmingsplan nog niet onherroepelijk van kracht.

Het bestemmingsplan voorziet in de aanleg van een de Noordelijke Randweg, gelegen tussen de Nieuweweg en de Rijksstraatweg, met bijbehorende voorzieningen zoals een waterpartij en ecologische zones. De weg wordt aangelegd ter ontlasting van de Rijksstraatweg van regionaal verkeer van en naar Hellevoetsluis. Daarmee wordt een evenwichtige belasting van het wegennet in de gemeente beoogd. De weg zal een belangrijke functie vervullen voor de opvang van de toename van het verkeer als gevolg van woningbouw binnen de gemeente. Tevens zal de aanleg tot een vermindering van geluidhinder en van milieubelasting leiden. Thans is op de te onteigenen gronden onder andere een volkstuincomplex gelegen dat binnen het plangebied zal worden verplaatst. De start van de aanleg van de randweg is voorzien voor medio 2012. De in het verzoek om onteigening begrepen onroerende zaken zijn in het bestemmingsplan aangewezen voor de bestemmingen ‘Verkeer’, ‘Water’, ‘Groen (met de functieaanduiding volkstuin)’ en ‘Natuur’.

In de door de gemeente Hellevoetsluis voorgestane wijze van planuitvoering, wordt inzicht verschaft door het bestemmingsplan met de daarbij behorende regels, toelichting en verbeelding.

Met de eigenaren van de in het verzoek om onteigening begrepen onroerende zaken heeft de gemeente Hellevoetsluis minnelijk overleg gevoerd om hun percelen in eigendom te verwerven. Nu het ten tijde van het verzoek niet aannemelijk was dat het minnelijk overleg op afzienbare termijn zou leiden tot vrijwillige eigendomsoverdracht, heeft de raad van Hellevoetsluis tot zijn verzoek besloten ten einde de tijdige verwezenlijking van het bestemmingsplan te verzekeren.

De raad van Hellevoetsluis wil de ter onteigening voorgedragen onroerende zaken in vrije eigendom verkrijgen om het bestemmingsplan tijdig te kunnen verwezenlijken.

Zodra de gemeente over de in de onteigening betrokken gronden kan beschikken zal met de uitvoering van het bestemmingsplan worden gestart.

Zienswijzen

Binnen de termijn waarin het ontwerp koninklijk besluit ter inzage heeft gelegen, zijn bij Ons schriftelijke zienswijzen daartegen naar voren gebracht door mr. D.A. Cleton, namens de Stichting Com.wonen te Rotterdam, verder te noemen: reclamante.

Overeenkomstig artikel 78, vierde lid, van de onteigeningswet is reclamante in de gelegenheid gesteld te worden gehoord. Van deze gelegenheid heeft reclamante op 26 mei 2011 gebruik gemaakt.

Overwegingen naar aanleiding van de zienswijzen

Reclamante is eigenares van het mede in het onteigeningsverzoek begrepen perceel, kadastraal bekend gemeente Hellevoetsluis, sectie H, no. 1628.

In haar zienswijze stelt reclamante dat de noodzaak en urgentie van de voorgenomen onteigening ontbreken. Reclamante heeft de grond aangekocht in het kader van de realisatie van het bestemmingsplan ‘De Boomgaard’. De realisatie alsmede het opstellen van dat bestemmingsplan is echter door de gemeente stilgelegd. Reclamante heeft ook geconstateerd dat het voorontwerp bestemmingsplan economisch niet uitvoerbaar is, omdat de kosten voor de aanleg van de randweg als bovenwijkse voorziening in het bestemmingsplan ‘De Boomgaard’ zouden worden belast. Er is dus in het geheel geen reële kans op realisatie van het bestemmingsplan. Reclamante betwijfelt dat de randweg binnen vijf jaar zal worden aangelegd.

Nu de randweg is gekoppeld aan de uitvoering van het bestemmingsplan ‘De Boomgaard’ ontbreekt aan de voorgenomen onteigening de urgentie.

