Bouwnijverheid

Bedrijfstakeigen Regelingen 2011/2015

Verbindendverklaring gewijzigde CAO-bepalingen

MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Besluit van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 9 november 2011 tot wijziging van het besluit tot algemeen verbindendverklaring van bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst Bedrijfstakeigen Regelingen voor de Bouwnijverheid

UAW Nr. 11230

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

Gelezen het verzoek van het Technisch Bureau Bouwnijverheid namens partijen bij bovengenoemde collectieve arbeidsovereenkomst, strekkende tot algemeen verbindendverklaring van gewijzigde bepalingen van deze collectieve arbeidsovereenkomst;

Partij(en) ter ener zijde: Bouwend Nederland, NVB, vereniging voor ontwikkelaars & bouwondernemers, de Vereniging van Waterbouwers en de Ondernemersvereniging Bestratingsbedrijven Nederland (OBN);

Partij(en) ter andere zijde: FNV Bouw en CNV Vakmensen.

Gelet op de artikelen 2, 4 en 5 van de Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten;

Besluit:

Dictum I

Het besluit tot algemeen verbindendverklaring van bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst Bedrijfstakeigen Regelingen voor de Bouwnijverheid1 wordt met inachtneming van dictum II als volgt gewijzigd:

A

De onder dictum I opgenomen bepalingen worden als volgt gewijzigd:

HOOFDSTUK 5 STICHTING OPLEIDINGS- EN ONTWIKKELINGSFONDS VOOR DE BOUWNIJVERHEID

IV. Statuten en reglement Scholingsfonds

Artikel 6 van het reglement komt te luiden:

Artikel 6 Vergoedingen
  • 1. Het maximaal aantal cursusdagen dat per werkgever per kalenderjaar wordt vergoed is gelijk aan het aantal bouwplaatswerknemers dat in dienst is maal twee. Per werknemer worden maximaal 6 cursusdagen per kalenderjaar vergoed. Voor werkgevers die 1 of 2 werknemers in dienst hebben geldt ook een maximum van 6 dagen per werknemer per kalenderjaar.

  • 2. De uitvoeringsorganisatie stelt op basis van deelnamelijsten van het desbetreffende opleidingsinstituut voor de werkgever een specificatie van aan hem te betalen vergoedingen op.

  • 3. Gelijktijdig met de toezending van de specificatie aan de werkgever wordt overgegaan tot betaling van het bedrag dat op de specificatie staat.

HOOFDSTUK 6 STICHTING AANVULLINGSFONDS VOOR DE BOUWNIJVERHEID

II. FINANCIERINGSREGLEMENT

Artikel 2 lid 2 komt te luiden:

Artikel 2 Premieverplichting
  • 2. De hoogte van de in lid 1 bedoelde premie wordt – onder goedkeuring van Bouwend Nederland, FNV Bouw en CNV Vakmensen – jaarlijks door het bestuur van de stichting vastgesteld. Vanaf 1 januari 2012 is de premievastgesteld op:

    • 1,390% van het door de werkgever aan de werknemer uitbetaalde vast overeengekomen loon (bouwplaatswerknemers), waarvan 0,205%-punt voor rekening komt van de werknemer; en

    • 0,390% van het door de werkgever aan de werknemer uitbetaalde bruto salaris (uta-werknemers), waarvan 0,195%-punt voor rekening komt van de werknemer.

Dictum II

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en heeft geen terugwerkende kracht.

’s-Gravenhage, 9 november 2011

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

namens deze:

De directeur Uitvoeringstaken Arbeidsvoorwaardenwetgeving,

M.H.M. van der Goes.

Naar boven