Instelling bijzondere luchtverkeersgebieden Marne A en Marne B, tevens vrijstelling minimum vlieghoogte (Oefening Kunduz Integration 2011-1)

10 juni 2011

Nr. MLA/127/2011

Bestuursstaf Militaire Luchtvaart Autoriteit

De Minister van Defensie,

Gelezen het verzoek van 43 Gemechaniseerde Brigade van 9 mei 2011;

Gelet op artikelen 8 van het Luchtverkeersreglement en artikel 6 van de Regeling VFR-nachtvluchten en minimum vlieghoogten voor militaire luchtvaartuigen;

Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu;

Besluit:

Artikel 1

  • 1. Ten behoeve van de oefening Kunduz Integration 2011-1 worden als oefengebieden de volgende bijzondere luchtverkeersgebieden (BVG’s) aangewezen:

    • a. een gebied begrensd door de volgende coördinaten en hoogten: BVG Marne A, van 53°25'33"N 006°31'18"E in een rechte lijn naar 53°38'03"N 006°16'32"E, in een rechte lijn naar 53°35'15"N 006°01'15"E, in een rechte lijn naar 53°25'53"N 006°00'31"E, in een rechte lijn naar 53°16'44"N 006°11'11"E en in een rechte lijn terug naar 53°25'33"N 006°31'18"E, van grondniveau tot FL 120, met uitzondering van de HPZ Ameland, de EHR 2 en het BVG Marnehuizen, aangewezen bij besluit van 3 juni 2011, nr. MLA/122/2011 (zie figuur 1);

    • b. een gebied begrensd door de volgende coördinaten en hoogten: BVG Marne B, van 53°16'44"N 006°11'11"E in een rechte lijn naar 53°25'33"N 006°31'18"E, in een rechte lijn naar 53°23'28"N 006°33'51"E, in een rechte lijn naar 53°14'17"N 006°13'25"E en in een rechte lijn terug naar 53°16'44"N 006°11'11"E, van grondniveau tot FL 65 (zie figuur 1).

    Figuur 1: BVG’s Marne A, Marne B en Marnehuizen

    Figuur 1: BVG’s Marne A, Marne B en Marnehuizen

  • 2. De oefengebieden, genoemd in dit artikel, worden ingesteld op de hieronder genoemde data en tijdstippen:

    Marne A en Marne B

    woensdag 15 juni 2011 van 10:00 uur tot 12:00 uur en van 14:00 uur tot 16:00 uur lokale tijd;

    donderdag 16 juni 2011 van 10:00 uur tot 12:00 uur en van 14:00 uur tot 16:00 uur lokale tijd.

Artikel 2

Voor het gebruik van de oefengebieden gelden de volgende regels:

  • a. het uitvoeren van andere dan bij de oefening betrokken vluchten in de in artikel 1, eerste lid, genoemde bijzondere luchtverkeersgebieden is niet toegestaan, met uitzondering van gecoördineerde vluchten door luchtvaartuigen die vooraf toestemming hebben verkregen van AOCS NM LVL;

  • b. aan de oefening deelnemende gezagvoerders en gezagvoerders van vluchten als genoemd in onderdeel a, dienen radiocontact te hebben met AOCS NM LVL voor het binnenvliegen van de in artikel 1, eerste lid, genoemde bijzondere luchtverkeersgebieden en dienen te voldoen aan de voorwaarden, gesteld door de genoemde LVL-instantie;

  • c. tijdens het vliegen binnen de in artikel 1, eerste lid, genoemde bijzondere luchtverkeersgebieden dienen de deelnemende gezagvoerders gebruik te maken van een SSR-transponder met mode S of modes A en C;

  • d. voor jachtvliegtuigen geldt in de BVG’s Marne A en Marne B met inachtneming van de onderdelen e en f een minimum vlieghoogte van 1000 voet boven grond of water;

  • e. voor de delen van het BVG Marne A die zijn gelegen boven de Waddenzee, geldt een minimale vlieghoogte van 1500 voet boven grond of water;

  • f. de vrijstelling van de minimum vlieghoogte geldt alleen voor die delen van de vlucht die voor het doel van de vlucht noodzakelijk zijnwaarbij aaneengesloten bebouwing, ziekenhuizen, sanatoria, mensenverzamelingen en dergelijke dienen te worden vermeden;

