Ontheffing artikel 34 Luchtvaartwet ten behoeve van Noordzee Helikopters Vlaanderen

22 juli 2011

MLA/150/2011

De Minister van Defensie en de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,

Gelezenhet verzoek van het Bureau Operationele Regelgeving van de Afdeling Helikopter Operaties van 17 juni 2011;

Gelet Opartikel 34, tweede lid, van de Luchtvaartwet;

Besluiten:

Artikel 1

Op grond van een algemeen maatschappelijk belang wordt aan de gezagvoerders van luchtvaartuigen die in opdracht van Noordzee Helikopters Vlaanderen SAR-opdrachten uitvoeren, tot wederopzegging, doch uiterlijk tot 1 januari 2014, ontheffing verleend van de verbodsbepaling van artikel 34, eerste lid, onderdeel a, van de Luchtvaartwet voor het medegebruik van het militaire luchtvaartterrein De Kooy om tijdens de nachtelijke uren (2 uur voor einde UDP tot 1 uur voor begin UDP) SAR-personeel op te halen.

Artikel 2

  • 1. De Algemene en Bijzondere Voorwaarden betreffende het medegebruik van militaire luchtvaartterreinen door derden, vastgesteld bij ministeriële beschikking van 8 mei 1967, nr. 202/620/11K, en laatstelijk gewijzigd bij beschikking van 26 november 1980, nr. CWL 80/028, zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat onder ‘de vergunning’ deze beschikking dient te worden verstaan.

  • 2. De commandant van het Defensie Helikopter Commando kan nadere instructies geven voor het betreden en het gebruik van het desbetreffende militaire luchtvaartterrein.

Artikel 3

De ontheffing wordt verleend onder de voorwaarde dat de vastgestelde of vastgelegde geluidszones van het militaire luchtvaartterrein De Kooy niet worden overschreden.

Artikel 4

Deze beschikking treedt in werking met ingang van de eerste dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt op 1 januari 2014 of zoveel eerder als een luchthavenbesluit voor het desbetreffende luchtvaartterrein is genomen.

Deze beschikking zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 22 juli 2011

De Minister van Defensie,

voor deze:

de Directeur Militaire Luchtvaart Autoriteit,

C.J. Lorraine,

Commodore.

Hoofddorp, 22 juli 2011

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,

namens deze:

de Inspecteur IVW/Luchtvaart,

M.M. Beernick.

Tegen deze beschikking kunnen belanghebbenden op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), binnen 6 weken na de dag waarop deze beschikking is bekendgemaakt een bezwaarschrift indienen. Het bezwaarschrift dient te worden gericht aan de Minister van Defensie, ter attentie van de Commissie advisering bezwaarschriften Defensie, Directie Juridische Zaken, Postbus 20701, 2500 ES ’s-Gravenhage. Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en moet ten minste bevatten: de naam en het adres van de indiener; de dagtekening; een omschrijving van de beschikking waartegen het bezwaar is gericht; de gronden van het bezwaar. Indien onverwijlde spoed dat vereist, is het mogelijk een voorlopige voorziening te vragen bij de president van de rechtbank die bevoegd is. In dat geval is griffierecht verschuldigd. Voorwaarde is dat een bezwaarschrift is ingediend.

TOELICHTING

In de Luchtvaartwet wordt voor de toepassing van het bij of krachtens de Luchtvaartwet bepaalde verstaan onder ‘Onze Minister’ wat betreft de burgerluchtvaart en de algemene verkeersveiligheid in de lucht, de Minister van Verkeer en Waterstaat (thans de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu). Wat de militaire luchtvaart betreft wordt onder ‘Onze Minister’, de Minister van Defensie verstaan. Op een verzoek tot medegebruik van een militair luchtvaartterrein door burgerluchtvaartuigen zullen dus beide ministers toestemming moeten geven.

Het rijksbeleid voor het burgermedegebruik van militaire luchtvaartterreinen ligt vast in het Tweede Structuurschema Militaire Terreinen (SMT-2) en de nota Regionale luchthavenstrategie (RELUS). In het SMT-2 is aangegeven dat burgermedegebruik mogelijk blijft, indien daardoor geen afbreuk wordt gedaan aan de veiligheid en de taakuitvoering van de militaire luchtvaart, met inachtneming van de geluidhinderproblematiek. Onderhavige ontheffing past in het huidige beleid van de betrokken ministeries.

Op grond van een algemeen maatschappelijk belang (amb) is aan de gezagvoerders die in opdracht van Noodzee Helikopters Vlaanderen SAR-opdrachten uitvoeren, ontheffing verleend om medisch SAR-personeel op te halen vanaf Maritiem Vliegkamp De Kooy. Vooraf is niet te bepalen om hoeveel vliegtuigbewegingen het gaat. Vandaar dat geen limitering in vliegtuigbewegingen in de ontheffing is opgenomen. Het desbetreffende luchtvaartterrein kan alleen worden aangedaan, indien het gaat om operationeel noodzakelijke vluchten.

Ten aanzien van de geluidsbelasting is het volgende van belang. In de Luchtvaartwet is vastgelegd dat de geluidsbelasting door startende en landende vliegtuigen van een luchtvaartterrein wordt berekend. De geluidsbelasting door de grote civiele en militaire luchtvaart wordt berekend op jaarbasis en wordt uitgedrukt in Kosteneenheden. De geluidsbelasting wordt berekend volgens een daartoe vastgesteld berekeningsvoorschrift en met inachtneming van het Besluit geluidsbelasting grote luchtvaart (BGGL). Deze systematiek is van toepassing op alle vliegtuigen met uitzondering van vaste vleugelvliegtuigen met schroefaandrijving lichter dan 6000 kg.

Voor zogenaamde ontheffingen met een algemeen maatschappelijk belang (amb) is het vaststaand beleid dat deze vliegtuigbewegingen (in het kader van milieunormen) als ‘militaire’ vliegtuigbewegingen worden aangemerkt. De gegevens omtrent het feitelijk gebruik van militaire luchtvaartterreinen worden jaarlijks herleid tot contouren die de actuele geluidsbelasting in dat jaar weergeven. Gelet op de beschikbare ruimtes in de afgelopen jaren is er geen indicatie dat door deze vliegtuigbewegingen buiten de vastgestelde of vastgelegde geluidszones wordt getreden.

Met deze beschikking wordt toestemming gegeven gebruik te maken van het militaire luchtvaartterrein De Kooy tijdens de nachtelijke uren (2 uur voor einde UDP tot 1 uur voor begin UDP) als er sprake is van uitvoering van een SAR-opdracht, dit op basis van hoofdstuk J18 Luchtverkeersvoorschrift. Op enig moment kan besloten worden een luchtvaartterrein niet meer open te stellen. Bijvoorbeeld in het geval van een sluiting. Het spreekt voor zich dat op het moment dat een luchtvaartterrein niet meer bij defensie als zodanig in gebruik is, er geen medegebruik meer kan plaatsvinden. Van het besluit een luchtvaartterrein niet meer open te stellen zal melding worden gemaakt in de MILAIP of bij NOTAM.

Naar boven