Beschikking van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, houdende ontheffing van het verbod VFR-vluchten uit te voeren beneden de minimum VFR-vlieghoogte boven gebieden met aaneengesloten bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder begrepen, dan wel boven mensenverzamelingen

28 oktober 2011

Nr. IENM/IVW-2011/10840-352

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,

Handelende in overeenstemming met de Minister van Defensie;

Gezien het verzoek om ontheffing d.d. 4 oktober 2011 van Heli Holland Air Service BV; Contactpersoon: T.R. Heinen. Adres: Kanaal B ZZ 3, 7881 NB Emmer-Compascuum; telefoonnummer: 0591-351 251; e-mail: info@heliholland.nl;

Overwegende:

  • dat het uitvoeren van de vluchten deels is het vastleggen van beelden voor professionele nieuwsgaring en deels vluchtuitvoering in het kader van een commerciële en professionele bedrijfsvoering, zoals het uitvoeren van foto-, film en scanvluchten, alsmede het vervaardigen van documentatie en promotiemateriaal;

  • dat Heli Holland Air Service BV voor andere werkzaamheden (vervoer en rondvluchten met helikopters) beschikt over een AOC en (mede daarom) een veiligheidsmanagementsysteem gebruikt;

Gelet op artikel 45, vijfde lid, van het Luchtverkeersreglement;

Besluit:

Artikel 1

Deze beschikking is van toepassing op de helikopters van het type AS 355 Aerospatiale Twinstar F1 en F2, met de registratienummers PH-HHC en PH-HHJ, dan wel een gelijkwaardige vervangende helikopter, in gebruik bij Heli Holland Air Service BV, waarmee VFR-vluchten worden uitgevoerd voor het vastleggen van beelden voor professionele nieuwsgaring en in het kader van een commerciële en professionele bedrijfsvoering, zoals het uitvoeren van foto-, film- en scanvluchten, alsmede het vervaardigen van documentatie en promotiemateriaal.

Artikel 2

Aan de gezagvoerders van de in artikel 1 genoemde helikopters wordt van 22 november 2011 tot en met 22 november 2012 ontheffing verleend van het verbod, genoemd in artikel 45, eerste lid, onderdeel a, van het Luchtverkeersreglement, om een VFR-vlucht uit te voeren beneden de minimum VFR-vlieghoogte boven gebieden met aaneengesloten bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder begrepen, dan wel boven mensenverzamelingen, gedurende de daglichtperiode, zoals gepubliceerd in de in artikel 60, onderdeel a, bedoelde luchtvaartgids, met inachtneming van de volgende voorschriften en beperkingen:

  • a. de minimum toegestane vlieghoogte boven gebieden met aaneengesloten bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder begrepen, dan wel boven mensenverzamelingen, bedraagt 500 ft doch ten minste 100 ft boven de hoogste hindernis gelegen binnen een afstand van 600 m van het luchtvaartuig;

  • b. de vliegroute, vlieghoogte en vliegsnelheid worden zodanig gekozen dat:

    • 1. overlast aan derden zoveel mogelijk wordt vermeden;

    • 2. vee niet wordt verstoord;

    • 3. geluidsgevoelige objecten, zoals dierentuinen, ziekenhuizen etc., worden gemeden;

    • 4. ingeval van een noodlanding het risico voor inzittenden en derden zoveel mogelijk wordt beperkt;

    • 5. met inachtneming van artikel 19 van de Regeling Luchtverkeersdienstverlening de volgende adviessnelheden in luchtverkeersdienstverleningsgebieden met klasse G in acht worden genomen:

      Vliegzicht (m)

      Adviessnelheid (kts)

      800 – 1500

      < 50

      1500 – 2000

      < 100

      2000 – 5000

      < 120

  • c. de gezagvoerder stelt zich van tevoren op de hoogte van plaatsen die geschikt zijn voor het uitvoeren van een noodlanding;

  • d. elke vlucht wordt uitgevoerd met een zodanige combinatie van hoogte en snelheid dat de vlieger in staat is om, in geval van een motorstoring, van bebouwing of mensen weg te vliegen;

  • e. de vlucht wordt zodanig uitgevoerd dat niet wordt gevlogen in het gevaarlijke gebied van het hoogtesnelheidsdiagram, aangegeven in het vlieghandboek van de desbetreffende helikopter van het type AS 355 Aerospatiale Twinstar F1, alsmede in het vlieghandboek van de desbetreffende helikopter van het type AS 355 Aerospatiale Twinstar F2;

  • f. er wordt niet bij voortduring laaggevlogen, doch slechts gedurende de periode dat dit voor het daadwerkelijk uitvoeren van de vluchten noodzakelijk is en slechts op het traject zoals dat van tevoren aan de Luchtvaartpolitie is doorgegeven;

  • g. voor het maken van laagvliegopnamen vanuit de helikopter voor het vervaardigen van documentatie- en promotiemateriaal is hoogstens een kwartier per locatie toegestaan;

  • h. voor en na de vlucht is de opdracht van de opdrachtgever ter inzage aanwezig zodat deze kan worden gecontroleerd door het Korps Landelijke Politiediensten of de Inspectie Verkeer en Waterstaat (Inspectie Leefomgeving en Transport);

  • i. er worden geen passagiers vervoerd tijdens de foto/filmvlucht, anders dan benodigd voor het vervaardigen van het foto/filmmateriaal;

  • j. tijdens alle vluchten die worden uitgevoerd binnen het kader van deze ontheffing in ongecontroleerd luchtruim, luistert de bemanning uit op de van toepassing zijnde frequentie van Amsterdam Information of AOCS NM.

