Aanwijzing strafrechtelijke aanpak schoolverzuim

Categorie: Opsporing, vervolging, strafvordering

Rechtskarakter: Aanwijzing i.d.z.v. artikel 130, lid 4, Wet RO (nieuw)

Afzender: College van procureurs-generaal

Adressaat: Hoofden van de parketten

Registratienummer: 2010A034

Datum vaststelling: 10-01-2011

Datum inwerkingtreding: 01-02-2011

Geldigheidsduur: 31-01-2015

Publicatie in Stcrt.:

Vervallen: Aanwijzing strafrechtelijke aanpak schoolverzuim (2007A006)

Relevante beleidsregels OM: Richtlijn voor strafvordering strafrechtelijke aanpak

schoolverzuim (2010R021)

Handleiding strafrechtelijke aanpak schoolverzuim (2011H001)

Wetsbepalingen: Artikelen 26 en 27 LPW

Jurisprudentie: −

Bijlage(n):

Achtergrond

Het volgen van onderwijs is essentieel voor de individuele ontwikkeling van een kind en het verwerven van een eigen plaats in de maatschappij. Structureel verzuim blijkt te vaak een voorbode van ernstige gedragsproblemen te zijn, niet zelden leidend tot criminaliteit. Daarom is er voor jonge kinderen niet alleen een recht op onderwijs, maar ook een plicht om onderwijs te volgen.

Om het doel ‘volgen van onderwijs’ voor zo veel mogelijk kinderen te realiseren is een gecoördineerde en optimale inzet van alle betrokken partners (scholen, gemeenten, raad voor de kinderbescherming, politie, bureau jeugdzorg, inspectie voor het onderwijs, Openbaar Ministerie en rechter) vereist.

De leerplichtambtenaar vervult de schakelrol bij deze gezamenlijke aanpak van schoolverzuim en neemt het initiatief voor een adequaat vervolg op de verzuimmeldingen. Terugleiding naar school staat hierbij altijd centraal.

Voor de gezamenlijke aanpak worden/zijn door de betrokken partners afspraken gemaakt op zowel landelijk als lokaal niveau.1

Deze aanwijzing beoogt invulling te geven aan het strafrechtelijk vervolg.

De Aanwijzing strafrechtelijke aanpak schoolverzuim is in verband met de inwerkingtreding per 1 februari 2011 van de nieuwe Handleiding strafrechtelijke aanpak schoolverzuim ingekort, omdat de aanwijzing en handleiding elkaar anders zouden overlappen. De aanwijzing moest wel gehandhaafd worden, omdat deze dwingende regels voor het Openbaar Ministerie bevat (recht in de zin van de Wet RO). Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om de tekst van de aanwijzing waar nodig te actualiseren: zo zijn enkele wetswijzigingen verwerkt en worden leerstraffen en projecten die inmiddels afgeschaft zijn, niet meer genoemd.

Samenvatting

Deze aanwijzing heeft betrekking op de strafrechtelijke handhaving van de Leerplichtwet 1969.

Het zwaartepunt bij de gezamenlijk aanpak ligt in het stadium voorafgaand aan een eventuele strafvervolging. Indien het echter tot een strafrechtelijk vervolg komt, is het van groot belang dat het Openbaar Ministerie daadkrachtig en effectief optreedt.

Voor de partners dient duidelijk te zijn wat zij van het Openbaar Ministerie kunnen verwachten en dat zij daar op kunnen vertrouwen.

Algemeen

1. Begripsbepalingen

  • a. Wettelijk verzuim: het verzuim waarvan het schoolhoofd verplicht is het te melden aan de leerplichtambtenaar, te weten ongeoorloofd verzuim van 16 uur les- of praktijdtijd gedurende een periode van vier opeenvolgende weken.

  • b. Absoluut verzuim: de leerplichtige staat niet ingeschreven bij een onderwijsinstelling.

  • c. Relatief verzuim:

    • c.1 signaalverzuim: ongeoorloofde afwezigheid zich uitend in spijbelgedrag (zonder dat er sprake is van vakantie), maar met veelal problematische achtergrond.

    • c.2 luxeverzuim: ongeoorloofde afwezigheid waarbij zonder toestemming van het hoofd van de school (bij tien schooldagen of minder) dan wel zonder toestemming van de leerplichtambtenaar (bij elf dagen of meer) buiten de vastgestelde schoolvakanties om van school wordt verzuimd, waarbij het eigen belang (vaak ten behoeve van vakantie) van ouder(s)/verzorger(s) of jongere prevaleert op dat van het schoolbezoek.

