Ontheffing artikel 34 Luchtvaartwet ten behoeve van het TTC Seppe

11 oktober 2011

Nr. MLA/222/2011

De Minister van Defensie en de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,

Gelezen het verzoek van de heer E. Jurres van het Test & Training Centre Seppe van 9 september 2011;

Gelet op artikel 34, tweede lid, Luchtvaartwet;

Besluiten:

Artikel 1

  • 1. Aan de gezagvoerders van alle civiele luchtvaartuigen van het Test & Training Centre Seppe (TTC Seppe) wordt tot 1 november 2013 ontheffing verleend van de verbodsbepaling van artikel 34, eerste lid, onderdeel a, van de Luchtvaartwet met betrekking tot het medegebruik van de militaire luchtvaartterreinen Leeuwarden, Gilze-Rijen, Volkel, Eindhoven, Woensdrecht en De Kooy, ten behoeve van vluchten in het kader van opleidingen in opdracht van de Koninklijke Luchtmacht.

  • 2. De ontheffing geldt uitsluitend op dagen en tijden dat de militaire luchtvaartterreinen, genoemd in het eerste lid, zijn opengesteld, zoals gepubliceerd in de Military Aeronautical Information Publication Netherlands (MilAIP) of notice to airmen (NOTAM).

Artikel 2

  • 1. De Algemene en Bijzondere Voorwaarden betreffende het medegebruik van militaire luchtvaartterreinen door derden, vastgesteld bij ministeriële beschikking van 8 mei 1967, nr. 202/620/11K, en laatstelijk gewijzigd bij beschikking van 26 november 1980, nr. CWL 80/028, zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat onder ‘de vergunning’ deze beschikking dient te worden verstaan.

  • 2. De commandanten van de militaire luchtvaartterreinen kunnen nadere instructies geven voor het betreden en het gebruik van de desbetreffende militaire luchtvaartterreinen.

Artikel 3

De ontheffing wordt verleend onder de voorwaarde dat voor de militaire luchtvaartterreinen vastgestelde of vastgelegde geluidzones niet worden overschreden.

Artikel 4

De beschikking van de Minister van Defensie en de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu van 27 mei 2011, MLA/106/2011, inzake medegebruik van militaire luchtvaartterreinen wordt ingetrokken.

Artikel 5

Deze beschikking treedt in werking met ingang van de eerste dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt op 1 november 2013.

Deze beschikking zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 11 oktober 2011

De minister van Defensie,

voor deze:

de directeur militaire luchtvaart autoriteit,

C.J. Lorraine,

Commodore.

Hoofddorp,

De staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,

namens deze:

J.W. Bossenbroek,

Senior Inspecteur.

Tegen deze beschikking kunnen belanghebbenden op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), binnen 6 weken na de dag waarop deze beschikking is bekendgemaakt een bezwaarschrift indienen. Het bezwaarschrift dient te worden gericht aan de Minister van Defensie, ter attentie van de Commissie advisering bezwaarschriften Defensie, Directie Juridische Zaken, Postbus 20701, 2500 ES ’s-Gravenhage. Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en moet ten minste bevatten: de naam en het adres van de indiener; de dagtekening; een omschrijving van de beschikking waartegen het bezwaar is gericht; de gronden van het bezwaar. Indien onverwijlde spoed dat vereist, is het mogelijk een voorlopige voorziening te vragen bij de president van de rechtbank die bevoegd is. In dat geval is griffierecht verschuldigd. Voorwaarde is dat een bezwaarschrift is ingediend.

TOELICHTING

In de Luchtvaartwet wordt voor de toepassing van het bij of krachtens de Luchtvaartwet bepaalde verstaan onder ‘Onze Minister’ wat betreft de burgerluchtvaart en de algemene verkeersveiligheid in de lucht, de Minister van Verkeer en Waterstaat (thans de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu). Wat de militaire luchtvaart betreft wordt onder ‘Onze Minister’, de Minister van Defensie verstaan. Op een verzoek tot medegebruik van een militair luchtvaartterrein door burgerluchtvaartuigen zullen dus beide ministers toestemming moeten geven.

Hoewel artikel 34 Luchtvaartwet is ingetrokken, geldt het artikel volgens de overgangsbepaling nog wel voor luchtvaartterreinen waarvan de aanwijzing gebaseerd is op de Luchtvaartwet en niet op de Wet luchtvaart. Deze situatie is van toepassing op de in deze beschikking genoemde militaire luchtvaartterreinen.