Artikel 3

  • a. in het kader van een commerciële en professionele bedrijfsvoering wordt relevante informatie (zgn. draaiboeken) betreffende het uitvoeren van vluchten voor de verschillende evenementen minimaal 5 werkdagen vooraf aan de Operationele Helpdesk van de LVNL doorgegeven;

  • b. alle vluchten binnen een plaatselijk luchtverkeersleidinggebied worden tijdig bij de desbetreffende luchtverkeersleidingorganisatie aangemeld;

  • c. foto/filmvluchten worden volgens de ‘procedure surveyflights’ aangeboden aan de LVNL; hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen korte surveyflights en surveyprojecten;

  • d. ten minste één uur vóór aanvang van de vlucht wordt contact opgenomen met de Operationele Helpdesk van de LVNL; aan de voorwaarden door hem gesteld wordt strikt de hand gehouden;

  • e. ten minste één uur vóór aanvang van het binnenvliegen van een militaire CTR wordt door de gezagvoerder contact opgenomen met de plaatselijke militaire luchtverkeersleiding en bij geen gehoor met de Supervisor van AOCS NM (tel. 0577-45 87 00); aan de voorwaarden door hen gesteld wordt strikt de hand gehouden;

  • f. voor het uitvoeren van ‘pipeline control vluchten’ in het plaatselijk luchtverkeersleidingsgebied van Amsterdam Airport Schiphol, Rotterdam Airport, Groningen Eelde Airport en Maastricht Aachen Airport worden voorafgaand aan de vlucht de desbetreffende routes met de Operationele Helpdesk van de LVNL gecoördineerd;

  • g. een uur voor de aanvang van de vlucht wordt ingelicht:

    de meldkamer van het Korps Landelijke Politiediensten Afdeling Luchtvaartpolitie (tel. 020-502 56 93, fax: 020-502 56 99 en dlvplvt@klpd.politie.nl) en worden de volgende gegevens verstrekt per fax of e-mail:

    • naam gezagvoerder(s), registratie en model/type helikopter;

    • route en periode van de voorgenomen vlucht;

  • h. voor het maken van de opnamen dient de cameraman in het bezit te zijn van een op zijn/haar naam gestelde luchtopnamevergunning, verkregen bij het Ministerie van Defensie, MIVD/ACIV/BIV, Sectie Luchtfotografie, Postbus 20701, 2500 ES Den Haag, e-mailadres: indussec@mindef.nl; faxnr. 070-4419204;

  • i. voorafgaand aan de vlucht is er op initiatief van de aanvrager/opdrachtgever in de plaatselijke media aandacht besteed aan de uit te voeren vlucht;

  • j. medio september 2012 wordt door de vergunninghouder met de Inspectie Leefomgeving en Transport, directie luchtvaart, Afdeling Vergunningverlening, een evaluatie gehouden waarin de uitvoering van vluchten over het jaar wordt besproken en klachten worden doorgenomen.

Artikel 4

  • 1. De aanvrager draagt er zorg voor dat de gezagvoerders en de cameramannen bekend zijn met de inhoud van deze beschikking.

  • 2. Bij het niet of niet volledig nakomen van de voorschriften en beperkingen, genoemd in de artikelen 2 en 3, kan dat aanleiding zijn deze ontheffing in te trekken.

Artikel 5

Deze beschikking treedt in werking met ingang van 22 november 2011 en vervalt met ingang van 23 november 2012, tenzij deze voortijdig wordt ingetrokken.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,

namens deze:

de Inspecteur IVW/Luchtvaart,

M. van Velzen.

Bezwaarmogelijkheid

Indien u het niet eens bent met deze beslissing kunt u hiertegen, op grond van het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht, binnen zes weken na de datum waarop deze beslissing is verzonden schriftelijk bezwaar aantekenen.

Het bezwaarschrift moet worden ondertekend en moet ten minste bevatten:

  • de naam en het adres van de indiener;

  • de dagtekening;

  • een omschrijving van de beschikking waartegen het bezwaar is gericht;

  • de gronden van het bezwaar.

Het bezwaarschrift kunt u richten aan:

Inspectie Verkeer en Waterstaat

Team Juridische Zaken

Postbus 90653

2509 LR DEN HAAG

Naar boven