Ten aanzien het onderdeel van de zienswijzen dat betrekking heeft op de noodzaak en urgentie van de onteigening verwijzen Wij naar hetgeen Wij daarover hierboven onder ‘Noodzaak en urgentie’ hebben opgemerkt. De noodzaak voor de aanleg van de Noordelijke Randweg is blijkens de zakelijke beschrijving, vooral gelegen in de ontlasting van het verkeer op de Rijksstraatweg en om een evenwichtige belasting van het lokale wegennet te bewerkstellingen. Daarnaast wordt de weg aangelegd om de toename van het verkeer als gevolg de woningbouwuitbreidingen binnen de gemeente op te vangen. In tegenstelling tot hetgeen reclamante in haar zienswijze aanvoert, dient de weg dan ook niet enkel en alleen ter ontsluiting van de woonwijk ‘De Boomgaard’. De termijn waarop met de realisatie van ‘De Boomgaard’ wordt begonnen is dan ook niet bepalend voor de start van de aanleg van de Noordelijke Randweg. De gemeente zal met de aanleg van de weg een begin maken, zodra zij de beschikking heeft over de daarvoor benodigde gronden. Uit het ingestelde onderzoek is Ons overigens gebleken dat, anders dan reclamante stelt, geen sprake is van uitstel van de ontwikkeling van De Boomgaard. Met de voorbereidingen van de eerste fase van het plan De Boomgaard is door de gemeente Hellevoetsluis een aanvang gemaakt. In hetgeen reclamante in haar zienswijze hieromtrent naar voren brengt, zien Wij geen aanleiding om aan de gemeentelijke voornemens te twijfelen.

Het bestemmingsplan kan dan ook binnen vijf jaar na de datum van dit besluit tot aanwijzing ter onteigening worden gerealiseerd. Dit onderdeel van de zienswijzen van reclamante geeft Ons geen aanleiding om het verzoek om aanwijzing ter onteigening geheel of gedeeltelijk af te wijzen.

Ten aanzien van hetgeen reclamante aanvoert over de economische uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan in relatie tot die van het bestemmingsplan ‘De Boomgaard’, overwegen Wij, dat het door de gemeenteraad van Hellevoetsluis ingediende onteigeningsverzoek betrekking heeft op de uitvoering van het bestemmingsplan ‘Noordelijke Randweg’. De economische uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan kan uitsluitend in het kader van de bestemmingsplanprocedure ingevolge de Wet ruimtelijke ordening worden aangevochten. Omdat het bestemmingsplan nog niet onherroepelijk van kracht is, zullen Wij ter bescherming van de planologische belangen van reclamante, aan dit aanwijzingsbesluit voorwaarden verbinden. Ook dit onderdeel van de zienswijzen van de reclamante geeft Ons geen aanleiding om het verzoek tot aanwijzing ter onteigening geheel of gedeeltelijk af te wijzen.

Overige overwegingen

Uit het raadsbesluit blijkt dat de in het verzoek tot aanwijzing ter onteigening begrepen onroerende zaken bij de uitvoering van het bestemmingsplan bezwaarlijk kunnen worden gemist. Met de werkzaamheden ter plaatse van de ter onteigening aan te wijzen gronden, zal zo spoedig mogelijk na de verwerving daarvan worden begonnen.

Overigens is Ons niet gebleken van feiten en omstandigheden die aan de toewijzing van het verzoek in de weg kunnen staan. Het moet dan ook in het belang van een goede ruimtelijke ontwikkeling worden geacht, dat de gemeente Hellevoetsluis de eigendom van de ter onteigening voorgedragen onroerende zaken verkrijgt.

Omdat het bestemmingsplan ten tijde van dit besluit tot aanwijzing ter onteigening nog niet onherroepelijk van kracht is, zullen Wij aan dit besluit voorwaarden verbinden die zien op het tijdstip waarop een dagvaarding ingevolge artikel 18 van de onteigeningswet kan worden uitgebracht en op het vervallen van dit besluit.