2. Verzuimregistratie en controle

Een correcte handhaving van de Leerplichtwet is alleen mogelijk als de scholen een adequaat verzuimbeleid voeren gericht op preventie en toezicht, waarbij een eigen administratie van schoolverzuim wordt bijgehouden. Ongeoorloofd schoolverzuim moet onverwijld worden gemeld via de Dienst Uitvoering Onderwijs aan de leerplichtambtenaar.

Conform de Leerplichtwet 1969 vervult de leerplichtambtenaar, namens de gemeente, de controlefunctie op de handhaving van de Leerplichtwet aangaande ouders en jongeren.

Bij ongeoorloofd schoolverzuim is de leerplichtambtenaar in eerste instantie verantwoordelijk voor het bewegen van de verzuimende leerling en ouders of verzorgers om zijn verplichtingen tot geregeld schoolbezoek na te komen.

3. Overleg en afstemming

De aanpak van schoolverzuim heeft slechts dan effect als zij integraal plaatsvindt, dat wil zeggen dat elk van de betrokken partners zijn rol vervult, en de diverse activiteiten goed op elkaar aansluiten. Tussen hen moeten heldere en betrouwbare afspraken worden gemaakt. Inzichtelijk dient te zijn wat de partners van elkaar kunnen verwachten. Naast overlegvormen met de gemeente (lokale driehoeksoverleggen) kan ook het arrondissementaal platform jeugd (APJ) hiervoor benut worden. In het bijzonder is overleg noodzakelijk tussen leerplichtambtenaren en Openbaar Ministerie: de beoordeling van zaken door de leerplichtambtenaar kan worden getoetst aan het oordeel van het Openbaar Ministerie, voorkomen kan worden dat opgemaakte processen-verbaal uiteindelijk niet leiden tot strafvervolging. In het algemeen kan dergelijk overleg leiden tot verbetering van de kwaliteit van de processen-verbaal.

Opsporing

4. Opsporingsbevoegdheid

4.1 Leerplichtambtenaren

De leerplichtambtenaar vervult namens de gemeente een schakelrol, door contact te onderhouden met ouders en school. Indien een melding van de school aanleiding geeft tot zorgen over de ontwikkeling van het kind, meldt de leerplichtambtenaar dit aan het bureau Jeugdzorg. De leerplichtambtenaar maakt naar aanleiding van een melding van verzuim eerst proces-verbaal op indien een strafrechtelijke afdoening van het verzuim ‘aan zet’ is.

De leerplichtambtenaar verricht na de melding van schoolverzuim eigen onderzoek om eventuele problematiek in kaart te brengen en zich een beeld te vormen van de te nemen maatregelen. Als inzendtermijn voor het verzuim-proces-verbaal geldt in beginsel dezelfde termijn als voor jeugdzaken in het algemeen: binnen één maand na het eerste verhoor (er wordt van uit gegaan dat het bedoelde onderzoek wordt verricht tussen de melding ongeoorloofd verzuim) en het als verdachte(n) horen. In bijzondere gevallen kan in overleg met de officier van justitie een langere termijn worden afgesproken. Als algemene regel geldt dat de gecombineerde termijn (vanaf melding verzuim tot aanleveren van proces-verbaal) ten hoogste twee maanden mag bedragen.

Daarvoor is van belang dat leerplichtambtenaren, of althans een aantal hunner, bijzondere opsporingsbevoegdheid hebben.

In de Handleiding strafrechtelijke aanpak schoolverzuim is de aanpak van schoolverzuim uitgewerkt in een stappenplan voor de leerplichtambtenaar. Bij het opmaken van het proces-verbaal wordt gebruik gemaakt van het in de handleiding opgenomen model.

4.2 Politie

De politie kan op grond van artikel 24 Leerplichtwet controles houden in voor publiek toegankelijke ruimten. Ongeoorloofd verzuimers en betrapte spijbelaars kunnen worden afgeleverd bij de school. Met dergelijke controles wordt een belangrijk signaal gegeven dat schoolbezoek niet alleen van belang is voor leerplichtigen, scholen, ouders en leerplichtambtenaren, maar tevens een zaak is van de overheid in brede zin. Ook kan het enig inzicht verschaffen in de jeugdigen die op geen enkele wijze geregistreerd staan in ons land, zoals daklozen en zwerfjongeren, illegale jongeren en absoluut-verzuimers.

