Medegebruik militair luchtvaartterrein Leeuwarden

29 september 2011

Nr. MLA/215/2011

De Minister van Defensie, en de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,

Gelezen het verzoek van de Stichting Hawker Hunter Foundation van 25 augustus 2011;

Gelet op artikel 34, tweede lid, van de Luchtvaartwet;

Besluiten:

Artikel 1

Aan de gezagvoerders van de Britse luchtvaartuigen van het type Hawker Hunter met de nummers S4/U/3361 en 41H-695964 van de Stichting Hawker Hunter Foundation, gevestigd te Leeuwarden, wordt ontheffing verleend van de verbodsbepaling van artikel 34, eerste lid, onderdeel a, van de Luchtvaartwet met betrekking tot het medegebruik van het militaire luchtvaartterrein Leeuwarden op dagen en tijden dat dit luchtvaartterrein is opengesteld zoals gepubliceerd in de Military Aeronautical Information Publication Netherlands (MILAIP) of notice to airmen (NOTAM).

Artikel 2

  • 1. De Algemene en Bijzondere Voorwaarden betreffende het medegebruik van militaire luchtvaartterreinen door derden, vastgesteld bij ministeriële beschikking van 8 mei 1967, nr. 202.620/11K, en laatstelijk gewijzigd bij beschikking van 26 november 1980, nr. CWL 80/028, zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat onder ‘de vergunning’ deze beschikking dient te worden verstaan.

  • 2. De commandant van de vliegbasis Leeuwarden kan nadere instructies geven voor het betreden en het gebruik van het militaire luchtvaartterrein.

Artikel 3

De ontheffing wordt verleend onder de voorwaarde dat de geluidszone van het militaire luchtvaartterrein Leeuwarden niet wordt overschreden.

Artikel 4

  • 1. Deze beschikking treedt in werking met ingang van de eerste dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2011.

  • 2. Deze beschikking vervalt op 1 januari 2014 of zoveel eerder als een luchthavenbesluit voor het desbetreffende luchtvaartterrein is genomen.

Deze beschikking zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 29 september 2011

De Minister van Defensie,

voor deze:

de Directeur Militaire Luchtvaart Autoriteit,

C.J. Lorraine,

Commodore.

Hoofddorp, 29 september 2011

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,

namens deze:

de senior inspecteur IVW/Luchtvaart,

J.W. Bossenbroek.

Tegen deze beschikking kunnen belanghebbenden op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), binnen 6 weken na de dag waarop deze beschikking is bekendgemaakt een bezwaarschrift indienen. Het bezwaarschrift dient te worden gericht aan de Minister van Defensie, ter attentie van de Commissie advisering bezwaarschriften Defensie, Directie Juridische Zaken, Postbus 20701, 2500 ES ’s-Gravenhage. Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en moet ten minste bevatten: de naam en het adres van de indiener; de dagtekening; een omschrijving van de beschikking waartegen het bezwaar is gericht; de gronden van het bezwaar. Indien onverwijlde spoed dat vereist, is het mogelijk een voorlopige voorziening te vragen bij de president van de rechtbank die bevoegd is. In dat geval is griffierecht verschuldigd. Voorwaarde is dat een bezwaarschrift is ingediend.

TOELICHTING

In de Luchtvaartwet wordt voor de toepassing van het bij of krachtens de Luchtvaartwet bepaalde verstaan onder ‘Onze Minister’ wat betreft de burgerluchtvaart en de algemene verkeersveiligheid in de lucht, de Minister van Verkeer en Waterstaat (thans de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu). Wat de militaire luchtvaart betreft wordt onder ‘Onze Minister’, de Minister van Defensie verstaan. Op een verzoek tot medegebruik van een militair luchtvaartterrein door burgerluchtvaartuigen zal de Minister van Defensie beoordelen of hij het militaire luchtvaartterrein wil openstellen.

Het rijksbeleid voor het burgermedegebruik van militaire luchtvaartterreinen ligt vast in het Tweede Structuurschema Militaire Terreinen (SMT) en de nota Regionale luchthavenstrategie (RELUS). In het SMT is aangegeven dat burgermedegebruik mogelijk blijft, indien daardoor geen afbreuk wordt gedaan aan de veiligheid en de taakuitvoering van de militaire luchtvaart, met inachtneming van de geluidhinderproblematiek. Onderhavige ontheffing past in het huidige beleid van de betrokken ministeries.

De Hawker Hunter S4/U/3361 van de Stichting Hawker Hunter Foundation staat als voormalig militair luchtvaartuig ingeschreven in het Britse civiele luchtvaartregister als G-KAXF en de Hawker Hunter 41H-695964 staat als voormalig militair luchtvaartuig ingeschreven in het Britse civiele luchtvaartregister als G-BWGL. De Britse Civil Aviation Authority heeft een Permit-to-Fly verstrekt. De luchtvaartuigen opereren in overeenstemming met de Britse CAP632.

Daarnaast is toestemming vereist van de Nederlandse civiele luchtvaartautoriteit, Inspectie Verkeer en Waterstaat om met het luchtvaartuig in Nederlands luchtruim te opereren, het luchtvaartuig te gebruiken voor displays bij (militaire) luchtvaartshows, bij fly-ins en andere luchtvaartevenementen en voor de currency training van piloten en voor testvluchten.

De toestemming betreft telkenmale een aantal vluchten in een bepaalde periode, gebaseerd op een door de Stichting gepresenteerde planning. Na die periode moet een nieuwe toestemming bij de Inspectie Verkeer en Waterstaat worden aangevraagd. Omdat door de Inspectie Verkeer en Waterstaat reeds diverse voorwaarden aan het opereren met de betrokken Britse civiel geregistreerde luchtvaartuigen worden gesteld, wordt het dezerzijds niet nodig geacht naast een verbod om de geluidszone van de vliegbasis te overschrijden, extra voorwaarden op te nemen.

Ten aanzien van de geluidsbelasting is het volgende van belang. Wanneer de Hawker Hunter start van of landt op het militaire luchtvaartterrein Leeuwarden, worden de vliegtuigbewegingen meegenomen in de berekening van de geluidsbelasting in kosteneenheden. De gegevens omtrent het feitelijk gebruik van militaire luchtvaartterreinen worden jaarlijks herleid tot contouren die de actuele geluidsbelasting in dat jaar weergeven. Gelet op de beschikbare ruimtes in de afgelopen jaren is er geen indicatie aan te nemen dat buiten vastgelegde of vastgestelde geluidszones wordt getreden.

Toetsing aan andere milieuparameters heeft niet plaatsgevonden, aangezien de ontheffing een verlenging betreft van een reeds bestaand uitvoeringsbesluit op grond van de Luchtvaartwet en er geen intensivering zal optreden van het aantal vliegtuigbewegingen.

Naar boven