Voor de uitvoering van het Hoogwaterbeschermingsprogramma is Waterschap Rivierenland voornemens om de bestaande rivierdijk
aan de oostzijde van Werkendam langs de rivier de Merwede buitendijks te versterken. Voor de vaststelling van het plan en
de benodigde vergunningen wordt de projectprocedure uit de Waterwet doorlopen. Daarnaast is de voorgenomen dijkverbetering
m.e.r.-beoordelingsplichtig.
De voorgenomen projectlocatie is gelegen ten oosten van Werkendam, langs de rivier de Merwede, tussen de dijkpalen LA 241
en LA 246 (circa 500 meter). De te versterken maatregelen bestaan uit het aanbrengen van een grondlichaam aan de buitenzijde
van de bestaande dijk; het deels afgraven van de kruin van de huidige dijk; en het aanbrengen van een verankerde stalen damwand
in de binnenkruinlijn van de dijk over circa 2/3 deel van het traject. De kruin van de nieuwe dijk verschuift 25 meter in
de richting van de rivier. Op de kruin van de dijk komt een nieuwe rijweg. Het Waterschap is voornemens om voor de dijkverbetering
een Projectplan op te stellen.
Een Projectplan is een plan ter versterking van de dijk en dient te worden opgesteld conform de vereisten vanuit de Waterwet.
Hoofdstuk 5, paragraaf 2 van de Waterwet betreffende de projectprocedure voor waterstaatswerken is van toepassing op de dijkversterking,
dit betekent dat de voorbereiding van de besluiten op gecoördineerde wijze tot stand wordt gebracht. Het Projectplan wordt
vastgesteld door de beheerder van het Waterschap Rivierenland (artikel 5.4 lid 1 van de Waterwet) en wordt goedgekeurd door
Gedeputeerde Staten van de Provincie Noord-Brabant (artikel 5.7 lid 1 van de Waterwet).
M.e.r.-beoordeling
Ingevolge artikel 7.2 lid 4 van de Wet Milieubeheer en categorie 3.2 van bijlage D van het Besluit Milieueffectrapportage
is het voornemen van het Waterschap Rivierenland om de dijk ten oosten van Werkendam te versterken m.e.r.-beoordelingsplichtig.
In dit geval doet zich de situatie voor zoals beschreven in artikel 7.19 Wet Milieubeheer, namelijk dat het bevoegd gezag
degene is die een activiteit wil ondernemen die m.e.r.-beoordelingsplichtig is. Voordat het Projectplan ex artikel 5.7 van
de Waterwet ter inzage wordt gelegd, dient het bestuur van het Waterschap Rivierenland te beoordelen of er voor de voorgenomen
activiteit een milieueffectrapportage (MER) moet worden opgesteld. Een MER moet worden opgesteld indien niet kan worden uitgesloten
dat de activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. Bij deze beoordeling dient rekening gehouden te
worden met de criteria uit Bijlage 3 bij de Europese m.e.r.-richtlijn:
-
a. Kenmerken van de activiteit
-
b. Plaats van de activiteit
-
c. Kenmerken van de belangrijke nadelige gevolgen van de activiteit
Om te kunnen beoordelen of daadwerkelijk een MER moet worden gemaakt, heeft het bestuur van het Waterschap Rivierenland een
zogenoemde ‘Aanmeldingsnotitie’ opgesteld. Hierin staat een omschrijving van de dijkverbetering ten oosten van Werkendam,
langs de rivier de Merwede, tussen de dijkpalen LA 241 en LA 246 en de mogelijke effecten op het milieu. Na toetsing van de
voorgenomen activiteit, zoals omschreven in de Aanmeldingsnotitie, aan de voornoemde criteria heeft het bestuur van het Waterschap
Rivierenland besloten dat voor deze activiteit geen MER hoeft te worden opgesteld.
Terinzagelegging
Het besluit en de bijbehorende stukken liggen gedurende een tijdvak van 6 weken, van 17 november 2011 tot en met 28 december
2011, tijdens de kantooruren, ter inzage bij Waterschap Rivierenland, Blomboogerd 1 te Tiel (projectbureau voorbereiding dijkverbetering)
en op het servicecentrum van de gemeente Werkendam, Raadhuisplein 1, 4251 VZ Werkendam. Bij het servicecentrum kunt U kunt
op werkdagen ’s ochtends vrij binnenlopen en ’s middags kunt u op afspraak terecht. U kunt telefonisch een afspraak maken
via (0183) 507 200.
Bezwaar en beroep
Het m.e.r.-beoordelingsbesluit is een voorbereidingsbesluit in de zin van artikel 6.3 van de Algemene wet bestuursrecht, waartegen
geen zelfstandig bezwaar of beroep mogelijk is, tenzij belanghebbenden hierdoor los van het voor te bereiden besluit rechtstreeks
in hun belang worden getroffen. Belanghebben die geen bezwaar of beroep tegen dit voorbereidingsbesluit kunnen instellen,
kunnen hun zienswijze te zijner tijd kenbaar maken in de procedure van het ontwerpprojectplan, respectievelijk beroep instellen
tegen het uiteindelijk te nemen besluit, betreffende de goedkeuring van het Projectplan ingevolge de Waterwet.
Inlichtingen
Meer informatie over de Aanmeldingsnotitie en/of de verdere procedure kunt u opvragen bij Waterschap Rivierenland, de heer
D.L. van der Kooij, telefoon (0344) 649 110.