Medegebruik militaire luchtvaartterreinen

22 juli 2011

Nr. MLA/164/2011

De Minister van Defensie en de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,

Gelezen het verzoek van Fokker Services B.V./Stork, Aviolandalaan 31, 4631 RP Hoogerheide, van 20 juni 2011;

Gelet op artikel 34, tweede lid, van de Luchtvaartwet;

Besluiten:

Artikel 1

  • 1. Aan de gezagvoerders van luchtvaartuigen van Fokker Services B.V./Stork wordt ontheffing verleend van de verbodsbepaling van artikel 34, eerste lid, onderdeel a, van de Luchtvaartwet met betrekking tot het medegebruik van de militaire luchtvaartterreinen Leeuwarden, Gilze-Rijen, Volkel, Eindhoven en Woensdrecht. Deze ontheffing geldt uitsluitend voor vliegtuigbewegingen welke worden uitgevoerd in verband met werkzaamheden welke Fokker Services B.V./Stork ten behoeve van het Ministerie van Defensie op de betreffende luchtvaartterreinen verricht, op dagen en tijden dat deze luchtvaartterreinen zijn opengesteld zoals gepubliceerd in de Military Aeronautical Information Publication Netherlands (MILAIP) of notice to airmen (NOTAM).

  • 2. Aan gezagvoeders van luchtvaartuigen van of in onderhoud bij Fokker Services B.V./Stork wordt voorts ontheffing verleend van de verbodsbepaling van artikel 34, eerste lid, onderdeel a, van de Luchtvaartwet met betrekking tot het medegebruik van het militaire luchtvaartterrein Woensdrecht. Deze ontheffing geldt uitsluitend voor vliegtuigbewegingen in het kader van het uitvoeren van werkzaamheden van Fokker Services B.V. op dagen en tijden dat dit luchtvaartterrein is opengesteld zoals gepubliceerd in de Military Aeronautical Information Publication Netherlands (MILAIP) of notice to airmen (NOTAM).

Artikel 2

Met betrekking tot het medegebruik van het militaire luchtvaartterrein Woensdrecht, als bedoeld in artikel 1, lid 2 van dit besluit, kan na overleg met de OKLu/Commandant Vliegbasis Woensdrecht, worden afgeweken van het gestelde met betrekking tot de openstellingstijden.

Artikel 3

  • 1. De Algemene en Bijzondere Voorwaarden betreffende het medegebruik van militaire luchtvaartterreinen door derden, vastgesteld bij ministeriële beschikking van 8 mei 1967, nr. 202.620/11K, en laatstelijk gewijzigd bij beschikking van 26 november 1980, nr. CWL 80/028, zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat onder ‘de vergunning’ deze beschikking dient te worden verstaan.

  • 2. Commandanten van de diverse luchtvaartterreinen kunnen nadere instructies geven voor het betreden en het gebruik van deze terreinen.

Artikel 4

De ontheffing wordt verleend onder de voorwaarde dat de voor de militaire luchtvaartterreinen vastgestelde geluidszones niet worden overschreden.

Artikel 5

  • 1. Deze beschikking treedt in werking met ingang van de eerste dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

  • 2. Deze beschikking vervalt op 1 november 2014 of zoveel eerder als er een luchthavenbesluit voor het desbetreffende militaire luchtvaartterrein is vastgesteld.

Deze beschikking zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 22 juli 2011

De Minister van Defensie,

voor deze:

de Directeur Militaire Luchtvaart Autoriteit,

C.J. Lorraine,

Commodore.

Hoofddorp, 22 juli 2011

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,

voor deze:

de Senior Inspecteur IVW/Luchtvaart,

J.W. Bossenbroek.

Tegen deze beschikking kunnen belanghebbenden op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), binnen 6 weken na de dag waarop deze beschikking is bekendgemaakt een bezwaarschrift indienen. Het bezwaarschrift dient te worden gericht aan de Minister van Defensie, ter attentie van de Commissie advisering bezwaarschriften Defensie, Directie Juridische Zaken, Postbus 20701, 2500 ES ’s-Gravenhage. Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en moet ten minste bevatten: de naam en het adres van de indiener; de dagtekening; een omschrijving van de beschikking waartegen het bezwaar is gericht; de gronden van het bezwaar. Indien onverwijlde spoed dat vereist, is het mogelijk een voorlopige voorziening te vragen bij de president van de rechtbank die bevoegd is. In dat geval is griffierecht verschuldigd. Voorwaarde is dat een bezwaarschrift is ingediend.

TOELICHTING

In de Luchtvaartwet wordt voor de toepassing van het bij of krachtens de Luchtvaartwet bepaalde verstaan onder ‘Onze Minister’ wat betreft de burgerluchtvaart en de algemene verkeersveiligheid in de lucht, de Minister van Verkeer en Waterstaat (thans de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu). Wat de militaire luchtvaart betreft wordt onder ‘Onze Minister’, de Minister van Defensie verstaan. Op een verzoek tot medegebruik van een militair luchtvaartterrein door burgerluchtvaartuigen zullen beide ministers toestemming moeten geven.

Hoewel artikel 34 Luchtvaartwet is ingetrokken, geldt het artikel volgens de overgangsbepaling nog wel voor luchtvaartterreinen waarvan de aanwijzing nog gebaseerd is op de Luchtvaartwet en nog niet op de Wet luchtvaart. Deze situatie is van toepassing op de in deze beschikking genoemde militaire luchtvaartterreinen.

Het rijksbeleid voor het burgermedegebruik van militaire luchtvaartterreinen ligt vast in het Tweede Structuurschema Militaire Terreinen (SMT) en de nota Regionale luchthavenstrategie (RELUS). In het SMT is aangegeven dat burgermedegebruik mogelijk blijft, indien daardoor geen afbreuk wordt gedaan aan de veiligheid en de taakuitvoering van de militaire luchtvaart, met inachtneming van de geluidhinderproblematiek. Onderhavige ontheffing past in het huidige beleid van de betrokken ministeries.

Ten aanzien van de geluidsbelasting is het volgende van belang. Wanneer luchtvaartuigen van, of in onderhoud bij Fokker Services/Stork starten of landen op militaire luchtvaartterreinen worden deze vliegtuigbewegingen meegenomen in de berekening van de geluidsbelasting in kosteneenheden. De gegevens omtrent het feitelijk gebruik van militaire luchtvaartterreinen worden jaarlijks herleid tot contouren welke de actuele geluidsbelasting in dat jaar weergeven. Gelet op de beschikbare ruimtes in de afgelopen jaren is er geen indicatie aan te nemen dat buiten vastgelegde of vastgestelde geluidszones wordt getreden.

Toetsing aan andere milieuparameters heeft niet plaatsgevonden, aangezien de ontheffing een verlenging betreft van een reeds bestaand uitvoeringsbesluit op grond van de Luchtvaartwet en er naar verwachting geen intensivering zal optreden van het aantal vliegtuigbewegingen.

Met deze beschikking wordt toestemming gegeven gebruik te maken van militaire luchtvaartterreinen op dagen en tijden dat deze zijn opengesteld. Op enig moment kan worden besloten dat een militair luchtvaartterrein niet meer open te stellen. Bijvoorbeeld in het geval van een sluiting. Het spreekt voor zich dat op het moment dat een luchtvaartterrein niet meer bij defensie als zodanig in gebruik is, er geen burgermedegebruik meer kan plaatsvinden. Van het besluit een luchtvaartterrein niet meer open te stellen zal melding worden gemaakt in de MILAIP en/of bij NOTAM.

Naar boven