Wij kunnen derhalve, met inachtneming van het hierboven gestelde, het verzoek van de raad van Hellevoetsluis tot het nemen van een besluit krachtens artikel 78, eerste lid, van de onteigeningswet, toewijzen.

Beslissing

Met inachtneming van de onteigeningswet,

Op de voordracht van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu van 1 september 2011, no. BJZ 2011050686, Directie Bestuurlijke en Juridische Zaken;

Gelezen het verzoek van de raad van Hellevoetsluis van 16 september 2010, nr. 16-09-10/17;

Gelezen de brief van de raad van Hellevoetsluis van 19 oktober 2010, zaaknummer 2010/01041;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 29 september 2011, no. W.14.11.0356/IV);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu van 17 oktober 2011 no. BJZ 2011054785, Directie Bestuurlijke en Juridische Zaken.

Hebben Wij goedgevonden en verstaan:

Ten behoeve van de uitvoering van het bestemmingsplan ‘Noordelijke Randweg’ van de gemeente Hellevoetsluis ten name van die gemeente ter onteigening aan te wijzen de onroerende zaken, zoals aangeduid op de grondtekeningen (d.d. 10/3/2010, nos. W01-02.028 t/m 33 en d.d. 18/3/2010, no. W01-02-0.34) die ingevolge artikel 78 van de onteigeningswet binnen de gemeente Hellevoetsluis en bij het ministerie van Infrastructuur en Milieu ter inzage hebben gelegen en die zijn vermeld op de bij dit besluit behorende lijst.

Zulks onder de voorwaarden, dat niet zal worden overgegaan tot dagvaarding als bedoeld in artikel 18 van de onteigeningswet, vóór dat het bestemmingsplan onherroepelijk van kracht zal zijn met betrekking tot de in het onteigeningsverzoek begrepen gronden en dat dit aanwijzingsbesluit vervalt, indien het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan met betrekking tot die gronden in beroep zal worden vernietigd.

Onze Minister van Infrastructuur en Milieu is belast met de uitvoering van dit besluit, dat in de Staatscourant zal worden geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan de Afdeling advisering van de Raad van State.

Den Haag, 24 oktober 2011

Beatrix

De Minister van Infrastructuur en Milieu,

M.J. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus.

ONTEIGENINGSLIJST

 

Van het perceel kadastraal bekend als gemeente Hellevoetsluis,

Grondplannummer

Te onteigenen grootte

Als

Ter grootte van

Sectie en nr.

Ten name van

ha

a

ca

ha

a

ca

1.

2

05

99

terrein (grasland)

2

77

30

H 1628

eigendom: Stichting COM-Wonen

                   

2.

3

00

20

erf – tuin

3

00

20

H 21

eigendom: Gemeente Hellevoetsluis

                   

3.

1

81

80

terrein (akkerbouw)

1

81

80

H 17

1/2 eigendom: Van den Wollenberg, Albertus, gehuwd met Den Hartog, Cornelia Maria,

1/2 eigendom Den Hartog, Dirk Jan, ongehuwd

                   

4.

0

60

02

terrein (natuur)

0

62

40

H 18

1/2 eigendom: Van den Wollenberg, Albertus, gehuwd met Den Hartog, Cornelia Maria,

1/2 eigendom Den Hartog, Dirk Jan, ongehuwd

                   

5.

0

01

91

terrein (natuur)

0

41

90

H 19

1/2 eigendom: Van den Wollenberg, Albertus, gehuwd met Den Hartog, Cornelia Maria,

1/2 eigendom Den Hartog, Dirk Jan, ongehuwd

                   

6.

0

47

61

terrein (natuur)

1

55

60

H 79

eigendom: Wavas B.V.

                   

7.

1

69

94

terrein (akkerbouw)

3

90

30

H 1614

eigendom: Wavas B.V.

Behorend bij het koninklijk besluit van 24 oktober 2011, no. 11.002533

Naar boven