Vervolging

5. Inleiding

Op ‘luxe’ verzuim wordt gereageerd met een lik-op-stuksanctie (geldboete). Is een aanvraag van de ouder voor verlof niet door de school gehonoreerd, en de leerplichtige wordt toch niet naar school gestuurd, dan wordt steeds vervolgd. Niet vervolgen zou de bestuurlijke procedure die voor het aanvragen van verlof geldt (inclusief bezwaar en beroep) anders ernstig ondermijnen.

Bij vermoeden van absoluut verzuim stelt de Leerplichtambtenaar een onderzoek in. Als de leerplichtige in het buitenland verblijft en daar een school bezoekt, dient door de ouder tijdig een schoolverklaring overgelegd te worden. Als de leerplichtige leerling wordt thuisgehouden, moet er altijd vervolgd worden.

Signaalverzuim vraagt om een meer persoonsgerichte benadering om teruggeleiding naar school te bewerkstellingen.

Bij signaalverzuim tot maximaal 10 dagen kan de leerplichtambtenaar de jongere naar Halt verwijzen.

In overige gevallen maakt de leerplichtambtenaar/opsporingsambtenaar proces-verbaal op en zendt dit in aan het (leerplicht-) Justitieel Casus Overleg (JCO).

De procedure voor vervolging is beschreven in de Handleiding strafrechtelijke aanpak schoolverzuim. Het Openbaar Ministerie zal afhankelijk van de mate van verzuim en achterliggende problematiek kiezen voor een OM-afdoening of dagvaarding.

6. Wie wordt vervolgd?

Bij absoluut en luxe- schoolverzuim wordt de ouder/verzorger vervolgd. Bij signaalverzuim is het afhankelijk van de casus of de ouders of de jongere zelf vervolgd wordt. De mate van verwijtbaarheid speelt hierbij een rol.

In geval van vervolging van de ouder/verzorger is het uitgangspunt dat één ouder/verzorger wordt vervolgd, te weten degene die is gehoord dan wel de ouder/feitelijk verzorger die in het bevolkingsregister als gezinshoofd wordt aangemerkt vanuit de gedachte dat een boete het gehele gezin treft. Indien echter uit het onderzoek van de leerplichtambtenaar blijkt dat beide ouders een rol spelen bij het ongeoorloofd verzuim, kunnen beiden worden vervolgd.

7. Interne organisatie justitie

In zijn algemeenheid is kennis van zaken met betrekking tot de Leerplichtwet en met name het werk van de leerplichtambtenaar van groot belang voor een goede aansturing van leerplichtambtenaren en het op effectieve wijze afdoen van leerplichtzaken.

Daarom dient per parket een officier van justitie speciaal belast met leerplichtzaken te worden aangewezen, die verantwoordelijk is voor de in deze aanwijzing voorgestelde overlegvormen en andere beleidsaspecten, alsmede de zittingen doet in ieder geval voor de meer problematische zaken. Ondersteuning door een gespecialiseerde secretaris is onontbeerlijk voor het beoordelen van de processen-verbaal en ondersteuning bij de beleidstaken.

Deze gespecialiseerde officier van justitie moet in beginsel de (een) jeugdofficier zijn, nu de problematiek van de jeugdcriminaliteit en schoolverzuim nauw met elkaar verbonden is en dezelfde instellingen erbij betrokken zijn. Voorwaarde is in ieder geval dat de leerplichtofficier kennis heeft van het jeugdstrafrecht en van de werkwijze van de betrokken instellingen.

Strafvordering

De strafmaten voor overtredingen van de Leerplichtwet zijn beschreven in de Richtlijn voor strafvordering strafrechtelijke aanpak schoolverzuim.

Overgangsrecht

De beleidsregels in deze aanwijzing hebben gelding vanaf de dag van inwerkingtreding.


XNoot
1

Op grond van deze gezamenlijke aanpak wordt van ouders verwacht dat zij het kind aanmelden bij een school en dat zij er actief op toezien dat het kind de school ook daadwerkelijk bezoekt. De school voert een adequaat ‘verzuimbeleid’, gericht op preventie en toezicht. De gemeente zorgt voor voldoende leerplichtambtenaren en voorziet in een leerplichtregistratiesysteem. Het bureau Jeugdzorg onderzoekt achterliggende problematiek en voorziet in hulpverlening.

Naar boven