Het rijksbeleid voor het burgermedegebruik van militaire luchtvaartterreinen ligt vast in het Tweede Structuurschema Militaire Terreinen (SMT-2) en de nota Regionale luchthavenstrategie (RELUS). In het SMT-2 is aangegeven dat burgermedegebruik mogelijk blijft, indien daardoor geen afbreuk wordt gedaan aan de veiligheid en de taakuitvoering van de militaire luchtvaart, met inachtneming van de geluidhinderproblematiek. Onderhavige ontheffing past in het huidige beleid van de betrokken ministeries.

De Koninklijke Luchtmacht maakt gebruik van de diensten van het Test & Training Centre (TTC) Seppe in het kader van opleidingen. Om die reden is aan het TTC Seppe ontheffing gegeven. De behoefte aan opleidingen is jaarlijks niet gelijk. Vandaar dat geen limitering in de ontheffing is opgenomen. Ten aanzien van de geluidbelasting het volgende.

De luchtvaartuigen van TTC Seppe behoren tot de kleine luchtvaart. De normstelling van de maximaal toelaatbare geluidbelasting, die door de zogenaamde kleine luchtvaart wordt veroorzaakt, is voor de eerste maal vastgesteld in het Besluit geluidbelasting kleine luchtvaart (Stb. 1991, 22), een algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 25, tweede lid, van de Luchtvaartwet (oud). De geluidbelasting wordt uitgedrukt in geluidbelastingseenheden kleine luchtvaart (bkl). Dit besluit is ingevolge artikel 3 niet van toepassing op gebieden binnen een zone waarop het Besluit geluidbelasting grote luchtvaartterreinen (Stb. 1988, 151) van toepassing is.

Door een wijziging van de Luchtvaartwet in 1994 (Stb. 1994, 601) vallen thans ook onder de normering van de geluidbelasting van de grote luchtvaart (Kosten-eenheden) de vliegtuigbewegingen van luchtvaartuigen met een toegelaten totaalmassa van minder dan 6000 kg, maar meer dan 390 kg, voor zover dit helicopters betreft dan wel luchtvaartuigen die gebruik maken van dezelfde aan- en uitvliegroutes, als de luchtvaartuigen van ten minste 6000 kg, dan wel de vliegpatronen van deze luchtvaartuigen overeenkomen met die van luchtvaartuigen van ten minste 6000 kg (artikel 25, eerste lid, aanhef en onder a Luchtvaartwet).

Voor zover er vliegtuigbewegingen worden uitgevoerd die worden gerekend tot de Bggl-geluidnormering (Besluit geluidsbelasting grote luchtvaart), tellen deze normaal mee in de berekening van de geluidbelasting, welke wordt uitgedrukt in Kosten-eenheden. De gegevens omtrent feitelijk gebruik van militaire luchtvaartterreinen worden jaarlijks herleid tot contouren die de actuele geluidbelasting in dat jaar weergeven. Gelet op de beschikbare ruimtes in de afgelopen jaren is er geen indicatie dat door deze vliegtuigbewegingen buiten de vastgestelde onderscheidenlijk vastgelegde geluidszones wordt getreden.

Toetsing aan andere milieuparameters heeft niet plaatsgevonden, aangezien de ontheffing een verlenging betreft van een reeds bestaand uitvoeringsbesluit op grond van de Luchtvaartwet en er op voorhand niet is aan te geven of er een intensivering zal optreden van het aantal vliegbewegingen.

Met deze beschikking wordt toestemming verleend gebruik te maken van de militaire luchtvaartterreinen Leeuwarden, Gilze-Rijen, Volkel, Eindhoven, Woensdrecht en De Kooy op dagen en tijden dat deze zijn opengesteld. Op enig moment kan worden besloten een luchtvaartterrein niet meer open te stellen. Bijvoorbeeld in het geval van een sluiting. Het spreekt voor zich dat op het moment dat een luchtvaartterrein niet meer bij defensie als zodanig in gebruik is, er geen medegebruik meer kan plaatsvinden. Van het besluit een luchtvaartterrein niet meer open te stellen zal melding worden gemaakt in de MilAIP of bij NOTAM.

Deze beschikking is een aanpassing van de beschikking van 27 mei 2011, MLA/106/2011. Met deze beschikking wordt ook toestemming gegeven voor het gebruik maken van maritiem vliegkamp De Kooy.

Naar boven