  • g. voor het BVG Marne A en het BVG Marne B geldt dat de actuele activering (ten minste 5 minuten voor het daadwerkelijk gebruik van het BVG) en de-activering worden doorgegeven door de Supervisor AOCS NM LVL aan de Supervisor Amsterdam ACC en Eelde ATC; tot het moment van activering zijn de in de Letter of Agreement tussen Amsterdam ACC en het AOCS NM (deel D onder 3.1.) vastgelegde regelingen ten aanzien van de separatie van luchtverkeer onder controle van Amsterdam ACC in de CTA EAST van kracht;

  • h. gedurende de activering van het BVG Marnehuizen voor het gebruik van het Raven UAV-systeem is in dat BVG geen ander luchtverkeer toegestaan dan het Raven UAV-systeem.

Artikel 3

Handelen in strijd met artikel 2, onderdeel a, van deze beschikking is een strafbaar feit.

Artikel 4

Deze beschikking treedt in werking met ingang van 15 juni 2011 en vervalt op 17 juni 2011.

Deze beschikking zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst en zal tevens bekend worden gemaakt door middel van een NOTAM.

De Minister van Defensie,

voor deze:

de directeur Militaire Luchtvaart Autoriteit,

C.J. Lorraine,

Commodore.

Tegen deze beschikking kunnen belanghebbenden op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) binnen 6 weken na de dag waarop deze beschikking is bekendgemaakt een bezwaarschrift indienen. Het bezwaarschrift dient te worden gericht aan de Minister van Defensie, ter attentie van de Commissie advisering bezwaarschriften Defensie, Directie Juridische Zaken, Postbus 20701, 2500 ES ‘s-Gravenhage. Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en moet ten minste bevatten: de naam en het adres van de indiener; de dagtekening; een omschrijving van de beschikking waartegen het bezwaar is gericht; de gronden van het bezwaar. Indien onverwijlde spoed dat vereist, is het mogelijk een voorlopige voorziening te vragen bij de president van de rechtbank die bevoegd is. In dat geval is griffierecht verschuldigd. Voorwaarde is dat een bezwaarschrift is ingediend.

TOELICHTING

Forward Air Controllers begeleiden vanaf een positie op de grond vliegtuigen ten behoeve van Close Air Support (CAS). Forward Air Controllers worden in de praktijk opgeleid in het begeleiden van deze vliegtuigen. In het kader van de oefening Kunduz Integration 2011-1 worden vluchten uitgevoerd door vliegers van de Koninklijke Luchtmacht.

Het is niet wenselijk dat vluchten ten behoeve van CAS-operaties worden uitgevoerd in gebieden waar ongecontroleerde burgervluchten kunnen plaatsvinden. Conform artikel 8 van het Luchtverkeersreglement kan de minister delen van het vluchtinformatiegebied Amsterdam aanwijzen als bijzondere luchtverkeersgebieden met als doel het beschermen van het luchtverkeer ten opzichte van bepaalde soorten luchtverkeer of van bijzondere luchtverkeersactiviteiten. Het is dientengevolge noodzakelijk dat in verband met de veiligheid in de lucht als oefengebied bijzondere luchtverkeersgebieden worden ingesteld gedurende bekendgemaakte perioden.

Onder BVG Marne A is een Natura 2000-gebied gesitueerd. Mede om die reden is in de beschikking de verplichting opgenomen dat binnen dat bijzondere luchtverkeersgebied jachtvliegtuigen een vlieghoogte van minimaal 1000 voet dienen aan te houden. Door het aanhouden van deze hoogte zal geen significante verstoring optreden van de natuurwaarden binnen het gebied.

Op 15 en 16 juni 2011 is in het betrokken gebied ook het BVG Marnehuizen in gebruik. Dat BVG is ingesteld bij beschikking van 3 juni 2011, nr. MLA/122/2011 (Stcrt. van 9 juni 2011, nr. 10094). In dat BVG wordt geoefend met het Raven UAV-systeem. Gedurende de activering van het BVG Marnehuizen is dat deel van het luchtruim uitgezonderd van het BVG Marne A.

Naar boven