Toestemming overdracht winningsvergunning voor koolwaterstoffen Q16a

12 juli 2011

Nr. ETM/EM/11102519

De Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,

Procesverloop:

  • Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V. (hierna: NAM), Lundin Netherlands B.V. (hierna: Lundin) en Total E&P Nederland B.V. (hierna: Total) zijn houder van de bij beschikking van de Minister van Economische Zaken (thans: Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie van 17 november 1992 met kenmerk E/EMA/92079461 (Staatscourant 1992, nr.227) verleende winningsvergunning voor een deel van het blok Q16 (Q16a) van het continentaal plat, welk blok is aangegeven op de als bijlage 3 bij de Mijnbouwregeling gevoegde kaart. Deze winningsvergunning is op 29 december 1992 van kracht geworden;

  • bij brief van 24 mei 2011, ontvangen 6 juni 2011, heeft de vergunninghouder gevraagd om toestemming voor overdracht, op grond van artikel 20, eerste lid, van de Mijnbouwwet, van de winningsvergunning Q16a aan Oranje-Nassau Energie B.V. (hierna: ONE), Lundin en Total en vervolgens aan Oranje-Nassau Energie Nederland B.V. (hierna: ONE NL), Lundin en Total.

Overwegingen:

  • deze winningsvergunning wordt op grond van artikel 143, tweede lid, onder c, van de Mijnbouwwet beschouwd als een winningsvergunning als bedoeld in artikel 6 van de Mijnbouwwet;

  • de aanvraag wordt als volgt begrepen dat de huidige vergunninghouder allereerst vraagt om toestemming tot overdracht van de winningsvergunning Q16a, zodanig dat ONE, Lundin en Total gezamenlijk vergunninghouder worden van deze winningsvergunning, waarbij ONE de persoon wordt die de feitelijke werkzaamheden verricht of daartoe opdracht verleent. Vervolgens vraagt vergunninghouder om toestemming tot overdracht van de winningsvergunning Q16a, zodanig dat ONE NL, Lundin en Total gezamenlijk vergunninghouder worden van deze winningsvergunning, waarbij ONE NL de persoon wordt die de feitelijke werkzaamheden verricht of daartoe opdracht verleent, zoals bedoeld in artikel 22, vijfde lid, Mijnbouwwet;

  • de technische of financiële mogelijkheden van de beoogde vergunninghouder geven geen aanleiding tot het weigeren van de toestemming tot overdracht van de winningsvergunning aan de beoogde vergunninghouder. Hiermee is voldaan aan artikel 20, eerste lid, van de Mijnbouwwet in samenhang met artikel 9, eerste lid, onder a, van de Mijnbouwwet;

  • de manier waarop de beoogde vergunninghouder voornemens is de activiteiten te verrichten geeft geen aanleiding de toestemming tot overdacht te weigeren. Hiermee is voldaan aan artikel 20, eerste lid, van de Mijnbouwwet in samenhang met artikel 9, eerste lid, onder b, van de Mijnbouwwet;

  • de beoogde vergunninghouder heeft niet onder een eerdere vergunning bij activiteiten als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Mijnbouwwet blijk gegeven van een gebrek aan efficiëntie en verantwoordelijkheidszin, daaronder mede verstaan maatschappelijke verantwoordelijkheidszin. Hiermee is voldaan aan artikel 20, eerste lid, van de Mijnbouwwet in samenhang met artikel 9, eerste lid, onder c, van de Mijnbouwwet.

Gelet op artikel 20, eerste en derde lid en artikel 22, vijfde lid, van de Mijnbouwwet.

Besluit:

Artikel 1.1

Aan de houder van de winningsvergunning Q16a, verleend bij beschikking van de Minister van Economische Zaken van 17 november 1992 met kenmerk E/EMA/92079461 wordt toestemming verleend tot overdracht van de winningsvergunning, zodat Oranje-Nassau Energie B.V., Lundin Netherlands B.V. en Total E&P Nederland B.V. gezamenlijk houder zullen worden van de winningsvergunning Q16a.

Artikel 1.2

De vergunning dient binnen 1 jaar na bekendmaking van deze beschikking daadwerkelijk te zijn overgedragen.

Artikel 1.3

De vergunninghouder doet van de overdracht onverwijld schriftelijk mededeling aan de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie en aan Energie Beheer Nederland B.V., afdeling Legal, Postbus 19063, 3501 DB Utrecht.

Artikel 1.4

Oranje-Nassau Energie B.V. is aangewezen als de persoon die de feitelijke werkzaamheden verricht of daartoe opdracht geeft, als bedoeld in artikel 22, vijfde lid, van de Mijnbouwwet.

Artikel 2.1

Als overdracht van de vergunning als bedoeld in artikel 1.1 daadwerkelijk heeft plaatsgevonden wordt toestemming verleend voor een volgende overdracht van de vergunning, zodat Oranje-Nassau Energie Nederland B.V., Lundin Netherlands B.V. en Total E&P Nederland B.V. gezamenlijk houder worden van de winningsvergunning Q16a.

Artikel 2.2

De vergunning dient binnen 1 jaar na bekendmaking van deze beschikking daadwerkelijk te zijn overgedragen.

Artikel 2.3

De vergunninghouder doet van de overdracht onverwijld schriftelijk mededeling aan de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie en aan Energie Beheer Nederland B.V., Afdeling Legal, Postbus 19063, 3501 DB Utrecht.

Artikel 2.4

Oranje-Nassau Energie Nederland B.V. is aangewezen als de persoon die de feitelijke werkzaamheden verricht of daartoe opdracht geeft, als bedoeld in artikel 22, vijfde lid, van de Mijnbouwwet.

Artikel 3

Deze beschikking treedt in werking met ingang van de dag na die waarop de beschikking is bekendgemaakt.

Deze beschikking wordt bekendgemaakt door toezending aan de aanvrager. Van deze beschikking wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.

De Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,

namens deze:

drs. P. Jongerius,

Themacoördinator mijnbouw en mijnbouwklimaat directie Energiemarkt.

Tegen dit besluit kan degene wiens belang rechtstreeks is betrokken bij dit besluit binnen 6 weken na verzending van dit besluit een gemotiveerd bezwaarschrift indienen bij de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, Directie Wetgeving en Juridische Zaken (ALP: X/050), Postbus 20101, 2500 EC ’s-Gravenhage. Dit besluit is verzonden op de in de aanhef vermelde datum.

Naar boven