Vrijstelling minimum vlieghoogte oefengebied Falcon Autumn

13 september 2011

Nr. MLA/210/2011

De Minister van Defensie,

Gelezen het verzoek van de Commandant van het Defensie Helikopter Commando van 31 mei 2011;

Gelet opartikel 6 van de Regeling VFR-nachtvluchten en minimum vlieghoogten voor militaire luchtvaartuigen;

Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu;

Besluit:

Artikel 1

  • 1. Ten behoeve van de oefening Falcon Autumn wordt vrijstelling van de minimum VFR-vlieghoogte verleend binnen het oefengebied Falcon Autumn, begrensd door de volgende coördinaten:

    van 52°00'00.00"N 005°30'00.00"E in een rechte lijn naar 52°00'00.00"N 006°48'00.00"E, langs de Nederlands-Duitse grens naar 53°27'44.41"N 006°48'32.12"E, langs de kustlijn naar 53°14'41.00"N 005°30'00.00"E en in een rechte lijn terug naar 52°00'00.00"N 005°30'00.00"E (zie figuur 1).

    Figuur 1: Oefengebied Falcon Autumn

    Figuur 1: Oefengebied Falcon Autumn

  • 2. De vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, is van kracht van maandag 26 september 2011 van 7:00 uur tot en met vrijdag 7 oktober 2011, 23:59 uur lokale tijd.

Artikel 2

Binnen het oefengebied bedraagt de toegestane minimum vlieghoogte 100 voet of incidenteel zoveel lager als in verband met de opdracht noodzakelijk is. Binnen het oefengebied gelden voorts de volgende regels:

  • a. laagvliegen is alleen toegestaan voor helikopters van het Commando Luchtstrijdkrachten en van bondgenootschappelijke strijdkrachten;

  • b. met betrekking tot het vliegzicht en de wolkenbasis gelden de eisen voor VFR-vluchten;

  • c. aaneengesloten bebouwing, ziekenhuizen, sanatoria en dergelijke moeten worden vermeden;

  • d. vogelconcentratiegebieden (in het MILAIP ENR 5.6 bird sanctuaries genoemd) dienen te worden vermeden of, indien dat uit operationele noodzaak niet mogelijk is, dient er een minimale vlieghoogte van 1000 voet te worden aangehouden;

  • e. de vrijstelling van de minimum vlieghoogte geldt alleen voor die delen van de vlucht die voor het doel van de vlucht noodzakelijk zijn.

Artikel 3

Deze beschikking treedt in werking met ingang van de eerste dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt op 8 oktober 2011.

Deze beschikking zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst en zal tevens bekend worden gemaakt door middel van een NOTAM.

De Minister van Defensie,

voor deze:

de Directeur Militaire Luchtvaart Autoriteit,

C.J. Lorraine,

Commodore.

Tegen deze beschikking kunnen belanghebbenden op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), binnen 6 weken na de dag waarop deze beschikking is bekendgemaakt een bezwaarschrift indienen. Het bezwaarschrift dient te worden gericht aan de Minister van Defensie, ter attentie van de Commissie advisering bezwaarschriften Defensie, Directie Juridische Zaken, Postbus 20701, 2500 ES ‘s-Gravenhage. Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en moet ten minste bevatten: de naam en het adres van de indiener; de dagtekening; een omschrijving van de beschikking waartegen het bezwaar is gericht; de gronden van het bezwaar. Indien onverwijlde spoed dat vereist, is het mogelijk een voorlopige voorziening te vragen bij de president van de rechtbank die bevoegd is. In dat geval is griffierecht verschuldigd. Voorwaarde is dat een bezwaarschrift is ingediend.

TOELICHTING

In het kader van de oefening Falcon Autumn 2011 vinden grootschalige operaties plaats van 11 Luchtmobiele Brigade. Naast operaties op de grond vinden er ondersteunende operaties plaats met inzet van helikopters. Naast de helikopters van het Defensie Helikopter Commando (DHC) nemen ook Duitse militaire helikopters deel. De uitvalsbasis voor het luchtmobiele optreden is in eerste instantie het Militair Luchtvaartterrein (MLT) Deelen. De acties worden uitgevoerd in het noordoosten van Nederland. Dagelijks zullen helikopters verspreid over het oefengebied lager vliegen dan de minimum vlieghoogte en, indien nodig, starten en landen.

In zijn algemeenheid kan worden gesteld dat militaire helikopters boven gebieden met aaneengesloten bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder begrepen dan wel boven mensenverzamelingen een hoogte van ten minste 210 meter (700 voet) boven de hoogste hindernis gelegen binnen een afstand van 600 meter van het luchtvaartuig dienen aan te houden en elders ten minste 50 meter (150 voet) boven grond of water. In het kader van deze oefening kan in het aangewezen oefengebied zo laag worden gevlogen als voor het doel van de vlucht noodzakelijk is. Dit betekent niet dat continu laag wordt gevlogen, doch alleen dan wanneer bijvoorbeeld een colonne wordt begeleid of gedurende Close Air Support (CAS) en Close Combat Attacks (CCA).

Naar boven